| - | |
docent Manhatten College te New York, 1949 |
| - | |
assistent van prof.dr. P.J. Bouman, Rijksuniversiteit Groningen, van december 1949 tot 1 februari 1950 |
| - | |
ambtenaar afdeling gevangeniswezen, ministerie van Justitie, van 1 februari 1950 tot 1 januari 1952 |
| - | |
fungerend directeur bijzondere strafgevangenis voor jonge mannen te Zutphen, van 1 januari 1952 tot 1 juni 1953 |
| - | |
hoofd Centraal Opleidingsinstituut Gevangeniswezen te 's-Gravenhage, van 1 oktober 1955 tot 1 maart 1962 |
| - | |
lid gemeenteraad van Rijswijk, van 2 september 1958 tot 5 april 1967 |
| - | |
supervisor wetenschappelijk werk, ministerie van Justitie, van 1 november 1959 tot 1 oktober 1961 |
| - | |
plaatsvervangend hoofd directie gevangeniswezen, ministerie van Justitie, vanaf 1 oktober 1961 |
| - | |
algemeen adviseur wetenschappelijk werk, ministerie van Justitie, van 1961 tot 1 januari 1964 |
| - | |
raadadviseur in vaste dienst, ministerie van Justitie, van 1 januari 1964 tot 5 april 1967 |
| - | |
lector penitentiair recht, Katholieke Universiteit Nijmegen, van 1964 tot 1 september 1965 |
| - | |
buitengewoon hoogleraar penitentiair recht, Katholieke Universiteit Nijmegen, van 1 september 1965 tot 5 april 1967 |
| - | |
directeur strafrechttoepassing, ministerie van Justitie (taak: coördinatie activiteiten van directie gevangeniswezen en hoofdafdelingen reclassering en psychopatenzorg), van 25 juli 1966 tot 5 april 1967 |
| - | |
minister van Onderwijs en Wetenschappen, van 5 april 1967 tot 6 juli 1971 |
| - | |
fractievoorzitter KVP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 29 april 1971 tot 1 januari 1972 (vanaf oktober 1971 op non-actief) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 1 januari 1972 (vanaf oktober 1971 op non-actief) |
| - | |
lid Raad van State, van 1 februari 1972 tot 1 mei 1994 (benoeming bij K.B. van 22 december 1971, nr.120) |
| - | |
lid beleidscommissie Wetenschappelijk Werk, ministerie van Justitie, omstreeks 1966 |
| - | |
voorzitter Adviesraad voor culturele samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk, tot 1978 |
| - | |
informateur, van 27 augustus 1977 tot 2 september 1977 |
| - | |
kabinetsformateur, van 2 september 1977 tot 6 oktober 1977 (samen met Den Uyl) |
| - | |
voorzitter Centrale Raad van Advies voor het gevangeniswezen, de psychopatenzorg en de reklassering, omstreeks 1978 en nog in 1987 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen verzekeringsmaatschappij AMEV, omstreeks april 1985 en nog in september 1993 |
| - | |
voorzitter bestuur "Van Krijn Tol Beheer", omstreeks augustus 1987 en nog in september 1989 |
| - | |
adviserend lid commissie spreiding technisch hoger onderwijs, vanaf april 1985 (onder voorzitterschap van Dr. L. Neher) |
| - | |
voorzitter Teleac (Televisie Academie), omstreeks april 1985 tot september 1997 |
| - | |
voorzitter bestuur Stichting Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid, omstreeks april 1985 en nog in september 1993 |
| - | |
voorzitter Centrale Beleids Commissie Katholieke Instellingen van Wetenschappelijk Onderwijs, omstreeks augustus 1987 en nog in september 1993 |
| - | |
voorzitter Centrale Raad voor Strafrechttoepassing, omstreeks september 1991 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen aannemingsbedrijf "J.P.A. Nelissen" |
| - | |
vertrouwensman ondernemingsraad aannemingsbedrijf "J.P.A. Nelissen", omstreeks april 1985 |
| - | |
voorzitter beleidscommissie contacten Overheid, R.K. Instellingen voor Theologisch onderwijs, en de Bisschoppen, omstreeks april 1985 |
