| - | |
reserve lokale kracht PTT te Dordrecht, van 8 februari 1940 tot 1 juli 1943 |
| - | |
(hulp)besteller PTT te Dordrecht, van 1 juli 1943 tot 19 juli 1943 |
| - | |
PTT-ambtenaar te Güstrow (Dld.), van juli 1943 tot oktober 1944 |
| - | |
gevangene gevangenenkamp "Port Natal" bij Assen, van oktober 1944 tot mei 1945 |
| - | |
juridisch medewerker NCAB (Nederlandse Christelijke Aannemers- en Bouwvakpatroonsbond), van 1952 tot januari 1953 |
| - | |
adjunct-secretaris NCAB (Nederlandse Christelijke Aannemers- en Bouwvakpatroonsbond), van januari 1953 tot 1959 |
| - | |
algemeen secretaris NCAB (Nederlandse Christelijke Aannemers- en Bouwvakpatroonsbond), van 1959 tot 1 januari 1969 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 26 mei 1959 tot 7 november 1978 |
| - | |
fractievoorzitter ARP Tweede Kamer der Staten Generaal, van 6 juli 1971 tot 30 november 1972 |
| - | |
fractievoorzitter ARP Tweede kamer der Staten-Generaal, van 7 maart 1973 tot 25 mei 1977 |
| - | |
fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-generaal, van 20 december 1977 tot 7 november 1978 |
| - | |
ambteloos, vanaf 7 november 1978 |
| - | |
lid bestuur plaatselijke en regionale afdeling ARP |
| - | |
lid Centraal Comité ARP Kiesverenigingen, van 26 oktober 1957 tot 26 september 1959 |
| - | |
lid redactie "Antirevolutionaire Staatkunde", orgaan van de Dr. Abraham Kuyperstichting, van 1960 tot december 1977 |
| - | |
vicefractievoorzitter ARP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1966 tot 16 juli 1971 |
| - | |
lid Groep van Achttien (overleg over samenwerking ARP, CHU en KVP), vanaf april 1967 |
| - | |
politiek leider ARP, van 7 maart 1973 tot 25 mei 1977 |
| - | |
roulerend voorzitter gezamenlijke Tweede Kamerfractie van ARP, CHU en KVP, van september 1975 tot mei 1977 (met Andriessen en Kruisinga) |
| - | |
vicefractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 26 mei 1977 tot 19 december 1977 |
| - | |
lid commissie buitenland CDA, omstreeks oktober 1986 |
| - | |
lid Stichtingsraad Wetenschappelijk Instituut van het CDA |
| - | |
docent kaderschool CDA |
| - | |
lid bestuur Wetenschappelijk Instituut CDA, vanaf september 1994 |
| - | |
voorzitter Calvinistische Studentenbeweging, van 1950 tot 1952 |
| - | |
ouderling Nederlandse Hervormde Gemeente te Utrecht |
| - | |
voorzitter Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging der Waarheid in de Nederlandse Hervormde (Gereformeerde) Kerk te Utrecht |
| - | |
lid redactie "Patrimonium", Christelijk Sociaal Orgaan, van 5 januari 1956 tot 2 juni 1969 |
| - | |
plaatsvervangend lid Raad van Beroep te Utrecht |
| - | |
voorzitter raad van toezicht psychiatrisch ziekenhuis "Zon en Schild" te Amersfoort, van 1964 tot januari 1994 |
| - | |
algemeen adviseur NVOB (Nederlands Verbond Ondernemers Bouwnijverheid), vanaf 1 januari 1969 |
| - | |
voorzitter psychiatrisch ziekenhuis "Hebron" te Amersfoort |
| - | |
lid dagelijks bestuur Vereniging Nederlands Hervormde Stichtingen voor Zenuw- en Geesteszieken |
| - | |
voorzitter PTT-raad, van 1 juli 1969 tot 1 januari 1989 |
| - | |
lid Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad |
| - | |
lid bestuur Stichting Bouwvoorlichting Midden-Holland |
| - | |
lid Raadgevende Vergadering Raad van Europa, van mei 1973 tot augustus 1973 |
| - | |
voorzitter Kampeerraad, van 8 juli 1982 tot 1987 |
| - | |
