| - | |
directiesecretaris Lubbers' constructiewerkplaats en machinefabriek "Hollandia b.v." te Krimpen aan de IJssel, van 1963 tot 1965 |
| - | |
lid directie Lubbers' constructiewerkplaats en machinefabriek "Hollandia b.v." te Krimpen aan de IJssel, van 1965 tot 11 mei 1973 |
| - | |
lid Rijnmondraad, van september 1970 tot 11 mei 1973 |
| - | |
minister van Economische Zaken, van 11 mei 1973 tot 19 december 1977 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 8 september 1977 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 december 1977 tot 4 november 1982 |
| - | |
fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 november 1978 tot 27 mei 1981 |
| - | |
waarnemend fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 2 september 1981 tot 11 september 1981 |
| - | |
fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 september 1981 tot 4 november 1982 |
| - | |
minister-president en minister van Algemene Zaken, van 4 november 1982 tot 22 augustus 1994 |
| - | |
fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 mei 1986 tot 14 juli 1986 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juni 1986 tot 14 juli 1986 |
| - | |
fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 september 1989 tot 7 november 1989 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 september 1989 tot 7 november 1989 |
| - | |
tijdelijk belast met coördinatie van aangelegenheden de Nederlandse Antillen en Aruba betreffend en met zorg voor de aan de Nederlandse Antillen en Aruba te verlenen hulp en bijstand, van 7 november 1989 tot 14 november 1989 (benoemd voor het tijdvak dat nog geen andere minister benoemd was) |
| - | |
minister belast met coördinatie van aangelegenheden de Nederlandse Antillen en Aruba betreffend en met zorg voor de aan de Nederlandse Antillen en Aruba te verlenen hulp en bijstand, van 27 mei 1994 tot 22 augustus 1994 (na het aftreden van minister Hirsch Ballin) |
| - | |
ambteloos, van augustus 1994 tot mei 1995 (vervulde diverse spreekbeurten en deeltijdfuncties) |
| - | |
part-time hoogleraar globalisering van de economie, Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg, van mei 1995 tot 1 januari 2001 (twee dagen per week) |
| - | |
visiting professor Kennedy School for Government, Harvard University te Cambridge (MA, VS), van 1995 tot 1 januari 2001 |
| - | |
Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties, van 1 januari 2001 tot 24 februari 2005 (kondigde 20 februari 2005 zijn aftreden aan) |
| - | |
ambteloos, vanaf februari 2005 (vervult diverse deeltijdfuncties) |
| - | |
preses landelijke Unie van Katholieke Studenten Verenigingen, vanaf 1961 |
| - | |
lid bestuur "Justitia et Pax" |
| - | |
secretaris Onderlinge Verzekeringsmaatschappij "Fortuna", vanaf november 1963 |
| - | |
lid bestuur Stichting Katholiek Dagnijverheidsonderwijs voor de Scheepvaart |
| - | |
afgevaardigde in het Stichtingsbestuur Katholiek Onderwijsfonds voor de Scheepvaart |
| - | |
penningmeester Katholieke Jonge Werkgevers Vereniging, van 3 oktober 1964 tot 26 november 1965 |
| - | |
voorzitter Katholieke Jonge Werkgeversvereniging, van 27 november 1965 tot november 1968 |
| - | |
voorzitter Federatie van de organisaties van Katholieke en Protestants-Christelijke Jonge Werkgevers, van 1966 tot 1968 |
| - | |
vicevoorzitter Federatie van de organisaties van Katholieke en Protestants-Christelijke Jonge Werkgevers, van 1968 tot 22 november 1968 |
| - | |
voorzitter Christelijke Jonge Werkgevers, van 23 november 1968 tot 11 april 1969 (na fusie) |
| - | |
lid bestuur Christelijke Jonge Werkgevers, van 11 april 1969 tot 24 oktober 1969 |
| - | |
lid programma-adviesraad KRO (Katholieke Radio-Omroep), van 5 september 1970 tot 11 mei 1973 |
| - | |
lid werkgeversdelegatie Raad van Overleg Metaalindustrie, van 1970 tot 1972 |
| - | |
voorzitter Katholieke Vereniging Werkgevers Metaal, van september 1972 tot 11 mei 1973 |
| - | |
lid presidium FME (Federatie Metaal- en Electrotechnische industrie), van september 1972 tot mei 1973 |
| - | |
lid bestuur NCW (Nederlandse Christelijke Werkgeversverbond), van september 1972 tot mei 1973 |
| - | |
lid bestuur Stichting Maatschappij en Onderneming |
| - | |
voorzitter Unie van Katholieke Studentenverenigingen in Nederland |
| - | |
informateur, van 30 mei 1981 tot 3 augustus 1981 (met drs. J. de Koning en vanaf 7 juli ook met drs. E. van Thijn) |
| - | |
kabinetsformateur, van 30 oktober 1982 tot 4 november 1982 |
| - | |
kabinetsformateur, van 11 juli 1986 tot 14 juli 1986 |
| - | |
informateur, van 13 september 1989 tot 27 oktober 1989 |
| - | |
kabinetsformateur, van 27 oktober 1989 tot november 1989 |
| - | |
voorzitter Stichting "Clingendael", van 1995 tot 1 januari 2001 |
| - | |
lid bestuur Katholieke Universiteit Nijmegen, van maart 1995 tot 1 januari 2001 |
| - | |
voorzitter Mijnraad, van 1 april 1995 tot 2001 |
| - | |
lid Raad van Advies Tinbergen-instituut, vanaf 1995 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen "Hollandia Industriële Maatschappij" (voorheen Hollandia-Kloos), vanaf juni 1995 |
| - | |
lid Club van Rome, vanaf februari 1996 |
| - | |
lid Raad van Toezicht Stichting voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek TNO, van maart 1996 tot 1 januari 2001 |
| - | |
voorzitter AIV (Adviesraad Internationale Vraagstukken), van juli 1997 tot 1 januari 2001 |
| - | |
internationaal voorzitter WNF (Wereld Natuur Fonds), van november 1999 tot 1 januari 2001 |
| - | |
vicevoorzitter IWCO (Independent World Commission on the Oceans) |
| - | |
lid bestuur Instituut voor Oost-West Studies |
| - | |
lid Raad van Commissarissen "HIM Furness" N.V. |
| - | |
lid Raad van Commissarissen "Content Beheer" B.V. |
| - | |
voorzitter Raad van Advies Nexus, Tilburg |
| - | |
voorzitter Exodus Nederland Preventiefonds, Amsterdam |
| - | |
voorzitter Maatschappelijke Raad van Advies van het Tinbergen Instituut |
| - | |
lid Raad van Commissarissen "Air Products and Chemicals Inc." |
| - | |
voorzitter Raad van Toezicht ECN (Energieonderzoek Centrum Nederland), vanaf 1 juni 2005 |
| - | |
voorzitter curatorium VNO-NCW, vanaf januari 2006 |
| - | |
informateur, van 1 juli 2006 tot 5 juli 2006 |
| - | |
voorzitter IAB (International Advisory Board) Rotterdam, van juli 2006 tot 1 juni 2009 |
| - | |
co-chair (eerder chair) "Worldconnectors" |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Mercon |
| - | |
lid Earth Council en Earth Charter |
| - | |
De door hem geleide kabinetten voerde verregaande bezuinigingen door in met name de sectoren sociale zekerheid, onderwijs en welzijn. Vooral tot 1985 werd het overheidstekort sterk teruggebracht, maar daarna liep dat tekort weer op, om - met golfbeweging - vanaf 1994 weer structureel te dalen. De collectieve uitgaven daalden van ruim 60 miljard euro naar 54,5 miljard euro. Daarnaast werd ingezet op loonmatiging, lastenverlichting en arbeidstijdverkorting. Mede onder invloed van externe factoren kon daarmee worden gewerkt aan herstel van de werkgelegenheid. |
| - | |
Op 19 november 1982 werd in de Stichting van de Arbeid een akkoord bereikt tussen kabinet, en werkgevers- en werknemersorganisaties over het arbeidsvoorwaardenbeleid. Daarbij worden afspraken gemaakt over loonmatiging en herverdeling van werk. |
| - | |
Speerpunten in de periode 1982-1989 waren verder onder meer deregulering en privatisering (onder andere de PTT, de Nederlandse Spoorwegen en diverse Staatsbedrijven worden verzelfstandigd). Belangrijke wetgevende projecten waren de stelselherziening in de sociale zekerheid (1986), de invoering van de wet op de studiefinanciering (1987) en de belastingherziening op basis van de voorstellen van de commissie-Oort (1988). |
| - | |
Op het gebied van het buitenlands beleid speelde tot 1989 de discussie over het in het najaar van 1979 genomen NAVO-besluit om kruisraketten te plaatsen in West-Europa en tegelijkertijd onderhandelingen te beginnen met de Sovjet-Unie over de plaatsing van op West-Europa gerichte SS20-raketten. Bezocht in dit kader in januari 1983 (samen met minister Van den Broek) de Verenigde Staten om bij de Amerikaanse president Reagan de mogelijkheid van een tussenoplossing te bespreken, waarbij onderhandelingsopties open bleven. Op 1 juni 1984 werd het besluit genomen om kruisraketten in Nederland te plaatsen, indien het aantal SS20-raketten ten opzichte van 1 juni 1982 zou blijven toenemen. Dit besluit werd in juni 1984 met succes in de Tweede Kamer verdedigd. Op 1 november 1985 volgde het plaatsingsbesluit. Daartegen was op 26 oktober daaraan voorafgaand massaal geprotesteerd in een manifestatie waarbij 3.7 miljoen handtekeningen werden aangeboden aan Lubbers. Uiteindelijk kon in 1989 van daadwerkelijke plaatsing worden afgezien, omdat het dubbelbesluit (plaatsing en onderhandelingen over wederzijdse nulopties) succes had opgeleverd. |
| - | |
Zat in maart 1983 de Ronde Tafel Conferentie voor over de toekomst van de Nederlandse Antillen. Uitkomst daarvan was dat Aruba per 1 januari 1986 een aparte status zou krijgen, die per 1 januari 1996 tot volledige onafhankelijkheid moest leiden |
| - | |
Speelde in 1983/1984 samen met minister Van den Broek een belangrijke rol bij het oplossen van een conflict in de Europese Unie over de financiële bijdrage van het Verenigd Koninkrijk. Uiteindelijk werd hierover op de Europese Top van juni 1984 in Fontainebleau overeenstemming bereikt. |
| - | |
Bracht in november 1986 samen met minister Van den Broek een bezoek aan de Sovjet-Unie om onder meer over de wapenbeheersing te spreken |
| - | |
Bracht in mei 1987 samen met minister Van den Broek een bezoek aan China |
| - | |
Tijdens zijn tweede kabinet werd, in mei 1989, het (eerste) Nationaal Milieubeleidsplan uitgebracht waarin streven naar duurzame ontwikkeling hoofddoelstelling van het milieubeleid werd. In zijn derde kabinet kreeg dit een vervolg (in 1993) in een tweede Nationaal Milieubeleidsplan. |
| - | |
Zijn derde kabinet had naast structureel financieel-economisch herstel en beheersing van de overheidsuitgaven sociale vernieuwing als speerpunt. Dit beleid had tot doel via lokale initiatieven stedelijke vernieuwing, sociale samenhang, onderwijs, integratie en veiligheid een impuls te geven. Vanwege economische problemen, die gepaard gingen met oplopende werkloosheid en noodzaak tot ombuigingen in de overheidssector kwam dit beleid slechts moeizaam van de grond. |
| - | |
In februari 1991 bereikte het kabinet overeenstemming over een pakket van maatregelen in het kader van de Tussenbalans, waarbij voor f 12,8 miljard werd bezuinigd en f 4,9 miljard aan fiscale maatregelen werd besloten. Het pakket was nodig vanwege een oplopend financieringstekort. |
| - | |
In deze kabinetsperiode werd getracht de groei van het aantal WAO'ers om te buigen door ingrepen in de arbeidsongeschiktheidsregelingen en door invoering van een bonus/malus-stelsel. Belangrijke wetgevende projecten waren de invoering van de basisvorming (1992), de herziening van het politiebestel (1993), de Wet voorzieningen gehandicapten en de regeling van euthanasie (meldingsplicht artsen). |
| - | |
Lanceerde op de Europese Top in juni 1990 in Dublin een plan voor nauwe samenwerking op energiegebied tussen de EG-landen en landen in Oost-Europa. De EG moest daardoor minder afhankelijk worden van de Arabische oliestaten. |
| - | |
In 1990 besloot zijn derde kabinet tot Nederlandse deelname aan de internationale operatie om de Iraakse bezetting van Koeweit ongedaan te maken |
| - | |
Ontving op 23 oktober 1990 de Zuid-Afrikaanse president De Klerk, waarmee herstel van de relatie met Zuid-Afrika werd ingezet nadat dit land stappen had gezet om het apartheidssysteem af te schaffen |
| - | |
Ondertekende op 21 november 1990 samen met staats- en regeringsleiders uit 32 Europese landen en de Verenigde Staten en Canada het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa. De deelnemende landen verplichten zich tot bevordering van democratie, vrijheid, veiligheid en samenwerking in Europa. Hiermee wordt een veel verdergaand vervolg gegeven op de Helsinki-akkoorden van 1975. |
| - | |
Leidde in 1991 de besprekingen over de Europese Politieke Unie (Europese top in Maastricht, december 1991). Deze besprekingen leidden op 7 februari 1992 tot het Verdrag van Maastricht, dat op 1 november 1993 in werking treedt. Door dat verdrag komt er een Europese Unie tot stand met een monetaire unie. Buitenlands beleid en interne veiligheid worden nieuwe gemeenschappelijke Europese beleidsterreinen. De wetgevende rol van het Europees Parlement wordt versterkt door een medebeslissingsbevoegdheid op het terrein van het vrije verkeer van werknemers, vrijheid van vestiging, onderwijs, onderzoek, volksgezondheid en consumentenbescherming. |
| - | |
Speelde in 1992 samen met de Noorse premier Gro Harlem Brundtland en de Franse voormalige eerste minister Michel Rocard een belangrijke rol bij het opstellen van de Verklaring van Den Haag over duurzame ontwikkeling. Woonde in datzelfde jaar samen met minister Alders de Milieutop in Rio de Janeiro bij, die de aanzet gaf tot een Wereldklimaatverdrag. |
| - | |
Bracht in 1974 de Wet Aardgasprijzen tot stand, die de regering de mogelijkheid geeft om in te grijpen in de prijzen voor aardgas |
| - | |
Bracht in 1974 een wijziging (stb. 19) van de Prijzenwet tot stand, waardoor er regels kunnen worden gesteld aan de bekendmaking van prijzen van goederen. Op artikelen moet worden geprijsd per standaardhoeveelheid. Hierdoor wordt het voor consumenten eenvoudiger om prijzen ter vergelijken. Het wetsvoorstel was in 1972 ingediend door minister Langman. |
| - | |
Bracht in 1974 de Wet selectieve investeringsregeling (SIR) (Stb. 95) tot stand. Door een stelsel van heffingen en vergunningen moet worden bewerkstelligd dat zich geen concentratie van bedrijven in het Westen voordoet, maar dat bedrijven zich ook in andere delen van het land vestigen. Daardoor kan de werkgelegenheid beter worden gespreid, kunnen 'open ruimtes' beter worden beschermd en verkeerscongesties tegengegaan. Het wetsvoorstel was in 1972 ingediend door minister Langman. |
| - | |
