| - | |
waarnemend leraar staathuishoudkunde te Arnhem, van 1905 tot 1906 |
| - | |
advocaat en procureur te Arnhem, van 1906 tot 1919 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Rheden, van 20 februari 1917 tot 17 september 1918 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1918 tot 9 mei 1933 |
| - | |
advocaat en procureur te 's-Gravenhage, van 1919 tot mei 1933 |
| - | |
voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 september 1929 tot 12 mei 1933 |
| - | |
minister van Justitie, van 26 mei 1933 tot 24 juni 1937 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1937 tot 7 augustus 1948 |
| - | |
fractievoorzitter RKSP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 9 juni 1937 tot 11 november 1937 |
| - | |
voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 november 1937 tot 7 augustus 1948 |
| - | |
minister zonder portefeuille, belast met de toekomstige structuur van het Koninkrijk en vice-minister-president, van 7 augustus 1948 tot 15 maart 1951 |
| - | |
minister van Verkeer en Waterstaat ad interim, van 7 augustus 1948 tot 1 november 1948 (in afwachting van de beëdiging van Spitzen) |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken ad interim, van 15 juni 1949 tot 20 september 1949 (na de benoeming van Van Maarseveen tot minister van Overzeese Gebiedsdelen) |
| - | |
lid Raad van State, van 1 juni 1951 tot 1 februari 1957 (benoeming bij K.B. van 11 mei 1951, nr.19) |
| - | |
publicist Utrechts studentenblad "Vox" (in studententijd) |
| - | |
rechtbankverslaggever "Het Handelschblad" |
| - | |
adjunct-secretaris Nederlandse Spoorwegen |
| - | |
secretaris Tiendcommissie |
| - | |
kantonrechter-plaatsvervanger te Arnhem, van 1915 tot augustus 1919 |
| - | |
lid Centraal College voor de Reclassering, van 14 februari 1919 tot 26 juli 1927 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake het Socialisatie-vraagstuk (Staatscommissie-Nolens), van 11 maart 1920 tot 2 april 1927 |
| - | |
voorzitter Commissie van deskundigen voor de tabaksaccijns, van juni 1921 en nog in 1938 |
| - | |
voorzitter Centraal College voor de Reclassering, van 26 juli 1927 tot mei 1933 |
| - | |
lid Adviescommissie inzake het notariaat, van 31 december 1927 tot 5 juni 1929 |
| - | |
voorzitter Algemene Raad voor Psychopatenzorg, van 24 oktober 1928 tot mei 1933 |
| - | |
plaatsvervangend lid Centraal Stembureau, van oktober 1928 tot september 1929 |
| - | |
lid College van Toezicht, bedoeld in art. 32 der Land- en tuinbouwongevallenwet, omstreeks 1931 |
| - | |
voorzitter College van Toezicht, bedoeld in art. 120 der Ziektewet, omstreeks 1931 en nog in 1933 |
| - | |
lid College van Curatoren Katholieke Universiteit Nijmegen, van december 1931 tot juli 1948 |
| - | |
voorzitter Mijnraad, van 1 september 1932 tot mei 1933 |
| - | |
voorzitter Gelderse Katholieke Dagbladpers te Arnhem |
| - | |
mede-redacteur blad "De Beiaard" (m.n. staatkunde) |
| - | |
voorzitter College van Toezicht, bedoeld in art. 32 der Land- en tuinbouwongevallenwet, omstreeks 1938 |
| - | |
voorzitter College van Toezicht, bedoeld in art. 120 der Ziektewet, omstreeks 1931 en nog in 1938 |
| - | |
adviseur Bond voor Steenfabrieksarbeiders |
| - | |
vicevoorzitter Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-De Wilde), van 24 januari 1936 tot 8 juni 1936 |
| - | |
lid Politiek Convent (korte tijd) |
| - | |
lid Vaderlandsch Comité, vanaf april 1943 (korte tijd) |
| - | |
