Vragen en antwoorden: de EU-begroting voor het externe optreden

Met dank overgenomen van Europese Commissie (EC), gepubliceerd op donderdag 14 juni 2018.

De Europese Unie actualiseert haar begroting om haar rol als sterke mondiale speler waar te maken.

Wat heeft de EU vandaag voorgesteld?

De Europese Commissie stelt voor de begroting voor het externe optreden te verhogen tot 123 miljard euro voor de periode 2021-2027. Ten opzichte van de 94,5 miljard euro in 2014-2020 vormt dit een stijging van 30 %. Tegelijkertijd wordt voorgesteld de structuur aanzienlijk eenvoudiger, flexibeler en doeltreffender te maken om de wereldwijde uitdagingen van vandaag aan te pakken. De bedoeling is het aantal instrumenten te verminderen, waardoor de focus duidelijker komt te liggen op de politieke doelstellingen en de verbintenissen met partners, overeenkomstig de waarden en prioriteiten van de EU.

Wat zijn de gevolgen van de brexit?

De EU wil haar financiering voor het externe optreden verhogen ondanks het wegvallen van de bijdrage van het Verenigd Koninkrijk in de EU-begroting voor 2021-2027. De begroting voor het externe optreden zou worden verhoogd van 94,5 miljard euro in 2014-2020 tot 123 miljard euro voor 2021-2028 (een stijging van 30 %).

In deze tijden van wereldwijde onzekerheid versterkt de EU haar rol als wereldspeler die betrouwbaar, actief en voorspelbaar is, zowel op politiek als financieel vlak.

Wat zijn de financieringsinstrumenten voor het externe optreden?

De beoogde nieuwe instrumenten voor het externe optreden van de EU zijn: een instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (met een begroting van 89,2 miljard euro), dat wordt aangevuld met een Europees instrument voor nucleaire veiligheid (300 miljoen euro); een instrument voor pretoetredingssteun (14,5 miljard euro); een instrument voor humanitaire hulp (11 miljard euro); een instrument voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (3 miljard euro); een instrument voor samenwerking met de landen en gebieden overzee, met inbegrip van Groenland (500 miljoen euro). Daarnaast stelt de hoge vertegenwoordiger met steun van de Commissie voor een Europese vredesfaciliteit ten belope van 10,5 miljard euro in te stellen, buiten de EU-begroting om (zie factsheets).

Waarom is een herstructurering van de financieringsinstrumenten voor het externe optreden nodig?

De mondiale uitdagingen die moeten worden aangepakt door het externe optreden, zijn de afgelopen jaren toegenomen. Het betreft bovendien multidimensionale, complexere en snel veranderende uitdagingen. Om deze doeltreffend aan te pakken moet de Europese Unie haar externe optreden versterken met efficiënte en flexibele instrumenten. De huidige aanpak, met verschillende instrumenten, meerdere prioriteiten en een veelvoud van beheersstructuren en rapportageprocedures is niet doeltreffend. De kunstmatige grenzen tussen de instrumenten moeten verdwijnen, om te zorgen voor de juiste mix van beleidsmaatregelen op korte, middellange en lange termijn voor elke regio en elke prioriteit.

Met het nieuwe, brede instrument, met een samenhangende reeks beginselen, kan de EU haar beleidsdoelstellingen nastreven en verwezenlijken en de overlappingen en inconsistenties in de huidige veelheid aan geografische en thematische instrumenten wegwerken. Door de grotere flexibiliteit zal de EU snel kunnen reageren op zich ontwikkelende behoeften en prioriteiten en dankzij de vereenvoudiging van de beheersstructuur zullen de administratieve lasten voor de EU-instellingen, de lidstaten en de uitvoerende partners verminderen.

Aanzienlijke vereenvoudiging van de financiële structuur

Met haar voorstel voor de financieringsstructuur voor het externe optreden van de EU (meerjarig financieel kader 2021-2027) wil de Commissie de kunstmatige barrières tussen instrumenten opheffen. In het nieuwe instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) worden de volgende instrumenten uit het vorige meerjarig financieel kader geïntegreerd:

Dit brede instrument wordt aangevuld met:

  • Instrument voor pretoetredingssteun (IPA)
  • Humanitaire hulp
  • Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB)
  • Landen en gebieden overzee (incl. Groenland)
  • Europees instrument voor nucleaire veiligheid (EIINS)
 
Nieuwe structuur van de financiering van het externe optreden binnen het meerjarig financieel kader 2021-2027
Bron: Europese Commissie: Rapid persberichten

Nieuwe structuur van de financiering van het externe optreden binnen het meerjarig financieel kader 2021-2027:

EU-begroting voor het externe optreden
Bron: Europese Commissie: Rapid persberichten

Voorstel voor het meerjarig financieel kader 2021-2027 (vastleggingen in lopende prijzen, in miljoen euro):

 
MFK-vastleggingen extern optreden
Bron: Europese Commissie: Rapid persberichten

Is de stijging van 30 % berekend in lopende of in constante prijzen?