Bracht in 1976 de Wet voorraadvorming aardolieprodukten (Stb. 569) tot stand. Deze wet legt vast dat Nederland beschikt over een voldoende aardolievoorraad, om daarmee onverwachte onderbreking in de aanvoer op te vangen. Met de wet wordt uitvoering gegeven aan een EG-richtlijn. Het voorstel was in 1971 ingediend door minister Nelissen. |
| - | |
Bracht in 1976 de Wet intrekking van de Wet financiering ontwikkeling snelle kweekreactor (Stb. 690) in. Hiermee eindigt de Nederlandse bijdrage aan het Kalkarproject. |
| - | |
Bracht in 1977 de Wet beperking cadeaustelsel 1976 (Stb. 659) tot stand. Deze wet verbiedt het door bedrijven als geschenk aanbieden van branchevreemde goederen. Hierdoor moet oneerlijke concurrentie worden tegengegaan. Het wetsvoorstel was in 1975 ingediend en in 1977 met succes in de Tweede Kamer verdedigd door staatssecretaris Hazekamp. |
| - | |
Bracht in 1985 als minister van Algemene Zaken de Wet lidmaatschap Koninklijk Huis (Stb. 578) tot stand, die (in de toekomst) het lidmaatschap van het Koninklijk Huis wat de kinderen betreft, beperkt tot de kring van potentiële troonopvolgers. |
| - | |
Bracht in 1987 samen met minister Van Dijk de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten tot stand, waardoor voor al deze diensten één wettelijk kader werd geschapen |
| - | |
Bracht in 1991 samen met minister Dales een nieuwe Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 703) tot stand. Deze bevat hoofdzakelijk technisch-procedurele wijzigingen ten opzichte van de wet uit 1978 en brengt ook elektronische data onder de wet. |
| - | |
Bracht in 1992 samen met de ministers Van den Broek en Kok en staatssecretaris Dankert de Wet Goedkeuring van het op 2 februari 1992 in Maastricht tot stand gekomen verdrag inzake de Europese Unie tot stand. Dit Europese verdrag vormde de Europese Gemeenschap om tot Europese Unie. Voortaan behoren ook andere terreinen dan economische aangelegenheden en kernenergie tot het gemeenschappelijke Europese beleid. De bestaande EG-Verdragen werden uitgebreid met bepalingen over buitenlands en veiligheidsbeleid, sociaal beleid en onderdelen van de beleidsterreinen van justitie en binnenlandse zaken. Het Verdrag legde verder de basis voor de Economische en Monetaire Unie (EMU) en van de invoering van een gemeenschappelijke munt (de euro). |
| - | |
Bracht in 1993 een wet tot stand waarbij de Inlichtingendienst Buitenland per 1 januari 1994 werd opgeheven. Een deel van de (offensieve) activiteiten wordt beëindigd en een ander deel (met name de contacten met inlichtingendiensten in andere landen) wordt overgenomen door MID en BVD. |
| - | |
Kreeg op 30 mei 1981 samen met J. de Koning het verzoek de mogelijkheden te onderzoeken van de vorming van een kabinet, dat mocht vertrouwen op een zo breed mogelijke steun in de volksvertegenwoordiging. Zij ontwierpen een regeerakkoord voor een kabinet van CDA, PvdA en D'66 en een voorstel voor de zetelverdeling. Na veel aarzelingen en een mislukte poging om Jelle Zijlstra te bewegen premier te worden, stelde Van Agt zich beschikbaar als minister-president van het centrum-linkse kabinet. D'66 en PvdA stemden daarmee uiteindelijk in. Nadat op 10 juli Van Thijn als derde informateur was opgetreden, werd voorgesteld dat de beoogde PvdA-minister van Sociale Zaken ook integrerend minister voor werkgelegenheid zou worden. Op 3 augustus brachten de drie informateurs hun eindverslag uit, waarin werd geadviseerd tot voortzetting van de onderhandelingen, zowel over het financieel-economisch beleid als over de defensieparagraaf. |
| - | |
Kreeg op 30 oktober 1982 de opdracht tot het vormen van een kabinet dat mocht rekenen op een vruchtbare samenwerking met de volksvertegenwoordiging. Op basis van de werkzaamheden van informateur Scholten werden kandidaten aangezocht voor het nieuwe kabinet. Op 4 november aanvaardde hij de opdracht. De opmerkelijkste benoemingen waren die van De Ruiter op Defensie en van Schoo op Ontwikkelingssamenwerking. |
| - | |
Kreeg op 11 juli 1986 de opdracht om, uitgaande van het eindrapport van de informateur en de daarin vervatte conclusies, een kabinet te vormen dat zou mogen rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal. Na het aanzoeken van nieuwe bewindspersonen aanvaardde hij op 13 juli deze opdracht. Veel zittende bewindslieden gingen over uit het vorige kabinet. Bij de VVD werd De Korte en niet Winsemius minister van Economische Zaken. Bukman volgde Schoo op als minister voor Ontwikkelingssamenwerking. |
| - | |
Kreeg op 13 september 1989 het verzoek om, mede gelet op het eindrapport van de informateur, een onderzoek te in te stellen naar de mogelijkheid tot de vorming van een centrum-links kabinet. Vanwege bezwaren tegen de voorgestelde zetelverdeling en een meningsverschil over de wettelijke regeling van euthanasie haakte D66 op 21 september 1989 af. Tussen de onderhandelaars van CDA (De Vries en Brinkman) en PvdA (Kok en Wöltgens) werd overeenstemming bereikt over een ontwerp-regeerakkoord. Op 27 oktober adviseerde hij daarom tot vorming van een kabinet van die twee partijen. |
| - | |
Kreeg op 27 oktober 1989 de opdracht tot vorming van een kabinet van CDA en PvdA. Bereikte een akkoord over de zetelverdeling en personele invulling van de posten. Bij het CDA werd uiteindelijk niet Heerma, maar Europarlementariër Maij-Weggen naar voren geschoven als kandidaat voor Verkeer en Waterstaat. Bij de PvdA zag Van Kemenade vanwege zijn gezondheid af van het ministerschop op Binnenlandse Zaken. Stemerdink werd gepasseerd voor een hernieuwd ministerschap op Defensie. Op 4 november aanvaardde Lubbers de opdracht tot formatie. |
| - | |
Kreeg op 1 juli 2006 het verzoek om op zo kort mogelijke termijn een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheid een missionair kabinet te vormen van CDA en VVD, dat echter ook de taak zou hebben vervroegde verkiezingen te bevorderen op een nader o.l.v. de informateur te bepalen datum in november 2006 en mitsdien ontbinding van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Hij bracht hierover op 5 juli verslag uit. |
| - | |
Maakte na de 'Nacht van Schmelzer' deel uit van Americain-groep, een informeel overleg van christen-radicalen. Trad echter niet toe tot de PPR. |
| - | |
Tijdens de formatie in 1973 werd zijn naam als kandidaat-minister genoemd door Hans van Mierlo |
| - | |
Weigerde in 1976 het wetsvoorstel over de Vermogensaanwasdeling mede te ondertekenen, omdat hij teleurgesteld was dat Boersma en Den Uyl niet bereid waren een compromis te sluiten over het beheer van het VAD-fonds. Hij vond de gekozen oplossing te collectivistisch. Hij trad vanwege het kabinetsbesluit echter niet af en werd noch in het kabinet, noch in de Kamer gevraagd dit te doen. Het conflict speelde een (psychologische) rol bij het afnemen van zijn verdere bereidheid om het kabinet-Den Uyl overeind te houden. |
| - | |
Was in 1976 net als de overige CDA-ministers en de ministers Duisenberg en Gruijters voorstander van het verlenen van een kredietgarantie voor de levering door RSV van reactorvaten aan Zuid-Afrika. Doordat Van der Stoel zich op het laatste moment bij de tegenstanders schaarde, staakten de stemmen in het kabinet. Korte tijd later besloot Zuid-Afrika de order in Frankrijk te plaatsen. |
| - | |
