Correctief referendum (verworpen wetsvoorstel)

Vanaf 29 januari 2019 werd een voorstel tot wijziging van de Grondwet behandeld om een correctief referendum in te stellen. Het initiatiefwetsvoorstel werd ingediend door het SP-Tweede Kamerlid Ronald van Raak. Een correctief referendum is een referendum dat op initiatief van kiesgerechtigden geschiedt en over wetsvoorstellen gaat die al zijn aangenomen door zowel de Eerste als de Tweede Kamer. De wetgevende macht is verplicht de uitslag van het referendum te honoreren.

Van Raak deed het voorstel in het licht van het eindrapport Lage drempels, hoge dijken van de Staatscommissie Parlementair Stelsel. De Staatscommissie stelde ook een correctief referendum voor, waarna Van Raak niet langer wilde wachten. Hij kwam daarom, nog voor de reactie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met een voorstel om het correctief referendum mogelijk te maken. Door een amendement van de ChristenUnie werd er een hoge uitkomstdrempel aan het voorstel toegevoegd.

Het wetsvoorstel is in eerste lezing op 22 september 2020 door de Tweede Kamer en op 26 januari 2021 door de Eerste Kamer aangenomen. In tweede lezing werd het voorstel echter op 6 juli door de Tweede Kamer verworpen. Daarna diende Renske Leijten (SP) direct een nieuw voorstel in om een correctief referendum in te voeren.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Het voorstel

Het voorstel behelst een toevoeging van een nieuwe paragraaf aan het slot van hoofdstuk 5 paragraaf 1 van de Grondwet. Deze paragraaf regelt het referendum. Wanneer een wetsvoorstel door beide Kamers is aangenomen, kan een groep kiesgerechtigden vragen een referendum te houden. Binnen een door de wetgever vast te stellen termijn moet een grotere groep kiesgerechtigden dan steun verlenen aan dit verzoek. Wanneer het te behalen aantal steunbetuigers is behaald, wordt een referendum gehouden. Wanneer een meerderheid van de opgekomen kiesgerechtigden, die samen een te bepalen percentage van het totaal aantal kiesgerechtigden vormen, tegen het wetsvoorstel stemmen, vervalt het wetsvoorstel van rechtswege.

Het referendum zoals voorgesteld door Van Raak is dus een raadgevend bindend correctief referendum. Het is raadgevend omdat het initiatief bij de kiesgerechtigden ligt; het is bindend omdat de wetgevende macht verplicht is de uitslag van het referendum te honoreren; het is correctief omdat het over reeds door de Eerste en Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstellen gaat.

De nader te bepalen 'drempels' voor het houden en aannemen van een referendum - het aantal benodigde steunbetuigingen en het benodigde opkomstpercentage - zijn belangrijke factoren die volgens het voorstel niet in de Grondwet thuishoorden. Dit omdat de kans bestaat dat deze op basis van de eerste ervaringen met het referendum nog aangepast dienen te worden. Omdat deze ook niet te gemakkelijk aangepast dienen te worden, staat in het wetsvoorstel dat aanpassingen met tweederdemeerderheid door de Tweede Kamer aangenomen kunnen worden.

Tevens is artikel 89b van belang, waarin de volgende wetsvoorstellen worden uitgesloten van het referendum:

  • a. 
    voorstellen van wet inzake het koningschap;
  • b. 
    voorstellen van wet inzake het koninklijk huis;
  • c. 
    voorstellen van wet tot verandering in de Grondwet en voorstellen van wet houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel hiertoe in overweging te nemen;
  • d. 
    voorstellen van wet inzake de belastingen;
  • e. 
    voorstellen van wet inzake de begroting;
  • f. 
    voorstellen van wet die uitsluitend strekken tot uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties;
  • g. 
    voorstellen van rijkswet, behoudens voorstellen van rijkswet tot goedkeuring van verdragen die binnen het Koninkrijk alleen voor Nederland gelden.

Splitsing van het voorstel

Op 31 mei 2022 heeft de Tweede Kamer ingestemd met een voorstel van Leijten om het wetsvoorstel te splitsen in twee afzonderlijke wetsvoorstellen. Er wordt nu onderscheid gemaakt tussen een bindend correctief referendum op nationaal niveau en op decentraal niveau (gemeenten, provincies en waterschappen). De mogelijkheid om afzonderlijk te stemmen zou de kans op aanvaarding groter maken.

