Mr. P.J. Oud

Foto Mr. P.J. Oud
Staatsman, geschiedschrijver, staatsrechtgeleerde en voorman van de VDB en de VVD. Begon zijn loopbaan als kandidaat-notaris en belastingontvanger en was al op jonge leeftijd een vooraanstaand en veelzijdig Tweede-Kamerlid van de VDB. Trad in 1933 met Marchant toe tot het crisiskabinet-Colijn. Voerde als minister van Financiën een strak bezuinigingsbeleid. Werd in 1938 burgemeester van Rotterdam. Na de oorlog korte tijd lid van de PvdA, maar voelde zich daarin toch niet thuis. Richtte met Stikker in 1948 de VVD op en werd daarvan de politieke leider. Maakte zijn partij de derde politieke groepering van het land. Sprak met een wat hoge, zachte stem, maar had in de Kamer veel gezag door zijn kennis van het staats- en parlementsrecht. Kon overig ook zeer vilein uit de hoek komen. Schreef standaardwerken over de parlementaire geschiedenis ('Honderd Jaren' en 'Het Jongste Verleden').

VDB, VVD
in de periode 1917-1963: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, partijvoorzitter, burgemeester van Rotterdam, minister van Staat

[ V ][ ^^ ]

voornamen (roepnaam)

Pieter Jacobus (Pieter)

[ V ][ ^^ ]

personalia

geboorteplaats en -datum
Purmerend, 5 december 1886

overlijdensplaats en -datum
Rotterdam, 12 augustus 1968

levensbeschouwing
Nederlands Hervormd: vrijzinnig

niet-kerkelijke levensbeschouwing
vrijmetselaar

[ V ][ ^^ ]

partij/stroming

partij(en)
-   VDB (Vrijzinnig-Democratische Bond), van 1908 tot 9 februari 1946
-   PvdA (Partij van de Arbeid), van 9 februari 1946 tot 3 oktober 1947 (schriftelijk bedankt)
-   VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie), vanaf 24 januari 1948

[ V ][ ^^ ]

loopbaan

-   kandidaat-notaris, vanaf 1907
-   surnumerair van de Registratie en Domeinen, gedetacheerd bij ministerie van Financiën, van 1909 tot november 1911
-   ontvanger bij dienstvak Registratie en Domeinen te Texel, van 29 november 1911 tot 15 april 1914
-   ontvanger bij dienstvak Registratie en Domeinen te Ommen, van 16 april 1914 tot 1921 (op non actief sinds 1917)
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Den Helder, van 28 juni 1917 tot 17 september 1918
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1918 tot 26 mei 1933
-   inspecteur van financiën (non actief), van 1921 tot 26 mei 1933
-   minister van Financiën, van 26 mei 1933 tot 23 juni 1937
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1937 tot 8 november 1938
-   fractievoorzitter VDB Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 mei 1937 tot november 1938
-   burgemeester van Rotterdam, van 15 oktober 1938 tot 10 oktober 1941 (ontslag op eigen verzoek)
-   lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 4 juli 1939 tot 1 september 1941
-   geïnterneerd te Sint-Michielsgestel, van 4 juni 1942 tot 1942 (korte tijd)
-   burgemeester van Rotterdam, van 7 mei 1945 tot 1 juni 1952 (officieel herbenoemd per 16 oktober 1946)
-   fractievoorzitter VVD Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juli 1948 tot 15 mei 1963
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 juli 1948 tot 5 juni 1963
-   buitengewoon hoogleraar staats- en administratiefrecht, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van september 1952 tot 1957

ambtstitel
-   minister van Staat, van 9 november 1963 tot 12 augustus 1968

[ V ][ ^^ ]

