Hoezo, geen alternatief

19 april 2024, column J.Th.J. van den Berg

In opvallend veel media, ook een rubriek als Nieuwsuur bij de publieke omroep, wordt het voortdurend voorgesteld alsof er voor de rechtse coalitie, waaraan nu al maanden wordt gewerkt, geen alternatief zou bestaan. Die wordt besproken als een soort natuurverschijnsel, zoals een kletsnatte winter: vervelend maar niks aan te doen. Dat past in een frame, door Geert Wilders gekoesterd, dat de grote winst van de PVV betekent dat die behoort mee te regeren. Zoals hijzelf beweert: een eis van democratie.

Intussen wil het met de vorming van de door Wilders zo gewenste coalitie, zacht gezegd, niet erg lukken. Over essentiële kwesties als de overheidsfinanciën, het klimaatbeleid en de internationale politiek zijn de onderhandelende partijen het sterk oneens. Maar, het lijkt erop dat naast BBB dat zich rekent tot vaste verkering van Wilders, ook het NSC van Pieter Omtzigt en de VVD van Dilan Yeşilgöz geen enkele uitwijk zien en dus krampachtig blijven vast houden aan de PVV. Zij lijken het beeld over te nemen van Frans Timmermans als de hedendaagse Bürgerschreck, alsof hij de aanstaande revolutie personifieert.

Het is hier al eens eerder gezegd: niet de grootste partij bepaalt uiteindelijk de samenstelling van de coalitie, maar de partij of partijen die voor de coalitievorming ‘incontournable’1) zijn, zoals dat bij onze zuiderburen heet. Onmisbaar dus. Die partij hoeft niet de grootste te zijn of de grootste winnaar. Het moet zonder haar medewerking niet mogelijk zijn een enigszins stabiele coalitie tot stand te brengen. De PVV is wel de grootste maar zij is niet onmisbaar. Hetzelfde geldt voor GroenLinks-PvdA2). Onmisbaar voor de coalitievorming zijn twee partijen gezamenlijk (als een soort siamese tweeling): de VVD en het NSC. Die hebben samen de noodzakelijke 44 zetels die een meerderheid kunnen maken, ofwel samen met de PVV ofwel met GroenLinks-PvdA.

Oh ironie: op al de kwesties waar VVD en NSC samen vierkant tegenover Geert Wilders staan, is de ideologische afstand tot Groen Links-PvdA een stuk minder groot, misschien met uitzondering van de gewenste financieel-economische politiek. Als het gaat over cultuur en publieke omroep, klimaatbeleid, internationale politiek en defensie is tussen de ‘incontournables’ en links een vergelijk heel wel denkbaar.

Dat is alleen al daarom van belang om vast te stellen, omdat met zulk een combinatie de democratische rechtsorde veel beter wordt gewaarborgd. Nog veel belangrijker: nu rond Europa de oorlog heerst, inclusief directe Europese betrokkenheid, en de politieke spanningen levensgevaarlijke vormen beginnen aan te nemen, is het van essentieel belang dat er met gepaste spoed een stabiele regering tot stand komt met een constructieve relatie tussen regering en parlement. Dit is een situatie waarin bij uitstek in alternatieven moet worden gedacht en dus ook de bijbehorende risico’s dienen te worden genomen.

Precies daar zit het probleem. Vooral de VVD heeft zichzelf volledig vastgereden in de kwestie van het migratiebeleid door daar een lijn te willen die sterk overeenkomt met die van Wilders, al lijden de liberalen niet of veel minder aan het fanatieke anti-islamisme waarmee de PVV behept is. De VVD denkt zich daarom geen andere coalitie te kunnen veroorloven zonder zwaar verlies aan aanhang. Daarvoor is zij kennelijk bereid te riskeren dat, als de coalitie met de PVV er niet komt desnoods nieuwe verkiezingen moeten worden aanvaard. Ik weet niet wat voor de VVD erger is: vroegtijdige nieuwe verkiezingen of een coalitie met links.

Met andere woorden, een alternatief voor een coalitie met rechts is wel mogelijk maar moet vooral worden gewild. Aan die wil ontbreekt het bij de ‘incontournables’, voornamelijk uit angst voor de PVV. Er zijn, juist nu, situaties denkbaar om angstiger voor te zijn. Maar de ernst van de wereldpolitieke situatie wil op de een of andere manier maar niet tot de onderhandelende partijen doordringen.

Er is alle reden om alsnog over een alternatief voor een rechtse coalitie na te denken. Die kan worden gevormd op dezelfde voorwaarden als de zog. ‘extraparlementaire’ constructie die informateur Kim Putters had bedacht: politieke leiders in de Tweede Kamer, een kort programma op hoofdzaken en bewindslieden die minstens ten dele van buiten de dagelijkse politiek komen. Noem het, als het moet, een ‘noodregering’3) Dat is geen kwestie van kunnen maar van willen.




Andere recente columns