Beleid begroting Europese Unie

Phil Hogan
Bron: European Commission

De Europese Unie heeft takenpakket dat verschillende beleidsterreinen en programma's omvat. Om dit uitgebreide takenpakket ieder jaar weer te kunnen financieren, heeft de Europese Unie een eigen begroting. Deze begroting wordt gefinancierd door de lidstaten. De begroting van de EU wordt jaarlijks vastgesteld en is gebonden aan verschillende beleidsregels. Het doel van het begrotingsbeleid is het takenpakket van de EU op een zo efficiënte manier te kunnen financieren in een begroting die qua inkomsten en uitgaven in balans is.

De begroting van de EU is aan strikte regels gebonden. De begroting moet voldoen aan de richtlijnen van het meerjarig financieel kader, enkele algemene beginselen en er moet een speciale besluitvormingsprocedure gevolgd worden. In deze begrotingsprocedure heeft de Europese Centrale Bank (ECB) naast de Commissie, de Raad en het Europees Parlement een belangrijke rol. De rol van de lidstaten komt vooral tot uiting tijdens beslissingen over het meerjarig financieel kader.

De Europese Commissie komt meestal rond juni met een ontwerpbegroting voor het opvolgende jaar. Het duurt vaak tot het eind van het jaar voordat alle onderhandelingen in de Raad van Ministers en het Europees Parlement zijn afgerond. Dat is veelal een ingewikkelde procedure, omdat er vaak sprake is van tegengestelde belangen van lidstaten en Europees Parlement. Voor 2019 is de Europese begroting vastgesteld op een totaal van 165,8 miljard euro. Dat is 5 miljard euro meer dan het jaar ervoor.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Staand beleid

Jaarbegroting

In de jaarlijkse EU-begroting staan de te verwachten inkomsten en uitgaven van de Europese Unie. De begroting komt jaarlijks uit op net iets meer dan één procent van het Bruto nationaal product van alle landen van de Europese Unie bij elkaar. Er is een jaarlijkse begroting en een meerjarig financieel kader. Op die manier streeft de EU naar continuïteit in het begrotingsbeleid.

Een begrotingsjaar loopt van 1 januari t/m 31 december. Deze begroting omvat alle uitgaven en inkomsten, inclusief de financiering van Europees beleid en diverse programma's. De begroting houdt ook rekening met de inkomsten van de EU. Dit is vaak één van de struikelblokken in de vaststelling van de jaarbegroting, omdat de afdrachten van de lidstaten een pijnpunt zijn voor veel regeringen. In de begrotingen komen de belangrijkste focuspunten van Europees beleid en Europese programma's tot uiting. In 2019 heeft dit gezorgd voor een begroting van 165,8 miljard euro.

Ieder voorjaar doet de Europese Commissie een voorstel voor de begroting voor het opvolgende jaar. Dat voorstel wordt besproken door het Europees Parlement en de Raad van Ministers. Als zij akkoord gaan, wordt de begroting voor het komende jaar definitief vastgesteld. Dat gebeurt meestal in november of december.

Meerjarig financieel kader

De hoogte van de jaarbegrotingen en de bestemming van het geld op hoofdlijnen zijn vastgesteld in een meerjarig financieel kader, dat tenminste vijf jaar beslaat. De afgelopen jaren waren de meerjarige kaders vaak vastgesteld voor een periode van zeven jaar. Het financiële kader moet zorgen voor continuïteit in het EU-beleid, en het biedt de EU de mogelijkheid om uitgavenprogramma’s een aantal jaren vooruit te plannen. In de praktijk worden er 'mid-term reviews' gehouden waar wordt bekeken of de begroting wel gericht is op de juiste prioriteiten. Dit kan leiden tot tussentijdse aanpassingen in de begroting op hoofdlijnen.

Enkele jaren vóór de lopende meerjarenbegroting afloopt, doet de Commissie een voorstel voor de nieuwe meerjarenbegroting. In praktijk zet de Europese Raad daarvoor de belangrijkste hoofdlijnen uit. Dit orgaan maakt formeel echter geen onderdeel uit van de procedure. Het Europees Parlement en de Raad van Ministers moeten de meerjarenbegroting beiden goedkeuren. In de praktijk beslaat de nieuwe meerjarenbegroting een jarenlange onderhandeling tussen de Europese instellingen en de lidstaten onderling voordat een akkoord bereikt wordt.

Inkomsten

De meeste inkomsten van de EU komen voort uit afdrachten van de lidstaten. Deze inkomstenafdrachten zijn gebaseerd op grofweg drie bronnen, die een belangrijke peiler zijn voor de inrichting van de begroting van de EU:

  • de gezamenlijke douanetarieven die de lidstaten heffen op import uit en export naar derde landen (de lidstaten mogen een klein deel van de inkomsten houden)
  • een percentage van de btw-opbrengsten uit alle lidstaten
  • directe bijdragen door lidstaten; alle lidstaten dragen een vaststaand percentage van hun bruto nationaal product bij

Er zijn ook inkomsten die losstaan van de afdrachten van lidstaten. Dit zijn inkomsten als belastingen op het salaris van de EU-ambtenaren, uit boetes (met name voor bedrijven die kartels vormen, of andere mededingingsregels schenden) en uit bijdragen van derde landen aan gezamenlijke projecten. Dit bedrag is tezamen goed voor minder dan één procent van begroting.

