Beslagen spiegel

16 april 2021, column Bert van den Braak

"De stapel stukken die ik nu vasthoud, hebben wij gisteren om half twee ontvangen. Om een deel van deze stukken vraag ik al sinds 3 maart. Gisteravond ontvingen wij ook nog een e-mail, waardoor het een soort zoekplaatje werd: wat hebben wij nu wel gehad en wat hebben we nu niet gehad? Ik wil hier echt markeren dat het zo niet kan." Dit zijn niet woorden van Pieter Omtzigt of Renske Leijten in een debat over de kinderopvangtoeslag. Ze werden op 29 april 2015 uitgesproken door Mona Keijzer in een algemeen overleg over de problemen met pgb's (de persoonsgebonden budgetten).

De Tweede Kamer moest keer op keer ervaren dat informatie over de invoering van een nieuw systeem voor trekkingsrechten pgb moeizaam boven water kwam. Dat nieuwe systeem kwam er op aandringen van de Tweede Kamer, nadat het systeem met bemiddelingsbureaus tot fraude had geleid. Na kritische Kamervragen kwam in 2011 de toezegging dat het systeem zou worden veranderd. Het pgb zou voortaan via de Sociale Verzekeringsbank (SVB) rechtstreeks aan de zorgverleners worden verstrekt.

De Kamer vond in meerderheid dat de systeemwijziging niet snel genoeg ging en drong bij de in 2012 aangetreden staatssecretaris Martin van Rijn aan op grotere spoed. D66-Kamerlid Vera Bergkamp vroeg in mei 2013 of Van Rijn kon bekijken of het nieuwe systeem nog dat jaar kon worden ingevoerd. Linda Voortman (GroenLinks) zei in het debat: "voer zo snel mogelijk het in het Lenteakkoord afgesproken trekkingsrecht in". Bas van 't Wout (VVD) wilde de invoering naar voren halen en zijn PvdA-collega Otwin van Dijk hield het bij 'zo snel mogelijk'.

Van Rijn weerstond nog enigszins die druk en besloot tot invoering per 1 januari 2015, maar het ging toch flink mis. Het bestuur van de SVB had laten weten dat zij dacht dat het wel zou lukken, maar spoedig bleek dat het plan slecht doordacht was, dat de systemen niet waren getest en dat de verandering te snel was ingevoerd. Er ontstonden grote achterstanden en rechthebbenden wachtten tevergeefs op hun budget. De SVB had zaken niet op orde en was bovendien moeilijk bereikbaar. Het leidde tot stress en frustratie bij kwetsbare burgers en afnemend vertrouwen in de overheid. Als noodoplossing besloot Van Rijn na enige maanden voor 60.000 gevallen toch alvast tot uitbetaling over te gaan, met de kans op terugvordering.

Ondanks haar eigen rol ging het falen gepaard met ernstige kritiek vanuit de Tweede Kamer en met twee tegen Van Rijn gerichte (verworpen) moties van afkeuring. In totaal waren er acht debatten over de problemen. Rekenkamer en Ombudsman brachten rapporten uit. Indirect leidde het traject dus ook tot hoge kosten. In dat licht is het vreemd dat in het parlementair onderzoek Uitvoeringsorganisaties geen aandacht aan deze kwestie is besteed, terwijl het wel gaat over een recent ernstig probleem in de uitvoering1). De Ombudsman noemde in augustus 2015 de invoering van het pgb-trekkingsrecht bovendien een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. Hij wees toen overigens ook al - augustus 2015! - op de problemen met toeslagen.2)

De Kamer was onmiskenbaar zelf mede schuldig. Het is verder misschien wat ongemakkelijk dat fracties die toen gefrustreerd waren over de ontoereikende informatievoorziening, daarvan blijkbaar niets hadden geleerd toen zij twee jaar later zelf gingen meeregeren en de toeslagaffaire ging spelen. Kijken zij en de gehele Tweede Kamer inmiddels wel in de spiegel of is die beslagen?


  • 1) 
    In de voorbereiding heb ik als deskundige de commissie nadrukkelijk op het pgb-dossier gewezen.
  • 2) 
    Rapport Ombudman: Pgb-trekkingsrecht en de (niet)lerende overheid, augustus 2015.


Andere recente columns