Stijgende voedselprijzen

 
Vrouwen met kinderen die voedselhulp nodig hebben
Bron: Notat

De wereldwijde prijzen van landbouwproducten als graan, rijst, mais, sojabonen, melk en suiker zijn enkele jaren gestegen. Deze stijgende voedselprijzen vormen vooral een bedreiging voor de bevolking in de armste regio's van de wereld. Wereldwijd lijden nog altijd miljoenen mensen honger. Daarnaast sterven miljoenen kinderen door ziektes die worden veroorzaakt door een voedseltekort.

De voedseltekorten en stijgende prijzen zorgden eerder in de armste regio's van de wereld voor politieke onrust. Er deden zich protesten voor, waarbij vooral in de ontwikkelingslanden doden en gewonden vielen. Volgens de VN kunnen deze onrusten zich herhalen als de prijzen van basisvoedsel, zoals tarwe en mais, weer omhoog schieten.

Sinds maart 2014 heeft zich een daling van de voedselprijzen ingezet. In september 2014 bereikte de prijsindex het laagste niveau sinds augustus 2010. 

De voedselcrisis

De politieke en economische onrust die door de stijging van de voedselprijzen werd veroorzaakt, werd de 'voedselcrisis' genoemd. Regeringsleiders en internationale organisaties als de VN en de Wereldbank maakten melding van hongersnood, oplaaiende onrusten tegen regeringen en bedreiging van de politieke en economische stabiliteit van de landen.

Wereldwijd zijn er de afgelopen jaren verschillende bijeenkomsten georganiseerd tussen internationale regeringsleiders en staatshoofden om de voedselcrisis te bespreken. Zo kwamen eind 2012 de landbouwministers van de wereld bij elkaar op Wereldvoedseldag. Zij bediscussieerden dat voedselcrises geen toeval zijn, maar een duidelijke oorzaak hebben. Door de juiste politieke keuzes te maken, zou de kans op toekomstige voedselcrises verminderen. Bijvoorbeeld door het aan banden leggen van voedselspeculaties of het verminderen van biobrandstoffen.

Oorzaken prijsstijging

Stijgende prijzen zijn het gevolg van een stijging van de vraag en/of schaarste die ontstaat aan de aanbodkant. Dit was dus ook het geval bij de voedselprijzen.

  • De stijging van de vraag komt door de toenemende koopkracht in opkomende landen, zoals China, India, Brazilië en Rusland. Hierdoor neemt vooral de consumptie van vlees toe. Voor de productie van vlees is veel graan nodig. De vraag naar voedsel neemt tevens toe doordat de bevolking groeit.
  • Niet alleen de vraag naar voedingsstoffen om te consumeren, maar ook de vraag naar voedingsstoffen om als brandstof te dienen, is de afgelopen jaren enorm toegenomen. Het gebruik van biobrandstoffen is een manier om CO2-uitstoot te verminderen, maar heeft er wel voor gezorgd dat de prijzen stijgen.
  • De schaarste aan de aanbodkant ontstond door tegenvallende oogsten. Vooral langere perioden van droogte, extreme weersomstandigheden en temperatuurstijgingen beïnvloeden de oogst. De oogsten leveren hierdoor minder op dan verwacht, wat ook de prijs omhoog duwt.

Het landbouwbeleid van de Europese Unie

Naast bovenstaande oorzaken voor de stijgende voedselprijzen zijn er ook wereldwijde subsidies en heffingen van invloed op de voedselprijzen en de voedseltekorten in ontwikkelingslanden. Voorbeelden hiervan zijn de importheffingen en de exportsubsidies binnen het Europees Landbouwbeleid. Derdewereldlanden kunnen met hun prijzen niet op tegen de gesubsidieerde producten uit de EU. Dit leidt tot oneerlijke concurrentie.

Mede vanwege deze problemen is het landbouwbeleid de afgelopen jaren grondig hervormd en die hervormingen gaan nog door. Een van deze hervormingen is dat voor de minst ontwikkelde landen en oud-koloniën geen invoerrechten of quota (maximumhoeveelheden) meer gelden.

