Beleid buurlanden

Kaart van het Europees Nabuurschapsbeleid

Het beleid buurlanden, officieel het Europees Nabuurschapsbeleid (European Neighbourhood Policy ofwel ENP) richt zich op buurlanden die geen lid zijn van de Europese Unie. De Europese Unie wil die landen ondersteunen bij democratiseringsprocessen en hun economische ontwikkeling, en nauw samenwerken op het gebied van veiligheid en migratie. Dit moet bijdragen aan stabiliteit aan de buitengrenzen van de Europese Unie.

De EU werkt bij het beleid buurlanden samen met individuele lidstaten om te zorgen dat het effect van de maatregelen zo groot mogelijk is. Voor buurlanden die op termijn lid willen worden van de Europese Unie is de EU nauw betrokken bij hervormingen in die landen. Dit gebeurt in het kader van het beleid uitbreiding.

Er zijn momenteel zestien landen lid van het programma voor nabuurschapsbeleid. Tussen de Europese Unie en ieder land apart zijn afspraken gemaakt over de samenwerking. Die afspraken gaan over handel, over zaken waar de EU en dat land veel met elkaar te maken hebben zoals migratie, transport en energie, over het bevorderen van de democratie en ze regelen hoe diverse Europese steunprogramma's worden geïmplementeerd.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Staand beleid

Budget

Het budget voor het Europees Nabuurschap bedraagt €15.4 miljard voor de periode 2014-2020. Het financieringsinstrument is het Europees Nabuurschapsinstrument (ENI). Voor extra afspraken zoals over migratie wordt mogelijk aanvullend budget vrijgemaakt als er binnen bestaande regelingen geen ruimte meer is.

De EU werkt veel samen met andere internationale instellingen zoals de Europese Investeringsbank en de Wereldbank om zo meer geld te kunnen mobiliseren voor het uitvoeren van steunprogramma's.

Deelnemende landen

Deze landen vallen onder het beleid buurlanden:

  • Oekraïne, Moldavië, Wit-Rusland
  • Georgië, Armenië, Azerbeidzjan
  • Libanon, Jordanië, Israël, de Palestijnse Autoriteit, Syrië
  • Marokko, Tunesië, Egypte, Algerije, Libië

Met ieder land wordt in principe een actieplan opgesteld. In deze plannen worden beoogde politieke en economische hervormingen vastgelegd voor het buurland voor op de korte en middellange termijn: 3 tot 5 jaar. Voor grensoverstijgende thema's worden ook multilaterale verdragen gesloten, zoals het migratiepact met landen rond de Middellandse Zee, en het Oostelijk Partnerschap met de landen in Oost-Europa en de Kaukasus.

Deze landen hebben ook de mogelijkheid om met een aantal Europese programma's mee te doen, zoals bijvoorbeeld het Europese programma dat wetenschappelijk onderzoek ondersteunt.

Andere speciale relaties

Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland vormen samen de Europese Vrijhandels Associatie (EVA). Ze hebben zich qua wetgeving grotendeels aangesloten bij de interne markt van de EU. Van de externe betrekkingen die de Europese Unie onderhoudt, zijn de betrekkingen in het kader EU-EVA het meest intensief.

Met Rusland heeft de Europese Unie een speciaal strategisch partnerschap gesloten.

De kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten vallen niet onder het beleid buurlanden.

Centrale onderwerpen

Handel & economie

Om de onderlinge handel te vergemakkelijken heeft de EU bijzondere overeenkomsten gesloten met landen in Midden- en Oost-Europa en in het Middellandse Zeegebied. Zo gelden er bijvoorbeeld speciale afspraken wat betreft de gemeenschappelijk buitentarieven.

De EU geeft veel steun aan projecten en programma's die de economische groei stimuleren en de mensen in de buurlanden meer kansen in eigen land bieden. Daarbij is er ook aandacht voor verduurzaming van de economie.

