Dr. A. Kuyper

Foto Dr. A. Kuyper
'Abraham de geweldige'. De grote voorman en stichter van de Anti-Revolutionaire Partij, de partij van de 'kleine luyden'. Krachtig organisator en goed spreker. Stichtte tevens het dagblad 'De Standaard', de Vrije Universiteit en de Gereformeerde Kerk. Was predikant en werd in 1874 Tweede Kamerlid, maar verliet de Kamer al na drie jaar. Keerde in 1894 echter terug en werd voorzitter van de meer democratische antirevolutionairen. Leidde in 1901-1905 een coalitiekabinet, dat vooral in de herinnering bleef voortleven door de wijze waarop werd opgetreden tegen de Spoorwegstaking in 1903 en door de ontbinding van de Eerste Kamer in 1904. Werd daarom door liberalen en socialisten krachtig bestreden. Kwam in 1908 in conflict met Heemskerk en kwam in 1909 in opspraak door de zgn. lintjesaffaire, maar werd desondanks tot zijn dood door zijn achterban als de door God gegeven leider beschouwd.

ARP, antirevolutionair
in de periode 1874-1920: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister, minister-president, minister van Staat

[ V ][ ^^ ]

voornaam (roepnaam)

Abraham (Abraham)

[ V ][ ^^ ]

personalia

geboorteplaats en -datum
Maassluis, 29 oktober 1837

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 8 november 1920

levensbeschouwing
-   Nederlands Hervormd: modern (als student)
-   Nederlands Hervormd: orthodox (vanaf omstreeks 1866)
-   Dolerend, van 1886 tot 1892
-   Gereformeerd, vanaf 1892

opmerkingen over de naam en/of titel
achternaam oorspronkelijk 'Kuijper'

[ V ][ ^^ ]

partij/stroming

stroming(en)
Takkiaan, 1894

partij(en)
ARP (Anti-Revolutionaire Partij), vanaf 3 april 1879

[ V ][ ^^ ]

loopbaan

-   toegelaten tot de evangeliebediening, 7 mei 1862
-   predikant Nederlandse Hervormde Kerk te Beesd (Gld.), van 9 augustus 1863 tot november 1867 (bevestigd door zijn vader die daar een landstraktement genoot)
-   predikant Nederlandse Hervormde Kerk te Utrecht, van 10 november 1867 tot augustus 1870
-   predikant Nederlandse Hervormde Kerk te Amsterdam, van 7 augustus 1870 tot 16 maart 1874
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Gouda, van 20 maart 1874 tot 1 juni 1877
-   hoogleraar theologie, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 6 september 1879 tot augustus 1901
-   hoogleraar letteren, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1881 tot augustus 1901
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Sliedrecht, van 16 mei 1894 tot 31 juli 1901
-   voorzitter A.R.-Kamerclub Tweede Kamer der Staten-Generaal, van september 1894 tot 31 juli 1901
-   minister van Binnenlandse Zaken, van 31 juli 1901 tot 16 augustus 1905
-   tijdelijk voorzitter van de ministerraad, van 1 augustus 1901 tot 1 november 1901
-   voorzitter van de ministerraad, van 1 november 1901 tot 16 augustus 1905 (tijdelijk voorzitterschap omgezet in een permanent voorzitterschap)
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Ommen, van 13 november 1908 tot 18 september 1912
-   voorzitter A.R.-Kamerclub Tweede Kamer der Staten-Generaal, van november 1908 tot september 1912
-   lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Zuid-Holland, van 16 september 1913 tot 22 september 1920

ambtstitel
-   minister van Staat, van 31 augustus 1908 tot 8 november 1920

[ V ][ ^^ ]

partijpolitieke functies

-   voorzitter Centraal Comité ARP, van 1879 tot april 1905
-   politiek leider ARP, van 3 april 1879 tot 31 maart 1920
-   voorzitter Centraal Comité ARP, van april 1907 tot 31 maart 1920

