| - | |
wetenschappelijk hoofdassistent economische faculteit, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van 1945 tot 1947 |
| - | |
lector staathuishoudkunde, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van 1947 tot oktober 1948 |
| - | |
hoogleraar economische wetenschappen, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 28 oktober 1948 tot 2 september 1952 (ontslag 1 januari 1961) |
| - | |
minister van Economische Zaken, van 2 september 1952 tot 19 mei 1959 |
| - | |
fractievoorzitter ARP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van juni 1956 tot 3 oktober 1956 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juli 1956 tot 3 oktober 1956 |
| - | |
minister tijdelijk belast met Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie, van 13 oktober 1956 tot 29 oktober 1956 |
| - | |
minister van Financiën ad interim, van 22 december 1958 tot 26 mei 1959 |
| - | |
lid ARP-Tweede-Kamerfractie, als benoemd maar niet beëdigd Tweede-Kamerlid, van 20 maart 1959 tot 26 mei 1959 |
| - | |
minister van Financiën, van 26 mei 1959 tot 24 juli 1963 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 25 juni 1963 tot 22 november 1966 |
| - | |
buitengewoon hoogleraar openbare financiën, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1 januari 1964 tot 1 mei 1967 (non-actief 22 november 1966 tot 5 april 1967) |
| - | |
minister-president en minister van Algemene Zaken, van 22 november 1966 tot 5 april 1967 |
| - | |
minister van Financiën, van 22 november 1966 tot 5 april 1967 |
| - | |
president-directeur De Nederlandsche Bank, van 1 mei 1967 tot 1 januari 1982 (benoemd bij K.B. van 25 april 1967) |
| - | |
kroonlid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1952 tot 2 september 1952 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Nehamij (Nederlandsche Handelmaatschappij), vanaf 1963 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Bank voor Handel en Scheepvaart, van 1963 tot 1966 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen beleggingsmaatschappij "Unitas", vanaf 1964 |
| - | |
voorzitter Commissie ordelijk economisch verkeer, vanaf 10 december 1964 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Heinekens Bierbrouwerij Maatschappij N.V., vanaf 1966 |
| - | |
lid Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid, van 1 september 1966 tot 22 november 1966 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen ABN (Algemene Bank Nederland) N.V., tot 1967 |
| - | |
kabinetsformateur, van 16 november 1966 tot 21 november 1966 |
| - | |
informateur, van 18 februari 1967 tot 4 maart 1967 |
| - | |
lid Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid, vanaf 1967 |
| - | |
kroonlid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1 mei 1967 tot 1 januari 1982 |
| - | |
president Bank voor Internationale Betalingen te Basel, vanaf 1967 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen machinefabriek "Thomassen en Drijver" |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Robeco (Rotterdams Beleggingsconsortium) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Rolinco |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Rorento |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Rodamco |
| - | |
lid Raad van Voogdij (ter bijstand aan de eventuele voogd van de minderjarige vorst), vanaf april 1982 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen SHELL, vanaf 1 januari 1982 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Douwe Egberts, vanaf maart 1982 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen verzekeringsmaatschappij Aegon N.V., vanaf 1 januari 1983 (na fusie AGO en Ennia) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Hunter Douglas te Rotterdam, vanaf mei 1984 |
| - | |
voorzitter Stichting Nieuwe Kerk te Amsterdam, tot september 1988 |
| - | |
adviserend lid orgelcommissie Nederlandse Hervormde kerk, vanaf februari 1990 |
| - | |
lid Adviesraad Europese economische en monetaire integratie, vanaf augustus 1991 |
| - | |
Bracht in 1953 de vierde industrialisatienota uit |
| - | |
Voerde in 1954 een loonronde van 6% door (welvaartsloonronde). Deze werd gevolgd door een prijsstabilisatiepolitiek die erop gericht was te komen tot een vrijwillig prijsbeleid. |
| - | |
Bracht in 1955 de vijfde industrialisatienota uit |
| - | |
Bracht in 1958 de zesde industrialisatienota uit |
| - | |
Ontwikkelde als minister van Financiën in 1960 het trendmatige begrotingsbeleid, waarbij de stijging van de overheidsuitgaven werd afgestemd op de trendmatige (structurele) groei van het nationaal inkomen (de "Zijlstra-norm") |
| - | |
Besloot in maart 1961 (in navolging van Duitsland) vanwege de overspannen conjunctuur tot revaluatie van de gulden |
| - | |
Besloot in 1961 vanwege diezelfde conjuncturele ontwikkelingen tot uitstel van in het vooruitzicht gestelde belastingverlagingen. |
| - | |
Om zijn voorstel aanvaard te krijgen om de verlaging van de vennootschapsbelasting te beperken, moest hij in de Tweede Kamer in december 1961 de vertrouwenskwestie stellen. |
| - | |
Bracht in 1954 samen met staatssecretaris Veldkamp de Vestigingswet Bedrijven 1954 tot stand, die de Vestigingswet Kleinbedrijf 1937 verving. In de wet worden eisen geformuleerd voor de kredietwaardigheid, handelskennis en vakbekwaamheid bij het vestigen van een bedrijf. Naast ambacht, detailhandel en kleine nijverheid kunnen ook aan bepaalde industriële en middelgrote ondernemingen vestigingseisen worden gesteld. |
| - | |
Bracht in 1954 de Bedrijfsvergunningenwet tot stand, die regels bevat over de vestiging en uitbreiding van industriële ondernemingen. De minister kan vestiging van industriële bedrijven beperken, indien het algemeen belang dat vereist. Er kan tot sluiting van een bedrijfstak worden besloten, bijv. op grond van volkenrechtelijke verplichtingen. |
| - | |
Bracht in 1954 de Wet machtiging verlening garantie voor rente en aflossing van een lening voor een te Delfzijl op te richten sodafabriek tot stand |
| - | |
Bracht in 1955 samen met staatssecretaris Veldkamp de Wet beperking cadeaustelsel tot stand, die uitwassen bij het verstrekken van cadeaus (met name branchevreemde artikelen) aan consumenten moet tegengaan |
| - | |
Bracht in 1956 samen met staatssecretaris Veldkamp een wet tot tijdelijke regeling van afbetalingsovereenkomsten tot stand |
| - | |
Bracht in 1956 de Wet op de economische mededinging tot stand, die kartelvorming, oneerlijke concurrentie en prijsafspraken moet tegengaan |
| - | |
Bracht in 1957 samen met minister Hofstra wetten tot stand inzake de oprichting van een NV Nationale Gasmaatschappij en tot omzetting van de Rijksdienst Gasvoorziening in een Staatsgasbedrijf |
| - | |
Bracht in 1961 samen met minister Toxopeus de Financiële-Verhoudingswet 1960 (Stb. 217) tot stand. De gelden uit het Gemeentefonds worden toegekend via een algemene uitkering op basis van diverse objectieve maatstaven (oppervlakte, inwonertal) en via verfijningen voor bijzondere omstandigheden. Op basis van artikel 12 kan steun worden verleend aan noodlijdende gemeenten. Het wetsvoorstel was in 1959 ingediend met Struycken als medeondertekenaar. |
| - | |
Bracht in 1961 de Wet Goedkeuring van de Overeenkomst betreffende de Internationale Ontwikkelings-Associatie tot stand, die een belangrijke rol gaat spelen bij de financiering van ontwikkelingshulp |
| - | |
Bracht in 1963 samen met minister Toxopeus de Wet kapitaaluitgaven publiekrechtelijke lichamen (Stb. 239) tot stand, die de monetaire financiering door de lagere overheid binnen verantwoorde grenzen moest houden. Er komen uniforme regels voor de voorwaarden waaronder lagere overheden leningen mogen aangaan. |
| - | |
Oosterbierum |
| - | |
Rotterdam (tijdens studententijd) |
| - | |
Amsterdam, Vossiusstraat (op een bovenwoning) |
| - | |
Amsterdam, Jan Luijkenstraat |
| - | |
's-Gravenhage, Bavoylaan 14, omstreeks 1963 en nog in 1966 |
| - | |
De Tike (Frl.) (buitenhuis) |
| - | |
Wassenaar, Park Oud-Wassenaar, flat 44, omstreeks 1992 tot 23 december 2001 |
| - | |
"Geleide economie" (1947) |
| - | |
"De omloopsnelheid van het geld en haar betekenis voor de geldwaaarde en het monetair evenwicht" (dissertatie, 1948) |
| - | |
drie artikelen in Economisch-Statistische Berichten, 1952 (kritische analyse van het plan van de P.v.d.A.: "De weg naar vrijheid") |
| - | |
vele artikelen in "The Economist" en "Economisch-Statistische Berichten", enz. |
| - | |
"Economische orde en economische politiek" (1956) |
| - | |
"Per slot van rekening" (autobiografie, 1992) |
| - | |
G. Puchinger, "Minister Zijlstra en de A.R.-partij" (1957) |
| - | |
G. Puchinger, "Dr. Jelle Zijlstra: Gesprekken en geschriften" (1978) |
| - | |
G. Puchinger, "Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw" (1984) |
| - | |
J. Prillevits, "Hij had nog groter kunnen zijn", Trouw, 27 december 2001 |
| - | |
J.M. Bik, "Jelle Zijlstra was 'liever geen' politicus", NRC Handelsblad, 27 december 2001 |
| - | |
A. van Kessel, "Zijlstra, Jelle (1918-2001)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel VI (elektronische versie) |