De stijging van de begroting voor het externe optreden van 94,5 miljard euro voor 2014-2020 tot 123 miljard euro voor 2021-2027 bedraagt 30 % in lopende prijzen. Na aftrek van de jaarlijkse inflatie tussen nu en 2027 zou de stijging 13 % bedragen.

Betekent de vereenvoudigde structuur dat er minder verantwoording zal worden afgelegd?

Vereenvoudiging of meer flexibiliteit betekent niet dat er sprake is van minder toezicht of verantwoordingsplicht. Integendeel, de toezichthoudende bevoegdheden van het Europees Parlement worden versterkt door het Europees Ontwikkelingsfonds te integreren in de EU-begroting. In het nieuwe instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking gelden dezelfde parlementaire (toezicht)procedures voor alle activiteiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking.

Voorts is het essentieel om een governancesysteem op te zetten dat politieke en democratische controle en tegelijk efficiëntie en flexibiliteit garandeert. Het Europees Parlement zal zijn rol als medewetgever te volle spelen bij de vaststelling van deze governancestructuur.

In welk opzicht is het nieuwe instrument flexibeler?

Ongebruikte middelen zullen op meerjarige basis kunnen worden gebruikt en hergebruikt en middelen voor snelle respons (4 miljard euro) zullen kunnen worden ingezet voor crises of noodsituaties. Dankzij de flexibiliteitsbuffer (10,2 miljard euro) beschikt de EU over middelen voor onvoorziene problemen en nieuwe prioriteiten.

Gaat de toegenomen flexibiliteit ten koste van de voorspelbaarheid voor partnerlanden?

Nee. Het nieuwe instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking zal voorspelbaar blijven, met name dankzij de geografische programmering (die ten minste 75 % van de totale financiële portefeuille beslaat). De steun zal nog steeds worden gebaseerd op de behoeften van het land en andere transparante criteria en de beginselen van doeltreffendheid van de hulp, waaronder inbreng van het partnerland, zullen in acht worden genomen. De grotere flexibiliteit komt van de buffer voor nieuwe uitdagingen en prioriteiten om het hoofd te kunnen bieden aan gebeurtenissen die per definitie onvoorspelbaar, en daardoor niet-programmeerbaar zijn.

Betekent een uniforme aanpak dat sommige landen benadeeld zullen worden?

Één instrument staat niet gelijk aan een uniforme aanpak, of minder geld voor bepaalde regio's of thema's. Integendeel, de Commissie houdt in haar voorstel rekening met de strategische prioriteiten van de EU, namelijk het Europese nabuurschap, Afrika en de landen waar de behoeften het grootst zijn, alsmede de uitdagingen op het gebied van veiligheid, migratie, klimaatverandering en mensenrechten. Voor elke regio en elk beleidsterrein worden middelen duidelijk afgebakend om de politieke prioriteiten van de EU te weerspiegelen.

Worden democratie, mensenrechten en maatschappelijk middenveld minder belangrijk in het nieuwe instrument?

Nee. De democratie, de mensenrechten en het maatschappelijk middenveld blijven de kerngebieden van het externe optreden van de EU. Door dit aspect te integreren in de geografische pijler van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) is een aanpak op maat mogelijk die rekening houdt met de specifieke context en behoeften van elk van de partnerlanden, waarbij ook hun democratische processen, governance en toezicht worden versterkt. Deze maatregelen worden aangevuld met maatregelen in het kader van de thematische pijler (1,5 miljard euro voor mensenrechten en democratie en 1,5 miljard euro voor het maatschappelijk middenveld). Dit is met name van belang op plaatsen waar mensenrechtenactivisten en maatschappelijke organisaties steeds minder bewegingsruimte hebben.

Wat zijn de gevolgen voor de ontwikkelingssamenwerking? Betekent de nieuwe structuur dat middelen voor ontwikkelingssamenwerking voor andere doelstellingen zullen worden gebruikt?

