Beleid uitbreiding Europese Unie

Lidstaten EU

Sinds de oprichting van de Europese Unie zijn geleidelijk aan steeds meer landen tot de Unie toegetreden. De Europese Commissie noemt als belangrijk voordeel van de uitbreiding van de EU de mogelijkheid om vrede, democratie, welvaart en stabiliteit in Europa te verspreiden. Inmiddels telt de EU 28 lidstaten.

Landen moeten aan een aantal voorwaarden voldoen om lid te worden van de Unie: de Kopenhagen-criteria. Een toekomstig lid moet bijvoorbeeld een democratische regering hebben, waar goed wordt omgegaan met mensenrechten. Ook moeten minderheden worden beschermd en moet de economie goed functioneren. Tot slot moeten nieuwe lidstaten de Europese regels overnemen.

Onderhandelingen over toetreding worden gevoerd met:

Op 17 mei 2018 vond in Sofia de top EU-Westelijke Balkan plaats. De regeringsleiders van de betrokken landen concludeerden na afloop in een gezamenlijke verklaring dat de bovenstaande Balkanlanden nog niet klaar zijn voor toetreding. Wel moeten ze zicht houden op EU-lidmaatschap. In het kader van dat vooruitzicht stelt de EU voor om de banden met de Westelijke Balkan aan te halen op een groot aantal beleidsgebieden, waaronder transport, energie en economie.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

De Europese Unie is door de jaren heen sterk gegroeid. De voorloper van de EU, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal is in 1951 opgericht door zes landen in West-Europa.

In 2004 werd de Europese Unie uitgebreid van 15 naar 25 lidstaten. De tien nieuwe lidstaten waren: Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië.

Bulgarije en Roemenië zijn op 1 januari 2007 lid geworden van de EU. Zij waren in 2004 nog niet klaar om toe te treden. Kroatië werd op 1 juli 2013 lid van de Europese Unie.

In de Balkan zijn Noord-Macedonië, Servië, Montenegro en Albanië kandidaat-lidstaten. Kosovo en Bosnië en Herzegovina hebben de status van potentieel kandidaat-lidstaat. Voordat deze landen lid kunnen worden, moeten ze hun grensgeschillen bijleggen en meer doen om corruptie en misdaad te bestrijden.

IJsland vroeg in 2009 het lidmaatschap aan en de toetredingsonderhandelingen begonnen vrijwel meteen; in 2013 werden deze onderhandelingen echter gestopt door de regering van premier Gunnlaugsson. In navolging hierop, kondigde IJsland op 12 maart 2015 aan niet opnieuw te willen onderhandelen over toetreding tot de Europese Unie.

Turkije vroeg in 1987 lidmaatschap aan. De officiële onderhandelingen werden pas in 2005 geopend, maar de onderhandelingen bleven lange tijd stilliggen. Met de deal van de vluchtelingencrisis heropende de EU de gesprekken in 2015. De EU bleef bezorgd over de Turkse rechtstaat. Na de mislukte staatsgreep door een deel van het Turkse leger wilde president Erdogan de doodstraf herinvoeren. Veel EU-lidstaten, waaronder Duitsland, hebben aangegeven de toetredingsonderhandelingen stop te zetten indien de doodstraf wordt ingevoerd.

2.

Uitbreiding van de EU

Toetredingscriteria

Landen kunnen niet zomaar toetreden tot de Europese Unie; zij moeten aan een aantal voorwaarden voldoen. Deze criteria zijn opgesteld door de regeringsleiders van de EU-lidstaten in Kopenhagen in juni 1993. Een toekomstig lid moet:

  • 1. 
    Een stabiele democratie hebben die de rechtstaat, de eerbiediging van de mensenrechten en de bescherming van de minderheden waarborgt
  • 2. 
    Over een goed functionerende markteconomie beschikken
  • 3. 
    De gemeenschappelijke regels, normen en beleidsmaatregelen aanvaarden die de basis van de EU-wetgeving vormen

In 2006 is daaraan toegevoegd:

  • 4. 
    Toetreding van een land mag het functioneren en ontwikkelen van de EU niet onder druk zetten

Verloop van uitbreiding

De uitbreiding van de Europese Unie past in een historisch groeiproces, dat de volgende stappen doorliep:

jaar

nieuwe deelnemers

aantal landen

1951

Start met: België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland

6

1973

Denemarken, Ierland, Verenigd Koninkrijk

9

1981

Griekenland

10

1986

Portugal, Spanje

12

1995

Finland, Oostenrijk, Zweden

15

2004

Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Cyprus, Malta

25

2007

Bulgarije, Roemenië

27

2013

Kroatië

28

2019

Verenigd Koninkrijk uit de EU

27

nnb

Turkije (traject begonnen in 2005)

28?

nnb

Republiek Noord-Macedonië (traject begonnen in 2005)

29?

nnb

Montenegro (traject begonnen in 2010)

30?

nnb

Servië (traject begonnen in 2012)

31?

nnb

Albanië (traject begonnen in 2014)

32?

nnb

Bosnië en Herzegovina (voortraject begonnen in 2016)

33?

nnb

Kosovo

34?

nnb: nog niet bekend

Uitbreiding van 2004

De uitbreiding van de Unie in 2004 was een ingrijpende gebeurtenis voor alle belangrijke EU-organen. Zo wijzigde de personele samenstelling en het aantal leden van instellingen als het Europees Parlement, het Europees Hof van Justitie, de Europese Rekenkamer, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. Ook de stemverhoudingen in de Raad van de Europese Unie veranderden door de toetreding van nieuwe lidstaten. De uitbreiding had ook grote gevolgen voor Europese Commissie, omdat elke nieuwe lidstaat ook een eurocommissaris ging leveren.

Na deze uitbreiding lagen de prioriteiten vooral bij het verbeteren van de levensstandaard van de nieuwe lidstaten, die in alle gevallen onder het EU-gemiddelde lag. De economische gevolgen van de uitbreiding waren groot. Door de uitbreiding is de interne markt groter geworden, en dit gaf zowel de nieuwe als de oude lidstaten een impuls.

Huidig uitbreidingsbeleid

Om te zorgen voor voldoende draagvlak onder de Europese bevolking bij het uitbreiden van de EU, heeft de Europese Commissie in november 2006 enkele maatregelen voorgesteld:

  • de capaciteit om specifieke landen op te nemen zal worden getoetst in alle belangrijke fases van toetreding. Daarbij wordt ook de invloed op het gebied van EU-instellingen, begroting en beleid (met name landbouw- en structuurbeleid) geëvalueerd
  • resultaten van economische en politieke dialoog moeten worden meegenomen in de onderhandelingen
  • een systematischer gebruik van benchmarks moet concrete criteria opleveren voor het starten of sluiten van onderdelen van de onderhandelingen
  • juridische hervormingen, administratieve capaciteit, aanpak van corruptie en georganiseerde misdaad moeten vroeg in het toetredingsproces aan de orde komen

Eurocommissaris Johannes Hahn (Uitbreiding en nabuurschapsbeleid) gaf in 2014 tijdens zijn hoorzitting in het Europees Parlement aan dat er tijdens zijn vijfjarige mandaat geen nieuwe lidstaten zullen toetreden tot de EU.

In 2018 werd een nieuwe strategie aangenomen, waardoor uitbreiding opnieuw op de agenda kwam voor de EU. De nadruk komt met deze strategie te liggen op de Westelijke Balkan. Ook het Bulgaars voorzitterschap zet zich hiervoor in. Mogelijk zouden Noord-Macedonië, Servië, Montenegro, Albanië, Kosovo en Bosnië en Herzegovina in 2025 lid kunnen worden van de EU. De Europese Commissie zette deze nieuwe strategie in april 2018 kracht bij door te adviseren zo snel mogelijk toetredingsonderhandelingen met Albanië en Noord-Macedonië te beginnen.

Na afloop van de EU-Westelijke Balkan-top in mei 2018 werd besloten dat de landen in de Westelijke Balkan nog niet klaar zijn voor toetreding. Wel wil de Europese Unie de banden met de Balkanlanden aanhalen op het gebied van transport, energie, migratie, veiligheid, en klimaat. Ook wil de Europese Unie meer verbindingen creëren op digitaal en economisch gebied en tussen mensen.

3.

Voor- en nadelen uitbreiding

Niet iedereen is blij met de uitbreiding van de EU. Sommige mensen zijn bang dat de eigen identiteit van hun land verloren gaat of dat er veel goedkope arbeidskrachten uit de nieuwe lidstaten naar de oude lidstaten zullen komen voor werk. Volgens sommige mensen is het zogenoemde 'absorptievermogen' van de Europese Unie uitgeput. Voorstanders van een politieke unie zijn bang dat met de uitbreiding van de EU de samenwerking wel breder zal worden getrokken, maar zich nooit zal verdiepen.

Met het toenemende belang van veiligheidsbeleid worden er vaak ook positieve kanten gezien aan uitbreiding. Zo kan uitbreiding zorgen voor stabiliteit in 'Europa's achtertuin'. Om Europa veilig te houden is een veilige en stabiele omgeving nodig. Bovendien maakt uitbreiding een betere samenwerking op het gebied van misdaadbestrijding mogelijk.

4.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement en de afzonderlijke lidstaten van de Europese Unie een rol. De besluitvorming verloopt volgens de instemmingsprocedure.

Een land vraagt het lidmaatschap aan bij de Raad. Als er onderhandelingen over toetreding komen, worden deze gevoerd door de Commissie. De voorwaarden waaraan een kandidaat-lidstaat moet voldoen worden vastgelegd in een akkoord tussen de EU en de kandidaat-lidstaat. De Europese Raad heeft een aantal criteria voor toetreding vastgesteld waar een kandidaat-lidstaat in elk geval aan moet voldoen.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor uitbreiding en nabuurschapsbeleid

Parlementaire commissie Europees Parlement

parlementscommissie Buitenlandse Zaken

Nederlands lid commissie Europees Parlement

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Algemene Zaken (RAZ)

Nederlandse afvaardiging Raad van Ministers

Stef Blok (VVD), minister van Buitenlandse Zaken

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Omdat bij toetreding van een nieuwe lidstaat de verdragen moeten worden aangepast, moet elke lidstaat afzonderlijk de toetreding goedkeuren. Elke lidstaat volgt hierin de eigen gangbare procedure. In Nederland beslist het parlement.

Betrokken bij uitvoering

 

Betrokken instantie EU/internationaal

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

DG Uitbreiding (ELARG)

5.

Juridisch kader

Uitbreiding van de Europese Unie vindt haar basis in het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU):

  • beleid uitbreiding: VEU titel VIII artikel 49