lid Verklaringscommissie-Beelaerts van Blokland (adviescommissie voor de toelating van leden tot de Tijdelijke Staten-Generaal), van 1945 tot september 1945 |
| - | |
lid Nationale Advies Commissie (adviescollege voor de samenstelling van de Voorlopige Staten-Generaal), van 20 juli 1945 tot november 1945 |
| - | |
kabinetsformateur, van 30 juli 1948 tot 6 augustus 1948 (formeerde het kabinet Drees-Van Schaik) |
| - | |
voorzitter College van Curatoren Katholieke Universiteit Nijmegen, van 1949 tot 1957 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening, van 17 april 1950 tot 6 januari 1954 (samen met Van Maarseveen en later Beel) |
| - | |
kabinetsformateur, van 2 februari 1951 tot 15 februari 1952 (samen met Drees) |
| - | |
adviseur van de voorzitter Ronde Tafel Conferentie voor definitieve regeling van de nieuwe rechtsorde met Suriname en de Antillen, van 1952 tot 1954 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Rotterdam-Rijn pijpleiding (geaffilieerd aan Koninklijke Shell) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Nederlandsche Gasunie |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Rotterdamsche Scheepshypotheekbank |
| - | |
Bracht in 1935 de wet tot regeling van de surséance van betaling tot stand. Hierdoor is niet langer het vooruitzicht op algehele betaling der schuldeisers geboden. Voldoende is de verklaring dat niet blijkt, dat bevrediging der crediteuren na verloop niet te verwachten is. De schuldenaren kan degenen die vorderingen hebben een akkoord aanbieden. Tijdens de surséance worden door de rechtbank één of meer bewindvoerders benoemd, die namens de schuldenaar het beheer over diens zaken voeren. |
| - | |
Bracht in 1936 samen met de ministers De Wilde en Colijn de Wet op de weerkorpsen tot stand. Hierdoor worden organisaties van particulieren verboden, die zich richten op het deelnemen aan hetgeen tot de taak behoort van de weermacht of politie bij het handhaven van rust, veiligheid en openbare orde. Dit verbod is vooral gericht tegen de WA (Weer Afdeling) van de NSB. |
| - | |
Bracht in 1936 een wijziging van de Wet op de Burgerlijke Rechtsvordering tot stand, waardoor een regeling komt voor pro-deo procederen. Voor een verzoek daartoe is een verklaring van de burgemeester nodig. De rechter beslist over het verzoek. |
| - | |
Bracht in 1936 de Wet inzake de verkoop op afbetaling en de Wet op het afbetalingsbedrijf tot stand. Hierdoor werd de contractuele (privaatrechtelijke) verhouding tussen koper en verkoper bij koop op afbetaling geregeld en kwamen er publiekrechtelijke regels voor het afbetalingsbedrijf |
| - | |
Bracht in 1937 de wet inzake handelsagenten en handelsreizigers tot stand, waardoor de rechtspositie van deze beroepsgroepen wettelijk werd vastgelegd |
| - | |
Bracht in 1937 samen met minister Deckers de Pachtwet tot stand. Daarbij worden de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek overgeheveld naar een aparte wet. Er komt een regeling voor de verlenging van de pacht en voor de bepaling van de pachtprijzen. |
| - | |
J. Bosmans, "Schaik, Josephus Robertus Hendricus van (1882-1962)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 525 |
| - | |
J.C.F.J. van Merriënboer, "Behoedzaam, innemend, gewichtig: vice-premier Van Schaik", in: P.F. Maas en J.M.M.J. Clerx (eds.), "Het kabinet-Drees-Van Schaik. Koude Oorlog, dekolonisatie en integratie" (Parlementaire Geschiedenis van Nederland, Band C 1948-1951, dl. 3), 13-21 |
| - | |
A.W. Abspoel, "Van Binnen- en Buitenhof" (1956), 31 |