[ V ][ ^^ ]

nevenfuncties

overzicht
-   redacteur "Heraut", vanaf 6 januari 1871 (schreef zelf hierin confidentie)
-   hoofdredacteur "De Standaard", Antirevolutionair dagblad voor Nederland, van 1 april 1872 tot 9 november 1920
-   voorzitter Nederlandse Journalistenkring, van 1898 tot 1901
-   kabinetsformateur, van 11 juli 1901 tot 30 juli 1901 (eindverslag gedateerd 25 juli 1901)
-   voorzitter Staatscommissie inzake de schrijfwijze der Nederlandsche taal, vanaf 4 oktober 1909
-   lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Heemskerk), van 2 mei 1910 tot 1912

gedelegeerde commissies
-   voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de ontwerp-Ongevallenwet (Tweede Kamer der Staten-Generaal) tot september 1899
-   lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1900 tot september 1900 (voorzitter derde afdeling)
-   lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1901 tot april 1901 (voorzitter tweede afdeling)
-   lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1910 tot mei 1911 (voorzitter vijfde en tweede afdeling)
-   lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1911 tot februari 1912 (voorzitter vierde afdeling)

erefuncties, comité's van aanbeveling etc.
erevoorzitter Nederlandsche Journalistenkring

[ V ][ ^^ ]

opleiding

onderwijs buiten schoolverband
huisonderwijs, bezocht geen lagere school

voortgezet onderwijs
-   gymnasium te Leiden, tot 6 september 1855

academische studie
-   letteren (kandidaats) Hogeschool te Leiden, van 16 juli 1855 tot 1 mei 1857 (summa cum laude)
-   wijsbegeerte (kandidaats) Hogeschool te Leiden, van 16 juli 1855 tot 29 april 1858 (summa cum laude)
-   theologie (gepromoveerd op dissertatie) Hogeschool te Leiden, van 16 juli 1855 tot 20 september 1862

overige opleidingen
-   colleges Arabisch, Aramees en de Fysica
-   eerste voorstel preek te Leiden, 11 januari 1862

eredoctoraten
-   eredoctoraat Universiteit van Princeton, 22 oktober 1898
-   eredoctoraat Technische Hogeschool te Delft, 8 januari 1907
-   eredoctoraat Universiteit van Leuven, 10 mei 1909

[ V ][ ^^ ]

activiteiten

als parlementariër
-   Sprak in de Tweede Kamer vóór hij minister werd vooral over onderwijs, kiesrecht, arbeid en buitenlandse zaken; enkele malen ook over koloniale zaken en justitie
-   Interpelleerde in 1874 minister Heemskerk over de onderwijskwestie
-   Stemde in 1896 tegen het kiesrechtvoorstel van Van Houten
-   Interpelleerde in 1899 minister De Beaufort over het voornemen om in Den Haag een vredesconferentie te houden, waarvoor niet de Zuid-Afrikaanse republieken waren uitgenodigd
-   Had in 1900 een belangrijk aandeel in de behandeling van de ontwerp-Ongevallenwet
-   Onttrok zich in 1912 met drie andere ARP'ers aan de stemming over Talma's ontwerp-Bakkerswet

als bewindspersoon (beleidsmatig)
-   Diende op 25 februari 1903 na de spoorwegstaking in Amsterdam, samen met Loeff en De Marez Oyens, in een vergadering van de Tweede Kamer drie wetsvoorstellen in. De wetten voeren een stakingsverbod in voor ambtenaren en voor werknemers in bepaalde sectoren (zoals de spoorwegen), stellen een Staatscommissie in die belast wordt met onderzoek naar de rechtspositie van spoorwegambtenaren en leiden tot oprichting van een spoorwegbrigade die de orde bij de spoorwegen moet bewaken. De socialisten noemden deze wetten de "Worgwetten". Ze werden door het parlement met spoed (de Eerste Kamer vergaderde op 'stille zaterdag') afgehandeld en aangenomen.
-   Stelde in maart 1903 de zgn. Ineenschakelingscommissie in. Deze Staatscommissie-Woltjer moest adviseren over een betere ineenschakeling van alle takken van onderwijs. De commissie bracht in 1910 advies uit.
-   Diende in 1903 een wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op het middelbaar onderwijs in, die onder meer ten doel had een regeling voor het beroepsonderwijs in het leven te roepen. Dit wetsvoorstel werd later ingetrokken.
-   Verleende in 1905 een extra subsidie aan het bijzonder onderwijs door een wijziging van de Lager-Onderwijswet
-   Belangrijkste benoemingen tijdens zijn ministerschap: jhr. P.J. van Swinderen (vrij-a.r., vicepresident Raad van State), J. Linthorst Homan (lib., Commissaris der Koningin in Drenthe), F.D. graaf Schimmelpenninck (vrij-a.r., Commissaris der Koningin in Utrecht), E.C. baron Sweerts de Landas Wyborgh (arp, burgemeester van 's-Gravenhage), N. de Ridder (arp, burgemeester van Leiden) en jhr. C. Röell (lib., burgemeester van Arnhem)
-   Van zijn sociale-wetgevingsprogramma kwamen alleen de Haringspeetwet 1902 en de Caissonwet 1905 tot stand. Dit zijn arbeidsomstandighedenwetten voor arbeiders in de visverwerkingsindustrie en voor het werken in tunnel-, haven- of kadewerken.

