Home > Grondwet van Nederland > Hoofdstuk 6 Grondwet

Hoofdstuk 6 Grondwet

In hoofdstuk VI van de Nederlandse Grondwet staat wie geschillen over burgerlijke rechten en schuldvorderingen en wie strafbare feiten mogen berechten. Ook wordt bepaald aan wie de Tuchtrechtspraak wordt opgedragen. Verder worden de hoofdlijnen van de rechtspraak geregeld, zoals op welke wijze rechtbanken moeten worden ingesteld, hoe de leden van de Hoge Raad worden benoemd en hoe berechting van ambtsmisdrijven van ministers en Kamerleden dient te geschieden.

Er zijn ten slotte bepalingen opgenomen over de openbaarheid van terechtzittingen, over het verlenen van gratie en amnestie en over de toetsing van wetten en verdragen aan de Grondwet.

Hoofdstuk VI

Art. 112

    • 1. 
      Aan de rechterlijke macht is opgedragen de berechting van geschillen over burgerlijke rechten en over schuldvorderingen.
    • 2. 
      De wet kan de berechting van geschillen die niet uit burgerlijke rechtsbetrekkingen zijn ontstaan, opdragen hetzij aan de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren. De wet regelt de wijze van behandeling en de gevolgen van de beslissingen.

Art. 113

    • 1. 
      Aan de rechterlijke macht is voorts opgedragen de berechting van strafbare feiten.
    • 2. 
      Tuchtrechtspraak door de overheid ingesteld wordt bij de wet geregeld.
    • 3. 
      Een straf van vrijheidsontneming kan uitsluitend door de rechterlijke macht worden opgelegd.
    • 4. 
      Voor berechting buiten Nederland en voor het oorlogsstrafrecht kan de wet afwijkende regels stellen.

Art. 114

De doodstraf kan niet worden opgelegd.

Art. 115

Ten aanzien van de in artikel 112, tweede lid, bedoelde geschillen kan administratief beroep worden opengesteld.

Art. 116

    • 1. 
      De wet wijst de gerechten aan die behoren tot de rechterlijke macht.
    • 2. 
      De wet regelt de inrichting, samenstelling en bevoegdheid van de rechterlijke macht.
    • 3. 
      De wet kan bepalen, dat aan rechtspraak door de rechterlijke macht mede wordt deelgenomen door personen die niet daartoe behoren.
    • 4. 
      De wet regelt het toezicht door leden van de rechterlijke macht met rechtspraak belast uit te oefenen op de ambtsvervulling door zodanige leden en door de personen bedoeld in het vorige lid.

Art. 117

    • 1. 
      De leden van de rechterlijke macht met rechtspraak belast en de procureur-generaal bij de Hoge Raad worden bij koninklijk besluit voor het leven benoemd.
    • 2. 
      Op eigen verzoek en wegens het bereiken van een bij de wet te bepalen leeftijd worden zij ontslagen.
    • 3. 
      In de gevallen bij de wet bepaald kunnen zij door een bij de wet aangewezen, tot de rechterlijke macht behorend gerecht worden geschorst of ontslagen.
    • 4. 
      De wet regelt overigens hun rechtspositie.

Art. 118

    • 1. 
      De leden van de Hoge Raad der Nederlanden worden benoemd uit een voordracht van drie personen, opgemaakt door de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
    • 2. 
      De Hoge Raad is in de gevallen en binnen de grenzen bij de wet bepaald, belast met de cassatie van rechterlijke uitspraken wegens schending van het recht.
    • 3. 
      Bij de wet kunnen aan de Hoge Raad ook andere taken worden opgedragen.

Art. 119

De leden van de Staten-Generaal, de ministers en de staatssecretarissen staan wegens ambtsmisdrijven in die betrekkingen gepleegd, ook na hun aftreden terecht voor de Hoge Raad. De opdracht tot vervolging wordt gegeven bij koninklijk besluit of bij een besluit van de Tweede Kamer.

Art. 120

De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.

Art. 121

Met uitzondering van de gevallen bij de wet bepaald vinden de terechtzittingen in het openbaar plaats en houden de vonnissen de gronden in waarop zij rusten. De uitspraak geschiedt in het openbaar.

Art. 122

    • 1. 
      Gratie wordt verleend bij koninklijk besluit na advies van een bij de wet aangewezen gerecht en met inachtneming van bij of krachtens de wet te stellen voorschriften.
    • 2. 
      Amnestie wordt bij of krachtens de wet verleend.

Meer over