Erasmus Mundus

Tot en met 2013 werd via dit onderwijsprogramma meer dan 40 miljoen euro per jaar geïnvesteerd om het volgen van masteropleidingen in het buitenland te stimuleren. Erasmus Mundus richtte zich op partnerschappen en uitwisselingen met landen buiten de Europese Unie.

Het programma bevorderde het toekennen van gezamenlijke diploma's. Het zorgde ook voor meer samenwerking tussen universiteiten en mobiliteit voor studenten, onderzoekers en academische staf. De mobiliteit kende twee kanten: de deelnemers doen kennis en ervaring op, maar brengen die ook in in hun nieuwe omgeving. Het programma moest de aantrekkelijkheid van Europese universiteiten vergroten, waardoor internationale studenten eerder zouden kiezen voor Europa, dan bijvoorbeeld voor Amerika.

Erasmus Mundus is gestart in het academische jaar 2004/2005 en is daarna voortgezet. Het programma dient niet te worden verward met het deelprogramma ERASMUS van het programma Leven Lang Leren.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

In vogelvlucht

In juli 2007 keurde de Europese Commissie een voorstel goed om het programma in de periode 2009-2013 in uitgebreide vorm voort te zetten. Er is toen ruim 950 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dat was een verviervoudiging van het oude budget. Met het geld werden nieuwe activiteiten gestart, zoals:

  • gezamenlijke doctoraatsprogramma's
  • meer financiële steun voor Europese studenten
  • nieuwe samenwerkingsverbanden met andere regio's in de wereld

De goedkeuring voor het programma van 2009-2013 kwam na een evaluatie van de voorgaande ronde waaruit bleek dat het programma zeer succesvol was. In de eerste drie jaren (2004 t/m 2006) bleken 2325 studenten uit meer dan 100 derde landen deel te hebben genomen. Er waren 323 universiteiten van binnen en buiten Europa betrokken bij het programma. In 2008 was het aantal deelnemers opgelopen tot 4424.

2.

Na 2013

In de begrotingsperiode 2014-2020 worden de doelstellingen van Erasmus Mundus voortgezet binnen het nieuwe onderwijsprogramma Erasmus+.