Behalve allerlei vaste adviesorganen, zoals de SER, de WRR, de Raad van State en adviescolleges zoals de Onderwijsraad, zijn er ook allerlei andere, veelal tijdelijke, (politieke) adviescommissies. De bedoeling is dikwijls dat een ad hoc commissie adviseert over een heikel politiek onderwerp. Bewindslieden stellen zulk soort commissies in zulke gevallen in om draagvlak te creëren voor een besluit waarvoor ze zelf niet het voortouw kunnen of durven nemen. In wezen verschuilen ze zich dan achter een commissie.
-
11 november 2005: Pechtold wordt gek van adviescommissies
D66-minister Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties) wil dat ministers in de toekomst niet meer op eigen houtje een adviescommissie kunnen instellen. Hij deed dit voorstel gisteren bij de presentatie van het boek 'Schaduwmacht in de schijnwerpers: Adviescommissies in politiek Den Haag'. In mei 2005 waren er 297 adviescommissies. Minister Pechtold, hierover in het boek geciteerd: "Ik word gek van de adviezen. Het is volkomen uit de hand gelopen."
Publicaties over schaduwmacht
In maart 2004 stelde het Tweede-Kamerlid Wijnand Duyvendak (GroenLinks) een nota op over de macht van (leden van) politieke adviescommissies, en bood deze aan aan de Tweede Kamer. Als vervolg hierop publiceerde hij in november 2005, samen met zijn mede-redacteuren Pieter de Jong, Ben Pauw (lobbyist) en Rinus van Schendelen (politicoloog) het boek 'Schaduwmacht in de schijnwerpers'.
Het bleek dat er in de voorgaande anderhalf jaar 26 nieuwe adviescommissies bij gekomen waren, meer dan in de jaren daarvoor. Overigens heeft het kabinet-Kok I halverwege de jaren 90 het adviesstelsel al eens geordend en het aantal adviescommissies ingekrompen via de zogenaamde 'Woestijnwet'.
De politieke adviescommissies staan vaak onder leiding van als gezaghebbend beschouwde oud-politici. Dit blijkt ook uit de 'schaduwmacht top 10'. Dit is een door Wijnand Duyvendak samengestelde top 10 van voorzitterschappen van politieke adviescommissies, gemeten naar aantal en zwaarte van de commissies. Duyvendak suggereert dat sprake is van een 'old boys network'.
Schaduwmacht top-10 2005 (gemeten over de periode 1995-2005)
Duyvendak's schaduwmacht top-10 2005 ziet er als volgt uit (tussen haakjes de positie van de betreffende persoon in 2004):
| Nr. | Persoon | Voorbeelden commissies | Selectie overige functies |
| 1 (3) | Elco Brinkman (CDA) | Veiligheidsorganisatie; Zuidas | voorzitter AVBB; plv. lid SER |
| 2 (4) | Joan Leemhuis-Stout (VVD) | Stuurgroep evaluatie politieorganisatie; Positie en zeggenschap huurders en huurdersorganisaties | voorzitter RvT TNO; voorzitter NVZ |
| 3 (5) | Loek Hermans (VVD) | Coördinatie ICT en rampenbestrijding; Evaluatie provinciale dualisering | voorzitter MKB Nederland; lid SER; lid Stichting van de Arbeid |
| 4 (1) | Hans Alders (PvdA) | Cafébrand Volendam | CvdK Groningen; voorzitter PGGM; voorzitter RvC Aedes |
| 5 (2) | Roel in 't Veld (PvdA) | Groei Schiphol en milieu | diverse hoogleraarschappen; voorzitter RvC NS Railinfrabeheer, NS Verkeersleiding en Railned |
| 6 (6) | Hans Blankert (CDA) | Snelweg A4 Amsterdam-Antwerpen | n.b. |
| 7 (-) | Wim Deetman (CDA) | Evaluatie modernisering rechterlijke organisatie; Impulscommissie breedband | burgemeester Den Haag, voorzitter Teleac |
| 8 (7) | Jan Terlouw (D66) | Biotechnologie | bestuursvoorzitter ECN |
| 9 (8) | Wim Meijer (PvdA) | Waddenzee | president RvC Nederlandse Spoorwegen |
| 10 (9) | Alexander Rinnooy Kan (D66) | Toekomst publieke omroep | lid RvB ING Bank, beoogd SER-voorzitter |
Duyvendak constateert dat in het benoemingsbeleid sprake is van een verschuiving van PvdA'ers naar CDA'ers en VVD'ers. Dat suggereert weer dat zittende kabinetten vooral voorzitters van dezelfde politieke kleur als de coalitiepartijen benoemen, en dat de specifieke kennis van de voorzitter er minder toe doet.
Beloning leden adviescommissies
In mei 2005 ontstond ophef toen in de pers berichten verschenen dat voormalig GroenLinks-leider Paul Rosenmöller ruim 70.000 euro per jaar opstreek als voorzitter van de commissie Pavem (een commissie die zich inzet voor de integratie van allochtone vrouwen), terwijl die functie hem slechts één werkdag per week kostte.
Rosenmöller verdedigde zich door te benadrukken dat hij nooit over zijn honorarium had onderhandeld, en dat hij vanwege de beloning afzag van zijn wachtgeld als oud-Tweede-Kamerlid. Later stortte hij 25.000 euro terug. Hans Dijkstal en prinses Máxima, eveneens lid van de comissie Pavem, bleken een beloning van maximaal 34.400 euro per jaar te ontvangen. Prinses Máxima schonk haar honorarium aan een goed doel.
In antwoord op Kamervragen van GroenLinks, LPF en VVD schreven de ministers Remkes (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, BZK) en De Geus (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) op 31 oktober 2005 dat er in mei 2005 297 adviescommissies actief waren met ongeveer 1900 betaalde leden. Overigens hebben niet al deze commissies een erg politiek karakter.
Uit hun inventarisatie bleek dat bij 13 procent van de commissies een vergoeding werd toegekend die hoger was dan het maximumbedrag van 4100 euro per maand. Ook was er bij ongeveer 10 procent van de commissies onduidelijkheid in de toepassing van regelgeving en ontving 10 procent van de commissieleden een vergoeding per uur of dagdeel, in plaats van de voorgeschreven vergoeding per dagdeel of per maand.
De ministers kondigden aan dat de bestaande regelgeving wordt vereenvoudigd en in elkaar wordt gevoegd in één besluit onder verantwoordelijkheid van de minister van BZK. Afzonderlijke ministeries mogen hier alleen onder strikte voorwaarden (geldige motivering, instemming van de vakminister en melding in de ministerraad) van afwijken. Ook moeten alle vergoedingen van commissieleden voortaan openbaar gemaakt worden.
Meer over
Meer over
