| - | |
reisleider (tijdens zijn studie) |
| - | |
wetenschappelijk medewerker Centrum voor Ontwikkelingsprogrammering, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam (medewerker van Prof. J. Tinbergen), vanaf 1965 |
| - | |
wetenschappelijk medewerker NEI (Nederlands Economisch Instituut) te Rotterdam, tot mei 1971 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 11 mei 1973 |
| - | |
lid Europees Parlement, van 13 maart 1973 tot 11 mei 1973 (aangewezen door de Staten-Generaal) |
| - | |
minister zonder portefeuille, minister voor ontwikkelingssamenwerking, van 11 mei 1973 tot 19 december 1977 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 8 september 1977 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 januari 1978 tot 18 augustus 1980 |
| - | |
adjunct-secretaris-generaal UNCTAD (United Nations Conference on Trade and Development), van 1980 tot 1986 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juni 1986 tot 7 november 1989 |
| - | |
minister zonder portefeuille, minister voor ontwikkelingssamenwerking, van 7 november 1989 tot 3 augustus 1998 |
| - | |
minister van Defensie ad interim, van 6 februari 1991 tot 3 maart 1991 (tijdens ziekte van minister Ter Beek) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 mei 1994 tot 22 augustus 1994 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 mei 1998 tot 3 augustus 1998 |
| - | |
minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van 3 augustus 1998 tot 22 juli 2002 |
| - | |
speciaal VN-gezant voor duurzame ontwikkeling en adviseur van secretaris-generaal Kofi Annan, vanaf oktober 2001 |
| - | |
hoogleraar theorie en praktijk van internationale ontwikkeling, ISS (Institute of Social Studies) te 's-Gravenhage, vanaf 1 januari 2003 |
| - | |
speciaal VN-gezant voor de Darfur-regio in Soedan, van juli 2004 tot juni 2007 |
| - | |
voorzitter PvdA afdeling Krimpen aan de Lek, van 1966 tot 1971 |
| - | |
secretaris commissie-Mansholt (PvdA, PPR, D'66) over 'Grenzen aan de groei', van januari 1972 tot 6 maart 1972 |
| - | |
eerste vicevoorzitter PvdA, van april 1987 tot november 1989 |
| - | |
lid redactie "Socialisme en Democratie", omstreeks oktober 1986 |
| - | |
lid fractiebestuur PvdA Tweede-Kamer der Staten-Generaal, van 28 juli 1986 tot 6 november 1989 |
| - | |
lid fractiebestuur PvdA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van mei 1998 tot juni 1998 |
| - | |
lid redactie maandblad "Wending" (voor Evangelie en Cultuur) |
| - | |
lid redactie "Internationale Spectator", van 1969 tot 1973 |
| - | |
voorzitter X - Y beweging, van 1970 tot 1973 |
| - | |
adviseur voor Ontwikkelingssamenwerking Wereldraad van Kerken |
| - | |
deelnemer Des-Indesberaad |
| - | |
lid International Commission for the Study of Communication Problems UNESCO |
| - | |
lid Commission on the Churches Participation in Development (Wereldraad van Kerken) |
| - | |
lid Steering Committee International Foundation for Development Alternatives |
| - | |
lid Independant Commission on International Development Issues "Brandt-Commissie" |
| - | |
penningmeester commissie-Brandt |
| - | |
buitengewoon hoogleraar internationale ontwikkeling, ISS (Institute for Social Studies), van 1979 tot 1981 |
| - | |
lid Raad voor de Zaken van Overheid en Samenleving der Nederlandse Hervormde Kerk |
| - | |
voorzitter advisory group on economic matters Wereldraad van Kerken |
| - | |
lid bestuur Wereldomroep |
| - | |
lid Commission of Advisors on Economic Affairs van de Wereldraad van Kerken, vanaf 1978 |
| - | |
lid bestuur internationale school te Geneve, van 1981 tot 1985 |
| - | |
hoogleraar "Joop den Uyl-leerstoel" Universiteit van Amsterdam, van 1989 tot november 1989 |
| - | |
lid hoofdbestuur Nederlandse Vereniging voor de VN |
| - | |
Gaf tijdens het kabinet-Den Uyl aan ontwikkelingshulp een politieke doelstelling: ontwikkelingshulp moest bijdragen aan herverdeling van macht en rijkdom in de wereld door hervorming van het internationale, economische en monetaire systeem. Centraal begrip daarbij was 'self-reliance'. Daartoe gaf hij met Scandinavische landen ook steun aan het streven naar een Nieuwe Internationale Economische Orde. |
| - | |
Tijdens zijn ministerschap kwam (in 1975) de Nederlandse ontwikkelingshulp op 1,5 % van het Netto Nationaal Inkomen. Daardoor behoorde Nederland met Noorwegen en Zweden tot de enige landen die voldeden aan een door de VN gestelde norm |
| - | |
Bracht in 1976 de Nota Bilaterale Ontwikkelingssamenwerking uit, waarin hij dit beleid nader uitwerkte |
| - | |
Breidde de groep van concentratielanden uit met Opper-Volta, Noord-Jemen, Sri Lanka, Jamaïca en Cuba |
| - | |
Speelde een belangrijke rol bij de besprekingen over onafhankelijkheid van Suriname. Als onderdeel van de onafhankelijkheidsverklaring kreeg Suriname f 3,5 miljard aan hulp. |
| - | |
Gaf steun aan de bevrijdingsbewegingen in zuidelijk Afrika (Angola, Mozambique, Namibië en Rhodesia) |
| - | |
Bracht in 1990 de Nota "Een wereld van verschil" uit. Hoofddoelstelling van het ontwikkelingsbeleid wordt duurzame armoedebestrijding. Er moet meer geïnvesteerd worden in onderwijs, werkgelegenheid en gezondheidszorg. In het ontwikkelingsbeleid krijgt de positie van vrouwen meer aandacht. Ook ecologische problemen krijgen een centralere rol in de ontwikkelingssamenwerking. |
| - | |
Uitte in 1992 scherpe kritiek op het mensenrechtenbeleid van Indonesië wat tot een felle tegenreactie van Indonesië leidde en tot beëindiging van de ontwikkelingssamenwerking |
| - | |
Bracht in 1993 de Nota "Een wereld in geschil uit". De nota gaat in op de grondige wijzigingen in de Noord-Zuidverhoudingen sinds 1989. Daarbij is onder meer het einde van de Koude Oorlog van belang, die tot het einde van sommige conflicten heeft geleid. Andere (sluimerende) conflicten zijn echter tot uitbarsting gekomen. Als nieuwe prioriteit wordt het tegengaan van geweldadige conflicten en het bewerkstelligen van vrede genoemd. Er wordt verder ingegaan op de vraag hoe Nederland en de internationale gemeenschap beter kan inspelen op noodsituaties. |
| - | |
Maakte als minister voor ontwikkelingssamenwerling in de periode 1994-1998 reizen naar onder meer rampgebieden in Somalië, Bosnië, Soedan, Cambodja en Rwanda |
| - | |
Bracht in 1997 de Notitie Drugs in ontwikkelingslanden uit. Daarmee wordt beoogd de problematiek van productie en gebruik van verdovende middelen te koppelen aan het ontwikkelingsbeleid. Nederland zal steun geven aan projecten en programma's voor de ontwikkeling van de teelt van alternatieve akkerbouwgewassen. |
| - | |
Bracht in 1999 de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid uit. Uitgangspunt voor het Nederlandse klimaatbeleid wordt het bereiken van 6 procent reductie van emissie van broeikasgassen in de periode 2008-2012. Dit streven vloeit voort uit het in 1997 tot stand gekomen Kyoto-verdrag. Door de verhoogde concentraties broeikasgassen verandert het klimaat, waaraan grote risico's zijn verbonden voor de stabiliteit en het voorbestaan van natuurlijke ecosystemen. Maatregelen om tot de reductie te komen zijn onder meer fiscale regelingen, technologische vernieuwing, energiebesparende maatregelen en ontwikkeling van energieneutrale energiedragers. |
| - | |
Leidde in november 2000 de Zesde VN-klimaatveranderingsconferentie in Den Haag. Kreeg ondanks de mislukking van die conferentie veel lof voor de wijze waarop hij leiding had gegeven aan de onderhandelingen. |
| - | |
Bracht in 2000 de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening uit, waarin een grotere verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid bij provincies en gemeenten wordt gelegd. Er worden door het Rijk 'rode' en 'groene' contouren aangegeven voor bebouwing en natuurontwikkeling. |
| - | |
Bracht in 2001 de Strategienota "Omgaan met stoffen" (SOMS) uit. Daarin wordt de strategie uiteengezet voor het stoffenbeleid. Binnen één generatie moet verstandig, voorzichtig en met voorzorg worden omgegaan met stoffen, zodat veiligheid van mens en milieu is gewaarborgd. |
| - | |
Stelde in 2001 het Ruimtelijk Planbureau in. Dit onafhankelijke instituut moet onder meer ruimtelijke effecten van maatschappelijke ontwikkelingen volgen en signaleren en beleidsvarianten en scenario's ontwikkelen. |
