Lid van een aanzienlijke Groningse familie, waarvan vele leden bestuurlijke functies bekleedden. Combineerde de advocatuur met het wethouderschap van Groningen en werd later burgemeester van die stad. In 1877 Eerste Kamerlid en hij bleef dat ruim tien jaar. IJverig lid dat over uiteenlopende onderwerpen sprak, zonder echter een grote rol te spelen.