![]() |
voornaam |
personalia |
| - | Jhr. S. van Citters, van 13 januari 1865 tot maart 1938 | |
| - | Jhr.Dr. S. van Citters, vanaf maart 1938 (nadat aan hem door de Landbouw-Hogeschool te Wageningen een eredoctoraat was verleend) |
partij/stroming |
loopbaan |
| - | ambtenaar ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid | |
| - | ambtenaar afdeling handel en nijverheid (rang: hoofdcommies), ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid, tot februari 1901 | |
| - | chef afdeling handel en nijverheid (rang: referendaris), ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van februari 1901 tot april 1903 | |
| - | secretaris-generaal ministerie van Financiën, van 6 april 1903 tot maart 1907 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Ede, van 6 maart 1907 tot 9 juli 1909 | |
| - | lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 3 september 1907 tot 17 november 1909 | |
| - | Commissaris van de Koningin in Gelderland, van 1 augustus 1909 tot 16 april 1925 (benoemd bij K.B. van 24 mei 1909) | |
| - | lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1929 tot 13 maart 1942 |
partijpolitieke functies |
| - | secretaris A.R.-Kamerclub Tweede Kamer der Staten-Generaal, van maart 1908 tot juli 1909 | |
| - | voorzitter Bond van Anti-Revolutionaire gemeenteraadsleden, van 1 juli 1908 tot 1923 |
nevenfuncties |
| - | lid Staatscommissie tot advies omtrent ontginning steenkoolreserves door de staat, van 1899 tot 1900 | |
| - | penningmeester Nederlandse commissie voor de wereldtentoonstelling te Parijs, vanaf 1900 | |
| - | lid ambtelijke commissie van praeadvies voor de handelspolitiek, omstreeks 1901 | |
| - | lid Mijnraad, van 1902 tot 1909 | |
| - | secretaris-penningmeester directorium Carnegiestichting, van 1904 tot 1909 | |
| - | lid commissie voor de handelspolitiek, tot 1909 | |
| - | lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Heemskerk), van 24 mei 1910 tot 15 mei 1912 | |
| - | lid Raad van Commissarissen HSM (Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij), van 1911 tot 1912 | |
| - | voorzitter Raad van Commissarissen N.V. PGEM (Provinciale Geldersche Electriciteits-Maatschappij), van 1915 tot 29 juli 1925 | |
| - | voorzitter Raad van Toezicht N.V. PGEM (Provinciale Geldersche Electriciteits-Maatschappij), van 1915 tot 29 juli 1925 | |
| - | lid Raad van Commissarissen Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, vanaf 1918 | |
| - | voorzitter College van Curatoren Rijks Landbouw-Hoogeschool te Wageningen, van 8 januari 1918 tot 1927 | |
| - | lid Nationaal Steuncomité tot leniging van de nood (stormramp in de Achterhoek), 1925 | |
| - | voorzitter Nationaal Crisis Comité, van 1931 tot 1935 | |
| - | lid Electriciteitsraad, van 1933 tot 1939 |
opleiding |
| - | vijfjarige h.b.s. te 's-Gravenhage |
| - | M.O.-staatsinrichting | |
| - | M.O.-staathuishoudkunde en statistiek |
| - | landbouwwetenschappen Rijks Landbouw-Hoogeschool te Wageningen, 9 maart 1938 |
activiteiten |
| - | Hield zich als Tweede-Kamerlid vooral bezig met mijnbouw en handels- en vekeersvraagstukken | |
| - | Een door hem ingediend (en aangenomen) amendement leidde er in 1908 toe dat de maximum snelheid van auto's in de bebouwde kom 10 i.p.v. 15 km per uur werd | |
| - | Stemde in 1909 tegen een motie-Aalberse waarin om een 10-urige werkdag werd gevraagd | |
| - | Sprak in de Eerste Kamer over uiteenlopende zaken, waaronder buitenlandse zaken, verkeer, defensie, financiën en onderwijs |
wetenswaardigheden |
| - | Versloeg in 1907 bij de gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag, district II W. Dolk (lib.) | |
| - | Was toen hij Tweede Kamerlid werd nog geen lid van de ARP. Kuyper schoof hem naar voren als kandidaat, omdat een meer uitgesproken AR-kandidaat mogelijk een christelijk-historische tegenkandidatuur zou uitlokken. | |
| - | Werd in 1908 genoemd als minister van Financiën in het kabinet-Heemskerk | |
| - | Zette zich bijzonder in voor uitbouw van de Landbouw-Hogeschool in Wageningen |
| - | Bij de afdeling Handel en Nijverheid was De Marez Oyens (later minister) zijn chef en De Monté verLoren (later Kamerlid) zijn ondergeschikte | |
| - | Zijn vader was ambtenaar op de ministeries van Binnenlandse Zaken en van Waterstaat | |
| - | Zijn eerste en tweede echtgenotes waren nichten van elkaar |
| - | ||
| - | Versloeg in 1907 bij tussentijdse verkiezingen P. Tideman (vl) | |
| - | In 1926 kandidaat in en in 1932 en 1937 gekozen door Groep II: Gelderland, Overijssel, Groningen en Drenthe |
| - | 's-Gravenhage, tot augustus 1908 | |
| - | Arnhem, vanaf augustus 1908 | |
| - | Brummen (Gld.), Huize Engelenburg, omstreeks 1930 |
| - | Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw | |
| - | Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau, 30 augustus 1926 |
| - | heer van Gapinge |
publicaties/bronnen |
familie/gezin |
| - | gehuwd te Utrecht, 3 april 1902 (echtgenote overleden 1 februari 1903) | |
| - | gehuwd (tweede huwelijk) te Zwollerkerspel (Ov.), 3 oktober 1905 (echtgenote overleden 18 mei 1919) |
| - | luitenant ter zee | |
| - | lid Gedeputeerde Staten van Zeeland |
| - | Zwager van jhr. H.M.J. van Asch van Wijck, Tweede- en Eerste-Kamerlid | |
| - | Schoonzoon (na tweede huwelijk) van A. van Naamen van Eemnes, Tweede- en Eerste-Kamerlid | |
| - | Schoonvader van C.L. Patijn, Tweede-Kamerlid | |
| - | Kleinzoon van S. baron van Heemstra, Tweede- en Eerste-Kamerlid en minister | |
| - | Grootvader van S. Patijn, Tweede-Kamerlid en Commissaris der Koningin | |
| - | Grootvader van M. Patijn, staatssecretaris en Tweede-Kamerlid | |
| - | Neef (oomzegger) van W.J. Roijaards van den Ham, Tweede-Kamerlid |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| partijpolitieke functies |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||