| - | |
burgemeester en gemeentesecretaris van Vreeland, van december 1853 tot januari 1855 |
| - | |
burgemeester en gemeentesecretaris van Nigtevecht, van december 1853 tot januari 1855 |
| - | |
burgemeester van Wijk bij Duurstede, van januari 1855 tot 1 december 1859 |
| - | |
burgemeester van Haarlem, van 1 december 1859 tot 1 mei 1866 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Noord-Holland voor het kiesdistrict Haarlem, van 19 april 1861 tot 4 juni 1868 |
| - | |
lid gemeenteraad van Haarlem, van juli 1861 tot 1 mei 1866 |
| - | |
burgemeester van Amsterdam, van 1 mei 1866 tot 4 juni 1868 |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken, van 4 juni 1868 tot 3 januari 1871 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amsterdam, van 18 september 1871 tot 30 november 1871 |
| - | |
Commissaris des Konings (later: 'der Koningin') in Zuid-Holland, van 1 december 1871 tot 1 april 1900 |
| - | |
kantonrechter-plaatsvervanger te Loenen, van 1854 tot 1855 |
| - | |
kabinetsformateur (samen met Brocx), van 24 november 1870 tot 28 november 1870 (poging mislukte) |
| - | |
voorzitter Commissie over het plan tot indijken, droogmaken en in cultuur brengen van het zuidelijk deel der Zuiderzee, van 2 augustus 1872 tot 21 april 1873 |
| - | |
voorzitter Rijksadviseurs voor de Monumenten van Geschiedenis en Kunst, vanaf maart 1874 (nog in 1876) |
| - | |
lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Leiden, van 26 januari 1878 tot juli 1897 |
| - | |
voorzitter commisie van toezicht over Koninklijk conservatorium te 's-Gravenhage, van 1879 tot 1910 |
| - | |
voorzitter College van Curatoren Rijksuniversiteit Leiden, van juli 1897 tot 1 februari 1910 |
| - | |
Bracht in 1869 een wet tot stand waarbij het ledental van de Tweede Kamer werd uitgebreid van 75 naar 80 |
| - | |
Bracht in 1869 de Begrafeniswet tot stand. Deze bepaalde dat lijken in een gesloten kist moesten worden begraven op een begraafplaats, dat iedere gemeente een algemene begraafplaats moest inrichten (waarbij ontheffing door G.S. mogelijk was), dat die begraafplaats omgeven moest zijn door een muur, heg of omheining, dat ruiming na 10 jaar plaatsvond, dat begraven alleen met toestemming van een ambtenaar van de burgerlijke stand kon plaatsvinden en dat een gemeente begrafenisrecht kon heffen. Voorts bepaalde de wet dat bij een vermoeden van een gewelddadige dood een lijkschouwing moest plaatsvinden. |
| - | |
Bracht in 1869 de IJkwet tot stand, die het ijken van maten, gewichten en meet- en weegwerktuigen regelde. Grondslag voor het ijken werden de meter en de kilogram. De wet legde onder meer vast wat onder een kilometer, are, liter en gram moet worden verstaan. Er kwam een dienst voor het IJkwezen, die het ijken en herijken uitvoerde. |
| - | |
Bracht in 1869 een wet inzake het toezicht op het gebruik van stoomtoestellen tot stand. Voor het in werking brengen van een stoomketel was een vergunning van de minister nodig. Er werd een speciale dienst voor het toezicht op stoomtoestellen ingesteld. |
| - | |
Bracht in 1870 wetten tot stand waarbij de gemeenten Reeuwijk en Waddinxveen werden gevormd door samenvoeging van resp. Reeuwijk en Sluipwijk en van Noord-Waddinxveen, Zuid-Waddinxveen en Broek c.a., alsmede een deel van de op te heffen gemeente Stein |
| - | |
Bracht in 1870 een regeling voor het onderwijs van rijkswege inzake beeldende kunsten tot stand |
| - | |
Bracht in 1870 de Veewet tot stand, die regels bevatte over de bestrijding van besmettelijke veeziekten. Daartoe kwam er een Veeartsenijkundig Staatstoezicht en Veeartsenijkundige Politie. |
| - | |
Bracht in 1870 een wijziging van de Armenwet tot stand, waardoor niet de geboorteplaats, maar de woonplaats bepalend werd voor de vraag welke gemeente ondersteuning diende te verlenen |
| - | |
Bracht in 1870 een wet tot stand waarbij de gemeente Anna Paulowna werd ingesteld. Voorheen maakte de Anna Paulownapolder deel uit van de gemeente Zijpe. |