Mr.Dr. J. (Jan) Heemskerk Azn.

foto Mr.Dr. J. (Jan) Heemskerk Azn.
bron: Beeldbank Nationaal Archief

Belangrijke negentiende-eeuwse politicus, die driemaal een bekwame minister van Binnenlandse Zaken was, met grote kennis van zaken. Aanvankelijk gematigd liberaal Tweede Kamerlid voor Amsterdam. Werd allengs conservatiever. Speelde een voorname rol in de conflictenperiode (1866-1868), waarbij kabinet en koning de strijd aanbonden met de Tweede Kamer. Was daarna enige tijd raadsheer in de Hoge Raad. Bracht in zijn tweede periode als minister belangrijke wetten tot stand zoals de Hoger-onderwijswet, de Hinderwet en de Spoorwegwet. In 1883 formateur en leider van een gematigd kabinet, die behendig de Grondwetsherziening verdedigde die de weg opende naar uitbreiding van het (mannen)kiesrecht. Hardwerkende pragmaticus met een conservatieve levenshouding. Politicus zonder partij, die bedaard en met milde humor optrad.

'pragmatisch' liberaal, conservatief
in de periode 1860-1897: lid Tweede Kamer, minister, lid Raad van State

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornaam (roepnaam)

Jan (Jan)

2.

Personalia

opmerkingen over de naam en/of titel
Azn. staat voor Abrahamzoon

geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 30 juli 1818

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 9 oktober 1897

3.

Partij/stroming

stroming(en)
  • 'pragmatisch' liberaal
  • conservatief, vanaf 1866

4.

Hoofdfuncties/beroepen (10/20)

  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 24 april 1860 tot 19 september 1864 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 1 juni 1866 tot 4 juni 1868
  • minister van Justitie ad interim, van 10 november 1867 tot 4 januari 1868 (na het overlijden van minister Borret)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 9 februari 1869 tot 15 september 1873 (voor het kiesdistrict Gorinchem)
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 27 augustus 1874 tot 2 november 1877
  • voorzitter van de ministerraad, van 27 augustus 1874 tot 2 november 1877 (formeel tijdelijk)
  • lid Raad van State, van 1 oktober 1879 tot 22 april 1883 (benoemd bij K.B. van 15 september 1879)
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 22 april 1883 tot 20 april 1888
  • voorzitter van de ministerraad, van 22 april 1883 tot 20 april 1888 (formeel tijdelijk)
  • lid Raad van State, van 16 juli 1888 tot 9 oktober 1897 (benoemd bij K.B. van 6 juli 1888)

ambtstitel
  • minister van staat, van 28 juli 1885 tot 9 oktober 1897

(in)formateurschap(pen) (2/3)
  • kabinetsformateur, van 4 maart 1883 tot 12 maart 1883 (poging mislukte)
  • kabinetsformateur, van 29 maart 1883 tot 20 april 1883

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Partijpolitieke functies (0/2)

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

6.

Nevenfuncties (2/9)

  • lid bestuur Nederlandsche Juristen-Vereeniging, van 1880 tot 1883
  • voorzitter Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening, van 11 mei 1883 tot 18 maart 1885

afgeleide functies, presidia etc. (2/8)
  • lid afdeling Koloniën (Raad van State)
  • lid afdeling Waterstaat, Handel en Nijverheid (Raad van State)

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

7.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

8.

Activiteiten

als parlementariër (2/5)
  • Behoorde in 1861 tot de meerderheid die vóór een amendement-Ter Bruggen Hugenholtz stemde over het halveren van de begroting voor Onvoorziene Uitgaven
  • Diende in 1869 bij de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de kiestabel een amendement in om in alle gemeenten (uitgezonderd de 23 meest bevolkte) de census op het minimum te bepalen. Dit amendement werd met 39 tegen 20 stemmen verworpen. Heemskerk meende dat uitbreiding van het kiesrecht de positie van de conservatieven ten goede zou komen.

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.


als bewindspersoon (beleidsmatig) (2/15)
  • Kreeg als minister van Binnenlandse Zaken in 1886 te maken met onrust in Den Haag en Amsterdam ('palingoproer')
  • Wist in de periode 1885-1887 geen wijziging van het onderwijsartikel in de Grondwet tot stand te brengen, maar tijdens de debatten hierover werd wel uitgesproken dat de Grondwet zich niet verzette tegen subsidiëring van bijzonder onderwijs.

als bewindspersoon (wetgeving) (2/16)
  • Bracht in 1887 de Wet Bevolkings- en Verblijfsregisters tot stand, die regels mogelijk maakte over het aanleggen, inrichten en bijhouden van bevolkingsregisters en over de wijze waarop inlichtingen daaruit konden worden verstrekt
  • Had in 1887 een groot aandeel in de totstandkoming van de Grondwetsherziening. Deze grondwetsherziening leidde tot opneming van het zgn. caoutchouc-artikel over het kiesrecht: kiesrecht voor mannen die over door de Kieswet te bepalen kentekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand beschikken. Anders dan in 1848 werd expliciet vastgelegd dat alleen mannen kiesrecht hebben. Daarnaast werd het zeteltal van Tweede en Eerste Kamer uitgebreid naar respectievelijk 100 en 50, werd bepaald dat alle Tweede Kamerleden iedere vier jaar gelijktijdig zouden aftreden, en werden de eisen voor verkiesbaarheid voor de Eerste Kamer verruimd (ook hoge openbare ambten geven recht op verkiesbaarheid, uitbreiding aantal verkiesbare hoogst aangeslagenen). Er kwamen, met uitzondering van in de grote steden, enkelvoudige kiesdistricten.

U ziet een selectie van activiteiten. In de uitgebreide versie is het gehele overzicht van activiteiten in te zien.

9.

Wetenswaardigheden

algemeen
  • Werkte in december 1861 mee aan het ten val brengen van het kabinet-Van Heemstra
  • Vormde in november 1866 samen met minister Borret de commissie die namens de Koning de buitengewone zitting van de Staten-Generaal opende. Borret sprak de openingsrede uit.
  • Vormde in februari 1868 samen met minister Schimmelpenninck van Nijenhuis de commissie die namens de Koning de buitengewone zitting van de Staten-Generaal opende. Hij sprak ook de openingsrede uit.

uit de privésfeer
  • Was zeer bijziend
  • Weigerde in 1888 een adellijke titel

verkiezingen (3/8)
  • Werd in 1873 na herstemming verslagen door jhr. J.J. Teding van Berkhout (a.r.)
  • Werd in 1879 in het district Alkmaar verslagen door J.L. de Bruyn Kops (lib.)
  • Werd in 1888 in het kiesdistrict Amersfoort verslagen door antirevolutionaire kandidaten

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Financiën, 1861 (geweigerd)

U ziet een selectie van wetenswaardigheden. In de uitgebreide versie is een overzicht van wetenswaardigheden opgenomen.

10.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

11.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.