Energie

De buurlanden van de Europese Unie zijn vaak doorvoerlanden voor onze aardolie (Midden-Oosten), of aardgas (Rusland). Door te investeren in relaties met de buurlanden en in hun infrastructurele en sociale voorzieningen, hoopt de EU de doorvoer van fossiele brandstoffen veilig te stellen.

Veiligheid en migratie

De EU wil illegale immigratie naar Europa tegengaan. Afspraken zijn erop gericht om migratie in betere banen te leiden, de buurlanden te steunen bij de opvang van migranten en de mensenhandel aan te pakken.

Verdere speerpunten zijn de aanpak van radicalisering en het bestrijden van terrorisme, het gemakkelijker of vrij kunnen reizen tussen de EU en het betreffende buurland, en samenwerking bij het controleren van de grenzen en douane.

Mensenrechten en behoorlijk bestuur

De EU heeft een aantal programma's gericht op het versterken van de rechtstaat en democratie en het creëren van een actief maatschappelijk middenveld. Naast overheden geeft de EU ook steun aan maatschappelijke organisaties en bevolkingsgroepen die slachtoffer zijn van repressieve regimes.

De EU probeert alle bovenstaande steunprogramma's te koppelen aan eisen over hoe een land omgaat met de mensenrechten. Er is meer steun voor landen die meer doen dit vlak. Regeringen die de mensenrechten op grote schaal schenden kunnen op minder steun rekenen.

Sancties en het nabuurschapsbeleid

Voor Libië, Syrië en Wit-Rusland geldt dat tegen het land of een deel van machthebbers in het land Europese sancties gelden. Samenwerkings- en steunprogramma's met die landen zijn opgeschort of worden voorlopig nog niet goedgekeurd. Pas wanneer de sancties worden opgeheven zal de EU over deelname aan programma's willen praten.

2.

Mijlpalen

Het eerste alomvattende programma voor nabuurschapsbeleid dateert uit 2004. Ontwikkelingen in de buurlanden zoals de conflicten tussen Rusland en Oekraïne (over de gastoevoer in 2009, de burgeroorlog en annexatie van de Krim in 2013-2014), de Arabische Lente (2010-2011) en de opkomst van de Islamitische Staat en de burgeroorlog in Syrië bewogen de EU om het beleid telkens weer bij te stellen. De laatste grondige herziening stamt uit 2015.

Hiervoor was het nabuurschapsbeleid lange tijd ondergebracht in zowel het buitenlands beleid als het beleid uitbreiding. Na de val van de Muur in 1989 werd er een uitvoerig programma opgesteld om de landen van het voormalig Oostblok bij te staan. Groot verschil met het nabuurschapsbeleid is dat die programma's er al snel op gericht waren om die landen toe te laten treden tot de EU.

3.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit terrein geldt dat het kader waarin het beleid voor buurlanden wordt uitgezet onderdeel is van het algemene buitenlands beleid van de Europese Unie. Binnen het opgestelde kader wordt het beleid vormgegeven door een aantal internationale overeenkomsten, die per land worden afgesloten. Bij het sluiten van deze overeenkomsten spelen de Europese Commissie, de Raad, de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands en Veiligheidsbeleid en het Europees Parlement een rol. Voor internationale overeenkomsten geldt dat de Raad de Europese Commissie machtigt om te onderhandelen. Bij overeenkomsten op het terrein van buitenlands en veiligheidsbeleid beslist de Raad. Bij overeenkomsten op andere terreinen beslist de Raad, met goedkeuring van het Europees Parlement.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eerstverantwoordelijke: Eurocommissaris voor Uitbreidingsonderhandelingen en nabuurschapsbeleid: Johannes Hahn (Oostenrijk)

Daarnaast de Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Federica Mogherini

Parlementaire commissie Europees Parlement

Commissie Buitenlandse Zaken (AFET)

Nederlands lid commissie Europees Parlement

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Buitenlandse Zaken

Nederlandse afvaardiging Raad van Ministers

Stef Blok (VVD), minister van Buitenlandse Zaken