Het beleidskader voor de ontwikkelingssamenwerking van de EU is vastgesteld in de Europese consensus inzake ontwikkeling, waarin de politieke visie is geschetst die ten grondslag ligt aan de financiële voorstellen voor het nieuwe meerjarig financieel kader. De kerndoelstelling daarvan blijft de uitbanning van armoede en de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Agenda 2030 van de VN, alsmede het voornemen om niemand aan zijn lot over te laten. In die geest zal de EU de uitdagingen op het vlak van menselijke ontwikkeling, klimaatverandering, migratie en mobiliteit blijven aanpakken, en goed bestuur, democratie en mensenrechten blijven bevorderen.

Aan de meest behoeftige landen, met name de minst ontwikkelde landen, lage-inkomenslanden, fragiele staten en crisislanden, zal bijzondere prioriteit worden gegeven. Het streven is om horizontaal 20 % van de uitgaven in het kader van het NDICI te besteden aan menselijke ontwikkeling en maatschappelijke inclusie, met inbegrip van gendergelijkheid en emancipatie van vrouwen. Ten minste 92 % van de NDICI-financiering moet voldoen aan de eisen van de Commissie voor ontwikkelingsbijstand van de OESO en telt daarom als officiële ontwikkelingshulp.Aan de meest behoeftige landen, met name de minst ontwikkelde landen, lage-inkomenslanden, fragiele staten en crisislanden, zal bijzondere prioriteit worden gegeven. De EU blijft er alles aan doen om de doelstelling te behalen om tegen 2030 0,7 % van het totale bruto nationaal inkomen te investeren in officiële ontwikkelingshulp, en 0,2 % te reserveren voor de minst ontwikkelde landen. Het NDICI-instrument zal de EU-lidstaten in aanzienlijke mate helpen deze belangrijke politieke verbintenis gestand te doen.

Wat zijn de gevolgen van de nieuwe financiële structuur voor Afrika?

Afrika is en blijft een van de belangrijkste prioriteiten van de Unie, want onze welvaart en veiligheid in Europa zijn nauw verbonden met die in Afrika. Voor Afrika ten zuiden van de Sahara wordt een toewijzing voorgesteld van 32 miljard euro (voorheen 26,1 miljard euro). Deze extra middelen dienen om de ontwikkeling, inclusieve economische groei en door Afrika gestuurde initiatieven op het gebied van vrede en veiligheid te ondersteunen. Daarnaast zal de EU haar intercontinentale samenwerking met de Afrikaanse Unie versterken.

Veruit het grootste deel van de minst ontwikkelde landen ligt in Afrika. De EU heeft toegezegd 20 % van haar officiële ontwikkelingshulp te besteden aan menselijke ontwikkeling en maatschappelijke inclusie, met inbegrip van gendergelijkheid en emancipatie van vrouwen. Zij blijft er voorts alles aan doen om de doelstelling te behalen om tegen 2030 0,7 % van het totale bni te investeren in officiële ontwikkelingshulp, en 0,2 % te reserveren voor de minst ontwikkelde landen.

Doordat het Europees Ontwikkelingsfonds in de EU-begroting wordt geïntegreerd en er voortaan één instrument zal zijn, wordt het gemakkelijker om beleidsprioriteiten te financieren die betrekking hebben op zowel Noord-Afrika als landen ten zuiden van de Sahara.

Wat zijn de gevolgen van de nieuwe financiële structuur voor de regio Azië en de Stille Oceaan?

De Commissie stelt voor om voor Azië en de Stille Oceaan 10 miljard euro uit te trekken, in vergelijking met 9,8 miljard euro in de vorige periode. Zij zal steun blijven verlenen aan ontwikkelingslanden, en tegelijk rekening houden met de ontwikkeling van de behoeften en specifieke kenmerken van partnerlanden die mogelijk niet langer voor officiële ontwikkelingshulp in aanmerking komen. De belangrijkste thema's in onze betrekkingen met de regio's zijn connectiviteit, investeringen en infrastructuur, economische en handelssamenwerking, klimaatverandering en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen.

De flexibiliteit van de nieuwe financiële structuur maakt het mogelijk om beter rekening te houden met nieuwe behoeften, bijvoorbeeld voor de wederopbouw in landen die kampen met instabiliteit en conflicten.

Wat zijn de gevolgen van de nieuwe financiële structuur voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied?

