Mr. W.F. de Gaay Fortman

Foto Mr. W.F. de Gaay Fortman
Gezaghebbende progressieve ARP- en CDA-politicus. Was ambtenaar, secretaris van de rijksbemiddelaars en docent aan de CNV-kaderschool en werd later hoogleraar aan de VU. In 1956 zonder succes formateur tijdens de lange kabinetsformatie van dat jaar. Wist in 1960 echter snel een kabinetscrisis op te lossen. Liet zich in 1973 samen met Boersma overhalen minister te worden in het kabinet-Den Uyl. Had een goede band met de ex-gereformeerde Den Uyl. Als minister een relativerende, vaderlijke figuur. Kwam als minister met een plan Nederland op te delen in 24 mini-provincies. Was in 1981 nog eens als informateur betrokken bij een formatie en wist de weg te openen voor een kabinet van CDA, PvdA en D66. Tot op hoge leeftijd kritisch volger van het CDA.

ARP, CDA
in de periode 1960-1981: lid Eerste Kamer, fractievoorzitter EK, minister, vice-minister-president, lid Europees Parlement (vóór 1979)

[ V ][ ^^ ]

voornamen

Wilhelm Friedrich

[ V ][ ^^ ]

personalia

geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 8 mei 1911

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 29 maart 1997

levensbeschouwing
Gereformeerd

opmerkingen over de naam en/of titel
-   Werd in zijn jeugd "Willy" genoemd
-   "Gaius" (koosnaam)
-   Was gepromoveerd, maar voerde de doctorstitel niet

[ V ][ ^^ ]

partij/stroming

partij(en)
-   ARP (Anti-Revolutionaire Partij), van 1934 tot 11 oktober 1980
-   CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

partij waarop werd gestemd
GPV, mei 1994

[ V ][ ^^ ]

loopbaan

-   ambtenaar Landbouwcrisisbureau, ministerie van Economische Zaken, van 1 september 1934 tot 1 februari 1938
-   ambtenaar afdeling Arbeidsverzekering (rang: hoofdcommies, vanaf 1 januari 1942 referendaris), ministerie van Sociale Zaken, van 1 februari 1938 tot 1945
-   hoofd afdeling arbeidsverhoudingen (rang: administrateur), ministerie van Sociale Zaken, van 1945 tot mei 1947
-   hoogleraar privaatrecht en arbeidsrecht, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 30 mei 1947 tot 11 mei 1973 (benoemd in januari 1947, afscheidscollege in 1977)
-   lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1960 tot 11 mei 1973
-   rector magnificus Vrije Universiteit te Amsterdam, van 19 september 1962 tot 18 september 1963
-   rector magnificus Vrije Universiteit te Amsterdam, van 22 september 1965 tot 4 september 1972
-   fractievoorzitter ARP Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 11 mei 1973
-   minister van Binnenlandse Zaken, van 11 mei 1973 tot 19 december 1977
-   minister belast met coördinatie van aangelegenheden Suriname en de Nederlandse Antillen betreffend en met de zorg voor aan Suriname en de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand, van 11 mei 1973 tot 25 november 1975
-   minister belast met coördinatie van aangelegenheden de Nederlandse Antillen betreffend en met de zorg voor aan de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand, van 25 november 1975 tot 19 december 1977
-   minister van Justitie en viceminister-president, van 8 september 1977 tot 19 december 1977 (na het aftreden van Van Agt)
-   lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1977 tot 10 juni 1981
-   lid Europees Parlement, van 13 maart 1978 tot 15 juli 1979 (aangewezen door de Staten-Generaal)
-   hoogleraar privaatrecht en arbeidsrecht, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 19 december 1977 tot 10 februari 1979

[ V ][ ^^ ]

partijpolitieke functies

-   voorzitter College van Advies ARP, van 7 oktober 1958 tot juni 1963
-   adviserend lid Centraal Comité ARP, van 23 maart 1963 tot mei 1973

