Mr. J.P.R. Tak van Poortvliet

Foto Mr. J.P.R. Tak van Poortvliet
Liberale Zeeuwse staatsman in de tweede helft van de negentiende eeuw. Begon als commies-griffier van de Tweede Kamer en was vanaf 1870 een actief Kamerlid, die onder andere de aanzet gaf tot twee enquêtes. Werd in het kabinet-Kappeyne van de Coppello minister. Behoorde tot de vooruitstrevende liberalen en streefde in zijn tweede ministersperiode (van Binnenlandse Zaken) in het kabinet-Van Tienhoven naar kiesrechtuitbreiding. Ontbond in 1894 de Kamer vanwege het verzet tegen dat voorstel. De verkiezingen stonden geheel in het teken van zijn kiesrechtvoorstel. Was na zijn nederlaag een gebroken man, wiens rol was uitgespeeld. Hem werd wel eens gebrek aan tact en plooibaarheid verweten.

liberaal, Kappeynianen, Liberale Unie, vooruitstrevende kamerclub, vrijzinnig-democratische kamerclub
in de periode 1870-1904: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister

[ V ][ ^^ ]

voornamen

Johannes Pieter Roetert

[ V ][ ^^ ]

personalia

wijziging in naam en/of titulatuur
-   Mr. J.P.R. Tak, van 1862 tot juli 1874 (naamstoevoeging "Van Poortvliet" in 1874)
-   Mr. J.P.R. Tak van Poortvliet, vanaf juli 1874

geboorteplaats en -datum
Engelen (N.Br.), 21 juni 1839

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 26 januari 1904

levensbeschouwing
Nederlands Hervormd

[ V ][ ^^ ]

partij/stroming

stroming(en)
-   liberaal
-   Kappeyniaan, van 1879 tot 1884
-   Takkiaan, 1894

partij(en)
Liberale Unie, van 1885 tot februari 1901 (waarschijnlijk niet toegetreden tot de VDB)

lid tussentijds gevormde fractie(s)
-   Vooruitstrevend-Liberale Kamerclub, van mei 1894 tot september 1897
-   Vrijzinnig-Democratische Kamerclub, van september 1897 tot januari 1901

[ V ][ ^^ ]

loopbaan

-   commies van staat Raad van State, van 1863 tot 1865
-   commies-griffier Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 maart 1865 tot 20 december 1870
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Middelburg, van 21 oktober 1870 tot 10 juli 1875
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Zutphen, van 20 september 1875 tot 7 november 1877
-   minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 7 november 1877 tot 20 augustus 1879
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amsterdam, van 24 februari 1880 tot 11 oktober 1884
-   lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Noord-Holland, van 17 november 1884 tot 17 augustus 1887
-   lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Noord-Holland, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amsterdam, van 1 mei 1888 tot 21 augustus 1891
-   minister van Binnenlandse Zaken, van 21 augustus 1891 tot 8 mei 1894
-   tijdelijk voorzitter ministerraad, van 22 maart 1894 tot 8 mei 1894 (na aftreden Van Tienhoven)
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amsterdam, van 16 mei 1894 tot 21 september 1897
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Beverwijk, van 21 september 1897 tot 24 januari 1901
-   lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Noord-Holland, van 31 januari 1901 tot 26 januari 1904

[ V ][ ^^ ]

partijpolitieke functies

-   lid Commissie van Advies van de "leader" der liberalen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1876 tot 1877
-   leider Kappeyniaanse subclub Tweede Kamer der Staten-Generaal, van februari 1880 tot 16 november 1884
-   lid bestuur Liberale Unie, van 11 april 1891 tot 21 augustus 1891

[ V ][ ^^ ]

nevenfuncties

-   lid en secretaris Staatscommissie inzake de calamiteuze polders in Zeeland, van 1868 tot 1870
-   lid curatorium Stedelijk Gymnasium te 's-Gravenhage, omstreeks 1875
-   lid Schoolcommissie te 's-Gravenhage, omstreeks 1875
-   voorzitter commissie belast met het afnemen der examens voor de betrekkingen van leerling-consul en vice-consul, van 8 januari 1882 tot 20 augustus 1891
-   dijkgraaf Hoogheemraadschap van Delfland, van 1887 tot 20 augustus 1891
-   voorzitter Raad van Bestuur KPM (Koninklijke Pakket-Maatschappij) tot augustus 1891 (medeoprichter)
-   voorzitter commissie belast met het afnemen der examens voor de betrekkingen van leerling-consul en vice-consul, van 4 juli 1894 tot 26 januari 1904
-   hoofdingeland Hoogheemraadschap van Rijnland, vanaf 1896
-   voorzitter Raad van Commissarissen Stoomvaartmaatschappij "Zeeland"

gedelegeerde commissies
-   lid parlementaire enquêtecommissie Nederlandse koopvaardijvloot (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 3 maart 1874 tot 17 maart 1875
-   voorzitter commissie van onderzoek naar kiezersknoeierijen in het district Elst (Tweede Kamer der Staten-Generaal), 1875
-   voorzitter parlementaire enquêtecommissie exploitatie van de Nederlandse Spoorwegen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 28 juni 1881 tot 23 mei 1884
-   lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1898 tot september 1898 (resp. voorzitter vierde en eerste afdeling)
-   lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1899 tot maart 1900 (voorzitter vierde afdeling)

[ V ][ ^^ ]

opleiding

lager onderwijs
-   lagere school te Middelburg

voortgezet onderwijs
-   Stedelijke Nederduitse school te Middelburg
-   gymnasium te Middelburg, tot 1857

academische studie
-   Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie) Hogeschool te Leiden, van 22 september 1857 tot 20 september 1862

[ V ][ ^^ ]

activiteiten

als parlementariër
-   Sprak als Kamerlid onder meer over waterstaat, buitenlandse zaken, justitiële onderwerpen, financiën, spoorwegen en koloniale zaken
-   Stemde in 1872 tegen de ontwerp-Wet op de inkomstenbelasting van minister Blussé
-   Diende in 1874 samen met vijf andere leden een voorstel in om een parlementaire enquête te houden naar de Nederlandse koopvaardij
-   Diende in 1881 met zeven andere leden een voorstel in om een parlementaire enquête te houden naar de Nederlandsche spoorwegen
-   Speelde een belangrijke rol bij de verwerping van het Handelstractaat met Frankrijk in 1882
-   Was in 1896 de enige afwezige bij de stemming over de ontwerp-Kieswet van Van Houten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
-   Diende in 1878 een wetsvoorstel in tot aanleg en verbetering van enige werken ten behoeve der binnenlandse scheepvaart (Kanalenwet). Dit behelsde onder andere aanleg van een kanaal door de Gelderse vallei van Amsterdam naar de Boven-Waal en aanleg van kanalen in Gelderland en Limburg. Na verwerping van artikel 1 op 8 mei 1879 met 40 tegen 39 stemmen trok hij het voorstel in. Dit was de inleiding tot de val van het kabinet-Kappeyne van de Copello.
-   Steunde als minister van Binnenlandse Zaken met nooduitkeringen armlastige gemeenten
-   Stelde in 1892 de Centrale Commissie voor de Statistiek in
-   Diende in 1892 een ontwerp-Kieswet in, waarbij een aanzienlijke uitbreiding van het mannenkiesrecht (circa 75% van alle mannen) werd voorgesteld. Vereisten voor het verkrijgen van kiesrecht zijn volgens dit voorstel: het kunnen lezen en schrijven en het niet van de bedeling leven. Aanneming met 57 tegen 41 stemmen op 9 maart 1894 van een amendement-De Meijier leidde tot intrekking van het wetsvoorstel, gevolgd tot ontbinding van de Tweede Kamer. Tak had aanneming van het amendement slechts ontraden. De verkiezingsstrijd die hierop volgde, stond geheel in het teken van het voorstel van Tak, waarbij de scheiding tussen voor- en tegenstanders dwars door de politieke stromingen liep (de zogenaamde Takkianen en anti-Takkianen).

als bewindspersoon (wetgeving)
-   Bracht in 1878 de Lokaalspoorwegwet tot stand, die aanleg van staatswege van lokaalspoorwegen (buiten het hoofdnet) mogelijk maakt

[ V ][ ^^ ]

wetenswaardigheden

algemeen
-   Nam in 1875 ontslag als Tweede-Kamerlid voor het district Middelburg, omdat hij zich beledigd voelde door het feit dat de kiezers van dat district (naast hem) een anti-revolutionair (jhr. J.L. de Jonge) hadden gekozen
-   Weigerde op 7 augustus 1882 een opdracht tot kabinetsformatie, omdat de Koning grondwetsherziening afwees
-   Werd in maart 1884 als derde op de voordracht voor het Tweede-Kamervoorzitterschap gezet
-   Sprak vanwege zijn slechte gezondheid in november 1897 voor het laatst in de Tweede Kamer. Werd desondanks in 1901 nog tot Eerste-Kamerlid gekozen.
-   Kon zich de laatste jaren van zijn leven door ziekte nauwelijks nog verstaanbaar maken

uit de privé-sfeer
-   Medeoprichter en aandeelhouder Stoomvaartmaatschappij Zeeland
-   Zijn vader was predikant te Engelen (N.Br.) en grootgrondbezitter

anekdotes
-   Was een boekenwurm. Toen zijn rol in de politiek was uitgespeeld, reisde hij - voor zover zijn gezondheid dat toeliet - door Zuid-Duitsland en Zwitserland en snuffelde in boekwinkels en antiquariaten naar publicaties van oude revolutionairen, waarmee hij zijn vriend Hendrik Quack gelukkig maakte.

