Audiovisueel- en mediabeleid

Het audiovisueel- en mediabeleid van de EU heeft verschillende doelstellingen. De belangrijkste zijn het vergroten van het vrije verkeer van media, het beschermen van minderjarigen tegen schokkende inhoud, het beschermen van het auteursrecht, voorschriften over de maximumhoeveelheid aan reclame en en het bevorderen van diversiteit aan uitzendingen. De lidstaten bepalen ieder zelf hun eigen audiovisueel beleid. De EU stelt voorschriften en richtsnoeren op voor zaken van gemeenschappelijk belang en vervult zodoende een ondersteunende rol.

Onder audiovisueel- en mediabeleid vallen de televisie, radio, film en online media. Deze sector speelt een belangrijke maatschappelijke rol, omdat deze media de voornaamste bron van informatie zijn voor de Europese bevolking en een belangrijke vorm van vrijetijdsbesteding. De reikwijdte van dit beleid wordt steeds groter, omdat het online aanbod van audiovisuele media nog steeds groeit.

De afgelopen jaren is de aandacht meer verschoven naar online. Zo is er een EU-richtlijn die voor betere bescherming van kinderen tegen schadelijke inhoud op internet moet zorgen. Bovendien is er in het najaar van 2018 een richtlijn aangenomen die moet zorgen voor eerlijke concurrentie van online streamingsdiensten. Zo moet minstens 30 procent van online-aanbieders van films en series van Europese makelij zijn.

In december 2020 nam de Europese Commissie een actieplan aan om het herstel en de transformatie na de coronacrisis van de media- en audiovisuele sector te ondersteunen. Deze sector is hard geraakt door de pandemie en kan daarom rekenen op een budget van 2,5 miljard euro voor de periode 2021-2027.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Mijlpalen

Begin EU inmenging audivisueel- en mediabeleid

Het audiovisueel- en mediabeleid van de EU ontwikkelde zich voor het eerst in de jaren 1980. Het jaar 1989 is een belangrijke mijlpaal, omdat toen de eerste Europese omroepenrichtlijn tot stand kwam. Deze richtlijn regelde het vrije verkeer van omroepdiensten binnen Europa.

Observatorium voor vervalsing en Piraterij

In 2009 is het Observatorium voor vervalsing en Piraterij opgericht, dat het doel heeft om het bewust zijn te vergroten en de dialoog tussen ondernemers en nationale overheden te bevorderen aangaande het schenden van intellectuele eigendomsrechten. Het bureau werd in 2012 overgedragen naar het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie.

Auteursrechten

In 2016 kwam de Europese Commissie met een voorstel voor nieuwe EU-regels voor auteursrechten, die in de lente van 2019 door de Europese Raad en het Europees Parlement aangenomen zijn. Deze nieuwe regels hebben het doel om materiaal op het internet toegankelijker te maken, grote online platforms wettelijk aansprakelijk te stellen voor de inhoud op hun fora en auteurs een betere onderhandelingspositie te geven over de compensatie voor hun creaties.

Andere mijlpalen zijn de omvangrijke subsidieprogramma's die aan het begin van de twintigste eeuw ontwikkeld werden om de mediasector te ondersteunen. Belangrijke programma's waren:

  • MEDIA 2007

    Dit programma had als doel om de audiovisuele sector te steunen in de verschillende fasen vóór en na productie (verwerving en verbetering van vaardigheden, ontwikkeling van audiovisuele werken, distributie, promotie). Het programma was een voortzetting van de twee programma's MEDIA Plus en MEDIA Opleiding, die liepen van 2000 tot en met 2006.

  • Cultuur 2007

    Dit programma moest bijdragen aan het ontwikkelen van een gemeenschappelijke Europese culturele ruimte. Hierbij probeerde het programma de samenwerking te versterken tussen scheppende kunstenaars en andere personen en instellingen die met cultuur te maken hebben. CULTUUR 2007 liep van 2007 tot en met 2013 en had een begroting van 354 miljoen euro, afkomstig uit de begroting voor cultuur.

  • MEDIA MUNDUS

    Media Mundus was een financieringsprogramma van de Europese Unie om de internationale samenwerking tussen Europese filmmakers en hun collega's uit derde landen te bevorderen. Het programma liep van 2007 tot 2013 en is daarna opgegaan in het programma Creatief Europa programma.

Lees meer:

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement (EP) een rol. De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Onderwijs, cultuur, jongeren en sport

Parlementaire Commissie EP

Parlementaire commissie Cultuur en Onderwijs

Nederlands lid Commissie EP

Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Onderwijs, Jeugdzaken, Cultuur en Sport.

Nederlandse afvaardiging Raad van de Europese Unie

Arie Slob (ChristenUnie), minister voor Basis en Voortgezet Onderwijs en Media

Invloed nationale parlementen

Het Nederlandse parlement heeft ook een rol in de totstandkoming van Europees beleid. Dat kan formeel op twee manieren. Ten eerste controleert de Staten-Generaal de minister of staatssecretaris die naar de Raad van de Europese Unie gaat om over het onderwerp te praten. Daarnaast kunnen nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Betrokken bij wetgeving en uitvoering

 
  • 3. 
    Juridisch kader

    Audiovisueel beleid is in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) niet als specifiek punt van aandacht opgenomen, maar valt onder de algemene bepalingen aangaande cultuur.

    • cultuurbeleid: derde deel VwEU titel XIII (art. 167)
    • uitzonderingsbepaling in het handelsbeleid: vijfde deel VwEU titel II artikel 207, lid 4