[ V ][ ^^ ]

nevenfuncties

overzicht
-   adjunct-secretaris College van Rijksbemiddelaars, van 1938 tot 1942
-   adjunct-secretaris Algemene Armencommissie (tijdens de bezetting)
-   lid redactie (illegale) blad "Vrij Nederland", van 1943 tot augustus 1947
-   secretaris College van Rijksbemiddelaars, van 1945 tot 1947
-   lid commissie inzake PBO (commissie-Van de Ven), van 24 januari 1947 tot 1 maart 1948
-   lid Staatscommissie inzake herziening van de Nederlandse Burgerlijke Wetgeving, van 3 december 1947 tot mei 1973
-   organisator en voozitter Christelijk-Sociale Conferentie, van 1948 tot 1952
-   rector en docent, kaderschool CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond), van januari 1948 tot 1972
-   kroonlid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1950 tot september 1960
-   kroonlid SVr (Sociale-Verzekeringsraad), vanaf 6 november 1952
-   docent ISS (Institute of Social Studies) (begin jaren '50)
-   gedelegeerde bij de Algemene Vergaderingen van de Verenigde Naties (vanaf juli 1954 tot in 1956, steeds enkele maanden)
-   lid Raad van Commissarissen bij diverse bedrijven
-   secretaris redactie sociaal maandblad "Arbeid", omstreeks 1953
-   lid NRWM (Nationale Raad Welzijn Militairen), omstreeks 1953
-   kamerheer in buitengewone dienst van H.M. de Koningin, van 1 juli 1955 tot 11 mei 1973
-   kabinetsformateur, van 22 augustus 1956 tot 14 september 1956
-   lid commissie van onderzoek wijziging rechtsvorm van de onderneming (commissie-Verdam), van april 1960 tot 1965
-   informateur, van 27 december 1960 tot 2 januari 1961
-   lid Raad van Bestuur ZWO (Nederlandse Organisatie voor Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek), van 1960 tot 1973
-   lid Adviesraad Burgerlijke Samenwerking, vanaf 1961
-   voorzitter Prins Bernhardfonds, vanaf juni 1961
-   lid redactie "De Strijdende Kerk", veertiendaags orgaan van de stichting Gemeente-toerusting, van 7 juli 1962 tot 20 maart 1965
-   lid Raad van Beroep voor het Personeel der Koninklijke Hofhouding, vanaf 1 juli 1963
-   lid Raad voor Ontwikkelingshulp, 1964
-   lid Europese Commissie voor de rechten van de mens, van 1965 tot 1972
-   voorzitter "Van Coeverden Adriani Stichting", van 1966 tot 1994
-   lid (en lid dagelijkse raad) Academische Raad, omstreeks 1970
-   lid (dagelijks) bestuur STICUSA (Nederlandse Stichting voor Culturele Samenwerking met Suriname en de Nederlandse Antillen), omstreeks 1967 tot mei 1973
-   voorzitter Koninkrijkscommissie inzake de staatkundige verhoudingen tussen Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen, van 12 januari 1972 tot mei 1973 (voorzitter Nederlandse sectie)
-   voorzitter Raad voor het ZWO (Nederlandse Organisatie voor Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek), van 1978 tot 1 december 1984
-   informateur, van 20 augustus 1981 tot 2 september 1981

gedelegeerde commissies
-   tweede ondervoorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van december 1967 tot 11 mei 1973
-   voorzitter commissie van rapporteurs Hoge Colleges van Staat en Algemene Zaken (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van november 1966 tot december 1967
-   voorzitter vaste commissie voor Algemene Zaken en het Huis der Koningin (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1967 tot 11 mei 1973
-   voorzitter vaste commissie voor Justitie (Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1977 tot 10 juni 1981
-   voorzitter vaste commissie voor Algemene Zaken en het Huis der Koningin (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 16 september 1980 tot 6 juni 1981

[ V ][ ^^ ]

opleiding

lager onderwijs
-   Chr. lagere "Prinses Julianaschool" te Dordrecht, van september 1916 tot 1923

voortgezet onderwijs
-   gymnasium-a, Openbaar Gymnasium te Dordrecht, van september 1923 tot september 1925
-   gymnasium-a, "Gereformeerd Gymnasium" te Amsterdam, van september 1925 tot juli 1929

academische studie
-   rechten Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1929 tot 1932

promotie
-   rechtsgeleerdheid Vrije Universiteit te Amsterdam, 12 juni 1936 (cum laude)

