Het decennium-Rutte: 2010-2020

Mark Rutte
Bron: The Council of the European Union

Met Mark Rutte als leider werd de VVD in 2010 de grootste partij. In de tien jaren die volgden stond Rutte steeds aan het hoofd van het kabinet: een periode waarin tegenstellingen centraal stonden. Zo viel kabinet-Rutte I binnen twee jaar, maar was kabinet-Rutte II het eerste kabinet sinds Kok I dat zijn termijn vol maakte. De formatieperiode van Rutte II was een van de kortste in de geschiedenis; Rutte III kwam juist pas na de langste formatie sinds de Tweede Wereldoorlog tot stand. Bovendien moest de VVD in deze periode samenwerken met uiteenlopende partijen: van de PVV tot D66 en van het CDA tot de ChristenUnie tot de PvdA.

Onder leiding van de kabinetten-Rutte werd de economie weer op de been geholpen na de economische crisis en de daarop volgende eurocrisis. Het begrotingstekort werd teruggebracht tot binnen de Europese norm en de werkloosheid ging na 2014 sterk achteruit. Wel moest Rutte ook flinke klappen incasseren: de gedoogconstructie met de PVV liep op een fiasco uit en zijn verkiezingsbelofte van 2012 dat elke Nederlander 1000 euro minder belasting zou moeten betalen, kon hij niet waarmaken.

Ook het afgelopen jaar stond het kabinet vooral vanwege moeilijkheden in de spotlights: duizenden bouwprojecten stonden stil door het falen van het Programma Aanpak Stikstof en staatssecretaris Menno Snel moest de fouten van de Belastingdienst bekopen met zijn aftreden.

Hieronder een overzicht van de verdiensten en mislukkingen van tien jaar kabinetten-Rutte.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Rutte I

Op 9 juni 2010 vonden er Tweede Kamerverkiezingen plaats. Deze waren nodig na de val van het kabinet-Balkenende IV. Op basis van de verkiezingsuitslag formeerden VVD, CDA en PVV het eerste Kabinet Rutte. VVD en CDA namen deel aan de regering, de PVV gaf gedoogsteun. Op 14 oktober 2010 was de beëdiging van de nieuwe bewindslieden.

Kabinet-Rutte I had als belangrijkste doelstellingen om de overheidsuitgaven te saneren, de veiligheid in Nederland te vergroten en de overheid te verkleinen. Ook wilde het kabinet migratie beperken en de gevolgen van de economische crisis tegengaan.

Door het ontstaan van de eurocrisis, waarbij vooral de Zuid-Europese lidstaten in de problemen kwamen, bleek het economisch herstel van 2010 van korte duur. Ook de Nederlandse economie werd hard getroffen en belandde in een recessie. Hierdoor kwam het behalen van de Europese norm voor het begrotingstekort in gevaar. Regeringspartijen VVD en CDA wilden hiervoor extra bezuinigingsmaatregelen doorvoeren, maar konden daarover geen overeenstemming bereiken met gedoogpartner PVV. Het kabinet-Rutte I viel daarom op 23 april 2012.

2.

Rutte II

Op 12 september 2012 waren er vervroegde Tweede Kamerverkiezingen na de val van het kabinet-Rutte in april 2012. De VVD won en werd de grootste bij deze verkiezingen, de PvdA won eveneens. Na de verkiezingen formeerden VVD en PvdA het kabinet-Rutte II. Het was één van de snelste kabinetsformaties ooit: de formatie werd in 47 dagen afgerond.

De belangrijkste doelstellingen van het kabinet waren het op orde brengen van de overheidsfinanciën, het eerlijk verdelen van de lasten en het zorgen voor duurzame groei van de economie. Daartoe werden op diverse terreinen (woningmarkt, arbeidsmarkt, zorg) hervormingen voorgesteld. Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem wist het begrotingstekort tijdens de regeringsperiode weg te werken. Critici stelden dat het strenge bezuinigingsbeleid de economie onnodig beschadigde. Zo bereikte de werkloosheid in 2014 een piek van 7,4%. Dit cijfer daalde in de laatste jaren van de kabinetsperiode echter stevig.

Rutte gaf aan het einde van de kabinetsperiode aan dat hij een grote fout had begaan door te beloven dat elke Nederlander er 1000 euro op vooruit zou gaan door belastingverlaging. De belasting ging tijdens de kabinetsperiode juist omhoog. Toch maakte het kabinet zijn termijn vol. Het was het eerste kabinet sinds kabinet Kok-I dat hierin slaagde. Het Kabinet bood zijn ontslag een dag voor de verkiezingen van 2017 aan.

3.

Rutte III

Die verkiezingen vonden plaats op 15 maart 2017. Op 23 maart trad de nieuwgekozen Kamer aan. Na de verkiezingen formeerden VVD, CDA, D66 en ChristenUnie het kabinet-Rutte III. Dit was met 225 dagen de langste kabinetsformatie uit de geschiedenis. Op 26 oktober 2017 was de beëdiging van de nieuwe bewindslieden.

De belangrijkste doelstellingen ten tijde van het aantreden van het kabinet waren de verbetering van de positie van middeninkomens, het halen van klimaatdoelstellingen, het investeren in veiligheid en onderwijs en het herstel van vertrouwen van burgers.

Het kabinet, dat aanvankelijk een stabiele indruk maakte, is het afgelopen jaar tegen een aantal problemen opgelopen. Hoewel er een klimaatakkoord werd gesloten, moesten projecten in de veehouderij, bouw en infrastructuur worden stopgezet als gevolg van de vernietiging van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) door de Raad van State. Onderdeel van de noodmaatregelen van het kabinet was een verlaging van de maximumsnelheid naar 100 km p/u. Ook kwam minster Bijleveld in opspraak over het verzwijgen van de burgerdoden die vielen bij een Nederlandse missie in Irak. Staatssecretaris Snel moest zelfs aftreden naar aanleiding van de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst.

4.

Vooruitblik

2019 had een voorspoedig jaar moet worden voor Rutte III, maar het vertrouwen in het kabinet is gedurende het jaar sterk gedaald. Het kabinet heeft geen meerderheid meer in de Eerste Kamer. Bovendien zal het kabinet, nu de Hoge Raad heeft geoordeeld dat het zich aan de gemaakte internationale klimaatafspraken moet houden, zich in het nieuwe decennium ook weer over de klimaatmaatregelen moeten buigen. De volgende verkiezingen staan gepland voor 17 maart 2021, dus het verkiezingsgeweld zal ook snel losbarsten.

Kortom liggen er dus nog voldoende uitdagingen te wachten. Of na Rutte II ook Rutte III de eindstreep gaat halen, is zeker geen uitgemaakte zaak.

Meer over

Kabinetten