| - | |
ingenieur Nauwkeurigheidswaterpassing, van 1875 tot 1876 |
| - | |
buitengewoon opzichter Staatsspoorwegen, van 1876 tot 1877 |
| - | |
buitengewoon opzichter Rijkswaterstaat te Zwolle, van 1877 tot 1878 |
| - | |
buitengewoon opzichter belast met beheer van de grote rivieren, Rijkswaterstaat (te 's-Gravenhage), van 1879 tot 1881 |
| - | |
ingenieur Rijkscommissie van graadmeting en waterpassing, vanaf 1881 |
| - | |
chef waterpassing te Leiden, van 1881 tot 1883 |
| - | |
ingenieur waterschap "De Schipbeek" te Deventer, van 1883 tot 1885 |
| - | |
repetitor te Delft, van 1886 tot 1 oktober 1886 |
| - | |
ingenieur Zuiderzeevereniging, van 1 oktober 1886 tot 1887 |
| - | |
chef technisch onderzoek, Zuiderzeevereniging, van 1887 tot 1891 |
| - | |
minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 21 augustus 1891 tot 9 mei 1894 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 27 juli 1897 (voor het kiesdistrict Lochem) |
| - | |
minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 27 juli 1897 tot 1 augustus 1901 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1897 tot 17 september 1901 (voor het kiesdistrict Lochem) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1901 tot 16 augustus 1902 (voor het kiesdistrict Amsterdam IX) |
| - | |
lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 4 februari 1902 tot 9 september 1902 |
| - | |
Gouverneur van Suriname, van 4 oktober 1902 tot 12 september 1905 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 december 1905 tot 21 september 1909 (voor het kiesdistrict Amsterdam II) |
| - | |
lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 22 april 1908 tot 29 augustus 1913 |
| - | |
wethouder (van plaatselijke werken en eigendommen en vissershaven) van 's-Gravenhage, van 22 april 1908 tot 29 augustus 1913 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 21 december 1909 tot september 1910 (voor het kiesdistrict 's-Gravenhage) |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1910 tot 29 augustus 1913 (voor Friesland) |
| - | |
minister van Waterstaat, van 29 augustus 1913 tot 13 september 1918 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1918 tot 25 juli 1922 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie onderzoek afsluiting en drooglegging Zuiderzee, van 1892 tot 1894 |
| - | |
Nederlands lid Internationale commissie van het Suezkanaal |
| - | |
lid Staatscommissie inzake de approviandering der stelling van Amsterdam, 1904 |
| - | |
voorzitter curatorium KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut) te De Bilt, van 1906 tot 1913 |
| - | |
lid Staatscommissie voor de Waterstaatswetgeving, van 1907 tot augustus 1913 |
| - | |
voorzitter Mijnraad, van 1908 tot 1913 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake de werkloosheid (Staatscommissie-Treub), van 23 oktober 1909 tot juni 1914 |
| - | |
regeringsgedelegeerde te Barcelona |
| - | |
voorzitter Koninklijk Instituut voor Ingenieurs |
| - | |
buitengewoon lid Centrale gezondheidsraad |
| - | |
voorzitter Staatscommissie tot onderzoek van het spoorongeval nabij Weesp op 13 september 1918 |
| - | |
voorzitter Zuiderzeeraad, van 31 maart 1919 tot 22 januari 1929 |
| - | |
lid Staatscommissie kostenbesparing Hoger Onderwijs (Staatscommissie-Colijn/Lorentz), van 24 februari 1923 tot juli 1924 |
| - | |
lid/voorzitter Commissie van toezicht op de Rijks Geologische Dienst, omstreeks 1926 |
| - | |
voorzitter College van Curatoren Technische Hogeschool te Delft, van 15 september 1927 tot 22 januari 1929 |
| - | |
lid Radioraad, van 1 januari 1929 tot 22 januari 1929 |
| - | |
voorzitter commissie van rapporteurs inzake de ontwerp-Stoomwet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1895 tot 1896 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1895 tot februari 1896 (voorzitter eerste afdeling) |
| - | |
(tijdelijk) secretaris van de ministerraad, van 27 juli 1897 tot 31 juli 1901 |
| - | |
lid Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1906 tot september 1909 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1906 tot april 1907 (resp. voorzitter eerste en vijfde afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1907 tot november 1907 (voorzitter tweede afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1909 tot april 1909 (voorzitter tweede afdeling) |
| - | |
(tijdelijk) ondervoorzitter van de ministerraad, van 29 augustus 1913 tot 13 september 1918 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1918 tot december 1918 (voorzitter derde afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1920 tot april 1920 (voorzitter eerste afdeling) |
| - | |
Bracht in 1892 een wet tot verbetering van de Berkel, de Schipbeek en de Regge tot stand |
| - | |
Bracht in 1899 een wet tot verbetering van het Noordzeekanaal tot stand |
| - | |
Bracht in 1899 de wet tot aanleg van een vissershaven in Scheveningen tot stand |
| - | |
