| - | |
landeigenaar |
| - | |
gemeentesecretaris en -ontvanger te Duiven |
| - | |
lid Provinciale Staten van Gelderland voor de landelijke stand (Doesburg), van 8 juli 1830 tot september 1848 |
| - | |
districtscommissaris district Doesburg en Zevenaar, van 1842 tot 1850 |
| - | |
buitengewoon lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Gelderland, van 21 september 1848 tot 7 oktober 1848 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Doetinchem, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Nijmegen, van 7 oktober 1850 tot 26 april 1853 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Nijmegen, van 14 juni 1853 tot 1 oktober 1866 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Nijmegen, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Nijmegen, van 25 februari 1868 tot 5 mei 1875 |
| - | |
Voerde als lid van de Dubbele Kamer in 1848 het woord bij de algemene beschouwingen over de Grondwetsherziening. Stemde vóór alle voorstellen. |
| - | |
Sprak veelvuldig in de Kamer over uiteenlopende onderwerpen |
| - | |
Diende in 1854 met Storm van 's-Gravesande en Van Akerlaken een initiatiefwetsvoorstel in tot afschaffing van de accijns op gemalen rogge; dit voorstel werd later ingetrokken |
| - | |
Interpelleerde in 1854 minister Van Reenen over de toestand van de IJssel |
| - | |
Diende in 1857 met acht anderen een initiatiefwetsvoorstel in tot afschaffing van de accijns op geslacht; dit voorstel werd later ingetrokken |
| - | |
Stemde in 1857 tegen de ontwerp-Wet op het lager onderwijs van Van Rappard |
| - | |
Diende in 1858 met acht anderen een initiatiefwetsvoorstel in tot amortisatie van de staatsschuld; dit voorstel werd later ingetrokken |
| - | |
Behoorde in 1860 tot de conservatieve minderheid die vóór de begroting van Koloniën van minister Rochussen stemde |
| - | |
Stemde in 1868 tegen de motie-Blussé van Oud-Alblas |
| - | |
Versloeg in 1848 J.Th.H. Nedermeijer ridder Rosenthal na herstemming |
| - | |
Versloeg in 1850 onder anderen J.W. Losecraat Vermeer, W. baron van Lynden en jhr. C.E.J.F. van Nispen van Pannerden |
| - | |
Versloeg in 1853 W. baron van Lynden, jhr. C.E.J.F. van Nispen van Pannerden en J. Rau van Gameren |
| - | |
Versloeg in 1854 C.G. van Sandick |
| - | |
Werd in 1858 bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen |
| - | |
Versloeg in 1862 W.C.C. Sassen |
| - | |
Versloeg in 1866 W.J. Triebels |
| - | |
Werd in 1866 bij de algemene verkiezingen samen met C.J. Heydenrijck met circa 80 procent van de stemmen gekozen |
| - | |
Werd in 1868 bij de algemene verkiezingen samen met C.J. Heydenrijck met circa 75 procent van de stemmen gekozen |
| - | |
Versloeg in 1871 W.J. Triebels |