Ondanks diverse pogingen daartoe en het instellen van een aantal staatscommissies is het voor de voorstanders daarvan moeilijk gebleken om staatkundige of bestuurlijke vernieuwingen door te voeren. Zo liepen plannen voor een correctief referendum en een gekozen burgemeester vast in de Eerste Kamer. Toch zijn er ook wel dingen veranderd.
Geschiedenis
Reeds lang wordt er in Nederland over staatkundige vernieuwing gesproken. In 1903 kwamen SDAP en VDB al met voorstellen voor afschaffing van de Eerste Kamer en tot invoering van een referendum. Na 1945 werden diverse Staatscommissies ingesteld die zich bezighielden met zaken als de procedure tot Grondwetsherziening, de positie en verkiezing van de Eerste Kamer, de kabinetsformatie en het referendum.
Zo werd in 1950 een staatscommissie onder leiding van Van Schaik ingesteld. Op voorstel van deze commissie werd het ledental van de Tweede Kamer uitgebreid van 100 naar 150 en dat van de Eerste Kamer van 50 naar 75.
De debatten werden heviger in de jaren zestig van de 20ste eeuw, met name onder impuls van D66.
In de daarop volgende jaren werden weer diverse (staats)commissies ingesteld:
-
Staatscommissie-Cals/Donner
De Staatscommissie-Cals/Donner werd op 26 augustus 1967 ingesteld door het kabinet-De Jong en moest advies uitbrengen over een algehele herziening van de Grondwet en over daarmee in verband staande wijzigingen van de Kieswet. De commissie bracht op 29 maart 1971 haar eindrapport uit.
-
Staatscommissie-Biesheuvel
De Staatscommissie-Biesheuvel werd op 17 mei 1982 ingesteld door het tweede kabinet-Van Agt en moest advies uitbrengen over vergroting van de kiezersinvloed op de beleidsvorming.
-
Commissie-De Koning
De Commissie-De Koning werd eind 1990 ingesteld door het derde kabinet-Lubbers. Zij moest antwoord geven op een aantal door de vraagpuntencommissie-staatkundige vernieuwing (commissie-Deetman) geformuleerde vragen.
Buiten de al eerder opgesomde vernieuwingen kwam het echter nooit tot ingrijpende wijzigingen van het bestel. Het correctief referendum 'sneuvelde' in 1999 tijdens de Nacht van Wiegel in de Eerste Kamer. De weinige concrete voorstellen die tot nu toe zijn gedaan, zoals een voorstel om de kabinetsformateur te kiezen, haalden geen meerderheid.
In het hoofdlijnenakkoord van het kabinet-Balkenende II kwam het tot nieuwe afspraken over bestuurlijke vernieuwing. Minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties) trad af tijdens de Paascrisis in maart 2005 nadat zijn plan voor invoering op korte termijn van een rechtstreeks door de bevolking gekozen burgemeester onmogelijk was gemaakt in de Eerste Kamer. Ook zijn plan voor vernieuwing van het kiesstelsel was hiermee van de baan.
-
Nationale conventie
De Nationale conventie werd per 1 januari 2006 ingesteld door minister Pechtold om de vraag te beantwoorden of belangrijke elementen uit het huidige staatsbestel nog voldeden. De CDA'er Rein Jan Hoekstra was voorzitter.
-
Burgerforum kiesstelsel
Het Burgerforum kiesstelsel werd ingesteld door minister Pechtold en had 140 leden onder voorzitterschap van Jacobine Geel. De Nationale conventie adviseerde in september 2006 om te experimenteren met de instelling van burgerfora die burgers een rol geven in de beleidsvoorbereidende fase.
-
Bestuurlijke vernieuwing onder het kabinet Balkenende IV
Het kabinet-Balkenende IV stelde in 2009 een staatscommissie in die onder meer moest adviseren over het opnemen van een preambule en een 'recht op leven' in de Grondwet. Tegenstanders vonden een mogelijke verwijzing naar joods-christelijke waarden in de preambule in strijd met de scheiding tussen kerk en staat. Opnemen van het recht op leven zou een belemmerende invloed kunnen hebben op de abortuspraktijk. Het kabinet wilde de gemeenteraad meer formele zeggenschap geven over de benoeming van de burgemeester.
Wèl doorgevoerde vernieuwingen
Hoewel Nederland niet bekend staat om het doorvoeren van ingrijpende staatkundige vernieuwingen, is het ook weer niet zo dat er nooit iets verandert. Zo zijn in de loop der jaren wel diverse Grondwetsherzieningen doorgevoerd. Ten onrechte wordt veelal verder vergeten dat ook de Nederlandse deelname in de Europese Unie een belangrijke vorm van staatkundige vernieuwing is.
In 1977 vond een belangrijke uitbreiding van het enquêterecht plaats: sindsdien zijn ministers verplicht zich te laten horen als een enquêtecommissie dat wenst, en kunnen ambtenaren zich niet meer beroepen op het zogenaamde verschoningsrecht. Een andere vernieuwing die is doorgevoerd is de instelling, in 1982, van een Nationale Ombudsman.
Vanaf 1983 kiezen de leden van alle Provinciale Staten om de vier jaar tegelijkertijd alle 75 Eerste Kamerleden. Tot die tijd werd om de drie jaar de helft van de Eerste Kamer opnieuw gekozen. Deze nieuwe verkiezingswijze heeft geleid tot grotere schommelingen in de zetelverdeling.
Sinds de jaren negentig van de twintigste eeuw zijn er op gemeentelijk niveau ook enkele referenda en burgemeestersreferenda gehouden.
De inrichting van het gemeentebestuur werd in 2002 veranderd door de invoering van dualistische elementen: wethouders mogen sindsdien niet tegelijkertijd gemeenteraadslid zijn, en ook niet-gemeenteraadsleden kunnen wethouder worden.
Op 1 juni 2005 mochten de kiezers zich in een landelijk referendum uitspreken over de Europese Grondwet.
Meer over
