Opgeheven partijen

Diverse partijen zijn ooit vertegenwoordigd geweest in het Nederlandse parlement, maar nadien opgeheven. Een aantal daarvan zijn opgegaan in nieuwe partijen, waarvan sommige nog bestaan.

Het CDA bijvoorbeeld, heeft een lange geschiedenis van christelijke politieke voorgangers. In 1980 is de partij ontstaan uit een fusie van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), de Christelijk-Historische Unie (CHU) en de Katholieke Volkspartij (KVP). De KVP was in 1945 ontstaan uit de Rooms-Katholieke Staatspartij (RKSP). Deze laatste ontstond in 1904 als de Algemeene Bond van RK-kiesverenigingen. Op deze manier zijn de voorlopers van het CDA terug te vinden tot een eeuw geleden.

Hieronder staat een lijst van alle opgeheven partijen die ooit in de Nederlandse politiek meegespeeld hebben.

  • Centrumpartij (CP)

    De CP, later CP'86 genoemd, was een extreemrechtse partij. De partij werd opgericht in 1980 als afsplitsing van de Nederlandse Volksunie (NVU).

  • Gereformeerd Politiek Verbond (GPV)

    Het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) was een in 1948 gevormde protestants-christelijke partij, die zich baseerde op bijbelse normen. De partij was sterk verbonden met de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).

voor 1945

  • Bond van Christen-Socialisten (BCS)

    De in 1907 opgerichte Bond van Christen-Socialisten (BCS) was een socialistische partij die de bijbel als uitgangspunt had. De BCS wees het kapitalisme af en was tegenstander van particulier bezit. De klassenstrijd werd aanvaard. In 1919 trad het BCS-Kamerlid Kruyt toe tot de communistische fractie.

  • Hervormd-Gereformeerde Staatspartij (HGSP)

    De HGSP was een orthodox-protestantse, anti-Roomse partij, die streefde naar een protestants Nederland dat geregeerd moest worden volgens bijbelse normen. De partij werd opgericht in 1921 en hield in 1945 op te bestaan.

  • Liberale Unie

    De Liberale Unie werd in 1885 opgericht. In de unie werden de liberale kiesverenigingen verenigd. Zij gold als gematigd vooruitstrevend, zeker nadat de conservatieve vleugel zich rond 1894 had afgescheiden. Tussen 1891 en 1901 domineerde zij de Nederlands politiek. Vooral het Unie-liberale kabinet-Pierson wist belangrijke (sociale) wetgeving tot stand te brengen, zoals de Ongevallenwet en de Woningwet.

  • Middenpartij voor Stad en Land

    De Middenpartij voor Stad en Land, die tussen 1929 en 1933 in de Tweede Kamer was vertegenwoordigd, streefde naar verhoging van de welvaart van de bevolking door het wegnemen van belemmeringen voor handel, nijverheid en landbouw. De partij richtte zich met name tegen tollen die nog op sommige wegen bestonden. Voorman was de Bussumse melkfabrikant Floris Vos.

  • Nationaal-Socialistische Beweging (NSB)

    De Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), opgericht in 1931, was een autoritaire, antiparlementaire, extreemrechtse partij die streefde naar een nationaal-socialistisch bewind. Verder vond zij dat er een Groot-Nederlands rijk moest komen, waartoe ook Vlaanderen zou behoren. Onder Duitse invloed kreeg de partij een antisemitisch (anti-joods) karakter.

  • Plattelandersbond

    De Plattelandersbond, die in 1917 werd opgericht, kwam op voor de belangen van boeren en tuinders en keerde zich tegen de volgens haar bestaande achterstelling van het platteland.

  • Rooms-Katholieke Volkspartij (RKVP)

    De Rooms-Katholieke Volkspartij (RKVP) was een linkse katholieke partij die zich verwant voelde met de katholieke vakbeweging. De RKVP werd in december 1922 opgericht en streefde behalve sociale maatregelen typisch katholieke doelen na, zoals herstel van het gezantschap bij de paus en opheffing van het processieverbod.

  • Socialistische Partij (tot 1924)

    De Socialistische Partij (SP), opgericht in 1918, was een radicaal-socialistische en republikeinse partij die met alle middelen de toestand van de arbeiders wilde verbeteren. De partij was gelieerd aan de extreem-linkse vakbond, het Nederlands Arbeiders Secretariaat (NAS).

  • Verbond tot democratisering der weermacht

    Het Verbond tot Democratisering der Weermacht (VDW) was een typische belangenpartij. Het had als voornaamste doel het behartigen van de belangen van officieren en onderofficieren. Verder was het verbond voorstander van een volksleger en invoering van een algemene dienstplicht. Vrouwen zouden in oorlogstijd als verpleegster moeten worden ingezet. De algemene weerbaarheid van het volk moest worden vergroot.

  • Verbond voor Nationaal Herstel (VNH)

    Het Verbond voor Nationaal Herstel (VNH) was een autoritaire, rechtse partij die pleitte voor een krachtig gezag en zich keerde tegen partijpolitiek.


Meer over