De Commissie stelt voor om voor deze regio 4 miljard euro uit te trekken, een lichte stijging in vergelijking met de vorige periode. Hoewel sommige landen in de regio de komende jaren mogelijk niet langer in aanmerking komen voor officiële ontwikkelingshulp, kampen zij toch met bepaalde uitdagingen en specifieke economische en ecologische problemen, waaronder klimaatverandering en natuurrampen. De EU zal nauw blijven samenwerken met haar partnerlanden in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en deze landen ondersteunen om gezamenlijk mondiale vraagstukken aan te pakken.

Wat zijn de gevolgen van de nieuwe financiële structuur voor de betrekkingen tussen de EU en de ACS-landen?

De nieuwe middelen voor het externe optreden dienen ter ondersteuning van een gemoderniseerde associatieovereenkomst met de landen van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS), waardoor de EU en haar ACS-partners sterke allianties kunnen blijven aangaan met betrekking tot grote mondiale uitdagingen.

Wat zijn de gevolgen van de nieuwe financiële structuur voor de landen en gebieden overzee (LGO)?

De samenwerking met de landen en gebieden overzee, met inbegrip van Groenland, waarvoor 500 miljoen euro wordt uitgetrokken, is gericht op ondersteuning en versterking van de economische, politieke en culturele banden van de EU met de landen en gebieden overzee die met de lidstaten van de Unie verbonden zijn. Na de geplande terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, blijven er nog 13 van de huidige 25 LGO over.

Hoe worden middelen voor individuele landen toegewezen?

Toewijzingen voor individuele landen, met name binnen de geografische pijler, worden geprogrammeerd volgens een specifieke aanpak op maat. Daarbij wordt rekening gehouden met de behoeften en prioriteiten van de betrokken landen. Het proces wordt gestuurd door het beginsel van eigen verantwoordelijkheid en dialoog tussen de Europese Unie, haar lidstaten en de betrokken partnerlanden, inclusief nationale en lokale overheden. Hierbij kunnen ook het maatschappelijk middenveld, nationale en lokale parlementen en andere belanghebbenden worden betrokken.

De toewijzing geschiedt in de vorm van meerjarige indicatieve programma's die worden gebaseerd op resultaten en internationaal overeengekomen doelstellingen, met name de duurzameontwikkelingsdoelstellingen. Het Europees Parlement en de Raad zijn samen met de lidstaten betrokken bij de goedkeuring van deze programma's.

De Commissie heeft op het gebied van ontwikkelingssamenwerking een transparante methodologie ontwikkeld op basis van zowel kwantitatieve als kwalitatieve indicatoren. Er wordt rekening gehouden met landspecifieke omstandigheden en ontwikkelingen in de politieke en veiligheidssituatie. Ook wordt gekeken naar de verbintenissen en prestaties van de partnerlanden op het gebied van politieke hervormingen en economische en sociale ontwikkeling, en naar hun absorptiecapaciteit. Aan de meest behoeftige landen, met name de minst ontwikkelde landen en fragiele staten, zal prioriteit worden gegeven. Om de samenhang en doeltreffendheid van het EU-beleid te bevorderen, wordt de voorkeur gegeven aan gezamenlijke programmering van de EU en de lidstaten, waarbij andere donoren zich kunnen aansluiten als dat wenselijk is.

Voor de landen die vallen onder het nabuurschapsbeleid, worden de prioriteiten voor de EU-steun bepaald op basis van de desbetreffende associatieagenda's, partnerschapsprioriteiten en gelijkaardige gezamenlijk vastgestelde documenten.

De steun in het kader van het nieuwe instrument voor pretoetredingssteun wordt per prioriteit geprogrammeerd op basis van wat een land in totaal nodig heeft om de gezamenlijk overeengekomen doelstellingen te verwezenlijken. De omvang van de financiering voor elke prioriteit zal volledig transparant zijn. De partners zullen worden uitgenodigd per beleidsprioriteit een strategie voor te leggen waarin wordt beschreven hoe zij de doelstellingen denken te verwezenlijken, zodat meer eigen inbreng is gewaarborgd. De financiering geschiedt op basis van een eerlijke verdeling en transparante criteria zoals rijpheid van het project/programma, verwacht effect en vorderingen met betrekking tot de toetredingscriteria, de rechtsstaat, grondrechten en economische governance.

Wordt het plan voor externe investeringen in het nieuwe meerjarig financieel kader voortgezet?