voorzitter-lid voorlopige Adviesraad voor de Openluchtrecreatie, van 1987 tot 1 januari 1995 |
| - | |
lid Raad voor de Volkshuisvesting, van september 1988 tot april 1990 |
| - | |
vicevoorziter Raad voor de Volkshuisvesting, van april 1990 tot 1993 |
| - | |
voorzitter Stichting "Blaucapel" kerk voor onderwegdiensten |
| - | |
onderzoeker t.b.v. de gemeente Utrecht inzake het referendum |
| - | |
voorzitter vaste commissie voor Bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1962 tot februari 1967 |
| - | |
ondervoorzitter vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1963 tot mei 1971 |
| - | |
voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp Aanvulling van de Wet op de bedrijfsorganisatie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1964 tot februari 1965 |
| - | |
lid Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1965 tot september 1966 |
| - | |
lid Presidium (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1966 tot september 1971 (derde ondervoorzitter) |
| - | |
voorzitter vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1967 tot juni 1977 |
| - | |
voorzitter bijzondere commissie voor het wetsvoorstel goedkeuring onteigening t.b.v. het centrale belastinggebouw te Amsterdam (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1966 tot februari 1968 |
| - | |
voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Deltaschadewet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1969 tot 1970 |
| - | |
voorzitter commissie onderzoek huisvesting Tweede Kamer (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1971 tot 1976 |
| - | |
Bedankte in 1967 voor het ministerschap op Volkshuisvesting. Formeel deed hij dat vanwege gezondheidsredenen, maar later werd onthuld dat zijn oorlogsverleden de ware reden was. |
| - | |
Was tijdens de formatie van 1971 lid van een werkgroep van Kamerleden uit KVP, ARP, CHU, VVD en DS'70 die onder leiding van Nelissen de financiële paragraaf van het regeerakkoord voorbereidde |
| - | |
Was tijdens de formatie-Biesheuvel in juni/juli 1971 onderhandelaar van de ARP-fractie |
| - | |
Was na de formatie van het kabinet-Den Uyl lange tijd niet on speaking terms met Biesheuvel. Deze verweet hem dat hij de opening naar de progressieve drie had mogelijk gemaakt. Aantjes behoorde tot de acht fractieleden die vóór de komst van het kabinet stemden. |
| - | |
Zijn positie in de ARP was na het aantreden van het kabinet-Den Uyl enige tijd omstreden, maar later herwon hij het vertrouwen van zijn achterban |
| - | |
Overwoog in 1974 om uit de Haagse politiek te stappen en Commissaris van de Koningin in Zeeland te worden, maar zag hiervan uiteindelijk af. |
| - | |
Maakte zich in de jaren '70 sterk voor een voortuitstrevende christen-democratische politiek en verzette zich tegen een 'open'-CDA |
| - | |
Sprak op 23 augustus 1975 op het eerste CDA-congres zijn zgn. Bergrede uit; een rede waarin hij aangaf hoe volgens hem het Evangelie richtsnoer kon zijn voor moderne christen-democratische politiek. Een amendement-Borgman om dit beginsel vast te leggen in de statuten werd echter verworpen. |
| - | |
Behoorde tot de zogenaamde "loyalisten" tijdens het eerste kabinet-Van Agt, die zich tegen het met de VVD gesloten regeerakkoord keerden, maar wel bereid waren het kabinet te gedogen. |
| - | |
Nam ontslag als lid van de Tweede Kamer na het verschijnen van een rapport van het RIOD over zijn oorlogsverleden |
