Beleid informatiemaatschappij

Het gebruik van Informatie en Communicatietechnologie (ICT) neemt in hoog tempo toe. Daarom is het van belang dat Europese landen zich daaraan aanpassen. Het beleid rondom de informatiemaatschappij is er primair op gericht een digitale interne markt te ontwikkelen, waaraan zoveel mogelijk EU-inwoners deel kunnen nemen. Daarnaast werkt de Europese Commissie aan een digitale overheid, wil de EU zich inzetten voor internetveiligheid en worden informatietechnologieën ingezet bij het bestrijden van terrorisme en criminaliteit.

De bevoegdheid van de Europese Unie op het gebied van informatietechnologie komt voort uit het Verdrag over de werking van de Europese Unie (VwEU). In artikel 179 en 180 van dat verdrag staat dat de EU ernaar streeft de ontwikkeling en de verspreiding van deze technologieën te bevorderen. De EU en de lidstaten hebben een gedeelde bevoegdheid op het gebied van informatietechnologie. Dat betekent dat lidstaten wetten mogen maken met betrekking tot dit onderwerp, maar alleen als de EU zelf geen soortgelijke maatregelen treft.

Eén van de prioriteiten van de EU is om het blok klaar te maken voor het digitale tijdperk, waarbij het doel is om de omslag naar een digitale samenleving zowel voor mensen en bedrijven te laten werken en daarnaast Europa klimaatneutraal te krijgen tegen 2050. Verantwoordelijk hiervoor zijn Europese Commissie vice-president Margrethe Vestager en de Commissaris voor de Interne Markt Thierry Breton. Binnen de Europese digitale strategie staan drie peilers centraal:

  • 1. 
    Technologie die werkt voor iedereen:
  • Investeren in digitale skills voor alle Europeanen
  • Mensen beschermen van cyberaanvallen
  • Het ontwikkelen van kunstmatige intelligentie die vertrouwen inspireert en rechten van burgers beschermt
  • het versnelt ontwikkelen van ultrasnelle breedband voor de hele EU
  • de supercomputercapaciteit van Europa uitbreiden om innovatie te stimuleren
  • 2. 
    Een Eerlijke en concurrerende digitale economie
  • het stimuleren van innovatieve en snelgroeiende start-ups
  • het verantwoordelijk houden en toezicht houden op onlinediensten en platforms
  • de EU-regels verenigbaar maken met de digitale economie
  • de toegang tot gegevens van hoge kwaliteit vergroten en persoonlijke en gevoelige gegevens beschermen
  • 3. 
    Een open, democratische en duurzame samenleving
  • technologie gebruiken om Europa in 2050 klimaatneutraal te maken
  • de CO2-uitstoot van de digitale sector verminderen
  • burgers meer controle en bescherming geven over hun gegevens
  • een "Europese ruimte voor gezondheidsgegevens" te maken die onderzoek, diagnose en behandeling stimuleert
  • online desinformatie bestrijden en een diverse en betrouwbare media bevorderen

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Mijlpalen

Informatiemaatschappij tot 2010

De Europese informatiemaatschappij kreeg voor het eerst gestalte op 1 januari 1998, toen de telecommunicatiemarkt Europees werd opengesteld. Op de Europese top van Lissabon (2000) spraken Europese regeringsleiders vervolgens de ambitie uit om van de Europese Unie in 2010 de 'meest concurrerende kennismaatschappij ter wereld' te maken. Het stimuleren van de ontwikkeling en het gebruik van ICT was een belangrijk element in de toen tot stand gekomen Lissabon-strategie. Dit leidde tot verschillende initiatieven, die tussen 2000 en 2010 voor wisselend succes zorgden. De belangrijkste waren het eEurope-initiatief (2000-2005) en het i2010-initiatief (2005-2010). In 2010 liep Europa op digitaal gebied echter achter bij concurrerende economieën als de Verenigde Staten en landen in Azië.

De Digitale Agenda 2010-2020 richtte zich op het bevorderen van de Europese digitale industrie en gegevenseconomie. Naar aanleiding van de Digitale Agenda zijn bijvoorbeeld de roamingkosten binnen de EU gelijkgesteld. dit omving verder ook dat de informatiemaatschappij opgenomen moest worden in de EU 2020-strategie: de langetermijnstrategie van de EU voor een sterke en duurzame economie. Elke Europese burger moest in 2020 over snel internet beschikken en er moet meer online worden gekocht en verkocht, ook over de grens (in andere EU-landen).

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol. De Europese Commissie doet voorstellen op het gebied van de informatiemaatschappij. De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor een Europa dat klaar is voor het digitale tijdperk

Eurocommissaris voor Interne Markt

Parlementaire Commissie EP

commissie Interne Markt en Consumentenbescherming

commissie Burgerlijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken

Nederlands lid Commissie Interne markt en consumentenbescherming

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Nederlands lid Commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

 

Raad van de Europese Unie

Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nederlandse afvaardiging Raad van de Europese Unie

Mona Keijzer (CDA), staatssecretaris Economische Zaken en Klimaat

Invloed nationale parlementen

Het Nederlandse parlement heeft ook een rol in de totstandkoming van Europees beleid. Dat kan formeel op twee manieren. Ten eerste controleert de Staten-Generaal de minister of staatssecretaris die naar de Raad van de Europese Unie gaat om over het onderwerp te praten. Daarnaast kunnen nationale parlementen van de lidstaten binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlands parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Betrokken bij wetgeving en uitvoering

 

3.

Juridisch kader

Het beleid informatiemaatschappij vindt haar basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU):

  • Trans-Europese netwerken: derde deel VwEU titel XVI art. 170
  • Onderzoeks- en innovatiebeleid: derde deel VwEU titel XIX art. 179, 180, 190