als bewindspersoon (wetgeving)
-   Bracht in 1903 een wijziging van de Gemeentewet tot stand, waarbij werd vastgelegd dat het ambt van burgemeester, secretaris of ontvanger niet door een vrouw kon worden bekleed, en waarbij voor niet-doopsgezinden de eed verplicht werd gesteld.
-   Bracht in 1904 een wijziging van de Drankwet tot stand, waardoor een stelsel van gemeentelijke vergunningen en verloven werd ingevoerd voor de verkoop van alcoholische dranken. Het aantal vergunningen voor de verkoop van sterke drank in een gemeente werd aan een maximum gebonden, dat afhankelijk was van het aantal inwoners. Alcoholhoudende dranken mochten niet zonder verlof worden verkocht, maar aan het aantal verloven was geen maximum gesteld.
-   Bracht in 1905 de Hoger-onderwijswet tot stand. Deze wet verleent aan op bijzondere hogescholen behaalde graden het 'effectus civilis', stelt de getuigschriften van bijzondere en openbare gymnasia gelijk, verheft de Polytechnische Hogeschool tot Technische Universiteit en opent de mogelijkheid voor oprichting van rijkswege van hogescholen voor landbouw en handelsonderwijs. Een eerder voorstel was in 1904 door de Eerste Kamer verworpen, waarna het kabinet die Kamer had ontbonden.
-   Bracht in 1905 een wet inzake de subsidiëring van bijzondere gymnasia tot stand. Deze moeten wel voldoen aan voorwaarden met betrekking tot het leerplan en de bevoegdheden van de leerkrachten.
-   Bracht in 1905 een wet tot stand inzake de pensioenen van leraren van gemeentelijke H.B.S.'en en middelbare meisjes-scholen

[ V ][ ^^ ]

