Annelien Bredenoord - De toekomststoel (APB 2019)

Met dank overgenomen van Democraten 66 (D66), gepubliceerd op dinsdag 29 oktober 2019.

Lees hier de inbreng van de D66 Eerste Kamerfractievoorzitter Annelien Bredenoord tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen 2019.

Voorzitter,

In een nieuwe Eerste Kamer, met in de bankjes nieuwe senatoren, nieuwe fractievoorzitters, een nieuwe Eerste Kamer voorzitter, wil ik graag een extra stoel introduceren: de toekomststoel. Het is oorspronkelijk een idee uit het boek ‘het Hebzuchtgas’ van Jan Terlouw. Het is een lege stoel die in vergaderingen, overleg en besluitvorming de toekomst vertegenwoordigt. Onder de toekomst kan je toekomstige generaties verstaan, maar ook onze eigen toekomst, en natuurlijk de toekomst van de planeet als geheel. Die toekomststoel helpt om de toekomst mee te wegen in politieke beslissingen van vandaag. Er zit ook een rechtvaardigheidsaspect aan: we nemen vaak beslissingen die ingrijpende gevolgen voor volgende generaties en het leven op aarde hebben, maar die zitten zelf niet aan tafel. Denk aan Brexit, waar een oudere generatie stemde voor een toekomst die jongeren niet wilden.

Natuurlijk sluit de toekomststoel het belang van huidige generaties niet uit, maar die hebben vaak zelf al een stem. En in zoverre huidige belanghebbenden géén stem hebben, wijst het ons meteen op tekortkomingen in ons politieke systeem.

Voorzitter,

Ik ben namens de D66 fractie op de toekomststoel gaan zitten, en heb vanuit die positie gekeken naar het kabinet en haar plannen, nu in haar 3e jaar.

Voorzitter,

Op een heel aantal thema’s wil ik het kabinet complimenteren met de stappen die gezet zijn. Het klimaatakkoord, het pensioenakkoord, de WIEG (niet die bij ons thuis staat, maar de wet die 6 weken ouderschapsverlof voor de partner mogelijk maakt), aanpak belastingontwijking, het mogelijk maken van een stijging van 9% van de lerarensalarissen in het primair onderwijs: vanuit de toekomststoel wordt er geknikt.

Maar op een aantal thema’s is nog meer urgentie en toekomstgerichtheid nodig. Ik zal die thema’s nu met u doornemen.

Voorzitter,

Recent verscheen er het eerste rapport van het SER Jongerenplatform over kansen en belemmeringen voor jongeren in 2019. Een aantal punten wil ik namens de D66 fractie aan de orde stellen.

Uit het rapport en ook uit andere studies blijkt dat het hoger onderwijs (dwz het HBO en WO) breed toegankelijk is en dat de instroom de afgelopen jaren ook niet is teruggelopen. Dat is goed nieuws. Er zijn echter wel zorgen over de toegankelijkheid voor specifieke groepen en er is sprake van stapelingsproblematiek. Daarmee wordt bedoeld dat er sprake is van een stapeling van schulden en stress door een combinatie van factoren zoals het bindend studieadvies, leenschulden, de ontoegankelijke huizenmarkt en de wetenschap dat een vaste baan en pensioenopbouw niet meer vanzelfsprekend is. Het is goed dat de verhoging van de rekenrente op de studieleningen er niet is gekomen vanwege de net genoemde stapelingsproblematiek.

Heeft het kabinet zicht op deze stapelingsproblematiek en welke maatregelen stelt het kabinet voor om de positie van jongeren te verstevigen? Wat is de visie van dit kabinet op lenen en het leenstelsel? Graag ontvangen wij een overzicht hoe de leenstelsel opbrengsten vanaf 2020 naar de hoger onderwijs instellingen gaan. Onze suggestie is verder om juist jongeren te betrekken in het ontwikkelen van een visie op het financieren van de studielening, in welke vorm dan ook. Zet bijvoorbeeld het SER jongerenplatform maar op de toekomststoel en laat ze meedenken, het gaat immers om hun toekomstige studiekansen.

Voorzitter,

Afgelopen jaar kwam de minister van OCW met een inspirerende wetenschapsbrief, over de waarde van wetenschap. Mijn fractie waardeert de investeringen die er gedaan worden in innovatie en kennis, ruim 400 miljoen per jaar, en deelt haar ambitie dat wetenschap internationaal georiënteerd is, streeft naar maatschappelijke impact en een kweekvijver is voor talent.

Als hoogleraar ben ik zelf verbonden aan een Universitair Medisch Centrum en een Universiteit. Ik heb aan de lijve kunnen ondervinden hoe de studentenaantallen gegroeid zijn. Dat is natuurlijk mooi nieuws, want als er iets een investering in jezelf en in de maatschappij is dan is het een passende opleiding. Vanaf het jaar 2000 groeien de budgetten mee met de studentenaantallen, maar het onderzoeksbudget is niet naar rato mee gestegen. De werkdruk in het hoger onderwijs is gigantisch, en de competitie voor onderzoeksgeld moordend - en dat terwijl onderzoeksimpact in veel gevallen nog de maatstaf is voor stijging op de academische ladder.

Welke maatregelen neemt het kabinet om de werkdruk voor professionals in het hoger onderwijs te verminderen? Is het kabinet bereidt om de voorstellen omtrent “anders erkennen en waarderen een boost te geven”, zodat maatschappelijke impact, onderwijs en team science beter tot hun recht komen? Welk actieplan heeft het kabinet om de internationaal afgesproken Lissabon doelstellingen te behalen om tenminste 3% van het BNP te investeren in wetenschap en R&D?

Voorzitter,

In de troonrede is er een investeringsfonds aangekondigd, waar nu nog twee mannen lijken te vechten om naamgever te mogen worden. Ik heb nog wel een suggestie voor het kabinet: noem het het Fonds voor de Toekomst. Het kan gebruikt worden voor structurele, generatiebestendige investeringen, zoals bijvoorbeeld structureel geld naar onderzoek naar de grote maatschappelijke vraagstukken. Daar heb je, ik zeg het toch nog maar eens, alle typen wetenschappen voor nodig: alfa, bèta, gamma en alles daartussenin. Ik citeer in dit verband onze vorige fractiegenoot Alexander Rinnooy Kan nog maar eens: “wie denkt dat kennis duur is, weet niet wat domheid kost”.

De regering spreekt in de miljoennota (pagina 18) trouwens over “kennisontwikkeling, R&D en innovatie, en infrastructuur als terreinen die het meeste kunnen bijdragen aan productiviteitsgroei”. Is er bewust voor gekozen om niet te spreken over wetenschap? En wat zijn volgens de regering de belangrijkste pijlers van de productiviteitsgroei? In welke sectoren van de economie wil zij investeren en hoe integreert het kabinet dit met de opgaven vanuit het Klimaatakkoord en de stikstofproblematiek? Is de minister-president bereid toe te zeggen dat een significant deel van het Fonds voor de Toekomst naar wetenschap gaat, zodat we meteen ook de Lissabon doelstellingen halen? Graag een reactie van de minister-president.

Voorzitter,

Sinds een aantal jaar liggen er iPads in de groene bankjes. Als zelfs de Eerste Kamer gedigitaliseerd is, dan mag je aannemen dat de rest van de wereld niet lang meer op zich laat wachten. Dat betekent dat mensen digitaal voldoende geletterd moeten zijn om een betekenisvolle weg te vinden in de digitale wereld. Dat ze moeten kunnen overzien wat er gebeurt als je de terms of agreement van een app accepteert. Immers, allerlei vormen van Artificial Intelligence (AI), algoritmen en The Internet of Things zullen een brede impact hebben op werken, zorg, onderwijs, veiligheid, mobiliteit, handel, onze huizen, eigenlijk alle terrein van ons maatschappelijk verkeer. AI raakt de fundamenten van de rechtsstaat, heeft impact op rechtsstatelijke waarden als privacy, rechtvaardigheid, niet discrimineren.

In haar recent uitgebrachte strategische visie op AI staat dat voor dit kabinet de waarden ‘open, competitief, wereldklasse en ethische kaders’ centraal staan. Je hoeft maar een krant open te slaan om te zien hoe technologiebedrijven als Facebook, Amazon, Uber, Google de gevestigde orde ter discussie stellen. Competitief, wereldklasse: zeker. Maar open en ethische kaders, daaraan ontbreekt het regelmatig. Ook de overheid zelf maakt veelvuldig gebruik van algoritmen, zoals geïllustreerd wordt in de discussie over SyRI.

We staan hier in Den Haag, internationale stad van vrede en veiligheid. Nederland zou bij uitstek het land moeten zijn dat leiderschap toont in de ontwikkeling van verantwoorde AI. Dat vergt een integrale visie op rechtsstatelijkheid. Mijn fractie moedigt het kabinet aan om haast te maken met het verder ontwikkelen van een digitale (burgerrechten) agenda.

