Visserijbeleid en Maritieme Zaken

Boot op zee

De Europese Unie is de vierde visproducent ter wereld. Er werken in de visserij- en visverwerkende sector ongeveer 350.000 mensen. De visserij levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de Europese economie. Het beleid van de EU richt zich op het garanderen van een betaalbaar visaanbod voor de consument, het behoud van de werkgelegenheid voor de vissers en het beschermen van het (zee)milieu.

In de praktijk betekent dit dat er een stelsel van vergunningen is ingevoerd dat bepaalt hoeveel vis gevangen mag worden. Om te kijken of vissers zich aan de afspraken houden, voert de EU controles uit op zee en op land. Visserij levert in de Europese Unie dikwijls spanning op. Een goed voorbeeld vanuit Nederlands perspectief is de strijd die gevoerd werd vanwege de pulsvisserij.

De EU kent daarnaast ook een Geïntegreerd Maritiem Beleid. Vooral de scheepvaart en het milieu staan in het maritieme beleid centraal, maar ook onderwerpen als mensensmokkel over zee en zeeweringen vallen er onder.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Staand beleid

Budget

Het grootste deel van het visserijbeleid wordt bekostigd uit het Europees Fonds Maritieme Zaken en Visserij (EFZMV). Onder dit fonds valt ook het maritieme beleid, met onder meer als doel het duurzame gebruik van zeeën en oceanen te verbeteren. Er is voor de periode 2014-2020 6,4 miljard euro uitgetrokken voor dit fonds.

Visserij

Het huidige visserijbeleid vindt zijn wortels in 2009. Toen stelde de Europese Commissie in een zogenaamde controleverordening dat de Europese coördinatie van visserijbeleid op vijf punten niet goed liep:

  • Overbevissing:
  • Spanning tussen milieu en visserijsector.
  • De verhouding tussen Europese regelgeving en de rol van nationale staten.
  • Rol van de vissers: veel landen vinden dat de vissers zelf voor een goede visstand moeten zorgen. Veel milieuorganisaties zien liever dat de overheid en de vissers samen voor het beheer zorgen.
  • Veel regels werden niet nageleefd: dit komt vooral doordat er weinig controle was, doordat regels niet begrepen werden of doordat in de ene lidstaat andere straffen golden dan in de andere.

De tekortkomingen vormden de basis voor nieuw beleid. Dit nieuwe visserijbeleid trad per 1 januari 2014 in werking. De volgende, concrete, maatregelen zijn sindsdien de speerpunten van het Europese visserijbeleid:

  • Er is een teruggooiverbod: alle vis die wordt gevangen moet aan land worden gebracht. Onder het oude beleid werd de gevangen vis die te klein bleek, vaak dood, teruggegooid. Vissers zouden door het verbod beter moeten kijken waar ze vissen om de vangst van jonge vis te vermijden, en schepen zouden uitgerust moeten zijn met netten die kleine vissen niet meenemen in de vangst.
  • EU-lidstaten moeten er individueel voor zorgen dat het aantal en de grootte van de schepen, in balans zou zijn met hun vangstmogelijkheden.
  • De besluitvorming komt in de ideale situatie op een decentraal niveau te liggen. De Europese Unie stelt het algemene kader, de beginselen en doelstellingen, op. Lidstaten zijn verantwoordelijk gesteld voor de invulling ervan, en moeten samen tot overeenstemming komen over het concreet te voeren beleid.
  • Kleinschalige visserij is beschermd vanwege het cultureel en historisch belang. De lidstaten kunnen het recht op visserij dichtbij de kustlijn beknotten.
  • De lidstaten moeten zorgen voor plannen om de mogelijkheden voor duurzame aquacultuur te verbeteren.
  • De leidraad voor visquota wordt gelegd aan de hand van bindend advies van wetenschappers. Dit advies is niet slechts een leidraad voor onderhandelingen tussen lidstaten.

Pulsvisserij

Per 2021 zal er een Europees verbod op pulsvisserij van kracht zijn. Deze vismethode waarbij met elektrische schokjes vissen van de bodem worden opgeschrikt zodat ze in het net zwemmen, is een Nederlandse vinding. Nederlanders zijn vrijwel de enigen in Europa die hier op grote schaal mee werken. Het argument achter deze methode was dat het efficiënter, goedkoper, milieuvriendelijker en visvriendelijker is.

Toch was er, ondanks Nederlands verzet, een meerderheid voor het verbod op deze visserijvorm. Protest van Nederlandse vissers mocht niet baten. Het verbod is een voorbeeld van Europees beleid dat nadelige effecten heeft voor Nederlandse vissers. Coördinatie van visserijbeleid vissers levert evenwel ook veel op.

Aquacultuur

Aquacultuur is een bio-industrie, waarbij vis wordt gekweekt in bassins. De gehele wereldwijde visproductie bestaat volgens de FAO sinds 2009 voor meer dan de helft uit aquacultuurvis. Slechts 4 procent van de aquacultuurvis is afkomstig uit Europa, en dan met name uit Noorwegen, dat geen EU-lidstaat is. Daaruit is op te maken dat deze industrie kan uitgroeien tot een effectieve vervanger voor vis uit zee.