[ V ][ ^^ ]

activiteiten

als parlementariër
-   Was woordvoerder binnenlandse zaken, Koninkrijksaangelegenheden en sociale zaken van de ARP-Eerste-Kamerfractie. Hield zich ook bezig met (hoger) onderwijs.
-   Was woordvoerder justitie en binnenlandse zaken van de CDA-Eerste-Kamerfractie

opvallend stemgedrag
-   In 1962 stemden hij en Elfferich als enigen van hun fractie tegen de ontwerp-Algemene Kinderbijslagwet
-   Behoorde in 1963 tot de meerderheid van zijn fractie die de ontwerp-Wet op het Voortgezet Onderwijs ('Mammoetwet') stemde
-   In 1967 stemden hij en Albeda als enigen van hun fractie tegen de ontwerp-Omroepwet
-   In 1968 stemden hij en Van Eeten als enigen van hun fractie tegen de ontwerp-Woonwagenwet
-   Behoorde in 1978 tot de minderheid van zijn fractie die vóór het (door hem als minister ingediende) wetsvoorstel inzake gemeentelijke herindeling van oostelijk West-Friesland stemde
-   Behoorde in 1979 tot de minderheid van zijn fractie die tegen het wetsvoorstel Herziening van de wet op de ondernemingsraden stemde
-   Behoorde in 1980 tot de minderheid van zijn fractie die vóór de ontwerp-Sanctiewet stemde

als bewindspersoon (beleidsmatig)
-   Bracht in 1974 de Nota civiele verdediging uit. Taken van de Bescherming Burgerbevolking (BB) moesten worden overgenomen door samenwerkende brandweer- en politiekorpsen. Aangekondigd wordt dat het aantal BB-medewerkers met 30000 zou worden verminderd. Er werd uitgegaan van een rijksorganisatie voor de BB, maar de Tweede Kamer koos voor een regionale opzet.
-   Bracht in 1974 de Nota inzake het Grondwetsherzieningsbeleid uit. Belangrijkste voorstellen daarin waren: rechtstreekse verkiezing van de formateur, invoering van een beperkt districtenstelsel (18 kieskringen), rechtstreekse verkiezing van de Eerste Kamer waarvan de zittingsduur vier jaar moest worden, en opneming van sociale grondrechten in de Grondwet.
-   Bracht in 1975 de Nota hulpverlening bij ongevallen en rampen uit. Hierin werd uiteengezet dat de organisatie van de bij rampenbestrijding betrokken diensten en de bevelvoering en coördinatie bij rampenbestrijding dringend vebetering behoefden.
-   Diende in 1975 het wetsvoorstel Wet Commissaris van Onderzoek in. Zijn opvolger Wiegel bracht deze als Wet op de Nationale Ombudsman in 1980 in het Staatsblad.
-   Tijdens zijn ministerschap werd op 25 november 1975 Suriname onafhankelijk. Had een groot aandeel in de besprekingen die daaraan vooraf gingen.
-   In 1976 verwierp de Tweede Kamer met 75 tegen 66 stemmen het door hem en minister Van Kemenade verdedigde voorstel in eerste lezing tot wijziging van de grondwettelijke onderwijsbepalingen
-   Diende in 1976 wetsvoorstellen in over de verdeling van Nederland in 24 provincies en over verschuiving van rijkstaken naar provincies (Wet Reorganisatie Binnenlands Bestuur); deze voorstellen werden later ingetrokken
-   Nam in 1977 met Van Agt het besluit tot gewapende actie tegen Molukse treinkapers
-   Belangrijke benoemingen tijdens zijn ministerschap: Geertsema (VVD, Commissaris van de Koningin in Gelderland), Van der Harten (KVP, Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant), Schilthuis (PvdA, Commissaris van de Koningin in Drenthe), Boertien (ARP, Commissaris van de Koningin in Zeeland), Kremers (KVP, Commissaris van de Koningin in Limburg), De Wit (PvdA, Commissaris van de Koningin in Noord-Holland); Van der Lee (PvdA, burgemeester van Eindhoven), Vonhoff (VVD, burgemeester van Utrecht), Van der Louw (PvdA, burgemeester van Rotterdam), Schols (CDA, burgemeester van 's-Gravenhage), Polak (PvdA, burgemeester van Amsterdam), Wierenga (PvdA, burgemeester van Enschede); Ruppert (ARP, vicepresident van de Raad van State)