Bracht in 1899 samen met minister Goeman Borgesius de Belemmeringenwet verordeningen tot stand. Op basis van deze wet kon voor de uitvoering van openbare werken ontheffing worden verleend van gemeente- of waterschapsverordeningen. Het moest dan wel gaan om werken waarvan het algemeen nut was erkend. Bij weigering was verlening van ontheffing door G.S. mogelijk. |
| - | |
Bracht in 1900 de Waterstaatswet tot stand, die regels bevatte over het waterstaatsbestuur, over het beheer en onderhoud van waterstaatswerken en over het voorkomen van overstromingen |
| - | |
Bracht in 1900 de Locaal- en Tramwegwet tot stand, die het gebruik van spoorwegen waarop met beperkte snelheid werd vervoerd, werd geregeld. Voor aanleg van een locaalspoorweg, stadsspoorweg of tramweg en voor de uitoefening van de dienst daarop was een concessie vereist. |
| - | |
Bracht in 1901 samen met Cort van der Linden de Ongevallenwet tot stand. Door deze wet konden arbeiders en werkgevers zich gezamenlijk verzekeren tegen ongevallen. De werkgevers konden daartoe onder toezicht van de Rijksverzekeringsbank bedrijfsverenigingen oprichten of de verzekering overdragen op een particuliere maatschappij. Een eerste voorstel werd in 1900 door de Eerste Kamer verworpen vanwege het in de ogen van de meerderheid te centralistische karakter van de uitvoeringsorganisatie. |
| - | |
Bracht in 1901 de Wet tot exploitatie van Staatswege van steenkolenmijnen tot stand. Hierdoor werd de winning van kolen in Limburg sterk gestimuleerd. |
| - | |
Bracht in 1901 de Phosphorluciferwet tot stand, die de vervaardiging van lucifers met witte phosphor verbood en beperkingen stelde aan de verkoop ervan |
| - | |
Bracht in 1901 een wet tot stand waardoor de Velservoetbrug over het Noordzeekanaal werd vervangen door een veerpont |
| - | |
Bracht in 1913 met minister Bertling een wet tot stand waarbij de Posterijen, Telegrafie en Telefonie werden aangewezen als Staatsbedrijf. |
| - | |
Bracht in 1915 een wet inzake het Maas-Waal-kanaal tot stand |
| - | |
Bracht in 1916 samen met minister Van Gijn een regeling voor de postcheque- en girodienst tot stand, waarbij deze dienst aan de posterijen werd toegevoegd. Hierdoor verdwijnen de rijksbetaalmeesters. |
| - | |
Bracht in 1917 een wet inzake de kanalisatie van de Maas tot stand |
| - | |
Bracht in 1917 een wet tot verbetering van de Nieuwe Waterweg tot stand. Deze wet regelde verdere uitvoering van rijkswege van verdieping en verbreding van de vaargeul. Daaraan moesten ook direct belanghebbenden in eenderde van de kosten bijdragen. Verder kwamen voor er defensiewerken (geschut, verlichting) langs de Nieuwe Waterweg. |
| - | |
Bracht in 1917 de Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen tot stand |
| - | |
Bracht in 1918 de wet tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee (Zuiderzeewet) tot stand (Stb. 354, 14 juni 1918), die bepaalde dat de Zuiderzee zou worden afgesloten en vervolgens gedeeltelijk ingepolderd. Een eerste voorstel daartoe was door hem al in mei 1901 ingediend. Er komt een apart fonds ten behoeve van de afsluiting en inpoldering en er wordt een Zuiderzeeraad in het leven geroepen. |
| - | |
Versloeg in 1894 J. van Alphen (arp) na herstemming; derde kandidaat was E.B. Kielstra (lib./anti-takkiaan) |
| - | |
Versloeg in 1897 in het district Lochem G.J. ten Cate (arp) |
| - | |
Werd in 1897 in het kiesdistrict Den Helder na herstemming verslagen door A.P. Staalman (arp) |
| - | |
Bij de verkiezingen die nodig waren na zijn benoeming tot minister versloeg hij jhr. J.H.J. Quarles van Ufford (vrije a.r.) |
| - | |
Werd in 1901 in de districten Lochem en Amsterdam IX gekozen en nam zitting voor Amsterdam IX. Versloeg in Amsterdam IX H. Bijleveld (arp) en in Lochem jhr. H.W. van Asch van Wijck (arp). In beide gevallen na herstemming. |
| - | |
Versloeg in 1905 J.Th. de Visser (chp) na herstemming |
| - | |
Eindige in 1909 in het district Amsterdam II als derde achter J.R. Snoeck Henkemans (chu) en J. Oudegeest (sdap) |
| - | |
Zwolle, tot 20 december 1878 |
| - | |
's-Gravenhage, van 20 december 1878 tot 30 juni 1881 |
| - | |
Leiden, vanaf 30 juni 1881 |
| - | |
Delft, tot 1 augustus 1889 |
| - | |
's-Gravenhage, van 1 augustus 1889 tot 11 september 1902 |
| - | |
Paramaribo, van 11 september 1902 tot 17 november 1905 |
| - | |
's-Gravenhage, Nieuwe Parklaan, van 17 november 1905 tot 1910 |
| - | |
's-Gravenhage, Alexanderstraat 13, van 1910 tot 1915 |
| - | |
's-Gravenhage, Zeestraat 58, van 1915 tot 22 januari 1929 |
| - | |
K. Jansma, "Lely bedwinger der Zuiderzee" (1954) |
| - | |
W. Top, "Ingenieur Lely" (1974) |
| - | |
J.M.G. van der Poel, "Lely, Cornelis (1854-1929)", Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 331 |
| - | |
H. Strabbing, "Cornelis Lely. Bedwinger van de Zuiderzee", in: P. Brill (red.), "Kopstukken van het laagland. Een eeuw Nederland in honderd portretten" (1999) |
| - | |
W. van der Ham, "Verover mij dat land. Lely en de Zuiderzeewerken" (2007) |
| - | |
Onze Afgevaardigden, 1897, 1901 en 1905 |