Tjeerd de Groot: “Vandaag ga ik in gesprek met boeren”

Met dank overgenomen van Democraten 66 (D66), gepubliceerd op dinsdag 1 oktober 2019.

Vandaag ga ik het gesprek aan met boeren die in Den Haag komen demonstreren. Zoals ik al jarenlang spreek met boeren over hun toekomst. Zo’n gesprek is nu harder nodig dan ooit.

Al decennia passen boeren zich aan. Ze beantwoorden nieuwe regels met nieuwe technieken. Of met harder werken. Of met allebei.

“Het water staat me aan de lippen… en met mij zijn er velen”, zei een boer laatst tegen me. Hij wilde weten welke keuzes hij nog kon maken. Het plaatje van zijn onderneming moest gewoon kloppen: voor hemzelf en zijn gezin. Bovendien wilde hij de omgeving goed achterlaten voor zijn kinderen.

Zeventig uur werken voor weinig geld, dat is niet de toekomst die boeren zich voorstellen als ze beginnen. Ze houden van hun dieren en het landschap. Het liefst willen ze dier- en natuurvriendelijk ondernemen. “Maar ja, wat moet je?” vroeg de boer me. “Het gaat gewoon niet anders. Ik sta met mijn rug tegen de muur.”

Hij begreep ook niet dat boerenbestuurders en politici maar blijven vertellen dat “we” de beste boeren van de wereld zijn. Alsof alle problemen vanzelf verdwijnen als we maar een beetje trotser op de boeren zijn. “Van waardering kan de schoorsteen niet roken”, zo zei hij treffend.

Al dertig jaar zet ik me in voor een modernere, duurzame landbouw. Voor de boer én voor de samenleving. En al net zolang hoor ik deze verhalen van boeren . Al tientallen jaren hebben mensen zich ingezet om boeren een goede toekomst te geven. Maar er kwamen vooral nieuwe regels en steeds weer veranderingen. En de boer paste zich aan, investeerde in nieuwe technieken, kocht nieuwe apparatuur en deed zijn best. Elke keer als hij erin slaagde goedkoper te produceren, verlaagde de supermarkt de inkoopprijs. Ondertussen gaf de hoge productie ook problemen: mest, stankoverlast, uitputting van de bodem en vervuild grondwater. Wat er dus gebeurde was dat boeren nauwelijks iets verdienen, maar ondertussen de kritiek over vooral de intensieve houderij van varkens en kippen aanhield. Dat roer moet nu echt om. Zowel voor de boer als voor de aarde.

Anders. Oke. Hoe dan anders? En zonder dat er elke maand een andere maatregel genomen wordt? De oplossing is te vatten in één begrip: kringlooplandbouw. Nu moeten boeren heel veel middelen kopen om te produceren, zoals dure kunstmest, dure bestrijdingsmiddelen en kostbaar voer. Zonde van het geld. Dat kan anders. Er is ook voer dat mensen niet kunnen of willen eten. Een koe eet gras, varkens zijn van nature opruimers van eten dat anderen niet eten en kippen zijn insecteneters. En dan de mest. Nu is een varkenshouder tienduizenden euro kwijt aan het afzetten van mest. In de stal komen pies en poep bij elkaar en dat gaat rotten. Een varken is zindelijk, dus zorg voor een stal waar goede mest uit komt, dan kun je eraan verdienen! En de akkerbouwer gebruikt nu nog veel dure kunstmest en bestrijdingsmiddelen, terwijl natuurlijke bodems zelf voor gezonde planten kunnen zorgen. Dat valt te leren. Met leiderschap, hulp en visie.

De visie van D66 is: met minder dieren meer verdienen. Minder dieren, doordat we geen duur voer geven dat mensen ook kunnen eten. Als koeien gras, varkens restproducten en kippen insecten eten, dan heeft de boer lagere kosten en het is beter voor de aarde. Meer verdienen kan een boer als we hem helpen deze producten met een goed verhaal tegen een betere prijs op de markt af te zetten.

Al in het regeerakkoord van twee jaar geleden hebben we met Christenunie, CDA en VVD uitgesproken dat de huidige manier van voedsel produceren niet houdbaar is. We hebben het ministerie van Landbouw honderden miljoenen gegeven om boeren te ondersteunen. Of voor hen die dat niet willen of kunnen, hulp én financiële steun bij het stoppen. Helaas ligt dat geld nog op de plank en is er nauwelijks een euro van uitgegeven. Terwijl voor vier op de tien boeren, zo bleek deze week uit onderzoek, stoppen best bespreekbaar is, mits er een goede financiële regeling tegenover staat.

De stikstofcrisis heeft de noodzaak van de omslag naar kringlooplandbouw nog groter gemaakt. We willen in dit land namelijk, behalve duurzaam voedsel produceren, ook huizen kunnen blijven bouwen voor de vele, vaak jonge mensen die op de woningmarkt nu geen huurhuis én geen koophuis kunnen krijgen.

Vandaag ga ik naar het Malieveld. Met een warm hart voor de moderne boer. Met open vizier en zin in een goed gesprek. En met de boodschap dat boeren in mijn ogen meer geholpen zijn met een duidelijk perspectief voor de toekomst dan met een blik op het verleden. Een boodschap waarvan ik als geen ander begrijp dat die bij sommige boerengezinnen hard aankomt. Maar het is wel de eerlijke boodschap. Op weg naar een nieuwe toekomst.

Tjeerd de Groot