![]() |
voornamen (roepnaam) |
personalia |
partij/stroming |
| - | antirevolutionair ('Groeniaan'), tot 1866 | |
| - | conservatief, vanaf 1866 (distantieerde zich van Groen; wenste naar zijn eigen woorden te worden beoordeeld) |
loopbaan |
| - | in diplomatieke dienst, vanaf 1841 | |
| - | (onbezoldigd) attaché Buitenlandse Zaken, van 21 februari 1842 tot 1844 | |
| - | uitgezonden naar Hannover, vanaf 23 april 1844 (ter vervanging van gezant Van Dedel (wegens ziekte)) | |
| - | gezantschapsattaché te Berlijn, van 1844 tot 1846 | |
| - | gezantschapssecretaris te Wenen, van 1846 tot 1848 | |
| - | attaché ministerie van Buitenlandse Zaken, van 1848 tot 1848 | |
| - | waarnemend attaché te Brussel, van 1848 tot 1852 | |
| - | raad van legatie te Londen, van 1852 tot 1854 | |
| - | zaakgelastigde te Constantinopel, van 1854 tot april 1855 | |
| - | minister-resident te Constantinopel, van 25 april 1855 tot maart 1860 (na opheffing consulaat-generaal Athene ook geaccrediteerd in Athene) | |
| - | minister van Buitenlandse Zaken, van 8 maart 1860 tot 14 januari 1861 | |
| - | ambteloos, van 15 januari 1861 tot 1 mei 1862 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Zwolle, van 1 mei 1861 tot 15 september 1862 | |
| - | buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Berlijn, tevens geaccrediteerd bij de hoven het koninklijk en groothertoglijk Saksen te Weimar en Dresden, van 19 december 1862 tot augustus 1865 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Arnhem, van 22 mei 1865 tot 1 juni 1866 | |
| - | minister van Buitenlandse Zaken, van 1 juni 1866 tot 4 juni 1868 | |
| - | buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Sint Petersburg, van 13 februari 1869 tot 12 mei 1871 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Arnhem, van 18 september 1871 tot 20 september 1875 | |
| - | buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Wenen, van 1 december 1875 tot 14 september 1883 | |
| - | lid Raad van State, van 6 juli 1883 tot 1 juli 1894 |
nevenfuncties |
| - | lid Ridderschap van Holland, vanaf 1842 | |
| - | kamerheer in buitengewone dienst, van 9 mei 1850 tot 1 juli 1894 | |
| - | voorzitter Nederlandse Evangelisch-Protestantse vereniging | |
| - | kabinetsformateur, van 24 mei 1866 tot 30 mei 1866 (liet contraseigneren benoemingsbesluiten over aan mr. P. Mijer) |
| - | tijdelijk voorzitter ministerraad, van september 1867 tot december 1867 | |
| - | lid afdeling Buitenlandse Zaken (Raad van State) | |
| - | lid afdeling Financiën (Raad van State) | |
| - | lid afdeling Oorlog (Raad van State) |
opleiding |
| - | huisonderricht | |
| - | onderwijs in kostschool te 's-Gravenhage, vanaf 1832 (directeur de Zwitser Hisely) |
| - | Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen) Hogeschool te Utrecht, van 24 januari 1838 tot 28 juni 1841 |
activiteiten |
| - | Diende op 27 november 1865 een voorstel in tot het instellen van een parlementaire enquête betreffende de verkiezingen in Limburg; dit voorstel werd op 11 december 1865 met 53 tegen 18 stemmen verworpen | |
| - | Interpelleerde in 1866 minister Cremers over de uittreding van Limburg uit de Duitse Bond |
| - | Tijdens zijn ministerschap in 1866-1868 speelde de Luxemburgse kwestie. Na de conferentie van Londen in 1867 werden Luxemburg en Limburg losgemaakt uit de Duitse Bond en garandeerde Nederland (mede) de onzijdigheid van Luxemburg. Bismarck zou tegen Van Zuylen naar aanleiding hiervan hebben gezegd "Vous avez sauve la paix de l'Europe". De meerderheid van de Tweede Kamer meende echter dat Nederland niets met Luxemburg te maken had. | |
| - | Tijdens de behandeling van de begroting Buitenlandse Zaken toonde Geertsema brieven waaruit bleek dat de bewering van Van Zuylen dat het vorige kabinet geen overleg had gepleegd met de Pruisische regering over het losmaken van Limburg uit de Duitse bond onjuist was. Dit leidde tot een heftig incident. De Tweede Kamer verwierp Van Zuylens begroting. | |
| - | Had een belangrijk aandeel in de totstandkoming van de Akte van Mannheim (1868) over vrije scheepvaart op de Rijn |
wetenswaardigheden |
| - | Had een slechte relatie met Van Hall door zijn interpretatie van zijn taak als minister (was voor grotere onafhankelijkheid) | |
| - | Merkwaardigerwijs in 1861 als "Groeniaan" gekozen in Zwolle als opvolger van zijn neef Jacob, die gematigd liberaal was. | |
| - | Zijn benoeming tot minister in 1866 was een persoonlijke keuze van Willem III. Gezien de gespannen verhouding tussen Pruisen en Oostenrijk wilde de Koning Buitenlandse Zaken in vertrouwde handen zien. | |
| - | Was in 1866 in hoge mate verantwoordelijk voor de affaire-Mijer. Hij wist Mijer over te halen minister van Koloniën te worden door hen toe te zeggen dat hij na korte tijd tot Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië zou worden benoemd. Deze handelwijze werd door de Tweede Kamer via een motie-Keuchenius afgewezen, waarop het kabinet de Tweede Kamer ontbond. |
| - | Na het overlijden van zijn moeder onder voogdij van oom Jacques (broer van moeder), gemeentesecretaris van Rotterdam. Na diens overlijden in 1839 voogdij van jongere oom Jan, gouverneur van Friesland. Na 1840 (overlijden Jan) onder voogdij van oom Hugo, diplomaat en later minister van Hervormde Eredienst; deze had veel interesse in hem | |
| - | Na 1848 definitief veranderd van levenshouding t.g.v. cholera in Brussel; na periode van zelfbeklag nu positief ingesteld, zeer godvruchtig geworden | |
| - | Zijn echtgenote kwam uit een vooraanstaande Schotse familie | |
| - | Zijn vader was generaal-majoor der cavalerie en commandant van Limburg namens de Nederlandse regering | |
| - | Zijn zoon Robert was burgemeester van Wassenaar |
| - | Versloeg in 1861 A. van Naamen van Eemnes (gematigd lib.) na herstemming | |
| - | Werd in 1864 in het district Amersfoort verslagen door J.K. baron van Goltstein | |
| - | Versloeg in 1865 in het district Arnhem C.P. Henny (lib.) | |
| - | Versloeg in 1871 L.A.J.W. baron Sloet van de Beele (lib.) | |
| - | Was in 1871 verliezend kandidaat in de districten Middelburg (tegen Tak van Poortvliet) en Utrecht (derde na W.R. Boer en N.P.J. Kien) | |
| - | Werd in 1875 niet herkozen. Werd verslagen door J.H. Geertsema, die in herstemming kwam met jhr. A.F. de Savornin Lohman |
| - | Grootkruis Orde van de Eikenkroon, 16 januari 1867 | |
| - | Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, 13 mei 1867 | |
| - | Ridder in de Orde van Oranje-Nassau |
| - | lid vrijmetselaatsloge "Loge l'Union Royale" | |
| - | lid bijbelkring "Johannes Kränchen" te 's-Gravenhage (samen met o.a. Groen van Prinsterer en Elout van Soeterwoude) |
publicaties/bronnen |
| - | M.W. Jurriaanse, "De Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken 1813-1900" | |
| - | J.J. Huizinga, "Herinneringen van J.P.J.A. Graaf van Zuylen van Nijevelt 1819-1887", in: Nederlandse Historische Bronnen, deel II (1980) | |
| - | G.J. Lammers, "De Kroon en de kabinetsformaties" (1952) |
familie/gezin |
| - | luitenant-generaal, later maarschalk | |
| - | gouverneur van Amsterdam | |
| - | opperceremoniemeester van koning Lodewijk Napoleon |
| - | Neef van J.P.P. baron van Zuylen van Nijevelt, minister en Eerste- en Tweede-Kamerlid | |
| - | Neef (oomzegger) van H. baron van Zuylen van Nijevelt, minister | |
| - | Neef (oomzegger) van J.A. baron van Zuylen van Nijevelt, gouverneur |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||