verkiezingen
-   Versloeg in 1870 bij tussentijdse verkiezingen J.Ph.J.A. graaf van Zuylen van Nijevelt en jhr. J.G.H. van Tets van Goudriaan
-   Versloeg in 1871 J.Ph.J.A. graaf van Zuylen van Nijevelt (cons.) en A. Kuyper (a.r.)
-   Versloeg in 1875 bij tussentijdse verkiezingen in het district Zutphen Æ. baron Mackay (a.r.)
-   Werd in 1875 in het district Middelburg verslagen door jhr. J.L. de Jonge (a.r.)
-   Versloeg in 1880 bij tussentijdse verkiezingen in het district Amsterdam A.M.J. Henrichs en H.W. van Marle
-   Werd in 1881 bij de periodieke verkiezingen in de eerste stemmingsronde gekozen
-   Werd in 1884 bij de algemene verkiezingen in de eerste stemmingsronde verslagen (zeven behoudender liberalen bleven hem voor)
-   Werd in 1888 in het district Doetinchem na herstemming verslagen door J.G.S. Bevers (rk)
-   Werd in 1888, 1891 en 1894 in de eerste stemmingsronde in het district Amsterdam gekozen
-   Werd in 1891 in het district Delft na herstemming verslagen door H.A. van de Velde (arp)
-   Werd in 1897 in de districten Amsterdam IX en Beverwijk gekozen; opteerde voor Beverwijk. Versloeg in Amsterdam IX A. Kuyper (arp) en in Beverwijk Th.L.M.H. Borret (rk), in beide gevallen na herstemming.

woonplaats(en)/adres(sen)
-   Middelburg, tot 1857
-   Middelburg, buiten 'De Griffioen' (zomerverblijf)
-   Leiden, van 1857 tot 1862
-   's-Gravenhage, Koninginnegracht 23, van 1862 tot 1876
-   's-Gravenhage, Sophialaan 9, vanaf 1876

ridderorden
-   Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
-   Commandeur in de Orde van de Eikenkroon

bezit van heerlijkheden
-   heer van Poortvliet en Cleverskerke

inkomenspositie
zeer vermogend, liet zijn kinderen bij zijn dood anderhalf miljoen gulden na, voornamelijk in onroerend goed en in effecten

verenigingen, sociëteiten, genootschappen
-   lid Nieuwe of Litteraire sociëteit "De Witte" te 's-Gravenhage
-   lid Haagsche vereniging tot oefening in het voeren van debatten (ontmoette hier onder meer Gleichman en Kappeyne van de Coppello)

[ V ][ ^^ ]

publicaties/bronnen

publicaties
"Het regt van amendement in de constitutionele monarchie" (dissertatie, 1862)

literatuur/documentatie
-   J.Th. Cremer, "Levensbericht van Mr. J.P.R. Tak van Poortvliet", in: Levensberichten Maatschappij de Nederlandse Letterkunde (1904), 287-305
-   Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 1295
-   W.P. Secker, J.P.R. Tak van Poortvliet (1839-1904), in: "Van Thorbecke tot Telders" (1993)
-   "Tak van Poortvliet", in: D. Hillenius, "De bewoners van de Alexanderhof" (Den Haag, 1994)
-   "Dagboeken en aantekeningen van Willem Hendrik de Beaufort 1874-1918", uitgegeven door J.P. de Valk en M. van Faassen, p. 1008
-   Onze Afgevaardigden, 1897
-   Ned. Patriciaat, 1911, 1958

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

publicaties over en van letterkundigen
gegevens uit de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

[ V ][ ^^ ]

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te 's-Gravenhage, 10 maart 1870

naam echtgeno(o)t(e)/partner
Ch.L.H.G. van Oordt, Christine Louise Henriëtte Geertruida

kinderen
1 zoon en 3 dochters

naam vader
A. Tak, Adriaan

geboorteplaats en/of -datum vader
Middelburg, 20 april 1805

naam moeder
J.M. Pous, Joanna Maria

geboorteplaats en/of -datum moeder
Middelburg, 12 mei 1805

beroep grootvader (vaderskant)
-   verbonden aan handelszaak de Ligny
-   eigenaar bedrijf in garen, band en linnen
-   grootgrondbezitter

beroep grootvader (moederskant)
-   ontvanger van convooien en licenten te Middelburg
-   administrateur van belasting

familierelaties
-   Achterneef van P.L. Tak, Tweede-Kamerlid (SDAP)
-   Eén van zijn dochters was gehuwd met een zoon van S.M.S. de Ranitz, Tweede-Kamerlid



Gegevens hebben - zeker voor wat het recente verleden betreft - vooral betrekking op de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief was. (Gemotiveerde) aanvullingen of correcties ontvangen wij graag. U kunt hiervoor de "reageer-knop" gebruiken.


personalia
partij/stroming
loopbaan
partijpolitieke functies
nevenfuncties
opleiding
activiteiten
wetenswaardigheden
publicaties/bronnen
familie/gezin
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route