Schommelende voedselprijzen

Vrouwen met kinderen die voedselhulp nodig hebben
Bron: Notat

De wereldwijde prijzen van landbouwproducten als graan, rijst, maïs, sojabonen, melk en suiker zijn aan verandering onderhevig. Deze instabiliteit leidt tot politieke en economische onrust in zowel arme als rijke gebieden in de wereld. Bij een stijgende voedselprijs wordt voedsel duurder en kunnen minder mensen het betalen. Dat kan leiden tot een hongersnood of ziekte-uitbraak. Wanneer de voedselprijzen daarentegen dalen, krijgen boeren minder geld voor hun producten. Zij kunnen dan failliet gaan.

Er zijn veel bijeenkomsten waar landen elkaar spreken over hoe zij om moeten gaan met instabiele voedselprijzen. Vooral in de jaren 2008-2012, toen de voedselprijzen flink stegen, maakten internationale organisaties als de VNG20 en Wereldbank zich grote zorgen om de hongersnoden. Zij wilden onder andere de speculaties op de voedselmarkt tegengaan.

Sinds maart 2014 heeft na lange tijd een daling van de voedselprijzen ingezet. De prijzen zijn in 2015 gedaald tot het laagste niveau in bijna zes jaar tijd. De Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) heeft in hetzelfde jaar opnieuw haar graanoogstverwachting verhoogd waardoor de voedselprijzen stabiel blijven of verder zullen dalen.

Oorzaken prijsstijging

Lager aanbod door mislukte oogsten

Lange perioden van droogte, extreme weersomstandigheden en temperatuurstijgingen beïnvloeden de oogst. Deze tegenvallende oogsten leiden tot een lager aanbod van voedsel. De prijs van het voedsel stijgt hierdoor, simpelweg omdat de vraag naar het voedsel gelijk blijft of zelfs is gestegen. De komende decennia wordt er een klimaatverandering verwacht. Dit heeft negatieve gevolgen voor het aanbod van voedsel.

Gebruik van biobrandstoffen

Doordat fossiele brandstoffen opraken, is er wereldwijd meer aandacht gekomen voor biobrandstoffen. Dit soort brandstoffen worden gemaakt van graan en diverse oliezaden. Veel landen hebben begin zich jaren '00 ingezet om over te schakelen naar biobrandstoffen. Het gevolg hiervan was dat veel voedingsstoffen niet meer gebruikt werden om voedsel te produceren. De prijzen van voedsel stegen daardoor.

Groei vraag in BRICS-landen

In BRICS-landen hebben overheden te maken met een enorme bevolkingsgroei en koopkrachtstijging. De prijzen van voedsel stijgen daardoor omdat meer mensen meer eten nodig hebben. Tegelijkertijd verandert in deze landen ook het eetpatroon. Er wordt bijvoorbeeld veel meer vlees gegeten en dat wakkert de vraag aan naar grondstoffen als maïs en graan. Voor een kilo vlees is zo'n 10 kilo maïs nodig.

Oorzaken prijsdaling

Innovatie

Door meer voedsel te produceren op hetzelfde stuk land kunnen boeren hun productie verhogen. Veel landen en bedrijven geven daarom geld uit aan het innoveren van de productie van voedsel. Dit heeft ook gevolgen voor de prijs van voedsel. Meer voedsel op de markt betekent een lagere prijs voor de consument.

Vrijhandel

Sommige landen produceren voor een te hoge prijs hun eigen voedsel, terwijl zij het veel goedkoper in andere landen kunnen kopen. Het is bijvoorbeeld niet efficiënt voor een koud land om sinaasappelen te kweken. Door handelsbelemmeringen weg te halen is het mogelijk voor landen om goedkoop aan voedsel te komen. De consument betaalt dan minder voor het voedsel. Een aantal landen is sterk voedselafhankelijk van andere landen. Producenten in voedselafhankelijke landen hebben ervoor gekozen om hun voedsel niet meer zelf te produceren.

Overheidssubsidie

Vaak wordt vrijhandel echter tegengehouden. Overheden willen hun eigen economie en landbouw beschermen tegen de goedkope import vanuit andere landen. Zij subsidiëren bijvoorbeeld hun eigen boeren zodat die goedkoper kunnen produceren. Ook kan een overheid ervoor kiezen om de prijzen van voedsel laag te houden. De consumentenprijzen van voedsel worden dan deels betaald door de overheid. Dit wordt vaak gezien als erg inefficiënt. De overheid houdt dan voedselproducenten in leven die niet goedkoop kunnen produceren.

Europees beleid

De Europese Unie houdt zich veel bezig met landbouw. Elk jaar wordt ongeveer een derde van de begroting eraan besteed. Het beleid bestaat onder andere uit het verstrekken van inkomenssteun aan boeren en het vaststellen van prijzen voor landbouwproducten. Op deze wijze kunnen boeren goedkoper produceren en betalen consumenten minder voor hun voedsel. Tegelijkertijd weert de Europese Unie, door importheffingen, juist goedkoop voedsel uit andere landen. Zo wil de Europese Unie haar eigen landbouw beschermen. Doordat de EU exportsubsidies verstrekt aan Europese boeren, kunnen derdewereldlanden met hun prijzen niet op tegen de gesubsidieerde producten uit de Europese Unie. Dit leidt tot oneerlijke concurrentie.

Tot 2010 streefde de Europese Unie naar een zo groot mogelijk aandeel van biobrandstoffen in het wegverkeer. Dat heeft soms tot gevolg dat op percelen waar eerst voedingsgewassen werden verbouwd, in plaats daarvan biobrandstoffen worden geteeld. De productie van voedsel neemt dan af, wat kan leiden tot stijgende prijzen. Nadat bleek dat de toenemende vraag naar biobrandstoffen bijdroeg aan stijgende voedselprijzen, werd de Europese Unie door onder andere de FAO onder druk gezet om haar beleid te herzien. Europese energieministers hebben inmiddels met elkaar afgesproken om het aandeel biobrandstoffen terug te brengen naar 7 procent. Milieuorganisaties zijn daar tevreden mee, nadat gebleken is dat biobrandstoffen als palmolie op grote schaal tot ontbossing hebben geleid.

Om ondervoeding tegen te gaan in arme landen trekt de Europese Unie vaak geld uit. Deze financiële hulp is bedoeld voor onder andere investeringen in de landbouw en watervoorziening. Met ontwikkelingsgeld van onder andere het Europees Ontwikkelingfonds (EOF) hoopt de Europese Unie stijgende voedselprijzen in arme landen te voorkomen. Er is veel kritiek vanuit het Europees Parlement ten aanzien van deze voedseltekorten in ontwikkelingslanden. Het wil dat de Europese Commissie meer initiatieven toont dan alleen financiële steun aan deze landen. Regelmatig wordt er gepleit voor een eerlijker handelsbeleid zonder importheffingen.

Meer informatie