Fiscaal beleid

Het fiscaal beleid van de Europese Unie moet voorkomen dat bedrijven en instellingen profiteren van belastingregelingen in één lidstaat, die hen een oneerlijk concurrentievoordeel opleveren ten opzichte van bedrijven en instellingen uit andere lidstaten. Verder is het fiscaal beleid bedoeld om nationale belastingregels in te perken die obstakels kunnen vormen voor EU-burgers om in een andere lidstaat te werken. Het beleid moet dus verstoringen in de interne markt voorkomen.

Om dit te bereiken is enige coördinatie nodig van de belastingen die in lidstaten worden geheven. De EU probeert indirecte belastingen, zoals btw, waar nodig te harmoniseren. Ook stelt de EU de douanetarieven vast die geheven worden op importgoederen. De EU heeft geen bevoegdheden als het gaat om directe belastingen, zoals inkomsten- of vermogensbelasting. Daar beslissen de lidstaten zelf over.

In maart 2018 kwam de Europese Commissie, in het kader van het digitaliseren van de economie, met een nieuw voorstel om eerlijker omzetbelasting te heffen op digitale multinationals, zoals Apple en Google. In plaats van de lidstaat van vestiging wordt er gekeken naar de lidstaten van de gebruikers. Totdat het voorstel geïmplementeerd is, stelt de Europese Commissie voor om een 3 procent interimbelasting te heffen op grote digitale bedrijven binnen de EU. De Europese Raad moet zich nog over dit voorstel buigen.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Staand beleid

Budget

Het Europese subsidieprogramma Fiscalis 2020 moet met een budget van 223,2 miljoen tot 2020 de samenwerking tussen de belastingdiensten in de deelnemende landen helpen bevorderen. Het is vooral bedoeld om de verschillende belastingsystemen van de 28 EU-lidstaten goed naast elkaar te laten functioneren om belastingfraude te voorkomen en de interne markt te versterken. Naast de EU-lidstaten doen ook de (potentiële) kandidaatlidstaten Albanië, Bosnië en Herzegovina, Noord-Macedonië, Montenegro, Servië en Turkije mee aan het Fiscalis 2020 programma. In 2018 liet de Commissie weten Fiscalis 2020 te willen voortzetten onder de naam Fiscalis met een budget van 270 miljoen euro.

Doelstellingen

Het voornaamste doel van het fiscaal beleid van de Europese Unie is ervoor te zorgen dat er op een eerlijke en effectieve wijze belasting geïnd wordt. De EU is niet rechtstreeks betrokken bij het innen van belastingen of het bepalen van de tarieven. Wel houdt zij toezicht op nationale belastingregels. Hierbij wordt er vooral op gelet dat:

  • het vrij verkeer van goederen, diensten en kapitaal binnen de EU niet belemmerd wordt
  • bedrijven, consumenten en werknemers in een bepaald EU-land niet worden bevoorrecht of juist benadeeld ten opzichte van andere EU-landen

EU-landen hebben afgesproken om hun belastingen op goederen en diensten op elkaar af te stemmen. Ook zijn er afspraken gemaakt over bepaalde zaken zoals btw en accijnzen.

Interne markt

De EU streeft al sinds het Verdrag van Rome (1957) een interne markt na met vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten en personen. Uitwisseling tussen lidstaten moet zo min mogelijk hinder ondervinden van barrières. Dit zou volgens de Commissie de werkgelegenheid en het concurrentievermogen van de totale Europese gemeenschap positief beïnvloeden.

Nationale overheden kunnen nu nog de eigen markt beschermen door bedrijven belastingvoordelen te gunnen. Verder verstoren verschillende btw-tarieven de interne markt: zij leiden tot prijsverschillen tussen goederen.

De EU wil daarom de belastingregels tussen lidstaten zoveel mogelijk coördineren. Daarnaast bestaat er een Europees beleid voor sommige belastingen die vallen onder de directe inkomsten van de Unie (zie Eigen inkomsten van de Unie hieronder.

In het streven naar het beperken van obstakels voor vrij verkeer van kapitaal en kapitaalbelastingconcurrentie, heeft de EU de volgende speerpunten:

  • Minimum belastingtarieven voor minerale oliën (zoals benzine en aardgas). Van 2015 tot 2018 werd een minimum gehanteerd van 15%. Een minimumtarief beperkt oneigenlijke concurrentie. Bijkomend biedt het een instrument voor het milieubeleid.
  • Vennootschapsbelasting die gelijke kansen biedt voor ondernemingen in alle lidstaten. In het kader van de Europese interne markt kunnen te grote verschillen in heffing van vennootschapsbelasting in de diverse lidstaten leiden tot concurrentieverstoring. De Europese Commissie en de eurolanden willen één heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting invoeren, zodat in alle EU-landen de vennootschapsbelasting op dezelfde manier wordt berekend. Daarnaast mogen ondernemingen hun winst niet langer doorschuiven naar een land met een lager belastingtarief, maar moet er belasting worden betaald in het land waar de winst daadwerkelijk gemaakt is. De lidstaten houden nog wel de bevoegdheid om zelf de hoogte van de tarieven te bepalen.
  • Btw: In 2010 trad een pakket maatregelen voor verbeterde btw-regelgeving op het gebied van diensten in werking. Hierdoor werd heffing van btw eenvoudiger en brengt deze minder administratieve lasten met zich mee bij grensoverschrijdend verkeer. De hoofdregel bij diensten in de EU is als volgt: de ondernemer die diensten afneemt, geeft de btw aan in eigen land. De leverancier van de diensten berekent geen btw voor diensten in het buitenland. Daarnaast werken EU-landen sinds 2010 samen in het instituut Eurofisc om fraude met btw te bestrijden. Hierdoor hebben landen direct toegang tot bepaalde gegevens van elkaars belastingdiensten.
  • Spaargeld en pensioenen moeten worden beschermd wanneer mensen - door bijvoorbeeld emigratie - te maken krijgen met een ander belastingstelsel. Specifieke bevoordelingen worden ook aangepakt.

Eigen inkomsten van de Unie

Naast het streven om de belastingregels tussen lidstaten zo veel mogelijk te coördineren, is er een Europees beleid voor directe inkomsten van de Unie (zie Beleid begroting EU).

Zo heeft de Europese Unie in 1994 alle douanewetgeving samengebracht in één wetboek, dat voor de gehele Unie geldt. Hiermee bepaalt de Unie de belastingtarieven die buitenlandse bedrijven moeten betalen op de import van producten. Verder bepaalt de Europese Unie de landbouwheffingen op producten uit derde landen en de producentenbijdragen voor bepaalde landbouwproducten.

Impact Europese regelgeving op Nederland

Lidstaten moeten steeds meer rekening houden met Europese richtlijnen bij het opstellen van nationale wetgeving. Dit bleek onder meer in september 2003, toen het Europese Hof van Justitie Nederland dwong om bedrijfsinvesteringen in het buitenland fiscaal aftrekbaar te maken (Bosal-arrest).

Ook in de raadswerkgroep gedragscode, die valt onder de Raad van Ministers, wordt het nodige werk gedaan dat van invloed is op Nederland. In het kader van het schrappen van regelingen die de concurrentie zouden beïnvloeden heeft Nederland al negen maal zijn belastingregels moeten aanpassen. Nederland wil een gedragscode voor de regels waarmee deze raadswerkgroep besluiten neemt.

2.

Mijlpalen

Afschaffing bankgeheim

De EU-ministers van Financiën hebben afgesproken dat EU-landen zich vanaf 1 januari 2011 niet langer op het bankgeheim mogen beroepen wanneer de belastingdienst van een andere lidstaat om informatie vraagt. Het bankgeheim belemmert vaak het opsporen van belastingontduiking via buitenlandse rekeningen. Daarnaast is sinds 2017 het bankgeheim voor buitenlanders in de EU officieel afgeschaft. Hierdoor houdt de EU zich aan de wereldwijde standaard voor de automatische en grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over inkomsten, opgesteld door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Financiële transactietaks (FTT) of 'bankentaks'

In januari 2013 bereikten de ministers van Financiën van de EU overeenstemming over de financiële transactietaks. Dit is een speciale heffing op financiële transacties in de EU, waardoor het wereldwijde financiële systeem stabieler zou moeten worden en minder gevoelig voor agressieve beleggingsstrategieën.

De elf EU-landen die deze financiële transactietaks willen invoeren, zullen de taks verder vormgeven. Het gaat om de volgende landen: Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië, België, Oostenrijk, Portugal, Griekenland, Estland, Slowakije en Slovenië. Nederland staat niet afwijzend tegen een speciale taks, maar wil wel een uitzondering voor de pensioenfondsen.

Eerlijke belastingheffing op digitale multinationals

In maart 2018 presenteerde de Commissie een voorstel om de heffing van winstbelasting op grote internetbedrijven, zoals Amazon, Apple, Facebook en Google, eerlijker te maken. Volgens het plan moeten bedrijven winstbelasting betalen in de lidstaten waar de gebruikers zijn. Volgens de oude vestigingsregel hoeft dit enkel aan de lidstaat waar zij gevestigd zijn. De vestigingsregel is volgens de Commissie achterhaald door het wereldwijde bereik van het internet.

In het voorstel wordt winstbelasting geheven wanneer een digitaal bedrijf meer dan 7 miljoen euro winst maakt in een lidstaat. Omdat het waarschijnlijk lang duurt voordat het voorstel is geïmplementeerd, stelt de Commissie een interimbelasting voor. Dit zou een 3 procent winstbelasting zijn op bedrijven die wereldwijd minstens 750 miljoen euro winst boeken, waarvan minstens 50 miljoen euro binnen de EU.

Belastingontwijking in de Europese Unie

Sinds 2002 is er door enkele honderden multinationals voor miljarden euro's aan belasting ontweken, zo toonde onderzoek van het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten in 2014 aan. Bedrijven sloten speciale belastingovereenkomsten met onder andere de Luxemburgse belastingdienst. Dit gebeurde in een periode dat Jean-Claude Juncker, de huidige voorzitter van de Europese Commissie, premier van het land was.

De belastingconstructies lopen via verschillende landen, zowel binnen als buiten de EU. Regeringen van lidstaten spelen zelf een voorname rol bij de aanpak van fiscale ontduiking: zij gaan over belastingheffing. Dit maakt een Europese aanpak erg moeilijk. In 2016 werd echter een akkoord bereikt over belastingontwijking van multinationals. Met het akkoord kwam er een anti-misbruikbepaling waarmee lidstaten kunstmatige belastingconstructies kunnen aanpakken. Ook kwamen er verschillende aanscherpingen, waarmee belastingontwijking wordt tegengegaan.

Belastingheffing is een gevoelig onderwerp voor lidstaten. Daarom stemt de Europese Raad met unanimiteit over dit voorstel.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

3.

Wie doet wat

Bij besluitvorming op dit terrein spelen de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité een rol.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Economische en financiële zaken, belastingen en douane

Parlementaire Commissie EP

parlementaire commissie Interne Markt en Consumentenbescherming

Nederlands lid Commissie EP

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin)

Nederlandse afvaardiging Raad van de Europese Unie

Wopke Hoekstra (CDA), minister van Financiën

Menno Snel (D66), staatssecretaris van Financiën

De Commissie wordt bijgestaan door het Europees Begrotingscomité. Het Comité bestaat uit vijf leden, waarvan één voorzitter en wordt ondersteund door een secretariaat. Het Comité was een aanbeveling van het vijf presidenten rapport uit 2015.

Invloed nationale parlementen

Het Nederlandse parlement heeft ook een rol in de totstandkoming van Europees beleid. Dat kan formeel op twee manieren. Ten eerste controleert de Staten-Generaal de minister of staatssecretaris die naar de Raad van de Europese Unie gaat om over het onderwerp te praten. Daarnaast kunnen nationale parlementen van de lidstaten binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden, vanuit het zogenoemde subsidiariteitsbeginsel.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Betrokken bij wetgeving en uitvoering

 

Betrokken instantie EU

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

DG Belastingen en douane-unie