Korting voor lidstaten op EU-bijdrage

Een aantal landen dat relatief veel bijdraagt aan de Europese Unie en bovendien relatief weinig subsidies en andere EU-gelden ontvangen, krijgt een korting op de bijdrage aan de EU. Die korting wordt geregeld via de zogeheten 'rebate', een teruggave. Ook Nederland heeft een korting op de bijdrage bedongen van enkele honderden miljoenen per jaar.

Algemene beginselen

Bij het vaststellen van de begroting moet de EU rekening houden met enkele beginselen die gelden voor de Europese begroting. Deze beginselen komen voort uit de Europese verdragen en zorgen voor een gemeenschappelijk kader van waarden waarbinnen de EU mag bewegen. De beginselen zijn een waarborg van fatsoenlijk bestuur voor lidstaten en burgers. De EU moet bij de vaststelling van de begroting rekening houden met de volgende beginselen:

  • Begrotingsevenwicht. Uitgaven en inkomsten moeten in evenwicht zijn. In praktijk betekent dit echter dat tekorten van de EU vaak doorgeschoven worden naar een ander jaar, waardoor een evenwicht binnen het Meerjarig Financieel Kader kan worden opgelost.
  • Universaliteits- en specialiteitbeginsel. Alle inkomsten en alle uitgaven moeten ieder jaar per specifieke begrotingspost worden aangegeven. Er mag binnen een jaar in principe niet tussen posten worden geschoven.
  • Eenheidsbeginsel vanwege de transparantie. Alle uitgaven en inkomsten worden in één begrotingsdocument vastgelegd. Dit moet de controle op de financiën van de Europese Unie vergemakkelijken. Alle uitgaven en inkomsten worden openbaar gemaakt, evenals tussentijdse aanpassingen.

Controle en fraudebestrijding

Ieder jaar kijkt de Europese Rekenkamer of de Europese gelden goed zijn besteed. De rekenkamer beoordeelt of het geld terecht is uitgegeven en of uitgaven de gewenste resultaten opleverden. Sinds de Europese Rekenkamer is opgericht heeft zij zelden de jaarrekening helemaal goedgekeurd. Vrijwel ieder jaar vindt de Rekenkamer dat voor (kleine) delen van de uitgaven onduidelijk is waaraan het geld is besteed, of dat het geld niet goed gebruikt is. Het Europees Parlement besluit uiteindelijk of het wel of geen kwijting verleent, of anders gezegd, of ze de gecontroleerde jaarrekening goed- of afkeurt. De Europese Unie heeft een speciaal bureau opgericht, OLAF, dat fraude met EU-gelden opspoort.

2.

Mijlpalen

EGKS: de eerste Europese begroting

De begroting van de EU is in de loop der jaren steeds uitgebreider geworden, omdat de EU zich met steeds meer zaken is gaan bezighouden. De eerste Europese begroting was de begroting van de EGKS in 1952. De inkomsten van de EGKS kwamen niet uit afdrachten van lidstaten, maar door heffingen op productie van kolen en staal en het aangaan van leningen. Omdat de eerste Europese begroting maar een beperkte samenwerking hoefde te begroten, was de eerste begroting slechts een fractie van de huidige.

Belangrijke meerjarenprogramma's

3.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Raad, de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement en de Europese Rekenkamer een rol. Voor het vaststellen van de regels voor het financieel toezicht geldt de gewone wetgevingsprocedure, na raadpleging van de Europese Rekenkamer. Het vaststellen van de jaarlijkse begroting verloopt volgens de begrotingsprocedure.

Voor het vaststellen van meerjarige kader voor de uitgaven en besluiten over de manier waarop de EU gefinancierd wordt, geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement.

De verantwoording van de EU-uitgaven verloopt volgens de kwijtingsprocedure.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Begroting en administratie

Parlementaire Commissie EP

Commissie begroting

Commissie begrotingscontrole

Nederlandse leden Parlementaire Commissie begroting

Plaatsvervanger(s)

Nederlandse leden Parlementaire Commissie begrotingscontrole

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Algemene Zaken (RAZ)

Raad Economische en Financiële zaken (Ecofin)

Nederlandse deelnemer(s) Raad Algemene Zaken

Stef Blok (VVD), minister van Buitenlandse Zaken

Nederlandse afvaardiging Raad Economische en Financiële Zaken

Wopke Hoekstra (CDA), minister van Financiën

Menno Snel (D66), staatssecretaris van Financiën

Invloed nationale parlementen

Het Nederlandse parlement heeft ook een rol in de totstandkoming van Europees beleid. Dat kan formeel op twee manieren. Ten eerste controleert de Staten-Generaal de minister of staatssecretaris die naar de Raad van de Europese Unie gaat om over het onderwerp te praten. Daarnaast kunnen nationale parlementen van de lidstaten binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden. Op het gebied van begrotingen zou het dan gaan om een begrotingspost waar de EU zich niet mee zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Betrokken bij wetgeving, uitvoering en controle

 

Betrokken instantie EU

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

DG Begroting

Controlerend orgaan

Europese Rekenkamer