De EU steunt deze industrie met financiële middelen en beleidsmaatregelen, en zet hiermee het eigen visserijbeleid kracht bij. Behalve een bescherming van de vispopulatie in zee, wordt er ook gezorgd voor extra werkgelegenheid in gebieden waar visserij normaal gesproken een seizoensgebonden beroep is.

Maritiem beleid

De visserij heeft veel invloed op het milieu en duurzaam gebruik van zeeën en oceanen. Met de rijkdommen van de zee moet op een verantwoorde manier worden omgegaan, zodat ook toekomstige generaties ervan kunnen profiteren.

Daarom is in 2007 binnen de EU het Geïntegreerd Maritiem Beleid (GMB) opgezet. Het doel van dit beleid is het stimuleren van een meer samenhangende aanpak van maritieme zaken en meer samenwerking tussen sectoren en lidstaten. Dit vanuit het besef dat alles wat met de Europese zeeën en oceanen te maken heeft met elkaar verweven is. Een geïntegreerde en sectoroverschrijdende aanpak moet leiden tot een innoverende, concurrerende en duurzame maritieme sector waarin economische en ecologische belangen op elkaar zijn afgestemd. Dit ligt ook in lijn met de Europa 2020-strategie (2011-2020).

Belangrijke aandachtspunten van het maritieme beleid in de periode 2014-2020 zijn:

  • Een langetermijnstrategie voor meer groei in de maritieme sector als geheel ('blauwe groei')
  • Ontwikkeling van 'blauwe energie' in de Europese zeeën en wateren
  • Vervoer over zee om wereldwijd te kunnen concurreren
  • Bijdrage leveren in het aanpakken van uitdagingen zoals klimaatverandering, luchtverontreiniging en energie-efficiënte
  • Duurzame ontwikkeling van activiteiten aan de kust en op zee
  • Europese burgers en de maritieme sector moeten worden beschermd tegen zeegerelateerde bedreigingen
  • Verbetering van de beroepskwalificaties van maritieme opleidingen en betere carrièrekansen in de sector
  • Europees leiderschap waarborgen door innovatie en onderzoek, en de hieruit verkregen kennis delen
  • Marine-ecosystemen beschermen

2.

Mijlpalen

Eerste visserijbeleid

Oorspronkelijk was het Europees visserijbeleid onderdeel van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. In de jaren 1970 kwam hier voor het eerst verandering in. Door de oprichting van de exclusieve economische zones en de toetreding van enkele landen met een grote visserijsector kwam er voor het eerst een apart visserijbeleid. Vooral de toetreding van Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Ierland (1972) bracht dit in een stroomversnelling.

Hervorming in 1992

In 1992 breidde de EU, toen nog EEG, het visserijbeleid uit. Vanaf toen was er niet alleen oog voor de economische zones, maar ook voor het behoud van visbestanden en evenwicht tussen Europese landen. Er kwam een Europees vergunningsysteem voor visserij. (verordening EEG nr. 3760/02).

Hervorming in 2002

In 2002 was er de constatering dat overbevissing niet was opgelost door maatregelen uit 1992. Daarom zijn er in 2002 beslissingen genomen om het evenwicht tussen visserij en ecosystemen te herstellen. Sindsdien is het Europees visserijbeleid gericht op een duurzame toekomst. Dit gebeurt onder andere door strenge controle en strenge regels voor vismethoden. Hiertoe werd onder andere het agentschap EFCA opgericht.

Europees fonds in 2013

In 2013 richtte de EU het Europees fonds voor maritieme zaken en visserij opgericht om de maritieme en visserijsector financieel te ondersteunen en om de Europese orde op dit terrein te versterken.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

3.

Wie doet wat

De activiteiten die de Europese Unie ontwikkelt betreffende Visserijbeleid worden ontplooid in het kader van de gewone wetgevingsprocedure. Dit houdt in dat de Europese Commissie, de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement alle een grote rol spelen in het besluitvormingsproces.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Milieu, maritieme zaken en visserij

Parlementaire commissie Europees Parlement

parlementaire commissie Visserij

Nederlands lid commissie Europees Parlement

Ondervoorzitter(s)


Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Landbouw en Visserij (AGRIPECHE)

Nederlandse afvaardiging Raad van Ministers

Carola Schouten (ChristenUnie), minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (visserij) en Cora van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD), minister van Infrastructuur en Waterstaat (maritieme zaken)

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Betrokken bij uitvoering

 

Betrokken instantie EU/internationaal

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

Directoraat-generaal voor maritieme zaken en Visserij (MARE)

Agentschap

Communautair Bureau voor visserijcontrole (EFCA)

  • 3. 
    Juridisch kader

Het visserijbeleid vindt haar basis in het landbouwbeleid in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU).

  • beginselen: eerste deel VwEU titel I art. 4 lid 2d
  • landbouwbeleid: derde deel VwEU titel III (artikelen 38 t/m 44)