| - | |
advocaat te Dordrecht, vanaf 1832 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Zuid-Holland voor de steden (Dordrecht), van 4 juli 1848 tot 15 september 1848 |
| - | |
buitengewoon lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Zuid-Holland, van 15 september 1848 tot 6 oktober 1848 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Dordrecht, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Dordrecht, van 7 oktober 1850 tot 13 mei 1852 |
| - | |
burgemeester en gemeentesecretaris van Dordrecht, van 12 april 1852 tot 1 augustus 1856 |
| - | |
lid gemeenteraad van Dordrecht, van 1852 tot 1856 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Zuid-Holland voor het kiesdistrict Dordrecht, van 5 juli 1853 tot 23 augustus 1853 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Zuid-Holland, van 23 augustus 1853 tot 15 september 1856 |
| - | |
minister van Marine, van 1 augustus 1856 tot 14 maart 1861 |
| - | |
minister van Financiën ad interim, van 23 februari 1861 tot 14 maart 1861 (na het aftreden van minister Van Hall) |
| - | |
minister van Koloniën ad interim, van 1 januari 1861 tot 9 januari 1861 (na het aftreden van minister Rochussen) |
| - | |
Voerde als lid van de Dubbele Kamer het woord bij de algemene beschouwingen over de Grondwetsherziening en bij de behandelingen van de hoofdstukken IV (Prov. Staten en Gemeentebesturen) en IX (Waterstaat) |
| - | |
Stemde vóór alle voorstellen tot Grondwetsherziening |
| - | |
Sprak in de Tweede Kamer over uiteenlopende onderwerpen (kiesrecht, binnenlands bestuur, muntwezen, handel, jacht en visserij) |
| - | |
Interpelleerde in 1849 minister De Kempenaer over het combineren van het Tweede-Kamerlidschap en burgemeesterschap |
| - | |
Sprak als Eerste-Kamerlid onder meer bij ontwerpen op defensiegebied en op het terrein van het binnenlands bestuur (o.a. armwezen) |