![]() |
voornaam |
personalia |
partij/stroming |
| - | (gematigd) liberaal | |
| - | conservatief-liberaal, omstreeks 1862 |
loopbaan |
| - | grietman van Doniawerstal, van 1 oktober 1830 tot 1 januari 1840 | |
| - | lid Provinciale Staten van Friesland voor de ridderschap, van 3 juli 1838 tot 22 oktober 1844 | |
| - | grietman van Oostdongeradeel, van 1 januari 1840 tot juni 1848 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Friesland, van 22 oktober 1844 tot 13 februari 1849 | |
| - | tijdelijk minister voor de Zaken van de Hervormde en andere erediensten, behalve die der Rooms-Katholieke, van 30 juni 1848 tot 21 november 1848 | |
| - | minister voor de Zaken van de Hervormde en andere erediensten, behalve die der Rooms-Katholieke, van 21 november 1848 tot 1 november 1849 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Leeuwarden, van 19 november 1849 tot 20 augustus 1850 | |
| - | Commissaris des Konings in Utrecht, van 1 september 1850 tot 31 maart 1858 (benoemd bij K.B. van 22 augustus 1850) | |
| - | Commissaris des Konings in Zeeland, van 29 mei 1858 tot 2 maart 1860 (benoemd bij K.B. van 31 maart 1858) | |
| - | minister van Binnenlandse Zaken, van 2 maart 1860 tot 31 januari 1862 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Middelburg, van 15 september 1862 tot 20 december 1864 |
| - | minister van Staat, van 31 januari 1862 tot 20 december 1864 |
nevenfuncties |
| - | kamerheer in buitengewone dienst, 8 februari 1861 | |
| - | kabinetsformateur, februari 1861 (samen met J.J. Rochussen; poging mislukt) |
opleiding |
| - | Romeins en hedendaags recht Hogeschool te Franeker, omstreeks 1824 | |
| - | Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie) Hogeschool te Groningen, van 26 juli 1828 tot 26 juni 1830 |
activiteiten |
| - | Sprak in de Tweede Kamer over uiteenlopende onderwerpen (onder andere kiesrecht, Grondwet, provinciale belastingen, armwezen, pensioenen) | |
| - | Behoorde in 1844 tot de 28 leden die vóór het ontwerp-Adres van Antwoord stemde, waarin werd aangedrongen op grondwetsherziening | |
| - | Eén der "Negenmannen" die in 1844 een initiatiefwetsvoorstel over Grondwetsherziening indienden | |
| - | Behoorde in 1844 tot de meerderheid die tegen een wetsvoorstel stemde over het doen van huiszoekingen in het kader van de accijns op vlees. Het wetsvoorstel werd met 27 tegen 26 stemmen verworpen. | |
| - | Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen. | |
| - | Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen. | |
| - | Stemde in 1848 vóór alle wetsvoorstellen tot Grondwetsherziening |
| - | Bracht in 1860 samen met minister Van Hall de Wet tot aanleg van spoorwegen voor rekening van de Staat tot stand. Hierdoor werden de nieuwe spoorwegen voor rekening van de staat aangelegd en werd de wijze van exploitatie aan een latere wet overgelaten. | |
| - | Bracht in 1861 samen met minister De Casembroot de Wet op de Nationale Militie tot stand. Die bepaalde dat de militie zoveel mogelijk uit vrijwilligers werd samengesteld, maar dat zij voltallig werd gemaakt door loting uit ingezetenen van 20 jaar. Het jaarlijkse contigent was 11.000. Een deel daarvan (600 man) werd bestemd voor de dienst op zee. Er waren vrijstellingen wegens ongeschiktheid, broederdienst en enige zoons. De militieraad deed uitspraak over een verzoek tot vrijstelling. Plaatsvervanging (remplacering) was mogelijk. |
wetenswaardigheden |
| - | Trad na het aftreden van Van Zuylen van Nijevelt op 10 november 1861 op als kabinetsleider. | |
| - | Zijn beleid werd in de Tweede Kamer sterk bekritiseerd, met name vanwege de stijging van de begroting. De Kamer besnoeide door amendering op diverse posten, maar verwierp op 16 december 1861 toch met 37 tegen 33 stemmen de gehele begroting. |
| - | Versloeg in 1849 in het district Leeuwarden in de herstemming A.F. Jongstra met vier stemmen verschil | |
| - | Werd in 1850 in de eerste stemmingsronde in het district Leeuwarden verslagen door W.R. van Hoëvell en J. Dirks | |
| - | Versloeg in juni 1862 W.P. Vis na herstemming |
| - | Gouverneur van Suriname, 1852 (geweigerd) |
| - | Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, 18 augustus 1860 | |
| - | Grootkruis Orde van de Eikenkroon |
publicaties/bronnen |
| - | J. Dirks, Levensberigt van mr. Schelto baron van Heemstra, in: Handelingen en Mededelingen Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, Leiden 186,5 180-223 | |
| - | Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel III, 558 |
familie/gezin |
| - | gehuwd te Groningen, 8 juli 1833 (echtgenote overleden 1 mei 1857) | |
| - | gehuwd (tweede huwelijk) te IJsselstein, 20 mei 1858 |
| - | burgemeester van Groningen | |
| - | gedeputeerde ter Staten-Generaal |
| - | Zoon van W.H. baron van Heemstra, Tweede-Kamerlid | |
| - | Broer van F.J.J. baron van Heemstra, Tweede-Kamerlid | |
| - | Schoonvader van J.P.I. Buteux, Tweede-Kamerlid | |
| - | Oom van S. baron van Heemstra, Tweede-Kamerlid | |
| - | Oom (aangetrouwd) van J. Sickenga, Eerste-Kamerlid | |
| - | Neef (oomzegger) van C. Scheltinga van Heemstra, lid Notabelenvergadering | |
| - | Neef (oomzegger) van jhr. F.J.J. van Scheltinga, Tweede-Kamerlid | |
| - | Grootvader van jhr. S. van Citters, Tweede- en Eerste-Kamerlid en Commissaris der Koningin |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||