Macrofinanciële bijstand aan derde landen

De Europese Unie kan macrofinanciële steun verlenen aan derde landen die geografisch, economisch en politiek verbonden zijn aan de Europese Unie en in acute economische problemen verkeren. Landen moeten de status hebben van kandidaat- of potentiële kandidaat-lidstaat of het land moet onder het Europese nabuurschapsbeleid vallen. In hele uitzonderlijke gevallen kunnen ook landen zonder deze status hulp aanvragen. De Europese steun gaat gepaard met strenge voorwaarden.

Sinds het instellen van het programma voor het verlenen macrofinanciële steun in 1990 is er enkele tientallen keren gebruik van gemaakt. Zo kreeg bijvoorbeeld Moldavië steun om het economisch beleid in het land te versterken en ontving Tunesië steun na de revolutie in 2011. In 2014 is de EU begonnen met het financieel ondersteunen van Oekraïne. Deze steun is in juli 2018 nogmaals verlengd met maximaal 1 miljard.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

In vogelvlucht

Het stelsel van macrofinanciële bijstand bestaat sinds 1990 en is opgezet om landen (net) buiten de EU te steunen bij grote economische problemen. Het gaat om landen die in acute problemen komen door een valutacrisis. Zo'n crisis kan ontstaan als de lokale munt van een land ineens minder waard wordt, waardoor buitenlandse producten voor een veel hogere prijs moeten worden ingekocht. Als dan ook de buitenlandse reserves van een centrale bank op raken, kan het land geen of nog maar zeer weinig buitenlandse producten importeren.

De Europese Unie kan dan, onder enkele voorwaarden, deze landen helpen. Om in aanmerking te komen voor een lening of een gift, moet het land serieuze economische hervormingen doorvoeren. Deze hervormingen worden in alle gevallen vastgelegd in een programma van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De bijstand van de EU is er dan ook voornamelijk op gericht om de landen financieel en economisch weer stabiel te maken. Naast financieel-economische eisen moet het land mensenrechten respecteren, en beschikken over effectieve democratische mechanismes.

Besluitvorming bij verlenen steun

Iedere aanvraag voor steun is gericht op een specifiek probleem in unieke omstandigheden. Daarom wordt er over iedere aanvraag apart een besluit genomen. De besluitvorming verloopt als volgt: de Europese Commissie stelt een voorstel op tot het verlenen van macrofinanciële steun in een comitologie-comité. Dat comité kan drie dingen doen:

  • 1. 
    het comité keurt het voorstel goed en de Commissie neemt het voorstel aan
  • 2. 
    het comité keurt het voorstel met bij meerderheid af. Het is op dat moment mogelijk om het voorstel na toevoeging van amendementen alsnog door te voeren
  • 3. 
    het comité velt geen oordeel en het ontwerpvoorstel kan door de Commissie worden aangenomen. Wanneer een meerderheid van de Raad alsnog tegen deze handeling protesteert, trekt de Commissie het voorstel in

Wanneer een voorstel is aangenomen door de Europese Commissie, wordt het plan ter goedkeuring voorgelegd aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

2.

Meer informatie