Graag horen we van de minister-president hoe het kabinet dat gaat doen. Welke visie heeft het kabinet op de regulering van technologische ondernemingen? Deelt het kabinet de visie dat alleen op Europees niveau normering van bedrijven die handelen in data haalbaar en effectief is? Welke visie heeft het kabinet op haar rol en verantwoordelijkheid om rechtsstatelijke waarden te borgen, specifiek in deze context? Welke stappen voor passende wettelijke en ethische kaders gaat het kabinet zetten, ook in internationaal verband? Welk toezicht komt er op algoritmen, ook als het de overheid zelf betreft?

Voorzitter,

De politiek heeft bij grote maatschappelijke vraagstukken vaak erg lang gewacht met het vraagstuk bespreekbaar maken en de noodzakelijke hervormingen door te voeren, tot de wal het schip keerde. Het lijkt ons te vaak te overkomen. Nu weer met het stikstofvraagstuk.

Laten we dat bij onze gezondheidszorg niet laten gebeuren. We willen vanuit de toekomststoel immers dat ook in de nabije toekomst zorg en gezondheid voor iedereen toegankelijk en betaalbaar blijft, van de allerkleinsten tot de alleroudsten. Dit staat onder druk, zoals ook aangegeven wordt in de Miljoenennota. Wat is de strategie van het kabinet voor dit belangrijke vraagstuk? Ik vind het oprecht jammer dat een van de mooiste sectoren om in te werken, en die alle Nederlanders consistent als zeer belangrijk typeren, en die consistent van zeer hoogstaande kwaliteit is, toch vaak weggezet wordt als het koekoeksjong van de rijksbegroting.

De inrichting van onze gezondheidszorg gecombineerd met maatschappelijke factoren zoals vergrijzing, patiëntenrechten en nieuwe, vaak dure technologie en geneesmiddelen roepen ethische dilemma’s op waar ook het kabinet haar tanden in zal moeten zetten. We moeten bijvoorbeeld met elkaar het gesprek gaan voeren over overbehandeling - terwijl er volumeprikkels zijn die juist aanzetten tot productie en behandelen. We moeten het gesprek voeren over het verminderen en voorkomen van chronische ziekten. Er is al een maatschappelijke dialoog over het aanpassen van het DNA van menselijke embryo’s, wat dacht het kabinet van een maatschappelijke dialoog over samen beslissen in de zorg, met name in de laatste levensfase? Graag een reactie.

Laat ik beide ministers van VWS ook complimenteren met hun initiatieven ten opzichte van personeelstekorten en dure geneesmiddelen. Ik weet dat het bij u op de radar staat. Maar vanuit de toekomststoel kan je je toch afvragen of er voldoende urgentie is en of je het redt met actieplannen. Zo is de arbeidsmarkt in de hele zorg uitermate krap en de ZZP-vlucht versterkt deze problematiek. Je wilt dat er zowel voor de huidige generatie als pasgeborenen voldoende handen aan het bed zijn. Welke concrete maatregelen neemt het kabinet om op de korte termijn meer mensen voor de zorg te winnen en behouden? Denkt het kabinet dat digitale technologie hierin een rol kan spelen en zo ja in welke vorm en op welke termijn?

Vanuit de toekomststoel verdient de jeugdzorg en de jeugd-GGZ speciale aandacht. Er is aan de overkant toegezegd dat er goede afspraken gemaakt zullen worden met medewerkers in deze sectoren, wat is daarvan de stand van zaken? Hoe garandeert het kabinet dat de miljoenen extra voor de jeugdzorg goed ingezet gaan worden?

Voorzitter,

Als je de uitdagingen ziet die er vanuit de toekomststoel waar te nemen zijn dan kan je niet anders dan concluderen dat we iedereen daarbij nodig hebben. Dat betekent dat ook diversiteit en inclusiviteit hoog op de agenda moeten. In het verlengde daarvan vraagt mijn fractie zich af: welke onderdelen van het recente SER advies over diversiteit in de top gaat het kabinet overnemen? En is de regering voornemens specifiek ook het advies over een quotum in Raden van Commissarissen over te nemen en zo ja laat zij dit quotum dan ook gelden voor haar eigen deelnemingen en niet-beursgenoteerde ondernemingen?

Voorzitter,

Vanuit de toekomststoel zien wij graag een samenleving met een democratische rechtsstaat waar tijdig en regelmatig onderhoud aan gepleegd wordt, met een duurzame economie, met ruimte voor kunst, cultuur, verbeelding en innovatie, waar iedereen zichzelf kan zijn en zijn of haar talenten kan ontwikkelen, met politieke leiders die op tijd moeilijke vragen en thema’s durven te agenderen, zowel in nationaal, Europees en internationaal verband. Wij zien uit naar de gedachtewisseling met de minister-president.