| - | |
luitenant-ter-zee der derde klasse bij de onderzeedienst te Den Helder, van 28 augustus 1934 tot 28 augustus 1936 |
| - | |
luitenant-ter-zee der tweede klasse bij de onderzeedienst te Den Helder, van 28 augustus 1936 tot 1 november 1951 |
| - | |
marineofficier op Hr.Ms. "O-24" (onder andere in Engeland), van 13 mei 1940 tot 8 april 1946 |
| - | |
medewerker Marinestaf voor onderzeedienst, vanaf 1947 |
| - | |
adjudant van de minister van Marine, van 1 juni 1948 tot 1 november 1951 |
| - | |
adjudant van de staatssecretaris van Marine, van 1 mei 1949 tot 1 november 1951 |
| - | |
gezagvoerder Hr.Ms. fregat "De Zeeuw", van 1 november 1951 tot 15 oktober 1953 |
| - | |
stafofficier bij de allied commander-in-chief channel te Portsmouth (rang: tijdelijk kapitein-luitenant ter zee), van 16 oktober 1953 tot 2 april 1955 |
| - | |
adjudant van H.M. koningin Juliana, van 2 april 1955 tot 20 mei 1958 |
| - | |
waarnemend chef-staf van de inspecteur-generaal der Marine, van 2 april 1955 tot 20 mei 1958 |
| - | |
commandant Hr.Ms. jager "Gelderland", van 1 september 1958 tot 25 juni 1959 |
| - | |
staatssecretaris van Defensie (belast met aangelegenheden betreffende Koninklijke Marine), van 25 juni 1959 tot 24 juli 1963 |
| - | |
minister van Defensie, van 24 juli 1963 tot 5 april 1967 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 februari 1967 tot 5 april 1967 |
| - | |
minister-president en minister van Algemene Zaken, van 5 april 1967 tot 6 juli 1971 |
| - | |
minister van Economische Zaken ad interim, van 7 januari 1970 tot 14 januari 1970 (na het aftreden van minister De Block) |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 17 september 1974 |
| - | |
fractievoorzitter KVP Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 17 september 1974 |
| - | |
luitenant-ter-zee der derde klasse, van 28 augustus 1934 tot 28 augustus 1936 |
| - | |
luitenant-ter-zee der tweede klasse, van 28 augustus 1936 tot 1 november 1951 |
| - | |
luitenant-ter-zee eerste klasse, van 16 augustus 1944 tot 1 juli 1954 |
| - | |
tijdelijke kapitein-luitenant-ter-zee, van 16 oktober 1953 tot 1 juli 1954 |
| - | |
kapitein-luitenant-ter-zee, van 1 juli 1954 tot 1 september 1958 |
| - | |
kapitein-ter-zee, van 1 september 1958 tot 26 juli 1963 (sinds 25 juni 1959 op non-actief) |
| - | |
adjudant in buitengewone dienst van H.M. koningin Juliana |
| - | |
kabinetsformateur, van 21 maart 1967 tot 5 april 1967 |
| - | |
voorzitter Hartcentrum te Utrecht, vanaf 1971 |
| - | |
vicevoorzitter Nederlandse Rode Kruis, vanaf 1971 |
| - | |
voorzitter Westeinde Ziekenhuis te 's-Gravenhage, vanaf 1971 |
| - | |
voorzitter Cebemo (Centrale voor bemiddeling en medefinanciering van ontwikkelingsprogramma's), van 1972 tot 12 december 1975 |
| - | |
lid bestuur Stichting Radio Nederland Wereldomroep |
| - | |
lid bestuur Stichting Katholieke Universiteit Nijmegen, vanaf 1974 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Centrale Suiker Maatschappij |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Steenkolen Handels Vereniging Holding |
| - | |
lid Raad van Commissarissen DAF (Van Doorne's Automobiel Fabrieken) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen administratiekantoor Hoogovens |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Nationale-Nederlanden |
| - | |
voorzitter Industriële Raad voor de Oceanologie, vanaf januari 1975 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Shell Nederland BV, vanaf 1 november 1975 |
| - | |
voorzitter economische missie naar Australië, 1976 |
| - | |
lid bestuur administratiekantoor Douwe Egberts, vanaf 1977 |
| - | |
lid bestuur Stichting Holland Beton Groep |
| - | |
lid Raad van Commissarissen "Het Financieele Dagblad", vanaf 1978 |
| - | |
voorzitter Comité Nationale Herdenking '40-'45, tot 1981 |
| - | |
voorzitter economische missie naar China, 1986 |
| - | |
Kenmerkte zijn regeerperiode als "passen op de winkel", waarmee hij volgens eigen zeggen bedoelde dat de fractievoorzitters van de drie confessionele partijen zich met partijpolitiek konden bezighouden, terwijl hij 'op de winkel paste'. |
| - | |
Kreeg als minister-president te maken met de gevolgen van de gezagscrisis, met name in Amsterdam. Deze crisis leidde in 1967 tot het (eervolle, maar gedwongen) ontslag van burgemeester Van Hall. Hijzelf (en niet minister Beernink) stelde Van Hall voor de keuze zelf aftreden of gedwongen eervol ontslag. |
| - | |
De buitenlandse politiek werd gekenmerkt door trouw aan het Atlantisch bondgenootschap en versterking van de Europese samenwerking. Ten aanzien van de door de Verenigde Staten gevoerde Vietnam-politiek werd een - tegen de wens van de meerderheid van de Tweede Kamer - begripvol standpunt ingenomen |
| - | |