wetenswaardigheden

algemeen
-   Correspondeerde vanaf 1864 met Groen van Prinsterer
-   Schreef in 1876-1877 het ARP-programma ('Ons Program'). Dit programma verscheen in maart 1879. Formuleerde daarin de leer van de 'antithese': de scheiding op politiek vlak tussen 'gelovigen' en 'niet-gelovigen'.
-   Nam in 1877 ontslag als Kamerlid vanwege zijn (geestelijke) gezondheid
-   Had een groot aandeel in de organisatie van het petitionnement tegen de Lager-onderwijswet van 1878
-   Richtte in 1878 een Bond van antirevolutionaire kiesvereenigingen op, waaruit in 1879 de Anti-Revolutionaire Partij ontstond
-   In 1894 kwam het rond de verkiezingen, die werden uitgeschreven na ontbinding van de Kamer, tot een conflict tussen Kuyper c.s. en Lohman c.s. over het kiesrechtvoorstel van Tak van Poortvliet. Kuyper steunde dat voorstel en Lohman niet. Na de verkiezingen werden twee afzonderlijke kamerclubs gevormd. Bij het conflict speelde ook mee dat Lohman bezwaar maakte tegen een te grote rol voor de politiek leider en vrijheid wenste voor individuele Kamerleden bij het bepalen van hun standpunten.
-   Kwam op voor de belangen van de Boeren, in de Boerenoorlog. Tegenstander van Groot-Brittannië, ook tijdens de Eerste Wereldoorlog
-   Wilde in 1901 minister worden van een nieuw in te stellen departement van Arbeid en Bedrijven. Omdat Heemskerk en Mackay Binnenlandse Zaken weigerden, besloot hij uiteindelijk toch maar zelf Binnenlandse Zaken te nemen, waaronder ook de arbeidsaangelegenheden vielen. De landbouwaangelegenheden werden overgeheveld naar Waterstaat, Handel en Nijverheid.
-   Na zijn aantreden werd in het reglement van orde van de ministerraad bepaald dat hij ook formeel als permanent voorzitter van de ministerraad zou optreden
-   In november 1905 verhinderden de conservatieven en katholieken in de Staten van Gelderland zijn verkiezing tot lid van de Eerste Kamer. Zij gaven de voorkeur aan Ae. baron Mackay, maar die aanvaardde zijn benoeming niet. Daarop werd C.M.E. van Löben Sels gekozen.
-   Kwam in november 1907 in conflict met Jhr. De Savornin Lohman over de gang van zaken bij de kandidaatstelling in het kiesdistrict Sneek. De Friese C.H. weigerde de kandidatuur van Kuyper te ondersteunen, waarop hij bedankte. In 'De Standaard' suggereerde Kuyper dat Lohman had geweigerd (tijdig) in te grijpen ten gunste van hem. Lohman brak na de beschuldiging alle vriendschap af en deze werd pas in oktober 1908 hersteld.
-   Kwam in 1908 in conflict met Heemskerk, omdat deze buiten hem om een kabinet formeerde en hem zo de kans ontnam om terug te keren als minister
-   Kwam in 1909 in opspraak door de zgn. lintjeszaak en werd mede daardoor niet opnieuw minister. Kuyper zou als minister f. 11.000,- ontvangen hebben van Rudolf Lehman voor verkiezingsdoeleinden, terwijl hij Lehman kort daarvoor had voorgedragen als Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Op 8 november 1909, tijdens het debat over het voorstel-Troelstra om hierover een enquête in te stellen, verklaarde hij niet te kwader trouw te hebben gehandeld, en sprak hij tevens de woorden "het boetekleed ontsiert den man niet". Een door hem ingestelde en door J.E.N. baron Schimmelpenninck van der Oye op zijn verzoek samengestelde ereraad, bestaande uit Jhr. P.J. van Swinderen, H.J. Kist en Jhr. A.P.C. van Karnebeek, zuiverde in juli 1910 zijn naam.
-   Nam in 1912 om gezondheidsredenen ontslag als Tweede-Kamerlid
-   Speelde in 1918 een belangrijke rol op de achtergrond bij de totstandkoming van het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck

uit de privé-sfeer
-   Kreeg een afschuw van de toenemende liberaliteit in de grote kerk en kwam onder de indruk van het gereformeerde geloof van de eenvoudige plattelandsvrouw Pietje Balthus
-   In zijn dissertatie vergeleek hij de ideeën van Calvijn met die van Johannes Laski, met sympathie voor de vrijere opvattingen van Laski.
-   Stichtte in 1872 het dagblad "De Standaard"
-   Ziek door overspanning van februari 1876 tot maart 1878
-   Streefde naar hoger onderwijs vrij van de staat, dat zou opleiden tot orthodoxe predikanten en dat de beoefening van de wetenschap in positief-christelijke zin zou bevorderen
-   Stichtte in 1880 de Vrije Universiteit te Amsterdam
-   Streed tegen de door Willem I gevestigde bestuursorganisatie van de Nederlandse Hervormde Kerk onder de centrale synode. Vond dat de kerk zelfstandig moest staan tegenover de staat.
-   Was de grote voorvechter van de orthodoxe richting van de kleine luyden
-   Diende met zijn medestanders in 1885 als ouderling in Amsterdam een wijziging van het plaatselijke kerkreglement in, waardoor het deel van de gemeente dat zich zou losmaken van de kerkelijke organisatie in het bezit van kerkelijke goederen moest blijven. Het Classicaal Bestuur schorste in januari 1886 deze 'scheurmakers'. Zij noemden zich 'dolerenden' (dat betekent klagenden), omdat zij bedroefd waren over de toestand in de Hervormde Kerk en zich wilden beklagen over hun ontnomen recht op kerkelijke goederen. De dolerenden stichtten in 1887 de Nederduitse Gereformeerde Kerken. Door het samengaan van de Nederduitse Gereformeerde Kerken en de Christelijk-Afgescheidenen ontstond in 1892 de Gereformeerde Kerken in Nederland.
-   Leed aan toenemende doofheid
-   In 1896 ontstond een conflict tussen hem en Lohman nadat de Vereniging voor Hoger Onderwijs op Gereformeerde grondslag in zaal Seinpost in Scheveningen had uitgesproken dat Lohmans opvattingen onverenigbaar waren met de grondslag van de Vrije Universiteit. Lohman nam daarop ontslag als hoogleraar.
-   Zijn vader was predikant te Hoogmade, Maassluis, Middelburg en Leiden