| - | |
Het eerste kabinet-Van Agt liet een commissie onder leiding van prof. Enschedé nader onderzoek instellen naar de bevindingen van het RIOD Hieruit bleek dat de door Aantjes zelf gegeven lezing van zijn oorlogsverleden juist was. |
| - | |
Het kabinet trachtte nadien tevergeefs hem te benoemen in een belangrijke functie (onder andere lid van de Raad van State en voorzitter van de Omroepraad). Uiteindelijk werd hij voorzitter van de Kampeerraad. |
| - | |
Kwam in 1992 in conflict met zijn partij over de betaling van zijn contributie. Hij weigerde te betalen, omdat reiskosten die hij gemaakt had voor het CDA niet aan hem terugbetaald waren. Na bemiddeling van het landelijk bestuur werd dit royement ongedaan gemaakt. |
| - | |
Zijn eerste echtgenote was een Duitse, die in Keulen studeerde. Aantjes ontmoette haar tijdens een verblijf van Utrechtse studenten in Keulen |
| - | |
Was een dorpsgenoot (buurjongen) van ARP- en CDA-Tweede-Kamerlid Gerrit van Dam en zat met hem op dezelfde lagere school, MULO-school en hetzelfde gymnasium. Bleef ook nadien bevriend met Van Dam. |
| - | |
In het kader van de "Arbeitseinsatz" werd hij op 19 juli 1943 door de directie van de PTT uitgezonden naar Güstrow (Meckelenburg). Naar eigen zeggen, weigerde hij geen dienst omdat anders mogelijk een gehuwde PTT'er zou worden uitgezonden. Hij probeerde zich later aan deze verplichte tewerkstelling te onttrekken door zich in september 1944 in Duitsland aan te melden bij de Germaansche-SS. Volgens plan zou hij naar Nederland worden gebracht voor een opleiding voor politiediensten op het landgoed Avegoor bij Ellecom. Hij werd echter door het SS-Hauptamt gemobiliseerd, ten einde ingedeeld te worden bij de "Landstorm Nederland" (een onderdeel van de Waffen-SS). Toen weigerde hij het uniform aan te trekken en de opleiding te volgen. Hij werd hiervoor gevangen gezet in het strafkamp "Port Natal" bij Assen, waar hij tot het einde van de oorlog vastzat. |
| - | |
Hij verzweeg na de oorlog zijn aanmelding als lid van de Germaanse SS tegenover de opsporingsorganen van de Bijzondere Rechtspleging en tegenover de leiding van de ARP |
| - | |
Was in 1964 enige tijd uitgeschakeld door een zenuwinzinking |
| - | |
Op 16 januari 2008, de dag waarop hij 85 jaar werd, werd in zijn geboorteplaats Bleskensgraaf een borstbeeld van hem onthuld |
| - | |
Zijn vader was wethouder van Bleskensgraaf en burgemeester van Hendrik-Ido-Ambacht |
| - | |
Zijn broer Jan was burgemeester van respectievelijk Brakel, Oud-Beijerland en Bussum |
| - | |
R. Vermaas, "Willem Aantjes" (1977) |
| - | |
Rapport van de bijzondere Kamercommissie van onderzoek naar kennis omtrent gedragingen van mr. W. Aantjes tijdens de Tweede Wereldoorlog, (Den Haag, 1971) Handelingen Tweede Kamer, 1978-1979, Bijlage 15.626 |
| - | |
N. van Nieuwenhuysen, "...van bijkomstig belang": Nieuwe gegevens rond het oorlogsverleden van mr. W. Aantjes, (Meppel, 1981) |
| - | |
R. Bouwman, Een zwarte bladzij met witte plekken: De bevindingen van de Commissie van Drie en de bijzondere Kamercommissie-Patijn in het licht van nieuwe gegevens omtrent de zaak-Aantjes, (z.p., 1992) |
| - | |
R. Bouwman, "De val van een bergredenaar. Het politieke leven van Willem Aantjes" (dissertatie, Amsterdam 2002) |
| - | |
Binnenlands Bestuur, 11-05-1990 |
| - | |
F. van der Molen, "Wie is Wie in de Tweede Kamer?" (1970) |