als bewindspersoon (wetgeving)
-   Bracht in 1974 een wet tot gemeentelijke herindeling in de Zaanstreek tot stand. Hierdoor worden de gemeenten Zaandam, Assendelft, Koog aan de Zaan, Westzaan, Wormerveer en Zaandijk samengevoegd tot Zaanstad. Het voorstel was in 1971 ingediend door minister Beernink.
-   Bracht in 1974 een wet tot stand waarbij het grondgebied van Amersfoort wordt uitgebreid met dat van de (op te heffen) gemeente Hoogland. Het voorstel was in 1970 ingediend door minister Beernink.
-   Bracht in 1974 een wet tot stand waarbij de gemeenten Doornspijk en Elburg werden verenigd tot een nieuwe gemeente Elburg. Het voorstel was in 1972 ingediend door minister Geertsema.
-   Bracht in 1975 samen met minister Van Agt de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Stb. 284) tot stand, waardoor bij de Raad van State een afdeling rechtspraak werd ingesteld. Burgers krijgen de mogelijkheid om zowel tegen besluiten van de centrale overheid als tegen besluiten van lagere overheden in beroep te gaan. Niet de Kroon, maar de afdeling rechtspraak van de Raad van State doet daarover uitspraak. De wet verving de Wet beroep administratieve beschikkingen. De gelijktijdige wijziging (Stb. 283) van de Wet op de Raad van State bepaalt dat haar adviezen openbaar worden en dat het aantal leden wordt. uitgebreid. De wetsvoorstellen waren in 1971 ingediend door de ministers Beernink en Polak.
-   Bracht in 1975 een wijziging (Stb. 312) van de Gemeentewet tot stand, waardoor gemeenteraadsleden voortaan een vaste vergoeding krijgen voor het raadswerk en een tegemoetkoming voor kosten als reizen, vakbladen telefoon. Vergoeding en tegemoetkoming komen in de plaats van het presentiegeld.
-   Bracht in 1976 de Wet agglomeratieraad Eindhoven (Stb. 344) tot stand. Hierdoor komt er voor Eindhoven en tien omliggende gemeenten een aparte rechtstreeks (uit de gemeenteraadsleden) gekozen volksvertegenwoordiging met een eigen bestuur. Tot de taken van de agglomeratieraad behoren volkshuisvesting, bedrijfsvestiging en werkgelegenheid, verkeer en vervoer, recreatie, volksgezondheid en milieuhygiëne.
-   Bracht in 1976 een wijziging (Stb. 573) van de Kieswet tot stand. Hierdoor wordt het aanvragen van een kiezerslegitimatiepas vereenvoudigd. Ook stemmen bij volmacht wordt gemakkelijker gemaakt doordat bij de oproepingskaart een machtigingsformulier wordt meegezonden. Het verlenen van een volmacht is niet langer beperkt tot bloed- en aanverwanten.
-   Bracht in 1977 een wijziging (Stb. 113) van de Kieswet tot stand, waardoor aan Nederlanders in het buitenland het actief kiesrecht wordt verleend.
-   Bracht in 1977 een wijziging (Stb. 131) van de wet tot nadere regeling van de wettelijke tijd tot stand, waarbij de zomertijd weer wordt ingevoerd.
-   Bracht in 1977 een gemeentelijke herindeling tot stand in het westelijk deel van de Betuwe. Hierdoor wordt onder meer het grondgebied van de gemeenten Buren, Culemborg en Tiel uitgebreid en wordt Neerijnen als nieuwe gemeente gevormd.

als (in)formateur
-   Kreeg op 22 augustus 1956 de opdracht de mogelijkheid tot samenstelling van een kabinet te onderzoeken. Onderzocht aanvankelijk de mogelijkheden voor vorming van een extra-parlementair kabinet op brede basis onder leiding van de PvdA'er Van Tilburg (Gouverneur van Suriname). Bezwaren van met name tegen de PvdA tegen de personele samenstelling (waaronder de vervanging van Drees), maar ook programmatische bezwaren deden hem op 7 september besluiten zijn poging te staken.
-   Vanaf 7 september 1956 onderzocht hij de mogelijkheid van vorming van een extra-parlementair kabinet op smalle basis (KVP, ARP, CHU, VVD en partijlozen), waarvan hijzelf premier zou worden. Bezwaren van de C.H.U. en de wens van de ARP om een parlementair kabinet te vormen, alsmede weigering van aangezochte kandidaten waren voor hem redenen om op 14 september ontheffing van zijn opdracht te vragen.
-   Kreeg op 27 december 1960 de opdracht de mogelijkheden te onderzoeken om tot een spoedige oplossing van de kabinetscrisis te geraken, met handhaving van de zelfde politieke samenstelling als die van het zittende kabinet. Wist spoedig een compromis te bereiken over de bouw van extra woningwetwoningen (mede doordat de ARP-leiding de houding van de fractie afkeurde) en kon op 2 januari 1961 melden dat de crisis was opgelost.
-   Kreeg op 20 augustus 1981 de opdracht te onderzoeken op welke wijze op zo kort mogelijke termijn een kabinet kon worden gevormd, dat zich verzekerd wist van een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal, dan wel mocht vertrouwen een ruime steun in de volksvertegenwoordiging te zullen ondervinden. Op basis van de resultaten van de onderhandelingen van de formateurs Kremers en Van Thijn wist hij op 1 september de laatste obstakels weg te ruimen. Nadere afspraken over het financieringstekort en het werkgelegenheidsbeleid waren voor Van Agt voldoende basis om tot kabinetsformatie over te gaan. Op 1 september bracht De Gaay Fortman verslag uit.

[ V ][ ^^ ]

wetenswaardigheden

algemeen
-   Had als ambtenaar een belangrijk aandeel in de ontwerp-Kinderbijslagwet van 1939 en bij het voorbereiden van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945
-   Was in 1959 één van de ondertekenaars van een brief waarin een aantal Anti-revolutionairen hun verontrusting uitspraken over het te weinig sociaal-christelijke karakter van het kabinet-De Quay
-   In februari 1970 medeondertekenaar (met onder anderen Van Agt, Albeda, Mommersteeg en Steenkamp) van een open brief aan de partijbesturen van KVP, ARP en CHU om te komen tot een vooruitstrevende christendemocratische partij
-   Was tijdens de informatie-Burger in 1973 na Boersma de tweede christen-democraat die zich bereid verklaarde toe te treden tot het kabinet-Den Uyl
-   Verving met zekere regelmatig Van Agt als minister van Justitie, als deze wegens ziekte of andere bezigheden afwezig was
-   Werd in september 1977 minister van Justitie, nadat minister Van Agt op grond van de Grondwettelijke bepalingen over de onverenigbaarheid van ambten voor het Kamerlidmaatschap had gekozen.
-   Was in 1977 tijdens de formatie-Den Uyl de beoogde minister van Justitie

uit de privé-sfeer
-   Zijn oom, Mr. P.L. de Gaay Fortman, was burgemeester van Dordrecht
-   Promoveerde bij prof. P.S. Gerbrandy
-   Bij het illegale blad "Vrij Nederland" was Joop den Uyl mederedacteur
-   Via zijn werkzaamheden voor het CNV bevriend met Ruppert
-   Gaf op de kaderschool van het CNV onder andere les aan Van Eibergen en Roolvink
-   Zijn vader was rechter te Curaçao en vicepresident van de rechtbank te Amsterdam. Hij bracht zijn prille jeugd daarom door op Curaçao.

verkiezingen
-   Werd in 1960, 1963, 1966 en 1971, en in 1977 en 1981 gekozen door Groep IV: Zuid-Holland

niet-aanvaarde politieke functies
-   minister zonder Portefeuille voor productiviteitsbevordering, februari 1951 (tijdens formatie-Drees/Van Schaik)
-   minister van Justitie, maart 1951 (tijdens informatie-Romme; op advies van partijleider Schouten)
-   minister van Justitie, 1952 (tijdens formatie-Donker)
-   Commissaris van de Koningin in Gelderland, januari 1956 (geweigerd)
-   minister van Overzeese Rijksdelen, oktober 1956 (tijdens informatie-Burger)
-   Commissaris van de Koningin in Utrecht, december 1969
-   minister van Justitie, juli 1971
-   informateur, december 1972 (opdracht geweigerd)
-   minister van Justitie, december 1977 (tijdens formatie kabinet-Van Agt)

woonplaats(en)/adres(sen)
-   Amsterdam, tot februari 1912
-   Curaçao, van februari 1912 tot mei 1915
-   Dordrecht, Singel 312, van mei 1915 tot januari 1921
-   Dordrecht, Rozenhof 15, van januari 1921 tot januari 1925
-   Amsterdam, Joh. Verhulststraat, vanaf januari 1925
-   's-Gravenhage, Koninginnegracht 12A, van 1934 tot november 1937
-   's-Gravenhage, Stalpertstraat 146, van 6 november 1937 tot 1945
-   's-Gravenhage, Zuidwerfplein 7, van 1945 tot maart 1997

ridderorden
-   Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 april 1959
-   Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 29 augustus 1972
-   Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau, 11 april 1978

overige onderscheidingen en prijzen
eremedaille voor voortvarendheid en vernuft Huisorde van Oranje, 19 september 1974

relevante buitenlandse reizen
Zuid-Afrika, van september 1971 tot november 1971

verenigingen, sociëteiten, genootschappen
-   lid Christen-Gymnasiastenbond (redacteur bondsorgaan en in 1931 voorzitter)
-   lid oratorische vereniging I.U.M.B.O.
-   preses faculteitsvereniging Q.B.D.B.D., van 1931 tot 1932
-   lid Studentencorps Vrije Universiteit (in 1932-1933 rector)
-   lid NCSV (Nederlandse Christen-Studenten Vereniging)
-   lid Nederlandse Unie, van 1940 tot 1941
-   lid Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België

