Buitenlands beleid

Federica Mogherini
Bron: Raad van de Europese Unie, 2014

Europese landen voeren in diverse samenwerkingsverbanden een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), dat onder andere gericht is op het wereldwijd bevorderen van democratie en mensenrechten, het stimuleren van vrije en eerlijke internationale handel, en het garanderen van vrede en veiligheid. Daarom vinden regelmatig bijeenkomsten plaats tussen de ministers van Buitenlandse Zaken van Europese lidstaten. De Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO), onder leiding van Hoge Vertegenwoordiger Mogherini, vertegenwoordigt de EU in de rest van de wereld.

De bevoegdheden van de Europese Unie zijn beperkt op het gebied van buitenlands beleid. Elke lidstaat heeft een veto wanneer er in de Raad gestemd wordt over dit beleidsterrein. Een belangrijke oorzaak van de moeizame Europese samenwerking op dit gebied heeft te maken met de weerstand van lidstaten om bevoegdheden op dit terrein aan de EU over te dragen. Het buitenlands beleid wordt namelijk beschouwd als een kernonderdeel van de nationale soevereiniteit.

De EU heeft waarden als mensenrechten, democratie, gelijkheid en de rechsstaat hoog in het vaandel staan en wil deze in de wereld bevorderen. Sinds 2016 is de EU Global Strategy (EUGS) van kracht. In deze Europese strategie voor buitenlands beleid staan geloofwaardigheid, snel en effectief ingrijpen en een geïntegreerde aanpak met andere beleidsterreinen centraal. Door de grote omvang van de Europese economie is de Europese Unie een factor van betekenis in de wereld. De Unie is voor tal van landen en regio's de belangrijkste handelspartner. Bovendien is zij de grootste hulpverlener als het gaat om ontwikkelingssamenwerking.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Staand beleid

Budget

Het budget voor de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) is 94,5 miljard euro in de periode 2014-2020. Daarnaast geeft de EU ieder jaar 6 miljard euro uit aan ontwikkelingssamenwerking. De EU en de lidstaten leveren ongeveer de helft van alle officiële internationale ontwikkelingshulp (ODA) die op wereldschaal wordt verstrekt.

Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

Sinds het Verdag van Maastricht (1992) heeft de EU een gemeenschappelijk buitenlands en daarbij behorend veiligheidsbeleid. De hoofddoelen van het beleid zijn:

  • Vrede bewaren
  • Internationale veiligheid versterken
  • Internationale samenwerking bevorderen
  • Ontwikkelen en versterken van democratie
  • De rechsstaat en respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheden beschermen

Onder het buitenlands beleid vallen een aantal specifieke deelgebieden, namelijk ontwikkelingssamenwerking, defensiebeleid, humanitaire hulp, het nabuurschapsbeleid (de buurlanden van de Unie) en de externe handelspolitiek.

EU Global Strategy (EUGS)

In juni 2016 maakte Hoge Vertegenwoordiger Federica Mogherini haar voorstel voor de nieuwe EU-strategie voor buitenlands en veiligheidsbeleid (EU Global Strategy) (EUGS) bekend. Kernpunten daarin zijn:

  • Het versterken van de veiligheid van de Unie. De samenwerking met de NAVO wordt verder verdiept. Om nauwere samenwerking tussen lidstaten op gebied van defensie te bewerkstelligen werd de permanente structurele samenwerking (PESCO) opgericht.
  • Het bevorderen van de weerbaarheid van landen ten zuiden en oosten van de Unie. Zowel via het Europees Nabuurschapsbeleid als via het uitbreidingsbeleid wordt de samenwerking met landen in omliggende regio’s versterkt.
  • Het hanteren van een geïntegreerde aanpak voor crises en conflicten. Dit betekent dat de Unie alle beschikbare instrumenten voor conflictpreventie, conflictmanagement en stabilisatie inzet.
  • Regionale samenwerking. Dit kan voor landen voordelen opleveren op het gebied van economische ontwikkeling en veiligheid en wordt door de EU waar mogelijk ondersteund.
  • Het bevorderen van 'global governance'. De EU verbindt zich aan een wereldorde die op regels gebaseerd is waarbij het internationale recht en het Handvest van de Verenigde Naties als leidraad fungeren. Ook wordt hierbij, mede in relatie met de duurzame ontwikkelingsdoelen, aandacht besteed aan het tegengaan van klimaatverandering en het stimuleren van duurzame ontwikkeling.

Bij de uitvoering van de strategie staan geloofwaardigheid, snel en effectief ingrijpen en een geïntegreerde aanpak met andere beleidsterreinen centraal. De strategie erkent het belang van de verdere versterking van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.

Uitvoering van beleid

Het Europees buitenlands beleid wordt uitgevoerd door de Europese diplomatieke dienst (EDEO), die onder leiding staat van de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. De EDEO heeft een wereldwijd netwerk van Europese 'ambassades.'

2.

Mijlpalen

Verdrag van Lissabon

Met het Verdrag van Lissabon (2009) zijn er een aantal veranderingen in het Europees buitenlands beleid aangebracht. Er werden twee nieuwe functies in het leven geroepen: een Voorzitter van de Europese Raad en een Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. Daarnaast werd ook een diplomatieke dienst opgericht, de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO). De institutionele vernieuwingen hebben als doel een versterking van het buitenlands beleid door de EU meer invloed en zichtbaarheid te geven op het internationale toneel.

Verdrag van Maastricht

Het beginsel van een gemeenschappelijk buitenlands beleid en het daarbij behorende veiligheidsbeleid is in het Verdrag van Maastricht van 1992 voor het eerst genoemd. Lidstaten besloten dat samenwerking op dit gebied sterker moest worden en de EU meer met één stem moest gaan spreken op het wereldtoneel.

Eerdere initiatieven

Door de jaren heen zijn er verschillende pogingen gedaan om een gezamenlijk buitenlands en veiligheidsbeleid te ontwikkelen. Zo probeerde men in 1954 een Europese Defensiegemeenschap op te richten. Dit mislukte echter op het laatste moment. In 1970 werd de Europese Politieke Samenwerking (EPS) in informele vorm tot stand gebracht. Binnen de EPS coördineerden lidstaten het extern optreden. Met het Verdrag van Maastricht (1992) werd het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) opgericht, dat dient als de opvolger van de EPS.

3.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit terrein spelen de Europese Commissie, de Raad, de Europese Raad, de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en het Europees Parlement een rol.

Voor het vaststellen van algemene richtsnoeren geldt dat zowel de Europese Raad als de Raad van de Europese Unie besluit met eenparigheid van stemmen. Voor het vaststellen van standpunten of strategieën gebaseerd op de richtsnoeren van de Europese Raad geldt dat de Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. In deze gevallen kan in de Raad een noodremprocedure (zie hieronder) worden ingezet.

Voor het sluiten van internationale overeenkomsten geldt dat de Raad de Europese Commissie machtigt om te onderhandelen. Bij overeenkomsten op het terrein van buitenlands en veiligheidsbeleid beslist de Raad met unanimiteit.

 

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden. Als een derde van de nationale parlementen vindt dat het voorstel niet tot de bevoegdheden van de EU behoort, moet de Europese Commissie het voorstel heroverwegen. De Commissie ontvangt dan de zogenaamde 'gele kaart.'

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Betrokken bij uitvoering

 

Betrokken instantie EU/internationaal

Verantwoordelijke

Dienst

EDEO

Organisatie

VN

Organisatie

OVSE

Organisatie

Raad van Europa

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

portaal: Buitenlands en Veiligheidsbeleid

Europese Unie

NL

portaal: Buitenlandse Betrekkingen

Raad van Europa

EN

Officiële homepage

OVSE

EN

Officiële homepage

4.

Juridisch kader

Het buitenlands beleid vindt haar basis in het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU):

  • beginselen en basis: VEU titel V (artikelen 21 t/m 46)
  • internationale overeenkomsten en organisaties: vijfde deel VwEU titel V (artikelen 216-219), vijfde deel VwEU titel VI (artikelen 220-221)