anekdotes
-   Toen hij in 1874 lid van de Tweede Kamer was geworden, verhuisde hij in alle stilte naar Den Haag zonder zijn vele Amsterdamse vrienden daarvan op de hoogte te stellen. Hij had altijd iets geheimzinnigs.

verkiezingen
-   Werd bij de periodieke verkiezingen in 1873 in het district Gouda verslagen door jhr. W.M. de Brauw
-   Versloeg in 1874 H.C. Verniers van der Loeff (lib.) na herstemming; in de eerste ronde vielen uit J. Heemskerk en W. van Goltstein
-   Versloeg in 1894 J.A. van Haaften (lib.) na herstemming; derde kandidaat was G.J.Th. Beelaerts van Blokland (a.r./anti-takkiaan)
-   Werd in 1894 in het district Dordrecht na herstemming verslagen door S.M.H. van Gijn (lib.)
-   Kwam in 1894 in het district Amsterdam in herstemming met onder anderen Gleichman, Pijnappel en Kerdijk, maar werd niet gekozen
-   Werd in 1897 na herstemming verslagen in het kiesdistrict Zuidhorn door G. Zijlma (lib.) en in het district Amsterdam IX door J.P.R. Tak van Poortvliet (lib.)
-   Versloeg in 1897 in het district Sliedrecht de liberaal C.B. Wisboom
-   Versloeg in 1901 in het district Sliedrecht D. de Klerk (lib.)
-   Werd in 1901 na herstemming verslagen in het kiesdistrict Amsterdam VIII door P. Nolting (vdb)
-   Werd in oktober 1908 bij tussentijdse verkiezingen gekozen in de districten Ommen en Sneek en nam zitting voor het district Ommen. Versloeg in het district Ommen Th.H. de Meester (ul) en was in het district Sneek de enige kandidaat.
-   Versloeg in 1909 in het district Ommen H.W. Teesselink (ul)
-   Werd in 1909 in het district Dordrecht na herstemming verslagen door P.J. de Kanter (ul)

niet-aanvaarde politieke functies
-   lid Tweede Kamer, augustus 1901 (in verband met zijn benoeming tot minister)

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
-   "Abraham de Geweldige"
-   "De klokkenluider van de kleine luyden"
-   "Minister voor buitenlandse reizen" (vanwege zijn volgens zijn criticasters te grote bemoeienis met het buitenlandse beleid)

woonplaats(en)/adres(sen)
-   Maassluis
-   Middelburg, Rotterdamse Kade, tot 1849
-   Leiden, Hoge Woerd 315
-   Beesd, van 1860 tot 1867
-   Utrecht, Catharijnekade, vanaf 30 oktober 1867
-   Amsterdam, Prins Hendrikkade, vanaf 1870 (nog in 1874)
-   's-Gravenhage, Kanaalstraat 5, omstreeks 1901 tot 1920 (de straat werd later omgedoopt in Dr. Kuyperstraat)

ridderorden
Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 maart 1913

relevante buitenlandse reizen
-   Zwitserland en Frankrijk, omstreeks 1876
-   Verenigde Staten, 1879
-   Middellandse zee-gebied, 1906

