Rechtsstaat: Europese Commissie zet nieuwe stap om rechters in Polen te beschermen tegen politieke controle

Met dank overgenomen van Europese Commissie (EC), gepubliceerd op woensdag 17 juli 2019.

Vandaag heeft de Europese Commissie besloten om de volgende stap te zetten in een lopende inbreukprocedure tegen Polen door een met redenen omkleed advies te sturen over de nieuwe tuchtregeling voor Poolse rechters.

Op 3 april 2019 heeft de Commissie deze inbreukprocedure ingeleid omdat de nieuwe tuchtregeling de onafhankelijkheid van de Poolse rechters ondermijnt en niet voor de nodige garanties zorgt om rechters te beschermen tegen politieke controle, zoals vereist door het Hof van Justitie van de EU.

Meer in het bijzonder laat de Poolse wet toe dat rechters van gewone rechtbanken aan disciplinaire onderzoeken, procedures en sancties worden onderworpen op basis van de inhoud van hun rechterlijke beslissingen, met inbegrip van de uitoefening van hun recht uit hoofde van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) om het Europees Hof van Justitie om prejudiciële beslissingen te verzoeken. Bovendien voorziet de nieuwe tuchtregeling niet in een waarborg voor de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de tuchtkamer van het Hooggerechtshof, die uitsluitend is samengesteld uit rechters die zijn geselecteerd door de nationale raad voor de rechterlijke macht, die zelf wordt benoemd door het Poolse parlement (Sejm). Voorts biedt de nieuwe tuchtregeling geen garantie dat een “bij wet opgerichte” rechtbank in eerste aanleg zal beslissen over tuchtprocedures tegen rechters van gewone rechtbanken. In plaats daarvan verleent de regeling de voorzitter van de tuchtkamer de bevoegdheid om ad hoc en met een nagenoeg onbeperkte vrijheid te bepalen welke tuchtrechter in eerste aanleg zich over een zaak zal buigen. De nieuwe regeling garandeert niet meer dat zaken binnen een redelijke termijn worden behandeld, waardoor rechters permanent risico lopen vanwege aanhangige zaken, en doet ook afbreuk aan het recht van verdediging van rechters.

Polen had twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie had aangevoerd in haar aanmaningsbrief. Na een grondige analyse van het antwoord van de Poolse autoriteiten is de Commissie tot de conclusie gekomen dat het antwoord de juridische bezwaren niet wegneemt. De Commissie heeft daarom besloten tot de volgende fase van de inbreukprocedure over te gaan.

De Poolse autoriteiten hebben nu twee maanden de tijd om de nodige maatregelen te nemen om aan dit met redenen omkleed advies te voldoen. Als Polen die maatregelen niet neemt, kan de Commissie besluiten om de zaak naar het Hof van Justitie van de EU te verwijzen.

Achtergrond

De rechtsstaat is een van de gemeenschappelijke waarden waarop de Europese Unie is gegrondvest en die door alle lidstaten zijn aanvaard. Het beginsel van de rechtsstaat is vastgelegd in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Het is ook van essentieel belang voor de werking van de EU als geheel, bijvoorbeeld met betrekking tot de interne markt, de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, en om ervoor te zorgen dat nationale rechters, die ook EU-rechters zijn, hun taak kunnen vervullen bij het waarborgen van de toepassing van het EU-recht en naar behoren in contact kunnen treden met het Hof van Justitie van de EU in het kader van prejudiciële procedures. In de mededelingen van de Commissie van 3 april en 17 juli 2019 wordt een toelichting gegeven over het bestaande instrumentarium voor de handhaving van de rechtsstaat en de maatregelen en voorstellen van de Commissie om dat instrumentarium verder te versterken.

Volgens de Verdragen moet de Europese Commissie, samen met andere Europese instellingen en de lidstaten, de rechtstaat als fundamentele waarde van de Unie waarborgen en ervoor zorgen dat het recht, de waarden en de beginselen van de EU in acht worden genomen.

Naar aanleiding van de gebeurtenissen in Polen is de Commissie in januari 2016 in de context van het kader voor de rechtsstaat met de Poolse regering in discussie gegaan en heeft zij op 20 december 2017 de in artikel 7, lid 1, VEU vastgestelde procedure ingeleid. Dit hele proces is gebaseerd op een permanente dialoog tussen de Commissie en de betrokken lidstaat. De Commissie houdt het Europees Parlement en de Raad voortdurend nauwgezet op de hoogte.

Bovendien is de Commissie op 2 juli 2018 een inbreukprocedure gestart met betrekking tot de Poolse wet inzake het Hooggerechtshof, op grond van de voorgenomen pensioenregelingen en de gevolgen daarvan voor de onafhankelijkheid van het Hooggerechtshof. Op 24 september 2018 heeft de Commissie besloten de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de EU, dat op 24 juni 2019 een definitieve uitspraak heeft gedaan. Het Hof heeft geoordeeld dat de verlaging van de pensioenleeftijd van rechters van het Hooggerechtshof een inbreuk vormt op het EU-recht en in strijd is met het beginsel dat rechters niet uit hun functie kunnen worden ontheven, en dus ook het beginsel van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht schendt.

Op 29 juli 2017 is de Commissie een inbreukprocedure gestart met betrekking tot de Poolse wet inzake de gewone rechtbanken, op grond van de voorgenomen pensioenregelingen en de gevolgen daarvan voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. De Commissie heeft besloten deze zaak aan het Hof van Justitie van de EU voor te leggen op 20 december 2017.

Meer informatie

Persbericht - Rechtsstaat: Europese Commissie start inbreukprocedure om rechters in Polen te beschermen tegen politieke controle

IP/19/4189

 

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail