| - | |
ambtenaar (vanaf 1 januari 1940 rang: referendaris) Provinciale Griffie te 's-Gravenhage, van 1934 tot 1946 |
| - | |
hoogleraar economie en agrarisch recht, Landbouwhogeschool te Wageningen, van november 1946 tot september 1951 |
| - | |
hoogleraar administratief en agrarisch recht, Rijksuniversiteit Leiden, van september 1951 tot 5 april 1967 (benoemd bij K.B. van 29 december 1950) |
| - | |
minister van Justitie, van 5 april 1967 tot 6 juli 1971 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 29 maart 1977 |
| - | |
lid Raad van State in buitengewone dienst, van 28 maart 1977 tot 1 oktober 1979 |
| - | |
secretaris Staatscommissie voor de Waterstaatswetgeving, van maart 1936 tot 1951 |
| - | |
lid Staatscommissie Herziening Woningwet, vanaf 1948 |
| - | |
lid Staatscommissie voor de Waterstaatswetgeving, van 1949 tot 1950 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie voor de Waterstaatswetgeving, van 1950 tot april 1967 |
| - | |
plaatsvervangend lid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1959 tot februari 1967 |
| - | |
lid bestuur Nederlands Instituut voor Bestuurswetenschappen tot 1967 |
| - | |
lid curatorium Europa-instituut, Rijksuniversiteit Leiden |
| - | |
lid Europese Commissie Rechten van de mens |
| - | |
lid Raad voor de Waterstaat |
| - | |
lid Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid |
| - | |
voorzitter Staatscommissie Herziening Woningwet |
| - | |
Bracht in 1967 een wet inzake bestraffing van schending van geheimen in het Staatsblad (Stb. 377). Het wetsvoorstel was in 1966 ingediend door minister Samkalden. |
| - | |
Bracht in 1968 samen met minister Beernink een wijziging (Stb. 734) van de Politiewet tot stand, waardoor in die wet een paragraaf werd opgenomen over de taak en bevoegdheden ten aanzien van het verkeer. Er kwam een Algemene Verkeersdienst Rijkspolitie en de samenwerking tussen rijks- en gemeentepolitie op verkeersgebied werd vereenvoudigd. |
| - | |
Bracht in 1969 wetten (Stbb. 223 en 224) tot goedkeuring van verdragen over het tegengaan en de strafbaarstelling van vliegtuigkapingen tot stand |
| - | |
Bracht in 1969 een wet (Stb. 350) tot wijziging van artikel 240bis en intrekking van artikel 451ter WvS tot stand, waarbij de strafbaarstelling van het ter beschikking stellen van middelen ter voorkoming van zwangerschap wordt opgeheven. |
| - | |
Bracht in 1969 wetten tot vaststelling van de boeken 1 (familie- en personenrecht) en 4 (erfrecht) van het Nieuw Burgerlijk Wetboek tot stand. Boek 1 van het NBW wordt in 1970 ingevoerd. Het huwelijksrecht wordt gemoderniseerd; het recht van een weduwe om binnen een jaar te hertrouwen, wordt versoepeld, de vereiste van toestemming van de ouders voor het aangaan van een huwelijk geldt alleen nog voor minderjarigen. |
| - | |
Bracht in 1970 samen met minister Nelissen de Wet inzake de jaarrekening van ondernemingen (Stb. 414) en een herziening van het Enquêterecht bij ondernemingen (Stb. 411) tot stand. De Wet op de jaarrekening van ondernemingen bevat bindende voorschriften waaraan de jaarrekening moet voldoen. Door het herziene enquêterecht kan de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam op verzoek van de aandeelhouders of vakvereniging één of meer deskundigen benoemen om onderzoek te doen naar de gang van zaken in een onderneming. De procureur-generaal te Amsterdam kan eveneens een enquête vorderen. |
| - | |
Bracht in 1971 samen met minister Luns de wet Goedkeuring van het Internationale Verdrag van New York van 7 maart 1966 inzake de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie (Stb. 81) en de uitvoeringswet van dit verdrag (Stb. 96) tot stand |
| - | |
Bracht in 1971 een wet (Stb. 166) tot stand die vliegtuigkaping strafbaar stelt |
| - | |
Bracht in 1971 een wet (Stb. 180) tot stand inzake enige strafbepalingen tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer. |
| - | |
Bracht in 1971 een nieuwe Eedswet (Stb. 211) tot stand, waarmee elke eedsdwang verdween |
| - | |
Bracht in 1971 een wet (Stb. 212) tot intrekking van artikel 248bis WvS tot stand, waardoor de strafbaarstelling tussen homo- en heteroseksuele ontucht gelijk wordt getrokken. Het wegnemen van deze discriminatie betekent een belangrijke stap voor de emancipatie van homoseksuelen. |
| - | |
Bracht in 1971 samen met minister Nelissen een wettelijke regeling (Stb. 286) voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid tot stand. Bij deze nieuwe rechtsvorm voor ondernemingen is het aandelenkapitaal verdeeld onder vaste vennoten. De aandelen zijn niet vrij overdraagbaar en de vennoten zijn niet persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht. Andere Europese landen kenden al eerder deze rechtsvorm en de wet geeft uitvoering aan een EG-richtlijn. In een afzonderlijke wet wordt geregeld wat onder een 'grote' NV of BV moet worden verstaan. Dergelijke ondernemingen zijn verplicht een raad van commissarissen te hebben. |
| - | |
Bracht in 1971 een wet (Stb. 290) tot herziening van het echtscheidingsrecht tot stand. Duurzame ontwrichting van het huwelijk wordt reden voor echtscheiding. Er komt een mogelijkheid voor een gezamenlijk of eenzijdig verzoek tot echtscheiding via een verzoekschriftprocedure. Het recht op alimentatie wordt losgekoppeld van de schuldvraag. |
| - | |
Bracht in 1971 met staatssecretaris Kruisinga een wijziging (Stb. 361) van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening tot stand, waarbij het gebruik van pepmiddelen ('speed') en amfetaminen strafbaar wordt gesteld |