partijpolitieke functies

-   penningmeester BVPV (Bond van Vrijzinnige Propaganda Vereenigingen), vanaf 1908
-   propagandist VDB kiesdistrict Den Helder, van 1913 tot 1917
-   lid hoofdbestuur VDB, van 1915 tot 1919
-   secretaris VDB, van 1919 tot mei 1933
-   hoofdredacteur partijblad "De Vrijzinnige Democraat", van 1919 tot mei 1933
-   fractiesecretaris VDB Tweede Kamer der Staten-Generaal, van april 1933 tot 26 mei 1933
-   politiek leider VDB, van 18 mei 1935 tot 8 november 1938
-   lijsttrekker VDB Tweede-Kamerverkiezingen 1937
-   secretaris VDB, 1938
-   lid hoofdbestuur PvdA, van 9 februari 1946 tot 1947 (medeoprichter)
-   voorzitter Comité van Voorbereiding voor een Democratische Volkspartij, van 7 oktober 1947 tot januari 1948
-   ondervoorzitter VVD, van 28 januari 1948 tot 1949 (medeoprichter)
-   politiek leider VVD, van 28 januari 1948 tot 16 mei 1963
-   lijsttrekker VVD Tweede-Kamerverkiezingen 1948
-   voorzitter VVD, van 8 april 1949 tot 9 november 1963
-   lijsttrekker VVD Tweede-Kamerverkiezingen 1952
-   lijsttrekker VVD Tweede-Kamerverkiezingen 1956
-   lijsttrekker VVD Tweede-Kamerverkiezingen 1959

[ V ][ ^^ ]

nevenfuncties

overzicht
-   voorzitter Vereniging tot bevordering van openbaar onderwijs "Volksonderwijs" (gedurende vele jaren)
-   lid Staatscommissie onderzoek naar de bezetting en werkwijze van departementen van Algemeen Bestuur (bezuinigingscommissie-Rink), van 20 december 1920 tot 1 juli 1925
-   lid Vlootcommissie, van 1923 tot 1933
-   lid Legercommissie, omstreeks 1925 tot 1933
-   vicevoorzitter Staatscommissie inzake concentratie van scholen voor bijzonder lager onderwijs, van 4 februari 1936 tot 16 december 1936
-   lid College van Curatoren Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam, van 1938 tot 1941
-   voorzitter Provinciale Vereeniging van burgemeesters en gemeentesecretarissen in Zuid-Holland, omstreeks 1939
-   voorzitter VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), van 28 juni 1939 tot 1952 (onderbroken tijdens de oorlogsjaren)
-   ondervoorzitter Centrale Commissie voor de Statistiek, omstreeks 1939
-   lid College van Curatoren Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van 1945 tot 1952
-   voorzitter Staatscommissie inzake de gemeentefinanciën, van 18 januari 1946 tot 8 november 1954
-   lid Pensioenraad Nederlandse Hervormde Kerk, omstreeks 1946
-   voorzitter Union Internationale des Villes et Pouvoirs Locaux, van 1948 tot 1952
-   lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Van Schaik), van april 1950 tot 1953
-   voorzitter Centrale Commissie voor de Statistiek, omstreeks 1952
-   lid Staatscommissie inzake het kiesstelsel en wettelijke regeling der politieke partijen (Staatscommissie-Teulings), van februari 1953 tot december 1954
-   lid Raad van Commissarissen Van Nievelt Goudriaan
-   lid Raad van Commissarissen bankierskantoor Staal
-   lid Raad van Commissaris Noordhollandse Brandwaarborgmaatschappij van 1816
-   lid commissie van advies aan de regering inzake ministeriële verantwoordelijkheid ten opzichte van leden van het koninklijk huis, 1966 (samen met Drees)

gedelegeerde commissies
-   voorzitter vaste commissie voor de Rijksuitgaven (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1937 tot september 1938
-   lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1938 tot november 1938
-   lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juli 1948 tot juni 1963
-   voorzitter vaste commissie voor Privaat- en Strafrecht (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1953 tot september 1953
-   voorzitter vaste commissie voor Justitie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1953 tot juni 1963
-   voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Wet Beroep Administratieve Beschikkingen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 9 december 1958 tot 13 maart 1963
-   voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Provinciewet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1959 tot oktober 1961
-   voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp wijziging art. 1638w BW (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1959 tot april 1960
-   voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp Goedkeuring Verdrag inzake Staten- en Staatslozen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1960 tot juli 1962
-   voorzitter bijzondere commissie voor het wetsvoorstel wijziging van de Politiewet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1960 tot mei 1961
-   voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Rijkswet Cassatieregeling Ned. Antillen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juli 1960 tot juni 1961
-   voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Archiefwet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1961 tot mei 1962
-   voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1961 tot januari 1963
-   voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp Wijziging van de Octrooiwet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1961 tot maart 1963
-   voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp tot wijziging van som voor kosten van het regentschap (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1962 tot september 1962
-   voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp regeling toelage Eerste-Kamerleden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1962 tot november 1962
-   voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp wijziging grondwettelijke bepaling inzake kiesrechtleeftijd (Tweede Kamer der Staten-Generaal), omstreeks 1963
-   voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp Goedkeuring Benelux-Warenmerkenwet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1963 tot maart 1963
-   voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp Goedkeuring Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid schade door n.s. Savannah (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1963 tot april 1963

erefuncties, comité's van aanbeveling etc.
-   erevoorzitter VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), vanaf 1952
-   preses magnificus Bataafsch Genootschap der proefondervindelijke wijsbegeerte te Rotterdam

[ V ][ ^^ ]

opleiding

voortgezet onderwijs
-   h.b.s., "Eerste Vijfjarige Hogere Burgerschool", Keizersgracht te Amsterdam, tot 1904
-   staatsexamen, 1912

hogerberoepsonderwijs
-   notariaat te Purmerend, van 1904 tot 1907
-   studie registratie te Gorinchem, van 1907 tot 1909 (bij particulier)

academische studie
-   rechtswetenschap (gepromoveerd op stellingen) Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van 1912 tot 10 juli 1917

[ V ][ ^^ ]

activiteiten

als parlementariër
-   Financieel woordvoerder van de VDB-Tweede-Kamerfractie. Hield zich verder onder meer bezig met onderwijs, militaire aangelegenheden en marine
-   Interpelleerde in 1919 minister Bijleveld over het personeelsvraagstuk bij de marine
-   Interpelleerde in 1920 minister De Vries over de onzekerheid op belastinggebied, ontstaan door de verklaringen van de Minister van Financiën
-   Interpelleerde in 1925 minister Van Swaaij over de reorganisatie van het Staatsbedrijf der P.T.T.
-   Interpelleerde in 1926 minister Van der Vegte over de ramp met de loodsschoener "Terschelling II" op 25 november 1925
-   Interpelleerde in 1931 minister Ruijs de Beerenbrouck over de uitvoering van de Tarwewet
-   Interpelleerde in 1932 minister Terpstra over de voornemens van de regering met betrekking tot het stichten van scholen in de Wieringermeer
-   Het overnemen door de regering van een door hem ingediend amendement op het wetsvoorstel inzake de Soevereiniteitsoverdacht Indonesië (over het zelfbeschikkingsrecht van minderheden) zorgde ervoor dat de VVD vóór stemde en dat het voorstel een tweederde meerderheid kreeg
-   Hield zich als VVD-Kamerlid vooral bezig met justitiële en staats- en bestuursrechtelijke onderwerpen. Voerde onder meer ook het woord bij de behandeling van het wetsvoorstel inzake de AOW.
-   Als oudste in jaren verschillende malen fungerend voorzitter van de Tweede Kamer

opvallend stemgedrag
-   Stemde in 1925 als enige van zijn fractie vóór het initiatiefvoorstel-Westerman over invoering van Frans in het lager onderwijs
-   Behoorde in 1960 tot de minderheid van zijn fractie die tegen een door Blaisse en Berkhouwer ingediend, maar verworpen amendement stemde om de maximumprijs van de voetbaltoto te verhogen van f 25.000,- naar f 50.000,-.

als bewindspersoon (beleidsmatig)
-   Had een groot aandeel in de bezuinigingspolitiek ('aanpassingspolitiek') van de kabinetten-Colijn, nadat zich op de begrotingen voor 1934 en 1935 ernstige tekorten hadden voorgedaan. Was verantwoordelijk voor het besluit om de crisisuitgaven (met uitzondering van de landbouw) ten laste te laten komen van de gewone begroting. Om te trachten het evenwicht op de begroting te herstellen, werden bezuinigingen doorgevoerd bij onder meer onderwijs, de gemeenten, de ambtenarensalarissen en wegenaanleg. Verder werden enkele accijnzen verhoogd en kwam er een crisisinkomstenbelasting. Voerde in 1933 tevens een belasting in op vermogen in de dode hand (bijvoorbeeld bij Stichtingen en andere rechtspersonen, maar ook kerkgenootschappen).
-   Maakte in 1935 een einde aan de paleis-stadhuiskwestie rond het Paleis op de Dam in Amsterdam. Amsterdam deed afstand van het Paleis als stadhuis en het Rijk geeft de stad een bijdrage van f 10 miljoen voor de bouw van een nieuw stadhuis.
-   Zijn wetsvoorstel om in plaats van een uit drie personen bestaande Algemene Rekenkamer om te vormen een eenhoofdige Rekenkamer werd in 1935 door de Tweede Kamer verworpen
-   Diende in 1935 een wetsvoorstel in tot vermindering van de uitgaven met f 77 miljoen (de 'Bezuinigingswet 1935'). Deze wet werd, na een tussentijdse crisis, aanvaard. De wet leidde onder meer tot verlaging van de salarissen van ambtenaren, invoering van een capitulantenstelsel bij defensie (onderofficieren gaan na enkele jaren over naar de burgerlijke overheid) en invoering van een ander financieringsstelsel van de ouderdomsverzekering.
-   Verdedigde tot 27 september 1936 handhaving van de Gouden Standaard. Nadat op die dag tot devaluatie was overgegaan van de gulden, sloot hij voor twee dagen de beurs (dit werd uiteindelijk anderhalve dag). Er kwam een egalisatiefonds om de koers van de gulden te kunnen beïnvloeden en er kwam een uitvoerverbod op goud.

als bewindspersoon (wetgeving)
-   Bracht in 1933 de Omzetbelastingwet 1933 tot stand, waarbij omzetbelasting werd geheven volgens een stelsel van eenmalige heffing bij levering van goederen door fabrikanten en bij invoer.
-   Bracht in 1934 de Tariefmachtigingswet tot stand. Deze bepaalde dat een tariefsverhoging direct na indiening bij de Staten-Generaal voorlopig in werking kon treden. Daarnaast kon het invoerrecht voor bepaalde goederen worden gewijzigd onder voorwaarde dat direct daarna een wetsvoorstel tot bekrachtiging daarvan werd ingediend.
-   Bracht in 1936 samen met Colijn een wet tot stand tot instelling van een Defensiefonds van f 53 miljoen om de materiële achterstand bij defensie versneld in te kunnen halen.

[ V ][ ^^ ]

wetenswaardigheden

algemeen
-   Hoewel hij zich in de bezettingstijd als burgemeester aanvankelijk coöperatief opstelde, vielen NSB'ers hem bruut lastig. In het voorjaar van 1941 knevelden een twaalftal N.S.B.'ers hem in zijn kamer op het stadhuis en hingen hem quasi vrijmetselaarsregalia om. Dat fotografeerden zij. Kort hierop vertrok hij als burgemeester. Hij hield zich afzijdig van de illegaliteit en schreef een aantal belangrijke boeken (onder meer "Het jongste verleden").
-   De weigering van het PvdA-partijbestuur om hem in 1946 op de kandidatenlijst voor de Eerste Kamer te zetten, was één van de redenen voor de breuk met die partij. Vond ook de koers van de PvdA te socialistisch en richtte daarom met anderen (onder wie Stikker en Korthals) de VVD op.
-   In december 1946 mede-oprichter van het Comité Rijkseenheid
-   Kwam in 1950/1951 in conflict met zijn partijgenoot Stikker (minister van Buitenlandse Zaken) over het beleid inzake Nieuw-Guinea en de relatie met Indonesië
-   Kwam in 1959 en 1962 in conflict met Van Riel (fractieleider in de Eerste Kamer) omdat Oud weigerde Van Riel voor te dragen als minister en omdat Van Riel voor het aftreden van VVD-minister Visser was en Oud daar tegen
-   Was in 1966 mede-auteur van de "Proeve van een nieuwe Grondwet"

uit de privé-sfeer
-   Zijn vader was tabaks-, wijn- en effectenhandelaar en wethouder van Purmerend
-   Broer van de architect J.J.P. Oud

anekdotes
-   Beschikte over een formidabel geheugen. Tijdens debatten kon hij dan opmerken: "U zegt dat nu wel, maar acht jaar geleden zei u heel iets anders."
-   De familie Oud wilde zijn overlijden pas na zijn uitvaart bekend maken. Zijn huisarts, die dat niet wist, vertelde 's avonds aan een patiënt dat er zoveel zieken waren en dat 'ook meneer Oud die middag was overleden'. Toen de vader van de patiënte, een Rotterdamse journalist, dat hoorde alarmeerde hij zijn redactie, waardoor de socialistische krant 'Het Vrije Volk' de volgende ochtend als enige de dood van Oud kon melden en een groot In Memoriam kon publiceren.

verkiezingen
-   Versloeg in mei 1917 bij tussentijdse verkiezingen in het kiesdistrict Den Helder A.P. Staalman (cdp) en na herstemming de Thomassen (sdap), de vader van de latere burgemeester van Rotterdam). Kon geen zitting nemen in verband met de Kamerontbinding.
-   Versloeg in juni 1917 bij de algemene verkiezingen A.P. Staalman (cdp)
-   Werd in 1918 met voorkeurstemmen gekozen, vooral dankzij een kleine 5000 stemmen in de kieskring Den Helder

niet-aanvaarde politieke functies
-   minister van Financiën, augustus 1939 (tijdens de formatie-De Geer)
-   burgemeester van Amsterdam, 1945

woonplaats(en)/adres(sen)
-   Purmerend, van 1886 tot 1906
-   Gorinchem, van 1906 tot 1909
-   Ommen, van 1909 tot 1917
-   's-Gravenhage, Antonie Hensiusstraat 87, vanaf 1917 (nog in 1932)
-   's-Gravenhage, Van Aerssenstraat 9, omstreeks 1937
-   Rotterdam, Hoflaan 71, van 1938 tot 1952
-   Rotterdam, Willemsplein 11b, van 1952 tot 1968

ridderorden
-   Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 augustus 1925
-   Grootkruis Orde van Oranje-Nassau, 21 juni 1957

verenigingen, sociëteiten, genootschappen
-   lid Bond van Vrijzinnige Propaganda Vereenigingen te Gorinchem tot 1908 (jongerenorganisatie van vrijzinnigen)
-   lid vrijmetselaarsloge "Union Royale" te 's-Gravenhage, vanaf 1911
-   lid vrijmetselaarsloge "Willem Frederik Karel" te Den Helder, vanaf 1912
-   lid V.P.R.O. (Vrijzinnig-Protestantse Radio Omroep)
-   lid Nederlandsche beweging "Eenheid Door Democratie", vanaf 1935
-   lid Nationaal Comité Handhaving Rijkseenheid, van 14 december 1946 tot 1948

militaire dienst
-   sergeant zevende regiment infanterie te Amsterdam, van 1914 tot 1916 (tijdens mobilisatie)

[ V ][ ^^ ]

publicaties/bronnen

publicaties
-   "Om de Democratie" (1929)
-   "Het jongste verleden: Parlementaire geschiedenis van Nederland, 1918-1940" (1946)
-   "Honderd jaren: Hoofdzaken der Nederlandsche staatkundige geschiedenis, 1840-1940"
-   "Het constitutionele recht van het Koninkrijk der Nederlanden" (2 delen (1947, suppl 1953))

literatuur/documentatie
-   N. Arkema e.a., "Mr. P.J. Oud gezien door tijdgenoten" (1951)
-   A.W. Abspoel, "Van Binnen- en Buitenhof" (1956), 24
-   H.J.L. Vonhoff, "Bewegend verleden, een biografische visie op prof.mr. P.J. Oud" (1969)
-   J.L., Heldring, "Oud, Pieter Jacobus (1886-1968)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 436
-   H.J.L. Vonhoff, "P.J. Oud - De vroege laatbloeier", in: W.J.A. van den Berg e.a. (red.), "Kopstukken van de VVD. 16 Biografische schetsen" (1988), 20
-   G.W.B. Borrie, "Het leven als een te voltooien bouwwerk. Vijf portetten van Vrijmetselaren" (2001)
-   Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
-   Wie is dat? 1938, 1956

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

[ V ][ ^^ ]

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd, 8 februari 1912

naam echtgeno(o)t(e)/partner
J.C. Fischer, Johanna Cornelia

kinderen
1 zoon

naam vader
H.C. Oud, Hendrik Cornelis

geboorteplaats en/of -datum vader
Purmerend, 1861

naam moeder
N.Th. Janszen, Neeltje Theodora

geboorteplaats en/of -datum moeder
Utrecht, 1864

broers en zusters
2 broers

beroep grootvader (vaderskant)
tabakshandelaar



Gegevens hebben - zeker voor wat het recente verleden betreft - vooral betrekking op de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief was. (Gemotiveerde) aanvullingen of correcties ontvangen wij graag. U kunt hiervoor de "reageer-knop" gebruiken.


personalia
partij/stroming
loopbaan
partijpolitieke functies
nevenfuncties
opleiding
activiteiten
wetenswaardigheden
publicaties/bronnen
familie/gezin
Nieuws
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route