| - | |
Bracht in 2001 het vierde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4) uit. Uitgangspunt daarvan is een omvorming in dertig jaar naar een duurzaam functionerende samenleving. Problemen die daarbij onder meer aandacht moeten krijgen zijn: verlies aan biodiversiteit door verdroging en verzuring en het gebruik van bestrijdingsmiddelen, klimaatverandering, uitputting van natuurlijke hulpbronnen, externe veiligheid door luchtvaart en vervoer van gevaarlijke stoffen, en afnemende kwaliteit van de leefomgeving. Deze problemen moeten worden aangepakt door drie zgn. transities: overgang naar een duurzame energiehuishouding, overgang naar duurzaam gebruik van biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen en overgang naar duurzame landbouw. Om dit te bereiken zullen heffingen en subsidies worden ingevoerd en moeten internationale afspraken worden gemaakt. |
| - | |
Wist als voorzitter van de vervolg-Klimaatconferentie in Bonn, juli 2001, een akkoord te bereiken over de uitwerking van het Verdrag van Kyoto over de mondiale aanpak van het broeikasprobleem. De verdragslanden, uitgezonderd de Verenigde Staten, besloten tot het invoeren van een nalevingsregime. Elementen daarvan zijn: maatregelen ter ondersteuning van ontwikkelingslanden, binnenlandse inspanningen om emissiereducties te bereiken en het toestaan van de mogelijkheid van het vastleggen van koolstof door bosbeheersactiviteiten (de zgn. sinks). Er komen sancties voor landen die de doelstellingen niet halen. Na het bereiken van het akkoord kreeg hij een staande ovatie van de deelnemers aan de conferentie. |
| - | |
Bracht in 2002 met de ministers Jorritsma, Brinkhorst, Borst en Hermans de Integrale Nota Biotechnologie uit |
| - | |
Bracht in 1994 samen met minister Kooijmans de wet tot goedkeuring van het Raamverdrag tussen Nederland en Suriname in het Staatsblad. Het verdrag, dat voorziet in de mogelijkheid tot het sluiten van uitvoeringsverdragen, regelt de hernieuwde samenwerking tussen Nederland en Suriname op onder meer het gebied van economische ontwikkeling, herstel van de democratie, defensie, cultuur, milieu en personenverkeer. |
| - | |
Bracht in 1998 de Experimentenwet Stad en Milieu in het Staatsblad (Stb. 684), die experimenten met energiebesparing en milieubescherming in de leefomgeving mogelijk maakt. Het wetsvoorstel was in 1998 ingediend door minister De Boer. |
| - | |
Bracht in 2000 een wetswijziging (Stb. 483) tot stand waardoor therapiebaden onder de werking van Wet hygiëne zweminrichtingen kwam te vallen |
| - | |
Bracht in 2002 samen met minister Brinkhorst de Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelingsgebieden (Stb. 319) tot stand. Hierdoor wordt stankhinder van veehouderijen in bepaalde gebieden aan vergunningen gebonden. |
| - | |
Was in november 1972 kandidaat-minister voor ontwikkelingssamenwerking in het deelkabinet-Den Uyl/Van Mierlo |
| - | |
Was begin jaren zeventig lid van de zgn. 'Steenwijk-groep', een informele denktank in de PvdA voor partijvoorzitter Van der Louw, waarvan verder o.a. Wim Meijer, Bram Peper, Hans Kombrink en Relus ter Beek deel uitmaakten |
| - | |
Had tijdens het kabinet-Den Uyl een vrij slechte verstandhouding met zijn partijgenoot Van der Stoel |
| - | |
Was eind 1986 enige tijd kandidaat voor het voorzitterschap van de PvdA, maar trok zich terug toen hem gebleken was dat Marianne Sint meer kans maakte. Hij werd wel vicevoorzitter. |
| - | |
In 1987 één van de opstellers van het PvdA-rapport "Schuivende panelen" |
| - | |
Was in november 1989 aanvankelijk de beoogde minister van Defensie. Toen Herfkens echter afhaakte voor Ontwikkelingssamenwerking ging die post naar hem en kreeg Ter Beek Defensie. |
| - | |
Werd in oktober 2000 door het Nederlandse kabinet voorgedragen als nieuwe Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, maar werd niet benoemd omdat secretaris-generaal Kofi Annan de voorkeur gaf aan oud-premier Lubbers |
| - | |
Werd in 2007 bij de strijd om het voorzitterschap van de PvdA verslagen door Lilianne Ploumen |