| - | |
Bracht in 1968 een Prioriteitennota uit over de onderwijsuitgaven. Prioriteiten zijn de verbetering van de onderwijskundige situatie, uitbouw van de Mammoetwet, bevordering van onderwijsresearch, bevordering van schooladviesdiensten, leerplichtverlenging, verlaging van de leerlingenschaal, lerarenopleiding en rechtspositieverbetering van leerkrachten. |
| - | |
Bracht in 1969 de Nota bestuurshervorming universiteiten en hogescholen uit die in 1970 werd gevolgd door indiening van de Wet universitaire bestuurshervorming (WUB) |
| - | |
Diende in 1971 met minister Lardinois en staatssecretaris Grosheide de ontwerp-Wet Herstructurering wetenschappelijk onderwijs in. Hierin worden de voorstellen van regeringscommissaris prof. K. Posthumus uitgewerkt. Het betreft onder meer invoering van een twee-fasenstructuur, beperking van de maximale studieduur en bevordering van samenhang tussen w.o. en h.b.o. |
| - | |
Bracht in 1970 samen met staatssecretaris Kruisinga de Nota medisch onderwijs uit. Hierin wordt de vestiging van een achtste medische faculteit in Maastricht aangekondigd. |
| - | |
Bracht in 1967 samen met staatssecretaris Grosheide de Overgangswet Voortgezet Onderwijs (Stb. 368) tot stand, die de overgang naar het voortgezet onderwijs op basis van de 'Mammoetwet' regelt. De nieuwe Wet op het voortgezet onderwijs treedt op 1 augustus 1968 in werking. Het voorstel was in 1966 (mede)ingediend door zijn voorganger. |
| - | |
Bracht in 1967 een wijziging (Stb. 684) van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs tot stand, waarbij het onderwijs aan de Landbouwhogeschool te Wageningen onder de werking van die wet wordt gebracht. Het voorstel was in 1967 ingediend door zijn voorganger Diepenhorst. |
| - | |
Bracht in 1969 een wijziging (Stb. 389) van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs tot stand, houdende regeling van de academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten en de verlening van rechtspersoonlijkheid aan deze ziekenhuizen. Omdat academische ziekenhuizen in de loop der jaren waren uitgegroeid tot grote en complexe organisaties, met een van de universiteit afwijkende problematiek, werd een eigen bestuur wenselijk geacht. Bij de Leidse universiteit was dit vooruitlopend op deze wet al sinds 1963 het geval, evenals bij het Wilhelmina Gasthuis van de Universiteit van Amsterdam en het academisch ziekenhuis in Rotterdam. |
| - | |
Bracht in 1970 de Wet universitaire bestuurshervorming (WUB) (Stb. 601) tot stand. Deze wet riep Universiteits- en Hogeschoolraden in het leven als hoogste bestuursorgaan van universiteiten en hogescholen. De raden werden samengesteld uit vertegenwoordigers van studenten en van wetenschappelijk en niet-wetenschappelijk personeel. Uit deze raad, en aangevuld door de Kroon werden de College's van bestuur samengesteld. Per faculteit kwamen er aparte faculteitsraden en -besturen. |
| - | |
Brabants Nieuwsblad, 17 augustus 1987 |
| - | |
"Trouw KVP'er, niet links of rechts. G.H. Veringa (1924-1999)", NRC Handelsblad, 31 december 1999 |
| - | |
"Oud-minister Veringa, hervormer van de oude bestuursstructuur van de universiteit", Trouw, 31 december 1999 |
| - | |
R. du Pre en J. Stam, "Veringa: hoewel rooms, toch netjes", De Volkskrant, 31 december 1999 |
| - | |
J. van den Merriënboer, "Een nieuw soort politicus voor de jaren zeventig. Gerhard Heinrich Veringa (13 april 1924-29 december 1999)", in: tweede Jaarboek Parlementaire Geschiedenis (2000) |