Het nieuwe instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking omvat een investeringskader voor extern optreden. Dit vormt een uitbreiding van het bestaande plan voor externe investeringen, zodat uit de particuliere sector extra middelen voor duurzame ontwikkeling kunnen worden aangetrokken om duurzame en inclusieve economische ontwikkeling te bevorderen. Hiermee worden investeringen in partnerlanden gestimuleerd ter bevordering van waardig werk, publieke en private infrastructuur, hernieuwbare energie, duurzame landbouw en de digitale economie. Het nieuwe investeringskader bouwt voort op het succes van het plan voor externe investeringen. Het bestaat uit het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO+) en de garantie voor extern optreden.

Het EFDO+ kan wereldwijd worden gebruikt voor gemengde financiering, garanties en andere financiële operaties en stroomlijnt de huidige structuur. De capaciteit van de garantie voor extern optreden bedraagt 60 miljard euro ter ondersteuning van operaties in het kader van het EFDO+, alsmede voor macrofinanciële bijstand en leningen aan derde landen. In samenwerking met de particuliere sector en dankzij het hefboomeffect zou hiermee in 2021-2027 tot een half biljoen euro aan investeringen kunnen worden gegenereerd.

Bijzondere aandacht zal worden besteed aan de buurlanden van de EU, de Westelijke Balkan en Afrika, alsmede aan landen die in een kwetsbare situatie of een conflict verkeren, minst ontwikkelde landen en arme landen met een zware schuldenlast, en aan regio's die behoeften hebben op het gebied van kritieke infrastructuur en connectiviteit.

Wat zijn de gevolgen van de nieuwe financiële structuur voor de buurlanden?

De nieuwe financiële structuur biedt de broodnodige flexibiliteit en samenhang, terwijl de voornaamste specifieke kenmerken van het bijzondere partnerschap met de buurlanden van de EU behouden blijft. Met een indicatieve financiering van ten minste 22 miljard euro is de stijging van de financiering voor het externe optreden voor deze landen het grootst - 24 % meer ten opzichte van de vorige periode. Dankzij de flexibiliteitsbuffer van 10,2 miljard euro kan snel en flexibel worden gereageerd op nieuwe crises en uitdagingen in het nabuurschap.

Hoe blijven de specifieke kenmerken van het nabuurschapsbeleid behouden in het nieuwe instrument?

Het instrument bevat een apart hoofdstuk voor de nabuurschapsregio, met specifieke bepalingen die alleen gelden voor de oostelijke en zuidelijke buurlanden. De specifieke kenmerken en de kernbeginselen worden behouden en versterkt, met name de op prestaties gebaseerde aanpak ("meer voor meer") en de differentiërende aanpak, die stimulansen bieden voor gezamenlijk overeengekomen politieke en economische hervormingen. De grensoverschrijdende samenwerking tussen de EU-lidstaten en de partnerlanden, zowel ten oosten als ten zuiden van de EU, zal ook worden voortgezet gezien de zeer positieve resultaten tot nu toe.

Waarom geen apart instrument?

We hebben geen apart instrument nodig om te bewijzen dat het nabuurschapsbeleid een kernprioriteit voor de Commissie blijft. Het nabuurschap neemt een centrale plaats in in het nieuwe instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking. Het instrument biedt de broodnodige flexibiliteit en samenhang, terwijl de voornaamste specifieke kenmerken van het bijzondere partnerschap met de buurlanden van de EU behouden blijft. Het vormt een uiting van onze langdurige betrokkenheid bij onze partners en van onze gehechtheid aan hun bijzondere relatie met de EU.

Wat is het nieuwe instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)?

Het nieuwe instrument voor pretoetredingssteun (IPA III) sluit duidelijk aan bij de strategie inzake de Westelijke Balkan ("Een geloofwaardig vooruitzicht op toetreding en een grotere EU-betrokkenheid bij de Westelijke Balkan"). Het zal bijdragen aan de transformatieprocessen in de Westelijke Balkan door middel van de zes vlaggenschipinitiatieven die zijn beschreven in de genoemde strategie. Deze initiatieven ondersteunen robuuste economische hervormingsprogramma's en leggen de nadruk op de hervormingen die nodig zijn voor toekomstig lidmaatschap van de EU. Tegelijkertijd zal IPA III flexibel genoeg zijn om zich aan te passen aan de ontwikkelingen in de situatie in Turkije en in onze betrekkingen met dat land. Met het nieuwe instrument wordt de sturing vanuit de Unie sterker doordat de programmering is gebaseerd op prioriteiten in plaats van op portefeuilles voor landen. Daardoor kunnen prestaties en vooruitgang met betrekking tot kernprioriteiten worden beloond en kan flexibeler worden ingespeeld op ontwikkelingen in de behoeften van partners op hun weg naar toetreding.

