Defensiebeleid (Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid)

Soldaat met geweer

De Europese Unie is al enkele decennia bezig om een samenhangend Europees defensiebeleid vorm te geven. Vroeger ging het bij defensie in Europa vooral om verdediging van het eigen land tegen een invaller. Dit veranderde na de Koude Oorlog. Het defensiebeleid van de EU is vandaag vooral gericht op het reageren op externe conflicten en crises, het opbouwen van capaciteiten van de partners en het beschermen van de EU en haar burgers.

De Europese Unie heeft geen gemeenschappelijk leger. De militaire verdediging van veel lidstaten van de Europese Unie en enkele kandidaat-lidstaten wordt, behalve door hun eigen nationale leger, gegarandeerd door de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). De laatste jaren gaan er geluiden op dat er een defensiemacht onder commando van de EU moet komen. De EU-leiders schaarden zich in december 2016 achter het voorstel van de Europese Commissie om een Europees defensiefonds op te richten. Daarnaast nam de Europese Raad eind 2017 het besluit om via PESCO permanent en structureel samen te werken. Onder de vlag van PESCO werken 25 EU-lidstaten gezamenlijk aan projecten op het gebied van veiligheid en defensie. Verschillende lidstaten pleiten ervoor dat ook niet EU-lidstaten zich in de toekomst kunnen inschrijven voor PESCO-projecten.

Ondanks deze geluiden is er nog geen overeenstemming bereikt over een Europese defensiemacht. De lidstaten kwamen de afgelopen jaren wel overeen dat er meer samengewerkt moet worden op het gebied van defensie-innovatie, zoals de bouw van drones en bij de ontwikkeling van systemen die cybercriminaliteit kunnen voorkomen.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Mijlpalen

  • Oprichting West Europese Unie (WEU) 1948

    Deze Europese samenwerkingsorganisatie voor defensie en veiligheid bestond van 1948 tot juni 2011. Het in 1948 gesloten Verdrag van Brussel verplichtte de lidstaten van de West-Europese Unie (WEU) ertoe elkaar bijstand te verlenen bij een aanval op hun grondgebied.

  • Oprichting NAVO in 1949

    De Noord-Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO) werd in 1949 opgericht met als doel de veiligheid en vrijheid van de aangesloten landen te garanderen en wereldwijd stabiliteit te bevorderen.

  • Oprichting OVSE in 1973

    De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE; in het Engels OSCE) is een intergouvernementele organisatie van circa 55 landen in Europa, Centraal-Azië en Noord-Amerika, die zich sinds 1973 bezighoudt met samenwerking op het gebied van militair, economisch en humanitair beleid.

  • Verdrag van Lissabon

    Op 1 december 2009 is het Verdrag van Lissabon in werking getreden. Hiermee kwam een einde aan een lang hervormingsproces. Het verdrag is erop gericht de Europese Unie beter bestuurbaar en democratischer te maken.

  • Gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) vanaf 2009

    De Europese Unie is al enkele decennia bezig om een samenhangend Europees defensiebeleid vorm te geven. Vroeger ging het bij defensie in Europa vooral om verdediging van het eigen land tegen een invaller. Dit veranderde na de Koude Oorlog. Het defensiebeleid van de EU is vandaag vooral gericht op het reageren op externe conflicten en crises, het opbouwen van capaciteiten van de partners en het beschermen van de EU en haar burgers.

Lees meer

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en de Europese Raad een rol. Voor voorstellen voor de uitvoering van het defensiebeleid geldt dat een van de lidstaten van de Europese Unie of de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor een sterker Europa in de wereld deze opstelt.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor een sterker Europa in de wereld

Parlementaire commissie Europees Parlement

Subcommissie veiligheid en defensie

Nederlands lid commissie Europees Parlement

Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Buitenlandse Zaken

Nederlandse afvaardiging Raad van Ministers

Henk Kamp (VVD), minister van Defensie

Invloed nationale parlementen op defensiebeleid

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Betrokken bij uitvoering

 

Betrokken instantie EU/internationaal

Verantwoordelijke

Agentschap

Europees Defensie Agentschap (EDA)

Comité

Het Politiek en Veiligheidscomité (PSC)

Comité

EU Militair Comité (EUMC) en de EU Militaire Staf (EUMS)

Comité

Het Comité voor Civiele Aspecten van Crisisbeheersing (CIVCOM)

Dienst

Dienst Instrumenten buitenlands beleid (FPI)

Dienst

Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO)