![]() |
voornamen (roepnaam) |
personalia |
| - | Gereformeerd, tot 1926 | |
| - | Gereformeerd (Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband), van 1926 tot 1946 | |
| - | Gereformeerd, vanaf 1946 |
partij/stroming |
loopbaan |
| - | hoogleraar Latijn, Grieks en Oude Geschiedenis, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 23 september 1904 tot 23 april 1955 (benoemd 18 augustus 1904) | |
| - | lid gemeenteraad van Amsterdam, van 6 september 1927 tot 1 maart 1941 | |
| - | lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 2 november 1937 tot 15 juli 1952 |
partijpolitieke functies |
| - | vicefractievoorzitter ARP Eerste Kamer der Staten-Generaal, tot 15 juli 1952 |
nevenfuncties |
| - | secretaris Staatscommissie ineenschakeling onderwijs, van 1908 tot april 1910 | |
| - | rector Vrije Universiteit, van oktober 1911 tot 20 oktober 1921 | |
| - | president-lid curatorium "Gereformeerd Gymnasium" te Amsterdam, van 1920 tot 23 april 1955 | |
| - | ondervoorzitter Onderwijsraad, van 1 januari 1921 tot 1 maart 1932 | |
| - | voorzitter commissie van toezicht op het lager en voorbereidend onderwijs te Amsterdam, omstreeks 1929 | |
| - | lid commissie van toezicht op de Gereformeerde Kweekschool voor onderwijzers te Amsterdam, omstreeks 1929 | |
| - | voorzitter Onderwijsraad, van 1 maart 1932 tot 23 april 1955 (o.a. vicevoorzitter afdeling hoger onderwijs en voorzitter van de afdeling lager onderwijs) | |
| - | lid commissie tot voorbereiding van de aanwijzing van kandidaat-Indische ambtenaren | |
| - | voorzitter Bond van Christelijke Schoolvereenigingen te Amsterdam | |
| - | ondervoorzitter commissie huishoudelijke vakken op de lagere school, vanaf november 1937 | |
| - | lid Staatscommissie reorganisatie van het hoger onderwijs (Staatscommissie-Reinink), van 1 mei 1946 tot mei 1949 |
opleiding |
| - | Gereformeerd Gymnasium te Amsterdam |
| - | klassieke letteren (doctoraal), Vrije Universiteit te Amsterdam, van 18 september 1895 tot 1902 | |
| - | klassieke letteren (gepromoveerd op dissertatie), Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, 24 maart 1904 |
activiteiten |
| - | Was onderwijswoordvoerder van de ARP-Eerste Kamerfractie | |
| - | Interpelleerde in 1938 minister Slotemaker de Bruïne over het inzake de schrijfwijze van de Nederlandse taal gevoerde beleid |
wetenswaardigheden |
| - | Verving als oudste lid in jaren enkele malen de voorzitter van de Eerste Kamer |
| - | Hij had de gewoonte de stenogrammen van door hem gehouden redevoeringen in de Kamer niet alleen te corrigeren, maar zelfs geheel te herschrijven. Omdat dit veel tijd kostte, kwam het tijdig verschijnen van de Handelingen soms in de knel, waardoor hij de stenografische dienst wel eens tot wanhoop dreef. | |
| - | Hij was zo'n druk bezet man, dat het verhaal de ronde deed dat hij tentamens zelfs in de tram afnam (wat overigens niet waar was) |
| - | Was in 1937 kandidaat in en werd in 1946 en 1948 gekozen door Groep III: Noord-Holland en Friesland |
| - | minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, augustus 1929 (kon geen zekerheid krijgen over het voorzetten van zijn hoogleraarschap) | |
| - | minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, augustus 1939 (geen toestemming van zijn partij) |
| - | Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1912 | |
| - | Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 18 juli 1953 (t.g.v. zijn 75e verjaardag) |
publicaties/bronnen |
| - | P. Hofland, "Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941" | |
| - | Dr. G. Wytzes, "In piam memoriam prof. R.H. Woltjer", in: Nieuwe Leidsche Courant, 25 april 1955 | |
| - | Wie is dat? 1948 |
familie/gezin |
| - | Zoon van J. Woltjer, Eerste Kamerlid | |
| - | Schoonvader van W.F. de Gaay Fortman, Eerste Kamerlid en minister |
| voornamen (roepnaam) |
||
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| partijpolitieke functies |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||