[ V ][ ^^ ]

publicaties/bronnen

publicaties
-   "Disquisitio historico-theologica, exhibens Johannis Calvini et Johannis à Lasco de Ecclesia Sententiarum inter se compositionem (dissertatie, 1862)
-   "Conservatisme en Orthodoxie" (1870)
-   "Het Calvinisme, oorsprong en waarborg onzer constitutionele vrijheden" (1874)
-   "Ons Program" (1879)
-   "Soevereiniteit in eigen kring" (1880)
-   "Maranatha" (1891)
-   "Het sociale vraagstuk en de Christelijke Religie" (1891)
-   "Encyclopaedie der Heilige Godgeleerdheid" (1893-1895)
-   "De Gemene Gratie" (1902-1905)
-   "Parlementaire Redevoeringen" (1908-1910)
-   "Starrentritsen" (1915)
-   "Antirevolutionaire Staatkunde" (1916-1917)
-   Zie voor een uitgebreid overzicht G. Puchinger, "Dr. A. Kuyper", in: Nederlandse Minister-Presidenten van de Twintigste Eeuw (1984)

literatuur/documentatie
-   Levensbericht door H. Colijn, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1922/3, 41
-   P. Kasteel, "Abraham Kuyper" (Kampen, 1938)
-   G. Puchinger, "Abraham Kuyper I, De jonge Kuyper 1837-1867" (Franeker, 1987)
-   J.C. Rullman, "Abraham Kuyper, Een Levensschets" (Kampen, 1928)
-   J.C. Rullman "Kuyper bibliografie 3 dln." ('s-Gravenhage 1923-1929)
-   P.A. Diepenhorst, "Dr. A. Kuyper" (Haarlem, 1931)
-   F. Van den Berg, "Abraham Kuyper" (Grand Rapids, Michigan, 1960)
-   "Briefwisseling Kuyper-Idenburg, verzorgd, ingeleid en toegelicht door J. de Bruijn en G. Puchinger" (1985)
-   J. de Bruijn, "Abraham Kuyper. Leven en werk in beeld" (Antwerpen 1987)
-   C. Augustijns (red.) "Abraham Kuyper. Zijn volksdeel, zijn invloed" (Delft, 1987)
-   G. Puchinger, "Kuijper, Abraham (1837-1920)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 328
-   J. Vree, "Abraham Kuyper als Amsterdams predikant (1870-1874)" (Amsterdam, 2000)
-   D.Th. Kuiper en G.J. Schutte, "Het kabinet-Kuyper 1901-1905" (2001)
-   H. te Velde, "Stijlen van leiderschap. Persoon en politiek van Thorbecke tot Den Uyl", 55-103 (2003)
-   J. de Bruijn, "Het boetekleed ontsiert de man niet - Abraham Kuyper en de Lintjesaffaire (1909-1910)" (Amsterdam, 2005)
-   J. Koch, "Abraham Kuyper - een biografie" (2006)
-   J. Vree, "Kuyper in de kiem. De precalvinistische periode van Abraham Kuyper 1848-1874" (2006)
-   Dagboeken en aantekeningen van Willem Hendrik de Beaufort 1874-1918, uitgegeven door J.P. de Valk en M. van Faassen, o.a. p. 1018

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

Biografisch Woordenboek(en)
-   biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
-   biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland

publicaties over en van letterkundigen
gegevens uit de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

[ V ][ ^^ ]

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Warmond, 1 juli 1863

naam echtgeno(o)t(e)/partner
J.H. Schaay, Johanna Hendrika

kinderen
5 zoons en 3 dochters

naam vader
J.F. Kuyper, Jan Frederik

naam moeder
H. Huber, Henriëtte

beroep vader
-   kantoorbediende en vertaler bij een Handelskantoor
-   predikant te Hoogmade, vanaf 1828
-   predikant te Maassluis tot 1841
-   predikant te Middelburg, van 1841 tot 1849
-   predikant te Leiden, vanaf 1849

beroep grootvader (vaderskant)
eigenaar schuiermakerij te Amsterdam

beroep grootvader (moederskant)
officier corps Zwitserse Garde



Gegevens hebben - zeker voor wat het recente verleden betreft - vooral betrekking op de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief was. (Gemotiveerde) aanvullingen of correcties ontvangen wij graag. U kunt hiervoor de "reageer-knop" gebruiken.


personalia
partij/stroming
loopbaan
partijpolitieke functies
nevenfuncties
opleiding
activiteiten
wetenswaardigheden
publicaties/bronnen
familie/gezin
Nieuws
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route