Vorderde in 1968 na het kabinetsbesluit om de defensiebegroting met f 225 miljoen te verhogen vanwege de inval van Oostbloklanden in Tsjecho-Slowakije regeringszendtijd om dit besluit aan de bevolking uit te leggen |
| - | |
De Nederlandse samenleving had tijdens zijn kabinet te maken met veel maatschappelijke onrust. Vooral jongeren, studenten, werknemers, kunstenaars en geëmancipeerde vrouwen roerden zich. Tijdens zijn premierschap vonden onder meer de bezetting van het Maagdenhuis (1969) en de acties tegen 'Damslapers' bij het nationaal monument op de Dam in Amsterdam (1970) plaats. Verder waren er de 'Aktie Tomaat' in de kunstwereld, de oprichting van een vakbond van dienstplichtigen en de protestacties van 'Dolle Mina'. |
| - | |
Zijn kabinet wist enkele democratische hervormingen door te voeren (o.a. de Wet Universitaire Bestuurshervormingen) en een Grondwetsherziening in eerste lezing |
| - | |
In augustus 1970 kreeg het kabinet te maken met het bezoek van president Soeharto en de daarop volgende bezetting van de Indonesische ambassade in Den Haag door Zuid-Molukse jongeren. Gaf zelf leiding aan het crisisberaad en aan de (succesvolle) pogingen om de gijzeling te beëindigen. |
| - | |
De financieel-economische politiek van zijn kabinet werd bepaald door het streven naar volledige werkgelegenheid en beteugeling van de inflatie, waartoe onder meer in 1970 een (zeer omstreden) loonmaatregel werd afgekondigd. De invoering van de b.t.w. in 1969 leidde tot aanzienlijke prijsverhoging, die - onder druk van de Tweede Kamer - werd beantwoord met het afkondigen van een prijsmaatregel. |
| - | |
Bracht in 1970 een nieuwe wettelijke regeling voor het inkomen van de Kroon tot stand. Er blijft nog slechts gedeeltelijk belastingvrijdom bestaan, het inkomen van de Kroon wordt verhoogd en geïndexeerd en de staat neemt het onderhoud van paleis Soestdijk op zich |
| - | |
Was als staatssecretaris voor Marine verantwoordelijk voor de verdediging van Nieuw-Guinea tegen Indonesische infiltraties |
| - | |
Reorganiseerde als minister van Defensie eind 1963 zijn ministerie. Koos daarbij voor een verticale opbouw van het departement, d.w.z. dat de drie krijgsonderdelen als afzonderlijke organisaties bleven bestaan. Deze reorganisatie leidde mede tot het ontslag van topambtenaar Duyverman en van de chef van de Generale Staf, Van de Wall Bake. |
| - | |
Bracht in 1964 de Defensienota uit, die een vervolg was op 'Operatie-Chirurg', een ingrijpende bezuinigingsoperatie bij defensie. In de Defensienota werd bepaald dat de groei van de Defensie-uitgaven beperkt moest blijven en daarnaast werden bezuinigingen aangekondigd. Zo werd de vervanging van de Centuriontank enige jaren uitgesteld en werd de vervanging van het vliegkampschip "Karel Doorman" en van twee kruisers geschrapt. In plaats van de Karel Doorman moeten twee onderzeeboten met kernaandrijving worden gebouwd. |
| - | |
Bracht in 1966 de Nota inzake de huisvesting van NAVO-organen uit, met name over de vestiging van een NAVO-hoofdkwartier in Brunssum |
| - | |
Verkortte in 1966 de diensttijd van 18 naar 16 maanden |
| - | |
Beschikte over een groot relativeringsvermogen en over droge humor. Bij zijn beëdiging tot staatssecretaris door koningin Juliana, van wie hij adjudant was geweest, merkte hij op: "Majesteit, zo ziet u maar hoe een mens aan lager wal kan raken." |
| - | |
Toen hij de eerste keer in de Tweede Kamer achter het katheder op de regeringstafel stond, vroeg hij aan de Voorzitter: "Vindt u het goed, meneer de Voorzitter, dat ik eerst de periscoop wat lager zet?" |
| - | |
Zou tijdens de formatie in november 1966 als reactie op Veldkamps opmerking, dat deze geen minister onder "die halve gekke schout-bij-nacht" (bedoeld was De Jong) wilde worden, hebben gezegd: "Anderen noemen mij een hele gek en ik ben helaas slechts kapitein-ter-zee en geen schout-bij-nacht." |
| - | |
Als minister-president kreeg hij van een radioreporter de delicate vraag wat hij vond van pornografie. Het antwoord: "Een uitstekend middel tegen zeeziekte". Toen een Belgische minister zich kort daarop afkeurend uitte over de libertijnse omgang met pornografie in Nederland zei hij: "De Belgen zijn geen zeevarend volk, hè" |
| - | |
"Premier De Jong. Man met veel flair", in: De Volkskrant, 8 april 1967 |
| - | |
D. Dijksman en J. Jansen van Galen, "Ex-premier De Jong: 'De echte attractie ervan heb ik nooit goed kunnen begrijpen'", in Haagse Post, 25 december 1982 |
| - | |
G. Puchinger, "Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw" (1984) |
| - | |
J.W.L. Brouwer en J.C.F.J. van Merriënboer, "Van buitengaats naar Binnenhof. P.J.S. de Jong, een biografie" ('s-Gravenhage, 2001) |
| - | |
"Piet de Jong 'Ik zag de schepen en wist wat ik wilde worden'", Trouw 7 juni 2008 (Arjan Visser, rubriek 'Tien geboden') |