| - | |
priester R.K.-kerk, bisdom Roermond, vanaf 26 maart 1887 |
| - | |
leraar staatshuishoudkunde, R.K. Hogere Burgerschool en Gymnasium te Rolduc (Kerkrade), van 1889 tot 1909 |
| - | |
leraar zedelijke wijsbegeerte, Klein-Seminarie te Rolduc (Kerkrade), van 1888 tot 1909 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Venlo, van 13 november 1896 tot 16 september 1913 |
| - | |
fractievoorzitter Rooms-Katholieken (na 1926 RKSP) Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 februari 1910 tot 27 augustus 1931 |
| - | |
buitengewoon hoogleraar arbeidswetgeving, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van 13 mei 1909 tot 1926 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Venlo, van 3 oktober 1913 tot 17 september 1918 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1918 tot 27 augustus 1931 |
| - | |
lid Mijnraad, van 1902 tot 1913 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake reorganisatie van het onderwijs (Ineenschakelingscommissie-Woltjer), van 21 maart 1903 tot 25 april 1910 |
| - | |
voorzitter Nederlandse Werkloosheidsraad |
| - | |
voorzitter Vereniging tot Wettelijke Bescherming van de Arbeiders |
| - | |
lid Voogdijraad te Maastricht, vanaf 1 december 1905 |
| - | |
lid Centrale Commissie voor de Statistiek, omstreeks 1908 en nog in 1928 |
| - | |
lid College van Curatoren Technische Hogeschool te Delft, van 1 maart 1909 tot 27 augustus 1931 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Heemskerk), van 2 mei 1910 tot 15 mei 1912 |
| - | |
voorzitter Mijnraad, van 1913 tot 27 augustus 1931 |
| - | |
geheim kamerheer Z.H. paus Pius X |
| - | |
lid Staatscommissie voor het onderwijs (Staatscommissie-Bos), van 31 december 1913 tot 11 oktober 1916 |
| - | |
lid Werkloosheidscommissie, omstreeks 1914 |
| - | |
lid commissie van uitvoering Koninklijk Nationaal Steuncomité, vanaf 22 augustus 1914 |
| - | |
lid secretariaat commissie van uitvoering Koninklijk Nationaal Steuncomité, vanaf 22 augustus 1914 |
| - | |
pronotarius apostolicus, vanaf 1916 |
| - | |
voorzitter Commissie van advies voor de Werkloosheidsverzekering, van 1917 tot 27 augustus 1931 |
| - | |
kabinetsformateur, van 13 juli 1918 tot 19 augustus 1918 |
| - | |
buitengewoon lid Centrale Gezondheidsraad, omstreeks 1919 |
| - | |
lid en plaatsvervangend voorzitter Hoge Raad van Arbeid, van januari 1920 tot 27 augustus 1931 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie inzake het Socialisatie-vraagstuk, van 11 maart 1920 tot 2 april 1927 |
| - | |
voorzitter Nederlandse delegatie naar de jaarlijkse Internationale arbeidsconferenties te Genève, van 1920 tot 27 augustus 1931 |
| - | |
lid en voorzitter Commissie ex art. 25 Werkloosheidsbesluit 1917, omstreeks 1922 |
| - | |
lid Nationaal Steuncomité tot leniging van de nood (stormramp in de Achterhoek), 1925 |
| - | |
lid Rijkscommissie van Bijstand voor het Woordenboek der Nederlandse taal, omstreeks 1926 |
| - | |
voorzitter achtste Internationale arbeidsconferentie te Genève, 1926 |
| - | |
voorzitter commissie inzake het instituut van de fabrieksarts, van januari 1927 tot april 1928 |
| - | |
lid en voorzitter Rijkscommissie van advies voor werkverruiming, omstreeks 1928 |
| - | |
plaatsvervangend lid Raad van beroep voor het mijnwezen, omstreeks 1928 |
| - | |
voorzitter Commissie van Rapporteurs voor het wetsontwerp Exploitatie van Staatwege van Steenkolenmijnen in Limburg (Tweede Kamer der Staten-Generaal) tot 1901 |
| - | |
voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de wetsvoorstellen m.b.t. het stakingsverbod voor ambtenaren (Tweede Kamer der Staten-Generaal), 1903 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1903 tot februari 1904 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1906 tot februari 1907 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1908 tot november 1909 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1910 tot mei 1910 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1910 tot september 1912 |
| - | |
voorzitter Commissie van Voorbereiding voor de ontwerp-Bakkerswet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1910 tot mei 1912 |
| - | |
voorzitter Commissie van Voorbereiding voor de ontwerp-Ziekte- en Radenwet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 7 februari 1911 tot april 1913 |
| - | |
voorzitter Commissie van Voorbereiding voor de ontwerp-Invaliditeitswet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1911 tot maart 1913 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1914 tot september 1914 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1915 tot september 1915 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1915 tot november 1916 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1917 tot 1931 |
| - | |
voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de ontwerp-Arbeidswet 1919 (Tweede Kamer der Staten-Generaal), tot juli 1919 |
| - | |
voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de ontwerp-Ongevallenwet 1919 en ontwerp-Invaliditeitswet 1919 (Tweede Kamer der Staten-Generaal), tot september 1919 |
| - | |
voorzitter Commissie van Rapporteurs voor het wetsvoorstel goedkeuring Volkenbondsverdrag (Tweede Kamer der Staten-Generaal), 1919 |
| - | |
voorzitter Commissie van Rapporteurs voor het wetsvoorstel wijziging van de Ziektewet 1913 (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1928 tot april 1929 |
| - | |
Volgde in 1896 mr. J.H.L. Haffmans op als Kamerlid. Was toen met 35 jaar het jongste Kamerlid. |
| - | |
Medestander van Schaepman in de overwegend conservatieve katholieke Kamerclub |
| - | |
Werd in 1908 bij de verkiezing van ondervoorzitter van de R.K.-Kamerclub na loting verslagen door Van Vlijmen, nadat drie stemmingen geen beslissing hadden gebracht |
| - | |
Werd op 19 april 1915 door de regering op een vertrouwelijke missie naar Rome gezonden om te bezien of er mogelijkheden waren de diplomatieke bestrekkingen met de paus te herstellen in verband met diens rol bij het voorbereiden van vredesbesprekingen tussen de oorlogvoerenden |
| - | |
Had in 1918 een groot aandeel in het totstandkomen van het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck |
| - | |
Verklaarde tijdens de formatieperiode na de val van het eerste kabinet-Colijn (1925) dat alleen bij uiterste noodzaak en samen met nog een andere partij een regering van katholieken en sociaal-democraten denkbaar was |
| - | |
C.K. Elout, "De Heeren in Den Haag" (2e reeks, 1909), p.62 |
| - | |
D. Hans, "De Groote souffleur", in: "Parlementsfilm" (z.j.) |
| - | |
J.P. Gribling, "Willem Hubert Nolens 1860-1931. Uit het leven van een priester-staatsman" (1978) |
| - | |
Th. Kroon, "Nolens, portret van een groot staatsman" (1981) |
| - | |
J.P. Gribling, "Nolens, Willem Hubert (1860-1931)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 425 |
| - | |
L. Winkeler, "Nolens, Willem Hubert", in: "Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging van Nederland", deel VII, 150 |
| - | |
J.J. Lindner, "Willem Hubert Nolens. De machtigste souffleur van het land", in: P. Brill (red.), "Kopstukken van het laagland. Een eeuw Nederland in honderd portretten" (1999) |
| - | |
P.J. Oud, "Het Jongste Verleden", deel I, 23-25 |
| - | |
"Het Vaderland" en "Het Centrum", 28 aug. 1931 |
| - | |
Onze Afgevaardigden, 1897, 1901, 1905, 1909, 1913 |