Beleid informatiemaatschappij

Het gebruik van Informatie en Communicatietechnologie (ICT) neemt in hoog tempo toe. Daarom is het van belang dat Europese landen zich daaraan aanpassen. Het beleid rondom de informatiemaatschappij is er primair op gericht een digitale interne markt te ontwikkelen, waaraan zoveel mogelijk EU-inwoners deel kunnen nemen. Daarnaast werkt de Europese Commissie aan een digitale overheid, wil de EU zich inzetten voor internetveiligheid en worden informatietechnologieën ingezet bij het bestrijden van terrorisme en criminaliteit.

De bevoegdheid van de Europese Unie op het gebied van informatietechnologie komt voort uit het Verdrag over de werking van de Europese Unie (VwEU). In artikel 179 en 180 van dat verdrag staat dat de EU ernaar streeft de ontwikkeling en de verspreiding van deze technologieën te bevorderen. De EU en de lidstaten hebben een gedeelde bevoegdheid op het gebied van informatietechnologie. Dat betekent dat lidstaten wetten mogen maken met betrekking tot dit onderwerp, maar alleen als de EU zelf geen soortgelijke maatregelen treft.

De Digitale Agenda 2010-2020 richt zich op het bevorderen van de Europese digitale industrie en gegevenseconomie. Naar aanleiding van de Digitale Agenda zijn bijvoorbeeld de roamingkosten binnen de EU gelijkgesteld. Ook is de informatiemaatschappij opgenomen in de EU 2020-strategie: de langetermijnstrategie van de EU voor een sterke en duurzame economie. Elke Europese burger moet in 2020 over snel internet beschikken en er moet meer online worden gekocht en verkocht, ook over de grens (in andere EU-landen).

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Staand beleid

Budget

Het overkoepelende beleidsterrein communicatienetwerken, inhoud en technologie heeft bijna 2,4 miljard euro ter beschikking in 2019.

Vanaf 2010: De digitale agenda

Een belangrijke stap voor de informatiemaatschappij was de aanstelling van een eurocommissaris die zich specifiek bezighield met digitale innovatie. In de Europese Commissie Barroso II werd voor de eerste keer zo'n eurocommissaris aangesteld. Dit was de Nederlandse VVD'er Neelie Kroes. Zij diende diverse plannen in voor de inzet van ICT ten behoeve van het stimuleren van de innovatiekracht van de EU. Die heeft zij uitgewerkt in de Digitale Agenda voor Europa 2010-2020. Prioriteiten van de digitale agenda waren:

  • het bevorderen van een Europese digitale industrie
  • het creëren van een Europese gegevenseconomie
  • toegang en verbinding van internet verbeteren voor alle EU-burgers
  • investeren in een netwerktechnologie
  • het versterken van vertrouwen en veiligheid op het internet

Belangrijke onderdelen van deze digitale agenda zijn de afgelopen jaren bereikt. Zo zijn de roamingkosten binnen de EU gelijkgesteld, is het 4G-netwerk uitgebreid, is het 5G-netwerk in opkomst, en de digitale economie is in Europa vergroot. Niet alle onderdelen van de digitale agenda zijn echter even succesvol. Zo zijn er binnen de EU nog veel stappen te zetten op het gebied van internetveiligheid, de digitale overheid en digitale wetenschap. Het beleid van de digitale agenda maakt tegenwoordig onderdeel uit van het beleid digitale interne markt.

De Europese Unie wil een digitale interne markt realiseren waardoor het makkelijker moet worden om in een ander EU-land online producten of diensten te kopen. In een digitale interne markt hebben consumenten meer keuze voor lagere prijzen en hebben producenten een groter afzetgebied. De Europese Commissie presenteerde in 2015 een strategie om de Digitale interne markt te verbeteren.

EU 2020-strategie

Ook in de EU 2020-strategie, speelt het bevorderen van ontwikkeling en gebruik van ICT een grote rol. De Europese Commissie wil dit op de volgende manieren bereiken:

  • Regels over het ontwikkelen van nieuwe ICT-diensten verminderen
  • ICT-diensten beschikbaar en toegankelijk maken en houden voor Europese burgers en bedrijven
  • Concurrentie stimuleren door het bestrijden van monopolieposities

In 2014 was meer dan 90% van de voorstellen over de informatiemaatschappij van de EU 2020-strategie bereikt, maar in de resterende periode moeten er nog verschillende stappen gezet worden volgens de EU. Die hebben vooral te maken met de digitale interne markt.

Een ander probleem is het feit dat een digitaal functionerende overheid in 2014 nog ver weg was. Daarom presenteerde de Europese commissie op 23 maart 2017 een nieuw kader dat Europese overheden moest helpen publieke diensten te digitaliseren. De EU wil dat overheden tussen 2017 en 2020 steeds meer publieke diensten digitaal aanbieden.

Actieplannen tegen risico's

De informatiemaatschappij kent ook negatieve aspecten, zoals computercriminaliteit en internetpiraterij. Om deze gevaren te bestrijden heeft de EU verschillende actieplannen in het leven geroepen.

Europese instellingen voor cyberveiligheid

In januari 2013 is het Europees centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit (EC3) geopend. Het moet helpen de Europese burgers en ondernemingen te beschermen tegen de toenemende cyberdreiging. Het centrum maakt deel uit van Europol in Den Haag. Het concentreert zich in het bijzonder op aanvallen op onlinebankieren en andere financiële activiteiten via het internet, exploitatie van kindermisbruik via het internet en misdrijven die gericht zijn tegen de kritieke infrastructuur en informatiesystemen in de EU. Het veiliger maken van internet is ook onderdeel van de EU 2020-strategie.