Is er genoeg geld als er gedurende de looptijd van het meerjarig financieel kader nieuwe lidstaten zouden toetreden?

Bij de toetreding van nieuwe lidstaten wordt het meerjarig financieel kader in de regel herzien om rekening te houden met de daaruit voortvloeiende uitgaven. Om de partnerlanden te helpen die fase te bereiken, is de pretoetredingssteun aanzienlijk verhoogd, van 12,8 miljard euro tot 14,5 miljard euro, overeenkomstig de prioriteiten. Er zijn meer middelen beschikbaar voor de Westelijke Balkan dan in het vorige meerjarig financieel kader en er zal tijdig worden begonnen met de voorbereidingen voor nieuwe toetredingen.

Maakt het instrument voor nucleaire veiligheid deel uit van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking?

Nucleaire veiligheid is een belangrijk onderdeel van het externe optreden van de EU en het instrument voor nucleaire veiligheid hangt nauw samen met en dient ter aanvulling op het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) Sommige activiteiten op nucleair gebied vallen echter onder het Euratom-verdrag (met name artikel 203 daarvan) en zijn niet verenigbaar met de gewone wetgevingsprocedure van het NDICI. Daarom moet het instrument voor nucleaire veiligheid (EINS) een apart instrument zijn, met een aparte juridische grondslag, maar het sluit naadloos aan op het brede NDICI.

Zijn er veranderingen in het beleid of de financiering met betrekking tot humanitaire hulp?

De EU blijft 's werelds grootste verstrekker van humanitaire hulp en heeft de financiering verhoogd om tegemoet te komen aan de toenemende mondiale humanitaire behoeften. De humanitaire hulp van de EU wordt uitsluitend verleend op basis van behoeften en is bestemd voor mensen in nood, ongeacht hun nationaliteit, godsdienst, gender, etnische afkomst of politieke overtuiging. De financiering wordt alleen verstrekt via erkende humanitaire partners zoals de agentschappen van de Verenigde Naties en internationale organisaties, niet via regeringen.

Hoe zal de EU haar uitgaven voor het externe optreden monitoren en evalueren?

De Commissie zet in op resultaten en doeltreffendheid, en zal haar maatregelen en de vorderingen geregeld aan toezicht en evaluaties onderwerpen. Bij dit systeem van toezicht en evaluatie zijn zowel interne medewerkers als uitvoerende partners en externe deskundigen betrokken. De doeltreffendheid en efficiëntie van het externe optreden, de meerwaarde van de EU en de samenhang met andere EU-beleidslijnen worden geëvalueerd op basis van relevante en concrete indicatoren: van een rechtsstaat-score, het aantal kinderen dat dankzij EU-steun werd ingeënt, de hoeveelheid broeikasgasemissies die werd verminderd tot politieke stabiliteit en de afwezigheid van geweld. Aan de hand van de conclusies zullen mogelijkheden voor verdere verbetering van de acties of de resultaten daarvan worden onderzocht om het effect te maximaliseren.

Deze evaluaties worden meegedeeld aan het Europees Parlement en de Raad, en worden opgenomen in de relevante besluitvormingsprocessen.

Hoe wordt ervoor gezorgd dat de financiële middelen niet worden misbruikt, bijvoorbeeld om corrupte regeringen te ondersteunen?

Alle EU-financiering is onderworpen aan strikt toezicht en de partners die financiering ontvangen, moeten strikte regels volgen om ervoor te zorgen dat het geld goed wordt besteed.

Om er zeker van te zijn dat het geld terecht komt bij de mensen die de hulp het meest nodig hebben, heeft de EU een solide systeem van nalevingscontroles opgezet, met strenge controles vooraf en achteraf, zowel door externe auditors en als door medewerkers van de Commissie. Dit controlesysteem omvat zowel preventieve als opsporings- en corrigerende maatregelen.

Als niet wordt voldaan aan de strenge EU-normen, kunnen de middelen worden geschorst of teruggevorderd.

Meer informatie

Persbericht

Juridische teksten en factsheets over de buurlanden en de wereld

Europese vredesfaciliteit

Meer informatie over de EU-begroting voor de toekomst

MEMO/18/4124

 

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail