| - | |
advocaat te Nijmegen, van 1862 tot 1865 |
| - | |
substituut-griffier Arrondissementsrechtbannk te Zutphen, van 1865 tot februari 1868 |
| - | |
substituut-Officier van Justitie te Zutphen, van 4 februari 1868 tot maart 1873 |
| - | |
rechter Arrondissementsrechtbank te Zutphen, van 7 maart 1873 tot 19 april 1888 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amersfoort, van 2 mei 1876 tot 15 mei 1877 (benoemd tot arrondissementsrechter na inwerkingtreding van de nieuwe Wet op de rechterlijke indeling) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amersfoort, van 15 juni 1877 tot 11 oktober 1884 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amersfoort, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 |
| - | |
voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 november 1884 tot 18 september 1885 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Utrecht, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Utrecht, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken, van 20 april 1888 tot 24 februari 1890 |
| - | |
voorzitter van de ministerraad, van 20 april 1888 tot 21 augustus 1891 (formeel tijdelijk) |
| - | |
minister van Koloniën, van 24 februari 1890 tot 21 augustus 1891 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Kampen, van 18 mei 1892 tot 20 maart 1894 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Kampen, van 16 mei 1894 tot 19 september 1905 |
| - | |
voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1901 tot 19 september 1905 |
| - | |
lid Raad van State, van 6 juni 1907 tot 13 november 1909 |
| - | |
lid Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1881 tot september 1884 |
| - | |
lid Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1886 tot april 1888 |
| - | |
voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de ontwerp-Kieswet (voorstel-Tak) (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1893 tot februari 1894 |
| - | |
lid Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1897 tot september 1901 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1897 tot november 1897 (voorzitter vijfde afdeling) |
| - | |
voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de ontwerp-Indische Mijnwet (Tweede Kamer der Staten-Generaal) tot oktober 1898 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1898 tot september 1898 (voorzitter eerste afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1900 tot februari 1901 (resp. voorzitter derde en eerste afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1901 tot juni 1901 (voorzitter tweede afdeling) |
| - | |
Werd in 1884 met 41 van de 82 stemmen tot voorzitter gekozen en in 1885 met 41 tegen 42 stemmen verslagen door E. Cremers |
| - | |
Werd in 1885 en 1886 als tweede op de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap gezet |
| - | |
In het vroege voorjaar van 1889 moest hij de Kamers mededelen, dat de minister van Justitie en hij zich er persoonlijk van hadden overtuigd, dat de Koning buiten staat was geraakt de regering waar te nemen, waarna de Raad van State gedurende een maand het koninklijk gezag waarnam. In het najaar van 1890 deed zich het zelfde geval voor. |
| - | |
Ondertekende in 1894 met negen andere antirevolutionaire Tweede Kamerleden een manifest waarin zij zich keerden tegen Taks kiesrechtvoorstel |
| - | |
Maakte na 1894 geen deel uit van de officiële A.R.-Kamerclub |
| - | |
Adviseerde in 1901 - daartoe uitgenodigd - de koningin om Kuyper met de kabinetsformatie te belasten. Zag zelf af voor de formatie of van een ministerschap vanwege de gezondheid van zijn echtgenote. Verbleef om die reden in de zomer van 1901 ook geregeld in kuroord Teplitz (Teplice). |
| - | |
Versloeg in 1876 bij tussentijdse verkiezingen W.H. de Beaufort (lib.) |
| - | |
Versloeg in 1877 W. baron van Goltstein (cons.) |
| - | |
Versloeg in 1881 K.W. van Gorkum (lib.) |
| - | |
Versloeg in 1884 de liberalen W.H. de Beaufort en K.W. van Gorkum |
| - | |
Werd in 1886 gekozen in de districten Utrecht en Amersfoort en nam zitting voor Utrecht. Versloeg in Utrecht de liberalen J. Röell en W.J. Roijaards van den Ham en in Amersfoort J.E. Huydecoper en F.A.R.A. van Ittersum. |
| - | |
Versloeg in 1887 de liberalen W.J. Roijaards van den Ham en J. Duyvis |
| - | |
Werd in december 1891 in het district Tiel verslagen door M. Tydeman (lib.) |
| - | |
Versloeg in 1892 in het district Kampen jhr. E. van Weede van Dijkveld (lib.) |
| - | |
Versloeg in 1894 H. Goeman Borgesius (ul) |
| - | |
Versloeg in 1897 B. Cuperus (lib.) |
| - | |
Versloeg in 1901 F.O. van der Dussen (lib.) |
| - | |
F. Netscher, "In en om de Tweede Kamer. Parlementaire portretten en schetsen" (1889) |
| - | |
A.F. de Savornin Lohman, "Levensbericht van Mr. Æneas baron Mackay", Levensberichten der afgestorven medeleden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde (Leiden 1911) 105-126 |
| - | |
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel V, 334 |
| - | |
W.F. de Gaay Fortman, "Mr. Æneas baron Mackay: de eerste antirevolutionaire minister-president, in: C. Bremmer (red.), "Personen en momenten uit de geschiedenis van de Anti-Revolutionaire Partij (Franeker 1980) 35-41 |
| - | |
Onze Afgevaardigden, 1897 en 1901 |