| - | |
commies van staat Raad van State, van 1863 tot 1865 |
| - | |
commies-griffier Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 maart 1865 tot 20 december 1870 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Middelburg, van 21 oktober 1870 tot 10 juli 1875 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Zutphen, van 20 september 1875 tot 7 november 1877 |
| - | |
minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 7 november 1877 tot 20 augustus 1879 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amsterdam, van 24 februari 1880 tot 11 oktober 1884 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Noord-Holland, van 17 november 1884 tot 17 augustus 1887 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Noord-Holland, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amsterdam, van 1 mei 1888 tot 21 augustus 1891 |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken, van 21 augustus 1891 tot 8 mei 1894 |
| - | |
tijdelijk voorzitter ministerraad, van 22 maart 1894 tot 8 mei 1894 (na aftreden Van Tienhoven) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amsterdam, van 16 mei 1894 tot 21 september 1897 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Beverwijk, van 21 september 1897 tot 24 januari 1901 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Noord-Holland, van 31 januari 1901 tot 26 januari 1904 |
| - | |
lid en secretaris Staatscommissie inzake de calamiteuze polders in Zeeland, van 1868 tot 1870 |
| - | |
lid curatorium Stedelijk Gymnasium te 's-Gravenhage, omstreeks 1875 |
| - | |
lid Schoolcommissie te 's-Gravenhage, omstreeks 1875 |
| - | |
voorzitter commissie belast met het afnemen der examens voor de betrekkingen van leerling-consul en vice-consul, van 8 januari 1882 tot 20 augustus 1891 |
| - | |
dijkgraaf Hoogheemraadschap van Delfland, van 1887 tot 20 augustus 1891 |
| - | |
voorzitter Raad van Bestuur KPM (Koninklijke Pakket-Maatschappij) tot augustus 1891 (medeoprichter) |
| - | |
voorzitter commissie belast met het afnemen der examens voor de betrekkingen van leerling-consul en vice-consul, van 4 juli 1894 tot 26 januari 1904 |
| - | |
hoofdingeland Hoogheemraadschap van Rijnland, vanaf 1896 |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen Stoomvaartmaatschappij "Zeeland" |
| - | |
lid parlementaire enquêtecommissie Nederlandse koopvaardijvloot (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 3 maart 1874 tot 17 maart 1875 |
| - | |
voorzitter commissie van onderzoek naar kiezersknoeierijen in het district Elst (Tweede Kamer der Staten-Generaal), 1875 |
| - | |
voorzitter parlementaire enquêtecommissie exploitatie van de Nederlandse Spoorwegen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 28 juni 1881 tot 23 mei 1884 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1898 tot september 1898 (resp. voorzitter vierde en eerste afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1899 tot maart 1900 (voorzitter vierde afdeling) |
| - | |
Sprak als Kamerlid onder meer over waterstaat, buitenlandse zaken, justitiële onderwerpen, financiën, spoorwegen en koloniale zaken |
| - | |
Stemde in 1872 tegen de ontwerp-Wet op de inkomstenbelasting van minister Blussé |
| - | |
Diende in 1874 samen met vijf andere leden een voorstel in om een parlementaire enquête te houden naar de Nederlandse koopvaardij |
| - | |
Diende in 1881 met zeven andere leden een voorstel in om een parlementaire enquête te houden naar de Nederlandsche spoorwegen |
| - | |
Speelde een belangrijke rol bij de verwerping van het Handelstractaat met Frankrijk in 1882 |
| - | |
Was in 1896 de enige afwezige bij de stemming over de ontwerp-Kieswet van Van Houten |
| - | |
Versloeg in 1870 bij tussentijdse verkiezingen J.Ph.J.A. graaf van Zuylen van Nijevelt en jhr. J.G.H. van Tets van Goudriaan |
| - | |
Versloeg in 1871 J.Ph.J.A. graaf van Zuylen van Nijevelt (cons.) en A. Kuyper (a.r.) |
| - | |
Versloeg in 1875 bij tussentijdse verkiezingen in het district Zutphen Æ. baron Mackay (a.r.) |
| - | |
Werd in 1875 in het district Middelburg verslagen door jhr. J.L. de Jonge (a.r.) |
| - | |
Versloeg in 1880 bij tussentijdse verkiezingen in het district Amsterdam A.M.J. Henrichs en H.W. van Marle |
| - | |
Werd in 1881 bij de periodieke verkiezingen in de eerste stemmingsronde gekozen |
| - | |
Werd in 1884 bij de algemene verkiezingen in de eerste stemmingsronde verslagen (zeven behoudender liberalen bleven hem voor) |
| - | |
Werd in 1888 in het district Doetinchem na herstemming verslagen door J.G.S. Bevers (rk) |
| - | |
Werd in 1888, 1891 en 1894 in de eerste stemmingsronde in het district Amsterdam gekozen |
| - | |
Werd in 1891 in het district Delft na herstemming verslagen door H.A. van de Velde (arp) |
| - | |
Werd in 1897 in de districten Amsterdam IX en Beverwijk gekozen; opteerde voor Beverwijk. Versloeg in Amsterdam IX A. Kuyper (arp) en in Beverwijk Th.L.M.H. Borret (rk), in beide gevallen na herstemming. |
| - | |
J.Th. Cremer, "Levensbericht van Mr. J.P.R. Tak van Poortvliet", in: Levensberichten Maatschappij de Nederlandse Letterkunde (1904), 287-305 |
| - | |
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 1295 |
| - | |
W.P. Secker, J.P.R. Tak van Poortvliet (1839-1904), in: "Van Thorbecke tot Telders" (1993) |
| - | |
"Tak van Poortvliet", in: D. Hillenius, "De bewoners van de Alexanderhof" (Den Haag, 1994) |
| - | |
"Dagboeken en aantekeningen van Willem Hendrik de Beaufort 1874-1918", uitgegeven door J.P. de Valk en M. van Faassen, p. 1008 |
| - | |
Onze Afgevaardigden, 1897 |
| - | |
Ned. Patriciaat, 1911, 1958 |