Het Europese agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA) ondersteunt overheden en bedrijfsleven om hun digitale activiteiten zo goed mogelijk te beveiligen. Sinds 2013 voert het zelf ook analyses uit om te kijken waar de Unie kwetsbaar is voor cyberaanvallen. Vanwege het toegenomen aantal incidenten en de groter wordende dreiging van 'cyberwarfare' is in juli 2019 het mandaat van ENISA versterkt en uitgebreid. Het agentschap is met dit mandaat verantwoordelijk voor het uitbouwen van de cybercapaciteit van de EU, door middel van het opzetten en onderhouden van het EU-brede certificatiesysteem voor producten, processen en diensten.

Bescherming persoonsgegevens op internet

Een digitale wereld brengt uitdagingen met zich mee die er voorheen nog niet waren. Tegenwoordig delen mensen heel veel persoonlijke informatie online. De Europese Unie vindt de privacy van haar burgers erg belangrijk. Eén van de grondrechten van mensen is de mogelijkheid om informatie die zij liever niet met anderen delen, ook daadwerkelijk privé te laten zijn. De EU probeert daar op verschillende manieren zorg voor te dragen.

'Fake News'

Een nieuw probleem dat voortkomt uit de digitale informatiemaatschappij is desinformatie, beter bekend als 'Fake News'. Social media en websites staan onder invloed van nepnieuws dat verspreid wordt door mensen en zogenoemde 'bots'. Dit leidt bijvoorbeeld tot beïnvloeding van verkiezingen. In september 2018 stemden social mediaplatforms in met een vrijwillige gedragscode van de Europese Commissie. Met die gedragscode hoopt de EU de verspreiding van desinformatie te beteugelen.

Veilig gebruik van internet door kinderen

Veel kinderen zijn dagelijks uren met internet bezig; via hun pc of laptop, een spelcomputer of mobieltje. Steeds meer kinderen worden via die kanalen geconfronteerd met geweld en seks en bovendien krijgen ze daar op steeds lagere leeftijd mee te maken. Het Europees Parlement en de Europese Commissie hebben de afgelopen jaren maatregelen genomen om kinderen hier beter tegen te beschermen.

Verantwoord gebruik van Kunstmatige Intelligentie

Kunstmatige intelligentie (Artificial intelligence - AI) wordt steeds breder toegepast en biedt kansen voor innovatie en economische ontwikkeling. Tegelijk zorgt de toepassing van AI voor grote veranderingen op de arbeidsmarkt en roept het vragen over privacy op. In april 2018 kwam de Europese Commissie daarom met voorstellen om de ontwikkeling van AI te stimuleren en te reguleren. Ze wil in de periode 2018-2020 €1,5 miljard extra investeren in de ontwikkeling van AI in het kader van het Horizon 2020 programma. Daarnaast zullen er richtlijnen voor het verantwoord gebruik van AI worden opgesteld en komt er geld beschikbaar om de veranderingen op de arbeidsmarkt op te vangen.

2.

Mijlpalen

Informatiemaatschappij tot 2010

De Europese informatiemaatschappij kreeg voor het eerst gestalte op 1 januari 1998, toen de telecommunicatiemarkt Europees werd opengesteld. Op de Europese top van Lissabon (2000) spraken Europese regeringsleiders vervolgens de ambitie uit om van de Europese Unie in 2010 de 'meest concurrerende kennismaatschappij ter wereld' te maken. Het stimuleren van de ontwikkeling en het gebruik van ICT was een belangrijk element in de toen tot stand gekomen Lissabon-strategie. Dit leidde tot verschillende initiatieven, die tussen 2000 en 2010 voor wisselend succes zorgden. De belangrijkste waren het eEurope-initiatief (2000-2005) en het i2010-initiatief (2005-2010). In 2010 liep Europa op digitaal gebied echter achter bij concurrerende economieën als de Verenigde Staten en landen in Azië.

3.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol. De Europese Commissie doet voorstellen op het gebied van de informatiemaatschappij. De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Parlementaire Commissie EP

Nederlands lid Commissie Interne markt en consumentenbescherming

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Nederlands lid Commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

 

Raad van de Europese Unie

Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nederlandse afvaardiging Raad van de Europese Unie

Mona Keijzer (CDA), staatssecretaris Economische Zaken en Klimaat

Invloed nationale parlementen

Het Nederlandse parlement heeft ook een rol in de totstandkoming van Europees beleid. Dat kan formeel op twee manieren. Ten eerste controleert de Staten-Generaal de minister of staatssecretaris die naar de Raad van de Europese Unie gaat om over het onderwerp te praten. Daarnaast kunnen nationale parlementen van de lidstaten binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlands parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Betrokken bij wetgeving en uitvoering

 

Betrokken instantie EU

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

DG Informatiemaatschappij en media

Agentschap

Europees Agentschap voor Netwerk- en Informatiebeveiliging

 

4.

Juridisch kader

Het beleid informatiemaatschappij vindt haar basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU):

  • Trans-Europese netwerken: derde deel VwEU titel XVI art. 170
  • Onderzoeks- en innovatiebeleid: derde deel VwEU titel XIX art. 179, 180, 190