[ V ][ ^^ ]

publicaties/bronnen

publicaties
-   "De onderneming in het arbeidsrecht" (dissertatie, 1936)
-   "Handleiding voor de toepassing der kinderbijslagwet" (1941/1944) (met Mr. A.C.M. van de Ven)
-   "Herziening van het echtscheidingsrecht" (inaugurele oratie, 1947)
-   "De arbeider in de nieuwe samenleving" (1947, 1952, tweede druk)
-   "Christelijke vakbeweging en sociale gerechtigheid" (1950)
-   "Samenwerking in de onderneming" (1951) (met D.W. Ormel)
-   "De doelstelling der Christelijke vakbeweging" (1951)
-   "De vakbeweging" (1954)
-   "De Wet op de bedrijfsorganisatie en de wet op de ondernemingsraden" (1957) (met W.R. van der Sluis)
-   "Het geheim van het recht" (1962)
-   "Het spreken van de kerk in de samenleving" (1972) (met T.P. van der Kooy en H.N. Ridderbos)
-   "Rechtsstaat en terrorisme" (afscheidsrede, 1979)
-   "Problemen van wetgeving" (1982)

literatuur/documentatie
-   E. Korevaar e.a. (red.), "Recht doen. Geschriften van Mr. W.F. de Gaay Fortman" (Alphen aan den Rijn, 1972)
-   W. Breedveld en J. Jansen van Galen, "Gaius, de onverstoorbare gang van W.F. de Gaay Fortman" (Utrecht, 1996)
-   H.A. van Wijnen, "A man for all seasons: De kabinetsformaties van mr. W.F. de Gaay Fortman" (Amsterdam, 1986)
-   W. Breedveld, "Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman 1911-1997", Trouw, 1 april 1997
-   J.J. Lindner, "De Gaay Fortman bleef buitenbeentje in CDA", De Volkskrant, 1 april 1997
-   J. Bosmans, "Gaay Fortman, Wilhelm Friedrich de (1911-1997)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel VI (elektronische versie)
-   P. Bak, "W.F. de Gaay Fortman, christelijk-sociaal denker op het snijvlak van politieke partij en vakbond", in: "Cahier over de geschiedenis van de christelijk-sociale beweging", 4 (http://www.bakschrijft.nl/cahier.html)
-   P. Bak, "'Pientere knaap'. Jeugdjaren van W.F. de Gaay Fortman" (2003)
-   P. Bak, "Soeverein leven. Biografie van W.F. de Gaay Fortman" (2004)

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

[ V ][ ^^ ]

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Amsterdam, 5 september 1936

naam echtgeno(o)t(e)/partner
M.T.H. Woltjer, Margaretha Titia Hillegonda (Marry)

kinderen
2 zoons en 3 dochters

naam vader
Mr. B. de Gaay Fortman, Bastiaan

geboorteplaats en/of -datum vader
Amsterdam, 17 september 1884

naam moeder
E. Nolte, Elisabeth

broers en zusters
2 zussen (zelf de oudste)

beroep grootvader (vaderskant)
predikant

beroep grootvader (moederskant)
hoefsmid

familierelaties
-   Vader van B. de Gaay Fortman, Tweede- en Eerste-Kamerlid
-   Schoonzoon van R.H. Woltjer, Eerste-Kamerlid
-   Neef (oomzegger) van P.A. Diepenhorst, Eerste-Kamerlid
-   Neef van I.N.Th. Diepenhorst, Tweede-Kamerlid



Gegevens hebben - zeker voor wat het recente verleden betreft - vooral betrekking op de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief was. (Gemotiveerde) aanvullingen of correcties ontvangen wij graag. U kunt hiervoor de "reageer-knop" gebruiken.


personalia
partij/stroming
loopbaan
partijpolitieke functies
nevenfuncties
opleiding
activiteiten
wetenswaardigheden
publicaties/bronnen
familie/gezin
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route