| - | |
advocaat te Deventer, vanaf 1832 |
| - | |
procureur te Deventer, vanaf 9 maart 1835 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Overijssel, van 16 oktober 1843 tot 13 februari 1849 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Kampen, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Steenwijk, van 7 oktober 1850 tot 22 januari 1851 |
| - | |
voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 12 oktober 1850 tot 22 januari 1851 |
| - | |
Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië, van 15 mei 1851 tot 22 mei 1856 (benoemd bij K.B. van 21 januari 1851 in plaats van de nog voor zijn vertrek overleden tot Gouverneur-Generaal benoemde mr. George Isaäc Bruce) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amsterdam, van 20 september 1858 tot 15 september 1862 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Zuid-Holland, van 19 september 1865 tot 13 oktober 1881 |
| - | |
Behoorde in 1844 tot de 32 leden die vóór de ontwerp-wet inzake de (vrijwillige) geldlening en buitengewone belasting op bezittingen stemden. Het voorstel werd met 32 tegen 25 stemmen aangenomen. |
| - | |
Behoorde in 1844 tot de 15 leden die tegen een aanvulling van de instructie aan de Algemene Rekenkamer stemden, omdat die tot onvoldoende verbetering van het toezicht zou leiden |
| - | |
Beantwoordde in 1844 de vraag of er vanuit de Tweede Kamer een voorstel tot Grondwetsherziening moest worden gedaan, met "ja" |
| - | |
Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen. |
| - | |
Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen. |
| - | |
In 1848 woordvoerder van de middengroep der liberalen, die een gematigder Grondwetsherziening voorstond dan de Thorbeckianen |
| - | |
Stemde in 1848 vóór alle wetsvoorstellen tot Grondwetsherziening, met uitzondering van hoofdstuk II (alleen in eerste lezing tegen) |
| - | |
Na 1858 financieel en koloniaal specialist in de Tweede Kamer |
| - | |
Een door hem ingediende en door de Eerste Kamer aangenomen motie hierover leidde tot een (korte) kabinetscrisis, die uiteindelijk overigens niet de val van het kabinet-Heemskerk tot gevolg had |
| - | |
Stemde in 1869 vóór het voorstel tot afschaffing van het dagbladzegel |
| - | |
Stemde in 1870 vóór het voorstel tot afschaffing van de doodstraf |
| - | |
Interpelleerde in 1875 in de Eerste Kamer minister Heemskerk over een door de Staat gesloten overeenkomst met de Rhijnspoorweg over een verbinding met Rotterdam |
| - | |
Interpelleerde in 1879 minister Kappeyne van de Coppello over de ministeriële crisis |
| - | |
Levensbericht door P.A. van der Lith, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1890/1, 408 |
| - | |
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel II, 1459 |
| - | |
M.A. van Rhede van der Kloot, "Gouverneurs-Generaal en Commissarissen-Generaal van Nederlandsch-Indië 1610-1888" |
| - | |
J.A. Zwart, "A.J. Duymaer van Twist. Een historisch-liberaal staatsman. 1809-1887" (Utrecht, 1939) |
| - | |
J.C. Smelik, C.M. Hogenstijn, W.J.M. Janssen, "A.J. Duymaer van Twist. Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië" (2007) |
| - | |
Ned. Patriciaat, 1912 |