Tijdens de tweede termijn van de behandeling in de Tweede Kamer deed D66-Kamerlid Joost Sneller dit voorstel. Ondanks de splitsing van dit wetsvoorstel blijft het een grondwetsherziening die in de tweede lezing wordt behandeld. De Tweede Kamer verwierp op 5 juli 2022 het voorstel over het landelijk correctief referendum, omdat er geen tweederde meerderheid was.

2.

Drempel

Door aanneming van een amendement-Van der Graaf (CU) is een nieuw artikel toegevoegd over de uitkomstdrempel. Voor een geldige uitkomst (afwijzing van het wetsvoorstel) moet de meerderheid die bij het referendum tegen stemt ten minste gelijk zijn aan een meerderheid (de helft + 1) van het aantal bij de meest recente Tweede Kamerverkiezingen uitgebrachte geldige stemmen.

In de Eerste Kamer was die wijziging voor PvdA en GroenLinks (uitgezonderd één lid) reden om tegen te stemmen.

3.

Het advies van de Raad van State

Op 28 oktober 2019 publiceerde de Raad van State een reactie op het wetsvoorstel. De reactie was overwegend positief. Volgens de Raad van State zijn er geen staatsrechtelijke belemmeringen voor de invoering van het bindend correctief referendum. Ook zou dit type referendum het beste passen bij de Nederlandse representatieve democratie. Wel acht de Raad van State het van belang dat het referendum functioneert als laatste correctiemogelijkheid, zoals beoogd door Van Raak. Het moet daarom beperkt blijven tot uitzonderingsgevallen.

Om dit te verzekeren acht de Raad van State het noodzakelijk dat er goede drempels worden gesteld aan bijvoorbeeld het benodigd aantal handtekeningen en dat de juiste onderwerpen worden uitgesloten van het referendum. Daarnaast geeft het rapport aan dat Van Raak vooral de positieve kanten van het referendum heeft belicht. Voor een sterkere motivatie moeten ook de nadelen behandeld worden.

In reactie op het advies heeft Van Raak het wetsvoorstel in beperkte mate aangepast.

4.

Historische ontwikkeling

Nederland heeft verschillende niet-bindende referenda gekend, maar nog nooit een bindend referendum. Vaak ging het om een lokaal niet-bindend referendum; in een enkel geval om een landelijk referendum. Dat laatste was een raadgevend en niet-bindend referendum. Dankzij de Wet raadgevend referendum kon tussen 2015 en 2018 gestemd worden over wetsvoorstellen wanneer daar minstens 300.000 geldige verzoeken toe werden gedaan. De Wet raadgevend referendum werd in 2018 ingetrokken.

Tussen 1996 en 2017 werden drie mislukte pogingen gedaan om het een raadgevend bindend correctief referendum tot stand te brengen. Een door de regering in 1996 ingediend wetsvoorstel werd in eerste lezing aanvaard, maar in tweede lezing in 1999 door de Eerste Kamer verworpen; Een door de regering in 2000 ingediend wetsvoorstel werd in eerste lezing aanvaard maar in tweede lezing in 2004 door de Tweede kamer verworpen; Een in 2005 ingediend initiatiefvoorstel werd in eerste lezing aanvaard maar in tweede lezing in 2017 door de Tweede Kamer verworpen.

Het voorstel van Van Raak is een hernieuwde poging om een bindend correctief referendum tot stand te brengen doormiddel van een grondwetswijziging. Het komt op belangrijke onderdelen inhoudelijk overeen met de drie eerdere wetsvoorstellen.

Omdat Van Raak na de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 niet is teruggekeerd als Kamerlid voor de SP, werd de verdediging van het initiatiefvoorstel overgenomen door Renske Leijten.

Het wetsvoorstel is in eerste lezing op 22 september 2020 door de Tweede Kamer en op 26 januari 2021 door de Eerste Kamer aangenomen. In tweede lezing werd het voorstel echter op 6 juli door de Tweede Kamer verworpen. Daarna diende Renske Leijten (SP) direct een nieuw voorstel in om een correctief referendum in te voeren.

5.

Meer informatie