Werd in 1976 enige tijd door Aantjes gezien als mogelijke lijsttrekker van het nieuwgevormde CDA. Met name in KVP-kring bestonden hiertegen bezwaren. |
| - | |
Tijdens zijn laatste poging in 1977 om een tweede kabinet-Den Uyl te vormen, wilde formateur Den Uyl (daarin gesteund door de PvdA-fractie) voortzetting van Lubbers' ministerschap op Economische Zaken. Het CDA hield echter vast aan de kandidatuur van Frans Andriessen. |
| - | |
Werd op 8 december 1978 tot fractievoorzitter van het CDA gekozen, als opvolger van Aantjes. Versloeg Hans de Boer met 34 tegen 9 stemmen. Vroeg hierna een week bedenktijd, omdat hij een progressieve ARP'er naast zich wilde. Accepteerde uiteindelijk toch de functie, hoewel de tot de rechtervleugel behorende Schakel tot vicefractievoorzitter werd gekozen. |
| - | |
Voerde bij het zoeken naar compromissen zowel regelmatig gesprekken met collega-bewindslieden (zgn. bilateraaltjes) als met vertegenwoordigers van regeringsfracties (het zgn. Torentjesoverleg). Toonde daarbij steeds bereidheid om 'mee te denken' met andere bewindslieden. Door hem geformuleerde compromisteksten werden - met name door politieke tegenstanders - vaak getypeerd als 'Lubberiaans' taalgebruik. |
| - | |
Verdedigde op 26 oktober 1985 tijdens de slotmanifestatie van het Volkspetitionnement tegen plaatsing van kruisraketten in de Houtrusthallen in Den Haag het kabinetsbeleid hoewel de aanwezigen hem massaal de rug toekeerden |
| - | |
Leidde bij de verkiezingen van mei 1986 zijn partij vrij onverwacht naar een record van 54 zetels (winst negen zetels). De verkiezingsleuze van het CDA was 'Laat Lubbers zijn karwei afmaken'. In 1989 wist het CDA met hem als lijsttrekker dit hoge zetelaantal te behouden en opnieuw de grootste fractie te worden. |
| - | |
Vanwege de toegenomen rol van de minister-president op het Europese vlak, ontstonden er met name in de latere jaren van zijn premierschap competentiegeschillen met minister Van den Broek |
| - | |
Kwam in juni 1989 in opspraak door de zogenaamde Koeweit-affaire. Het ging hierbij om een conflict tussen Koeweit en Nederland over een vordering van Hollandia Kloos, die begin jaren tachtig ontstond na een geschil over uitbetaling voor de bouw van een vliegtuighangar. Tijdens een bezoek van Lubbers en Van den Broek aan Koeweit in 1984 was tevergeefs gezocht naar een oplossing. Begin 1989 bevroor Nederland de diplomatieke betrekkingen met Koeweit. NRC Handelsblad onthulde een brief waarin Lubbers dit aan de Koeweitse regering meedeelde. De indruk bestond dat vooral hijzelf achter het bevriezen van de relatie zat en sommige Kamerfracties meenden dat Lubbers zakelijke en landsbelangen had vermengd. Ze verweten hem bovendien dat hij de Tweede Kamer onvolledig had ingelicht. Het CDA zag de 'affaire' als een 'actie beschadiging lijsttrekker', maar Lubbers erkende tijdens een Kamerdebat op 29 juni 1989 dat een verkeerde indruk was gewekt en beloofde dat hij zich verder buiten het conflict zou houden. |
| - | |
Wees eind 1989 fractieleider Elco Brinkman aan als zijn opvolger als politiek leider van het CDA. Gedurende de kabinetsperiode en vooral vanaf eind 1993 ontstond er een steeds grotere verwijdering tussen beiden door de voortdurende kritiek van Brinkman op het kabinetsbeleid. Kort voor de verkiezingen deelde hij mee zijn stem te zullen geven aan Ernst Hirsch Ballin (nummer 3 op de lijst). Toen Wim Kok in een peiling over de vraag wie minister-president moest worden veel beter scoorde dan Brinkman, werd Lubbers' commentaar dat Kok niet slechter zou zijn dan Brinkman in de pers uitgelegd als het desavoueren van laatstgenoemde. |
| - | |
Werd in juni 1994 gepasseerd voor het voorzitterschap van de Europese Commissie, met name na verzet van de Duitse bondskanselier Kohl, die het hem kwalijk nam dat hij hem bekritiseerd had ter zake van de Oder-Neisse-grens |
| - | |
Werd in november 1995, op aandrang van de Franse president Chirac en de Britse premier Major gekandideerd voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, maar deze kandidatuur stuitte op een veto van de Verenigde Staten. Het vermoeden bestond dat de Amerikaanse president Clinton hem te kritisch vond. |
| - | |
Werd in oktober 2000 onverwacht door secretaris-generaal Kofi Annan gevraagd voor de functie van Hoge Commissaris van de Vluchtelingen. De Nederlandse regering had minister Pronk gekandideerd. |
| - | |
Kwam in 2004 in opspraak nadat een vrouwelijke medewerker hem had beschuldigd van seksuele intimidatie. Hijzelf sprak van een vriendschappelijk bedoeld gebaar. Een onderzoek door de organisatie van de VN leverde geen bewijs op en de zaak werd hierna door secretaris-generaal Kofi Annan gesloten verklaard. Die toonde zich wel bezorgd over de wijze waarop Lubbers met de klacht van de vrouwelijke stafmedewerker was omgegaan. Minister van staat Max van der Stoel, die door de Nederlandse regering en Lubbers was gevraagd het rapport te beoordelen, bracht een uitermate kritisch oordeel uit over het uitgevoerde onderzoek naar deze affaire en over de getrokken conclusies (zie: http://www.parlement.com/9235000/p/017/01734rapport.doc). |
| - | |
In februari 2005, kort voordat hij een jaarlijks gesprek met secretaris-generaal Kofi Annan zou hebben, lekte het vertrouwelijke rapport over de vermeende seksuele intimidatie uit, waarbij nieuwe perspublicaties verschenen. Hoewel hij ontkende schuldig te zijn, maakte hij op 20 februari bekend af te treden vanwege de schade door de affaire voor de VN, de vluchtelingenorganisatie en voor hemzelf. Ook meende hij niet meer goed als Hoge Commissaris te kunnen functioneren. Kofi Annan zelf was tezelfdertijd in opspraak gekomen door het 'Olie-voor-voedsel-hulpprogramma' voor Irak, waarvan onder meer een bedrijf van diens zoon had geprofiteerd. Deze affaire werkte mogelijk in Lubbers' nadeel. |
| - | |
Kreeg veel waardering voor zijn inzet voor en betrokkenheid bij het vluchtelingenvraagstuk |
| - | |
A. Joustra en E. van Venetië, "Ruud Lubbers, manager in de politiek" (Baarn, 1989) |
| - | |
N. Rood (red.), "Het succes van Lubbers. Hoe word ik minister-president?" (Amsterdam, 1989) |
| - | |
J. Tromp en P. Witteman (e.a.), "De baard van Lubbers: zin en onzin over de premier" (1983) |
| - | |
A. Joustra en E. van Venetië, "De geheimen van het Torentje, Praktische gids voor het premierschap" (over Lubbers' premierschap) (Amsterdam, 1993) |
| - | |
Opland, "Dag Ruud!: 12 jaar: 1982-1994" (cartoons, 1994) |
| - | |
R. Ammerlaan (red.), "Afscheid van Ruud Lubbers" (1994) |
| - | |
P.G. Kroeger en J. Stam, "De rogge staat er dun bij. Macht en verval van het CDA 1974-1998" (1998), m.n. 123-130 over de persoon Lubbers |
| - | |
M. Metze, "De stranding: het CDA van hoogtepunt naar catastrofe" (1995) |
| - | |
J.J. Lindner, "Ruud Lubbers. Een post-ideologische premier van formaat", in: P. Brill (red.), "Kopstukken van het laagland. Een eeuw Nederland in honderd portretten" (1999) |
| - | |
B. Steinmetz, "Lubbers als peetvader van het poldermodel" (2000) |
| - | |
Bert Vuijsje, "Avonturen in besturen. Gesprekken met Hans van Mierlo, Ruud Lubbers, Hans Wiegel en vele anderen" (2006) |