Reacties in Europa

De stijgende voedselprijzen raakten ook Europa. Hoewel de Europese burgers het amper nog in hun portemonnee merkten, nam de druk op de Europese Unie toe. Er was bijvoorbeeld kritiek op haar beleid met betrekking tot biobrandstoffen. Uit rapporten van internationale organisaties als de FAO en de Wereldbank bleek dat de toenemende vraag naar van gewassen afkomstige biobrandstoffen bijdraagt aan de stijgende voedselprijzen. De EU werd daarom onder druk gezet om haar beleid hierover te herzien.

Andere studies laten echter zien dat de productie van biobrandstof in de EU geen bepalende rol speelt in de stijging van de voedselprijzen . Toch werd er binnen de EU overeenstemming bereikt dat er (meer) moet worden gekeken naar tweede en derde generatie biobrandstoffen. Dit zijn biobrandstoffen die worden gewonnen uit restproducten zoals houtpulp en niet-eetbare grasachtige planten. Daarnaast heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan om de hoeveelheid van voedselgewassen afkomstige biobrandstoffen te beperken en wil het Europees Parlement dat het aandeel biobrandstoffen afkomstig van voedselgewassen in 2020 maximaal 6% van de totale hoeveelheid brandstoffen bedraagt.

Behalve deze overeenstemming over biobrandstoffen en overeenkomsten op het gebied van Europese investeringen in ontwikkelingshulp, bestaat er binnen de EU onenigheid over de beste oplossing voor de voedselcrisis. Eurocommissarissen, Europarlementariërs, boeren, de voedselindustrie en nationale ministers staan tegenover elkaar met hun visies op welke blijvende oplossingen het beste werken om de voedselprijzen en de voedselcrisis terug te dringen.

Het Europees Parlement staat bijvoorbeeld zeer kritisch tegenover het Europees beleid ten aanzien van de voedseltekorten in ontwikkelingslanden. Het EP liet weten meer initiatieven van de Commissie te verwachten dan alleen de financiële steun aan ontwikkelingslanden. Volgens veel Europarlementariërs zijn deze maatregelen niet vergaand genoeg. Zij zien onder meer een noodzaak voor een eerlijker handelsrelatie met ontwikkelingslanden en herziening van het doel van 10 procent biobrandstoffen. Deze herziening is er in september 2013 gekomen. Het EP besloot dat in 2020 maximaal zes procent van de brandstoffen in het verkeer gewonnen mag zijn uit voedselgewassen.

In februari 2011 drong het Parlement in een resolutie aan op maatregelen tegen manipulatie van de voedselprijzen. Zo zou de Commissie moeten onderzoeken of de nieuwe Europese Autoriteit voor Effecten en Markten meer bevoegdheden zou moeten krijgen om misbruik op de grondstoffenmarkten te voorkomen. Daarnaast vonden de Europarlementariërs dat een groter deel van het budget voor Ontwikkelingssamenwerking naar boeren zou moeten gaan, zodat zij kunnen beschikken over efficiëntere en duurzame technieken.

Actieplan G20

Tijdens de G20-top van juni 2011 werd een actieplan opgesteld om de stijging van voedselprijzen te beteugelen. In het plan waren de volgende voornemens opgenomen:

  • 1. 
    Het tegengaan van speculatie op de voedselmarkt. Hoervoor zouden de ministers van financiën van G20-lidstaten de nodige maatregelen moeten treffen.
  • 2. 
    De conclusies uit het FAO-rapport van 2009, waarin staat dat biobrandstoffen de voedselprijzen doen stijgen, werden niet onverkort overgenomen. In de compromistekst werd slechts gerept over de noodzaak voor verder onderzoek.
  • 3. 
    De productiviteit in de agrarische sector moest omhoog, met name in ontwikkelingslanden. Er werden echter geen concrete doelstellingen geformuleerd om dit te bereiken.
  • 4. 
    Exportbelemmeringen voor voedsel dat bedoeld is voor humanitaire hulp moesten worden opgeheven.
  • 5. 
    Er werd een pilotproject gestart voor kleine, gerichte regionale voedselreserves in een beperkte groep arme landen.

Het actieplan is tijdens de G20-top van november 2011 bekrachtigd, maar werd in de conclusies van deze nieuwe top slechts kort genoemd, aangezien deze werd overschaduwd door de eurocrisis.

Meer informatie